kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 11-01-2016 voor het laatst bewerkt.

De Lalaing

Leden van de adellijke familie de Lalaing:

Simon van Lalaing (1405-1476), admiraal van Vlaanderen
Jacques van Lalaing (1421-1453), heer van Bugnicourt
Joost van Lalaing (ca. 1437-1483), stadhouder van Holland en Zeeland en admiraal van Vlaanderen
Karel I van Lalaing (1466-1525), baron en later 1e graaf van Lalaing, heer van Escornaix
Antoon I van Lalaing (1480-1540), graaf van Hoogstraten en Culemborg
Filips van Lalaing (?-1555), 2de graaf van Hoogstraten
Karel II van Lalaing (1506-1558), gouverneur van Henegouwen
Antoon II van Lalaing (1533-1568), 3de graaf van Hoogstraten
George van Lalaing (ca. 1550-1581), graaf van Rennenberg

Jacques van Lalaing (1858-1917), schilder en beeldhouwer


Simon van Lalaing (1405 - 1476) was admiraal van Vlaanderen van 1436 tot 1462, waarna hij dit ambt overdroeg aan zijn oudste zoon Joost van Lalaing. Hij werd in 1431 gekozen als ridder in de Orde van het Gulden Vlies. Hij trouwde met Johanna van Gavere, met wie hij Joost en Willem kreeg.
Tussen 1437 en 1438 gaf hij leiding aan de kaapvaart op Engelse schepen vanuit Sluis die door Filips de Goede toegestaan werd.
Hoewel hij geen admiraal was in 1464, was hij wel betrokken bij het uitrusten van de vloot voor de door paus Pius II uitgeroepen kruistocht tegen de Turken onder leiding van Antoon, bastaard van Bourgondië, en nam daar ook aan deel.

Jacques van Lalaing (Ecaussinnes-Lalaing, 1421 - Poeke, juli 1453) was een vooraanstaand ridder van het Gulden Vlies en heer van Bugnicourt.
Hij behoorde tot de entourage van Filips de Goede en was rond 1440 één van de vermaardste tornooiridders.
Jacques sneuvelde tijdens de Gentse Opstand tijdens de beschieting van het Kasteel van Poeke.

Joost van Lalaing (ca. 1437 - bij Utrecht 5 augustus 1483), heer van Montigny en van Santes, was een Henegouwse edelman die verschillende belangrijke functies in dienst van de Bourgondische hertogen vervulde.
Hij was de oudste zoon van Simon van Lalaing. In 1468 benoemde Karel de Stoute hem tot soeverein-baljuw voor Vlaanderen.
In 1476 was hij lid van de Hertogelijke Raad van Karel de Stoute. Vanaf 1477 was hij kamerheer het hof van diens dochter, Maria van Bourgondië. In 1478 werd hij verkozen tot ridder in de Orde van het Gulden Vlies. Toen Wolfert VI van Borselen de situatie in Holland en Zeeland niet meer meester was, werd hij benoemd tot stadhouder in die gewesten. Hij bleef dat tot zijn dood 1483. Joost van Lalaing sneuvelde bij het Slag om Utrecht in de Hoekse en Kabeljauwse twisten.
Joost van Lalaing huwde op 1462 met Bonne van Viefville. Zij kregen vier kinderen:
. Karel (1466-1525), heer en later 1e graaf van Lalaing
. Antoon (1480-1540), heer van Montigny en 1e graaf van Hoogstraten en Culemborg
. Antonia (?-1540), huwde Filips, heer van Habart
. Margareta, huwde Filips le Josne en Lodewijk, heer van Longueval

Karel van Lalaing (1466 - Oudenaarde, 18 juli 1525), baron en later 1e graaf van Lalaing, heer van Escornaix .
Karel werd geboren als oudste zoon van Joost van Lalaing, uit een Henegouws geslacht van landsbestuurders. Hij was gehuwd met Jacoba van Luxemburg, dochter van Jacob en Maria van Berlaymont. Hun kinderen waren:
. Jacob, gesneuveld tijdens het beleg van Maisières (29 oktober 1521);
. Karel, 2de graaf van Lalaing;
. Filips, 2de graaf van Hoogstraten;
. Anna (+1602), gehuwd met Everaard van Pallant, graaf van Culemborg.
Karel was achtereenvolgens kamerheer van Maximiliaan van Oostenrijk, Filips de Schone en Karel V.
Op 17 november 1505 werd hij verkozen tot Vliesridder (17e kapittel, Middelburg).
Vanaf 1504 was hij gouverneur van Oudenaarde. Toen Karel V daar tijdens het beleg van Doornik in 1521 zes weken bij Karel van Lalaing verbleef, leerde de keizer de dienstmeid Johanna van der Gheynst kennen. Uit deze kortstondige relatie werd de latere landvoogdes Margaretha van Parma geboren.

Antoon I van Lalaing (1480-1540), 1e graaf van Hoogstraten en van Culemborg was een Henegouwse edelman die verschillende functies vervulde in dienst van de Bourgondische hertogen.
Antoon was een zoon van Joost van Lalaing en Bonne van Viefville. Hij huwde met Elisabeth van Culemborg, waardoor hij in het bezit kwam van de heerlijkheden Hoogstraten en Culemborg. Zijn huwelijk bleef echter kinderloos.
In 1501 was hij kamerheer aan het hof van Filips de Schone. Later, in 1510, was hij kamerheer van de jonge Karel van Luxemburg, de latere keizer Karel V. In datzelfde jaar werd hij ook lid van de Grote Raad van Mechelen. In 1516 werd hij verkozen tot ridder in de Orde van het Gulden Vlies. Vervolgens werd hij in 1522 aangesteld als stadhouder van Holland, Zeeland en West-Friesland, in 1528 kwam ook het Sticht Utrecht daarbij.
Antoon was naast bestuurder ook legeraanvoerder, hij speelde een belangrijke rol in de strijd van de Bourgondische hertogen tegen Karel van Gelre en bij de verovering van het Sticht. Daarnaast was hij een overtuigd katholiek: als bestuurder trad hij hard op tegen het opkomende protestantisme en ook gaf hij opdracht tot de bouw van de Sint-Catharinakerk in Hoogstraten.
De gezondheidsproblemen van Margaretha van Oostenrijk zorgden er voor dat Antoon in 1530 waarnemend landvoogd van de Nederlanden werd tot Keizer Karel Margaretha's zuster, Maria van Hongarije haar in hetzelfde jaar tot definitieve opvolgster benoemde.

Filips van Lalaing (?-1555), 2de graaf van Hoogstraten was stadhouder van Gulik (1543) en vervolgens van Gelre (1544 - 1555).
Afkomstig uit een Henegouws geslacht van landsbestuurders, was hij de zoon van Karel I, graaf van Lalaing en Jacoba van Luxemburg. Via zijn kinderloze oom Antoon van Lalaing verwierf hij de titel graaf van Hoogstraten. Hij was tevens heer van Escornaix en Ville.
In 1532 huwde hij Anna van Rennenberg, de enige dochter van Willem, graaf van Rennenberg en Cornelia van Culemborg. Uit hun huwelijk werden o.a. geboren: Antoon, 3de graaf van Hoogstraten; George, graaf van Rennenberg.
In 1543 was Filips korte tijd stadhouder van het veroverde Gulik. Toen duidelijk werd dat deze functie kwam te vervallen omdat Gulik tot de landen van de hertog van Kleef bleef behoren, moest voor Hoogstraten een andere functie worden gezocht. De Keizer dacht daarbij aan het stadhouderschap van Utrecht. Landvoogdes Maria van Hongarije was het daar niet mee eens; deze provincie kon volgens haar niet losgemaakt worden van Holland.
Uiteindelijk volgde Filips in 1544 René van Châlon op als stadhouder van Gelre, maar zijn macht werd door de landvoogdes aanzienlijk beperkt ten voordele van de centrale regering in Brussel.
Hoogstraten bleef steeds zeer loyaal aan de keizer en werd na zijn dood in 1555 opgevolgd door de meer eigengereide Filips van Montmorency.

Antoon II van Lalaing (1533-1568), 3e graaf van Hoogstraten was een genereus man en erg geliefd bij de bevolking.
Antoon was een zoon van Filips van Lalaing en Anna van Rennenberg. Op 22 jarige leeftijd nam hij het Gelmelslot te Hoogstraten in bezit. Op jeugdige leeftijd werd hij gouverneur van Mechelen, en in 1558 mocht hij de Heilig Grafridders ontvangen voor hun eerste kapittel. In 1560 huwde hij met Eleonora de Montmorency in Weert. Zij krijgen een zoon Willem. In 1566 brak de beeldenstorm uit en verving hij Willem de Zwijger, prins van Oranje als gouverneur van Antwerpen.
Net als de graven van Egmont en Horne werd ook Antoon II van Lalaing door de Hertog van Alva gedagvaard om in Brussel voor de Raad van Beroerten te verschijnen. Hoogstraten reisde ook daadwerkelijk af naar Brussel, maar toen hij onderweg vernam dat de beide graven in hechtenis waren genomen, maakte hij rechtsomkeert, nam op zijn kasteel het hoogstnoodzakelijke en vluchtte te paard naar Keulen. De Hertog van Alva verbande Graaf Hoogstraten, de grafelijke bezittingen werden verbeurd verklaard, hij werd beroofd van al zijn rechten en aandelen, en zijn bibliotheek moest naar Madrid worden overgebracht. Antoon II van Lalaing bleef echter resoluut de zijde Willem van Oranje steunen. Bij een legermanoeuvre nabij Tienen waarbij het leger van Willem van Oranje door de Hertog van Alva werd gedwongen tot terugtrekken over de kleine Gete, werd hij getroffen in de voet door een losbranding van zijn eigen pistool en op 11 december 1568 bezweek hij aan zijn verwondingen.

George van Lalaing (ca. 1550 – Groningen 23 juli 1581), beter bekend als graaf van Rennenberg of kortweg Rennenberg , was stadhouder van Friesland, Groningen, Drenthe en Overijssel. Hij was afkomstig uit een Henegouws geslacht van landsbestuurders. Zijn ouders waren Filips van Lalaing, tweede graaf van Hoogstraten en Anna van Rennenberg. In de Nederlandse geschiedenis is hij vooral bekend geworden door zijn zogenaamde verraad.
Op voordracht van Willem van Oranje werd Rennenberg in 1576 benoemd tot stadhouder van de genoemde noordelijke gewesten. Tot dan was Caspar de Robles stadhouder geweest, maar die was door zijn eigen troepen in Groningen gevangen genomen. In zijn instructie werd hem opgedragen een regeling te treffen met het Spaanse garnizoen in Groningen, zodat de stad daarvan bevrijd werd.
Rennenberg probeerde zijn gewesten, binnen het kader van de Pacificatie van Gent, voor het katholieke geloof te behouden. Zijn positie werd vrijwel onmogelijk na het aannemen van de Unie van Utrecht.
Nadat Don Juan van Oostenrijk het Eeuwig Edict niet meer naleefde, werd Rennenberg in 1578 door de Staten-Generaal naar Overijssel gestuurd om enkele steden in te nemen waar Spaansgezinde garnizoenen waren gelegerd. Dit leidde onder meer tot het Beleg van Kampen en het Beleg van Deventer.

Het Verraad van Rennenberg
In de Nederlandse geschiedenis wordt gesproken van het "Verraad van Rennenberg". Rennenbergs situatie was echter wat gecompliceerder dan die van een ordinaire "verrader". Veel katholieken in de Nederlanden hadden aanvankelijk de Pacificatie van Gent van harte ondersteund, in de hoop dat hiermee een verzoening tussen katholiek en protestant kon worden bewerkstelligd. De ervaring was echter dat in veel steden de goed georganiseerde calvinisten hier geen genoegen mee namen. In onder meer Brugge, Gent en Brussel hadden de calvinisten de macht overgenomen en was de positie van de resterende katholieken zeer precair geworden [bron?], in strijd met wat in de Pacificatie was bepaald.
De uiteindelijke keuze van Rennenberg werd mede bepaald door de situatie in de gewesten waar hij stadhouder van was. In Friesland was de positie van Rennenberg als stadhouder afhankelijk van de blokhuizen in Leeuwarden, Harlingen en Stavoren. In januari en februari 1580 werden deze steunpunten door de Staten van Friesland ingenomen en werd Rennenberg onbekwaam verklaard voor het stadhouderschap in Friesland.
In Groningen moest Rennenberg laveren tussen de tegenstrijdige belangen van beide leden van het gewest, de stad en de Ommelanden. Na het onbekwaam verklaren van Rennenberg in Friesland werden zijn troepen onder bevel gesteld van Bartold Entens, een Ommelander jonker en een verklaard tegenstander van de stad Groningen. Rennenberg werd daarmee vrijwel gedwongen zich te verenigen met de stad, en dan met name met de katholieke factie binnen Groningen.
Zijn uiteindelijke keuze, op 3 maart 1580 om over te gaan naar de Spaanse zijde, werd dan ook van harte gesteund door het Groningse stadsbestuur. Het is zelfs de vraag of het Rennenberg was of de Groningse magistraat die de uiteindelijke beslissende stap zette.
Na zijn overgang probeerde Rennenberg diverse steden over te halen om ook voor de Spaanse kant te kiezen, door het sturen van opruiende brieven. Dit had vaak een tegendraads effect. Zo werden in Deventer naar aanleiding van het verraad en de opruiende brieven diverse kerken geplunderd.
Rennenberg zelf werd kort na zijn overgang ernstig ziek. In 1581 overleed hij en werd begraven in de Groningse Martinikerk.


Copyright, This article is licensed under the GNU Free Documentation License. It uses material from the Wikipedia article http://nl.wikipedia.org/wiki/De_Lalaing
Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 204.