kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 30-06-2008 voor het laatst bewerkt.

De Etna

Een voormalige gieterij te Breda, nu een fabrikant van keukenapparatuur te Duiven.

De Bredase ijzergieterijen en metaalfabriekjes waren omstreeks 1850 klein van omvang en ambachtelijk van karakter. Door industrialisatie, stadsuitbreiding en de woningbouw steeg de vraag naar metaal-producten, zoals rozetten, balken, putdeksels en buizen. In en rond de binnenstad concentreerden zich enkele kleine en grotere metaalbedrijfjes, zoals Cozijn, Touw, Backer en Rueb en Klep (De Etna). Al deze fabrieken zijn inmiddels uit het straatbeeld verdwenen.

Cornelis Klep de Bruyn richtte 16 maart 1856 de IJzergieterijen en Emailleerfabrieken 'de Etna' op. Het bedrijf begon als een eenvoudige ijzergieterij aan de Haagdijk. Later kwam er ook een emailleer- en galvaniseerinrichting.
In 1888 verhuisde de fabriek naar de Tramsingel. Het bedrijf heet dan 'De Etna'.

De groei en bloei van dit naar de bekende vulkaan genoemde familiebedrijf begon in de eerste jaren van de twintigste eeuw. Al snel behoorde ‘De Etna’ tot de top van de Nederlandse gieterijen. Het beeldmerk van De Etna, twee mannetjes die een emmer dragen, kennen bijna alle oudere huisvrouwen van Nederland. De mannetjes dragen een gietpan en zijn verantwoordelijk voor de fabricage van een gietijzeren fornuis of koelkast.
Het bedrijf produceerde in die jaren een enorm scala aan producten, waaronder landbouwwerktuigen als bietensnijders en veevoederpotten, gaskomforen, geëmailleerde Amerikaanse kachels, salamanderhaarden, spoor- en tramrails en gietwerk voor waterleidingen.

Vooral directeur Frans Klep had een goede reden om het bedrijf te laten groeien: hij was gezegend met liefst zeven zonen, die hij allemaal een plaats in het Etna-bedrijf wilde geven. Met dat doel richtte hij ook kleine dochterfirma's als de machinefabriek De Emer op.

De familie Klep had ook oog voor architectuur en vormgeving. Zo werd in 1914 voor de bouw van het karakteristieke fabrieksgebouw aan de Tramsingel gebruikgemaakt van de in die tijd zeer moderne skeletbouw met gewapend beton. Annie Klep-van Delft, echtgenote van de toenmalige directeur Anton Klep, speelde een stimulerende rol en onderhield persoonlijk contact met architect Gerrit Rietveld en meubelontwerper Elmar Berkovich. Door een uitgekiend productaanbod en opvallende reclame, met affiches, emaillen reclameborden en spraakmakende advertenties, slaagde ETNA erin om een zeer sterke merkreputatie op te bouwen. Tot op de dag van vandaag hecht ETNA veel waarde aan functioneel en bijzonder design. Alle keukenapparatuur wordt in eigen huis ontwikkeld, gespecificeerd en vormgegeven. De uiteindelijke productie is tegenwoordig bij een internationaal netwerk van fabrikanten ondergebracht.

Vanaf de jaren twintig richtte ‘De Etna’ zich op de massaproductie van kachels, fornuizen en toiletreservoirs.

Door een flinke bevolkings- en welvaartsgroei in Nederland en een grote belangstelling voor verbetering van hygiëne en wooncomfort, onder andere in de sociale woningbouw en nieuwe technische mogelijkheden voor koken en verwarmen die voor velen beschikbaar kwamen, maakte het bedrijf een flinke groei door. Klep en De Etna produceerden seriematig, kookfornuizen en toiletreservoirs om aan de enorme vraag te kunnen voldoen.
Om de vele concurrentie in die tijd de baas te kunnen ging 'De Etna' daarbij innovatief te werk, waarbij ook het uiterlijk modern werd vormgegeven.
Voor de afwerking ontwikkelde De Etna speciale emaille technieken als de Ultralietbewerking en kostbare chroombehandelingen. Op zeker moment beheerste het bedrijf 90% van de Nederlandse haarden- en fornuizenmarkt. Dit was te danken aan de hoge kwaliteit en de relatief lage prijs van haar onmisbare producten. De moderniteit van de producten werd benadrukt door de decoratie loze, functionele vormgeving, die soms voor rekening kwam van ontwerpers uit de Metz-stal als Elmar Berkovich, die de directie persoonlijk kende.

Door toenemende buitenlandse concurrentie en de opkomst van centrale verwarming als vervanger van gaskachels, ging ‘De Etna’ ook koelkasten en elektrische fornuizen produceren. In 1933 waren zij de eerste in Nederland die de elektrische koelkast introduceerden.

De glorietijd van De Etna duurde tot in de jaren vijftig, toen het absoluut Nederlands marktleider was op het gebied van fornuizen en haarden. Met concurrent DRU werd het bedrijf bij economische tegenwind in de jaren zeventig ontmanteld en ingelijfd door handelsonderneming Internatio Muller. In 1983 werd de productie overgebracht van Breda naar Ulft. In het jaar 2000 besloten ETNA, ATAG en Pelgrim de handen ineen te slaan en verder te gaan als ATAG Nederland B.V. .


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 1578.