kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 07-01-2016 voor het laatst bewerkt.

Cycladen

Cycladen (Engels: Cyclades) zijn een Griekse eilandengroep en departement (nomos) in de Egeïsche Zee. De hoofdstad is Ermoupoli op het eiland Syros. Alle eilanden van de Cycladen liggen in een cirkel rondom Delos, in de oudheid misschien wel hèt belangrijkste Griekse heiligdom.

De onderstaande, bewoonde, eilanden maken bestuurlijk deel uit van de Cycladen:
Noordelijke Cycladen: Andros, Tinos, Syros, Rinia, Mikonos, Dilos of Delos: onbewoond maar bijzonder belangrijk, zie ook Werelderfgoed
Westelijke Cycladen: Kea of Tzia, Kithnos, Kimolos, Melos, Serifos, Sifnos, Poliegos
Centrale en Oostelijke Cycladen: Antiparos, Paros, Naxos, Amorgos
Kleine Cycladen: Iraklia, Schinousa, Koefonisia, Keros, Donousa
Zuidelijke Cycladen: Folegandros, Sikinos, Ios, Thirasia, Anafi, Santorini of Thira, Christiana

Cycladische beschaving was een belangrijke cultuur in Griekenland, die bestond in de late Bronstijd, van ca. 3000 tot ca. 2000 v.Chr.. De bakermat van deze beschaving lag op Santorini, dat echter gedeeltelijk werd vernietigd tijdens een vulkaanuitbarsting.

Opmerkelijk is dat de kleine nederzettingen uit de Vroeg-Cycladische Grotta-Peloscultuur (± 3100 - ± 2600 v.Chr.) in de Midden-Cycladische Keros-Syroscultuur (2600 - 2300 v.Chr.) versterkt zouden worden (mogelijk tegen vijandige aanvallen van de Minoërs of tegen de bewoners van de Cycladen onderling die zich mogelijk bezondigden aan piraterij).

De Keros-Syroscultuur liep over in de Phylakopicultuur (2300 - 2000 v.Chr.), die overging in een sterk Minoïsch getinte cultuur. Er zijn sporen dat de Minoërs rond deze tijd de Cycladen veroverd en gekoloniseerd zouden hebben.

In 1628 v.Chr. vernietigde een vulkaansuitbarsting op Thera een groot deel van Santorini, de bakermat van de Cycladische cultuur.

De Cycladische maatschappij was welvarend. De bewoners van de Cycladen waren zeelui die handel dreven in het oostelijke Middellandse Zeegebied. Aan de hand van de gevonden figurines menen geleerden dat het om een agrarische maatschappij ging.
Thucydides en Herodotos noemende de oorspronkelijke bevolking van de Cycladen Lelegers en vermelden dat zij in het zuidwesten van Klein-Azië verdreven zouden zijn, waar zij Cariërs werden genoemd. Terwijl Thucydides meent dat de mythische koning Minos hen verdreef, schrijft Herodotos dit aan de Doriërs en Ioniërs toe.

Aan de hand van de figurines die gevonden zijn op de Cycladen trachten historici en archeologen een beeld van de Cycladische maatschappij te vormen. De vrouwelijke figurines met uitgesproken seksekenmerken wijzen op een agrarische maatschappij. Ze hadden waarschijnlijk een praktische vruchtbaarheidsfunctie. Andere figuren zijn onder meer muzikanten en krijgers. Daarnaast zou er ook een religieuze factor een rol gespeeld hebben bij het maken van de figurines: ze werden bewaard in huisschrijnen en werden meegegeven met de dode om zijn vroomheid aan te tonen. Het maken van dergelijke figurines was niet zo makkelijk en nam dus wel wat tijd in. De figurines moesten waarschijnlijk ook dienen om een band te smeden tussen mens en goden.

Vanaf de Laat-Cyladisch I periode merken we dat de Cycladische maatschappij kosmopolitischer wordt in steden zoals Akrotiri, waar de huizen van rijke handelaars elementen van de Minoïsche architectuur. In de Laat-Cycladisch III periode merken we niet enkel een politiek-militaire verschuiven, maar veranderd ook de maatschappij onder Myceense invloed.

De Cycladische architectuur zou zich geleidelijk ontwikkelen tot een monumentale architectuur. Op het einde integreerde ze op vele vlakken elementen uit de Myceense architectuur, zoals het megaron.

In het Laat-Neolithicum (5300-4500 v.Chr.) ontstonden de eerste nederzettingen op de Cycladen. In het begin bestond die architectuur uit rechthoekige éénkamerwoningen op een stenen fundering en uitkijkposten. Bovendien werden in die tijd nog grotten bewoond. In de Grotta-Kamposcultuur (3100 - 2600 v.Chr.) kwam daar enigszins verandering in. De huizen werden groter en bevatten meerdere kamers.

De materialen die werden gebruikt varieerden van steen, leem en hout tot riet. Bovendien werden de huizen steeds onregelmatiger en gedetailleerder gebouwd. De straten op de Cycladen bestonden veelal uit trappen. De Laat-Cycladisch I-architectuur van ongeveer 1500 v.Chr. kenmerkt zich door de tandmuren en het gebruik van meerdere verdiepingen. Sommige huizen uit deze periode waren zelfs al geïsoleerd. Ook werden fresco's toegepast. Rond 1200 v.Chr. werden er opnieuw grote delen van de eilandengroep verwoest, waarna de architectuur uit de Griekse Oudheid naar het eiland overwaaide. Voorbeelden hiervan zijn de bouwwerken op het eiland Delos en de poort Portára te Naxos.

Heden ten dage is de Griekse architectuur op de Cycladen doorgedrongen en zijn het vooral witte lemen huizen met blauwe vensters die er de aandacht trekken.

2400 v.C.

Cycladische kunst
De Cycladen staan, behalve hun stranden, gezamenlijk bekend om hun kunst. Met Cycladische kunst bedoelen we de Aegeïsche kunstvorm die tussen 4000 en 1100 jaar voor Christus op de Griekse eilandengroep Cycladen werd bedreven. In deze periode werden er op deze eilandengroep kleine in wit marmer, modern ogende beeldjes geproduceerd (idolen), zonder gelaat en alleen een neus. De beeldjes zijn herleid tot de geometrische grondvormen. Opvallend was dat de beeldjes meestal een vrouw voorstelden. Aanvankelijk werden deze in graftombes gezet als afgodenbeeldjes, later werden ze echt gezien als kunstvorm. Tegenwoordig wordt de Cycladische kunst massaal gereproduceerd en verkocht aan toeristen.

Ook de bronzen wapens en voorwerpen uit klei en stenen (waaronder de "Frying pans") zijn mooie voorbeelden van de Cycladische kunst.

Votiefidolen
De Cycladische kunst, die gekenmerkt wordt door het moderne uiterlijk, kwam al in de eerste generaties op de Cycladen voor. Het ging hierbij vooral om de zogenaamde votiefidolen: marmeren, wigvormige beeldjes van staande, naakte vrouwenfiguren met hun armen over de borsten gekruist. Het meest typische kenmerk van deze beeldjes waren hun ovale gezichten en, afgezien van een grote neus, het ontbreken van een gelaat. Deze beeldjes werden gebruikt als afgodsbeelden in de Moedergodincultus, en werden bijvoorbeeld in de graftombes gelegd. In de loop der eeuwen werden zeer veel variaties op deze vrouwenfiguren met hun markante gezichten gemaakt. De zogenaamde 'Oermoeder' of 'Moedergodin' is een vaak geziene variant, die zeer oud is. Na enkele eeuwen werd er, een enkele maal, ook een mannelijke versie van de Moedergodin gemaakt, vermoedelijk een minnaar van de vrouw. Vanaf ongeveer 3500 v.Chr. werden er ook marmeren krijgers en muzikanten in hetzelfde genre gemaakt. Deze figuren vielen op door hun uitgesproken mannelijke geslachtsdelen.

De Cycladische kunst werd langzaam verdrongen door andere, buitenlandse kunstuitingen. Vanaf 2000 v.Chr. kwamen de Cycladen onder invloed te staan van de Minoïsche kunst uit Kreta. Later werd het Minoïsme verdreven door de Myceense kunst uit Hellas. Het laatste Cycladische votiefbeeldje werd rond 1100 voor Christus gemaakt, afgezien van de hedendaagse toerisme-versies.

Cycladische historische gebruiksvoorwerpen vertonen een aantal typische kenmerken. Potten en pannen waren over het algemeen zeer licht hellend en weinig versierd. Bij de ontwikkeling van dit soort voorwerpen lijkt de functionaliteit voorop te hebben gestaan: ze waren simpel en vaak gemaakt van klei of een goedkope steensoort.

De zogenaamde 'frying pans' lijken als een onderdeel van een mogelijk religieus ritueel te hebben gediend en waren, in tegenstelling tot veel andere Cycladische voorwerpen, erg gedetailleerd gedecoreerd. Deze pannetjes waren rond en licht bollend, zoals bekend van de votiefidolen, en ze werden uit marmer vervaardigd. Ze waren uitingen van de Keros-Syroscultuur (2600 - 2300 v.Chr.).

Enkele kenmerkende vormen van de Cycladische keramiek waren de nippled jug, de collared jar, de cilindervormige pithoi en pyxeis (pyxis, doos), de sauskommen (sauce boats) en de zoömorfe vaasjes, waaronder de egels (egelvormige figuurtjes die een kommetje vasthouden) vooral opvallen. Maar de Cycladen zijn ook bekend om hun marmeren vaaswerk, waaronder de kenmerkende kandilla (kruik) en bekers kunnen worden aangetroffen. Daarnaast zijn er ook marmeren pyxeis en footed vessels gevonden. Ze tonen de verfijnde steenbewerking van de Cycladische kunstenaars, die ook al tot uiting kwam in de beroemde votiefidolen. De kandila en bekers konden opgehangen worden door middel van de gaatjes die in verticale uitsteeksels bovenaan de kruik waren geboord.

In de Laat-Cycladische periode (2000-1100 v.Chr.) kwamen de Cycladen onder Minoïsche invloed terecht, zoals we onder andere kunnen afleiden uit het Lineair A op een vaas uit Akrotiri (zie hiernaast). Het is een verwarrende periode die net zoals de Myceense beschaving zal eindigen rond 1200 v.Chr. met de inval van de Zeevolkeren.

Recent is de interesse voor de Cycladische kunst toegenomen en oude Cycladische beelden worden massaal gereproduceerd en verkocht op de tegenwoordig zeer toeristische eilandengroep. Deze moderne edities zijn verkrijgbaar in marmer, tufsteen, brons en hout.
In Athene is er een Museum voor Cycladische Kunst opgericht, waar de oudste beelden van de eilandengroep worden tentoongesteld. In Naxos staat een Archeologisch Museum, dat ook een ruime collectie votiefidolen in zijn bezit heeft.

Cycladische muziek
Zoals al eerder vermeld, bevonden zich onder de Cycladische idolen ook muzikanten. Onder de instrumenten die door deze muzikanten bespeeld werden, bevond zich de aulos die al rond 3000 v.Chr. op de Cycladen (o.a. Keros) bekend was, maar ook harpen en syrinxen (een soort panfluit) waren zeer populair.


Copyright, This article is licensed under the GNU Free Documentation License. It uses material from the Wikipedia article http://nl.wikipedia.org/wiki/Cycladen
Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 352.