kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Fidel Castro

Fidel Alejandro Castro Ruz (Birán, 13 augustus 1926) is de belangrijkste leider van Cuba (zijn officiële ambten zijn President van de Staatsraad en President van de Ministerraad); ook is hij de hoogste militaire bevelhebber waaraan hij de titel Comandante ontleent.

Vanaf de Cubaanse revolutie van 1958-1959 die de toenmalige pro-Amerikaanse overheid en regering van dictator Fulgencio Batista omverwierp, staat hij in dat land aan de macht.

Als belangrijkste historische en politieke leider van de anti-Batistische revolutie van 1959 is hij het marxistisch-leninistische gedachtegoed toegedaan en was hij in dat kader vanaf het begin van de jaren '60 tot aan de ontmanteling ervan begin jaren '90 pro-Sovjetrussisch.

Castro is niet onomstreden, door een deel van de bevolking wordt hij op handen gedragen en beschouwd als de "held van de revolutie" terwijl een ander deel hem verafschuwt en hem als een dictator ziet. Castro heeft een belangrijke of althans inspirerende rol in de geschiedenis van het Amerikaanse continent gespeeld, een rol die zich ook daarbuiten tot op zekere hoogte heeft doen laten gelden.

Van 1959 tot 1976 was hij eerste minister van de republiek Cuba, sinds 2 december 1976 is hij president. Zijn vijf jaar jongere broer Raúl Castro wordt als zijn belangrijkste opvolger beschouwd. Na een zware operatie van Castro heeft deze sinds 31 juli 2006 tijdelijk de macht in handen gekregen.

Jeugd en juridische carrière
Castro werd geboren in de Cubaanse provincie Oriente, tegenwoordig onderdeel van de provincie Holguín, op een suikerplantage als zoon van een welgestelde boer. Hij was het derde kind van Ángel Castro y Argiz, een Spaanse immigrant die door hard werken rijkdom in de suikerindustrie had verworven en Lina Ruz González, een bediende. Hij heeft twee broers, Ramón en Raúl en drie zusters: Angela, Juanita en Emma.
Hij kreeg zijn opleiding aan jezuïetenscholen, waaronder het Colegio Belen in Havana. In 1945 ging hij rechten studeren aan de universiteit van Havana, waar hij in 1950 afstudeerde.
Tussen 1950 en 1952 werkte hij op een klein advocatenkantoor. Het was zijn bedoeling om voor de Ortodoxy-partij mee te doen aan de parlementsverkiezingen van 1952, maar die werden afgelast na de geslaagde staatsgreep van generaal Fulgencio Batista tegen de regering van Carlos Prío Socarrás. Castro daagde Batista voor de rechter vanwege schending van de grondwet, maar dit liep op niets uit.

Machtsovername
Daarop organiseerde Castro een gewapende aanval op de Moncadakazerne in Santiago de Cuba, de 2° grootste stad van Cuba en de provinciehoofdplaats van Oriente, op 26 juli 1953. Meer dan tachtig van zijn mannen kwamen om het leven en hijzelf werd gevangengenomen. Een rechtbank veroordeelde hem tot vijftien jaar cel. Onderdeel van zijn slotpleidooi was "La historia me absolverá" ("De geschiedenis zal mij vrijspreken"), een speech waarin hij zijn daden verdedigde en zijn politieke standpunten uitlegde. Als gevolg van een generaal pardon kwam hij in mei 1955 vrij, waarna hij in ballingschap ging in Mexico en de Verenigde Staten.

Samen met een aantal andere ballingen vormde hij de Revolutionaire Beweging van de 26ste juli en keerde hij terug naar Cuba. Bij de eerste aanval, op 2 december 1956 in Oriente, overleefden slechts twaalf van de tachtig, onder wie zijn broer Raúl Castro, Che Guevara en Camilo Cienfuegos. Ze trokken zich terug in de bergen van de Sierra Maestra, van waaruit ze een guerrillaoorlog begonnen tegen het bewind. De beweging kreeg steun onder de bevolking en breidde zich uit tot zo'n 800 man. Hoewel numeriek zwaar in de minderheid behaalde zij een aantal indrukwekkende overwinningen, gedeeltelijk omdat soldaten van Batista zich vaak massaal overgaven of deserteerden. Op 1 januari 1959 ontvluchtte Batista Cuba en nam de beweging Havana in. Castro werd op 16 februari 1959 premier van Cuba en op 3 december 1976 president.

Inval bij de Varkensbaai
Op 17 april 1961 bevorderde en steunde de CIA de invasie van 1300 à 1400 Cubaanse ballingen op Bahía Cochinos (Varkensbaai). Deze invasie wordt dan ook de invasie in de Varkensbaai genoemd.
Deze invasie had het doel het socialistische bewind onder Fidel Castro omver te werpen, en een volksopstand tegen Castro te beginnen. De strijd werd al na drie dagen beslist in het voordeel van de Cubaanse staat. De ballingen leden een zware nederlaag: van het 1300 man sterke invasieleger werden er 90 gedood en 1189 gevangen genomen.
Twee schepen van de Amerikaanse Marine werden door de Cubaanse luchtmacht tot zinken gebracht, en negen ballingen werden ter plekke terechtgesteld. Castro, persoonlijk aanwezig op het slagveld, verwerft extra aanzien onder de Cubanen.

Cubacrisis
De spanningen tussen Castro en de Verenigde Staten liepen hoog op tijdens de Cubaanse raketcrisis van 1962, die de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie bijna tot een confrontatie brachten. Chroesjtsjov kwam op het idee raketten in Cuba te plaatsen als afschrikking tegen een nieuwe invasie van de Verenigde Staten. Dit zou een gepaste reactie zijn op het plaatsen van Amerikaanse raketten in Turkije.
Na overleg met zijn militaire adviseurs, kwam een Cubaanse delegatie samen. De commissie kwam overeen om Sovjet R-12 MRBM-raketten op Cubaans grondgebied op te stellen.

Op 15 oktober 1962 werd de bouw hiervan opgemerkt door Amerikaanse Lockheed U2 verkenningvliegtuigen. De overheid van de Verenigde Staten beschouwde de installatie van Sovjetkernwapens 90 mijl ten zuiden van Amerika als een "agressieve handeling" en een bedreiging voor de veiligheid van de Verenigde Staten. Op 22 oktober 1962 kwam de zogeheten Cubacrisis in volle openbaarheid toen president John F. Kennedy van de Verenigde Staten een felle rede hield waarin hij de ontmanteling eiste van alle Sovjetraketbases op Cuba en een blokkade aankondigde op militaire goederen naar dit eiland.
In een persoonlijke brief aan Chroesjtsjov op 27 oktober 1962, spoorde Castro Chroesjtsjov aan bij een invasie van Cuba als eerste kernwapens te gebruiken. Dit werd door Chroesjtsjov verworpen, maar toch waren Sovjetbevelhebbers in Cuba gemachtigd om tactische kernwapens te gebruiken.

Zondag 28 oktober bleek een keerpunt in de crisis, toen Radio Moskou bekendmaakte dat de Sovjet-Unie gevolg zou geven aan de eis van de Verenigde Staten. Deze toegeving kwam er na een lange briefwisseling tussen Chroesjtsjov en Kennedy, waarin niet enkel tot de vernietiging van de raketbasis in Cuba werd besloten, maar ook de terugtrekking van de raketten gericht op de SU in Italië, Turkije en Groot-Brittannië. Achteraf bleek deze week het gevaarlijkste moment te zijn geweest in de Koude Oorlog: de dreiging van een atoomoorlog was toen zeer reëel; beide leiders zaten met hun vinger aan de knop.

Kritiek op de Verenigde Staten
Castro levert geregeld kritiek tegen de Amerikaanse politiek, zoals het embargo tegen Cuba en de vele bemoeienissen van de V.S. met de politiek (inclusief de vele invasies) van Latijns-Amerikaanse landen. Verder is hij tegen het innemen van de Cubaanse economie door Amerikaanse multinationals, tegen de in zijn ogen belabberde gezondheidszorg, en het feit dat Cubaanse ballingen in Amerika niet het recht hebben hun familieleden in Cuba te bezoeken.

Koude Oorlog
Tijdens de Koude Oorlog werden vele geheime en dodelijke aanvallen tegen Cuba uitgevoerd, om zo het land (en zijn regering) te verzwakken. In 1971 importeerden anticastristen financieel gesteund door de CIA, een varkensgriepvirus in Cuba binnen[2]. De helft van de Cubaanse varkensstapel moest ingeënt worden om de ziekte te beperken. In 1981 doodde een epidemie van dengue 188 personen. Na een internationaal onderzoek bleek dat de ziekte door de Amerikanen was veroorzaakt.
De Cubacrisis van oktober 1962 liep goed af, maar in de jaren daarna ondersteunde de CIA niettemin meerdere plannen om Castro te liquideren. Paus Johannes XXIII excommuniceerde Castro op 3 januari 1962, in de ijdele hoop de katholieke Cubanen tegen hem op te zetten. Castro zelf had het katholicisme al eerder afgezworen. De Cubaanse regering nationaliseerde bedrijven, confisqueerde bezittingen van buitenlanders en vaardigde wetten uit die de arbeiders steunden. Vele Cubanen ontvluchtten hun land, onder meer naar Miami.

Machtsoverdracht
Op 1 augustus 2006 werd bekendgemaakt dat Castro zijn bevoegdheden tijdelijk aan zijn halfbroer Raúl heeft overgedragen. Castro leed aan inwendige bloedingen en is aan zijn darmen geopereerd. Het is de eerste keer dat hij de leiding van het land aan een ander toevertrouwt. De vijf jaar jongere Raúl Castro is zijn beoogde opvolger.
Op 15 augustus worden beelden getoond waarbij Castro al aan de beterende hand is; hij krijgt een schilderij aangeboden en Chávez zit aan zijn ziekbed, terwijl Castro vertellende is. Castro laat op 20 januari 2007 aan de Venezolaanse president Hugo Chávez, zijn naaste bondgenoot, de boodschap overbrengen dat hij voor zijn leven vecht.

Cubaanse tegenstanders
Sinds het bewind van Castro hebben ongeveer één miljoen Cubanen hun land verlaten, en dit om politieke of economische redenen. Velen hiervan bevinden zich nu in Miami ("Klein Havana"). Deze economisch sterke groep is een belangrijke Amerikaanse lobbygroep, die invloed uitoefent op de Cubaans-Amerikaanse relaties. Vanop het eiland Bermuda ondersteunt ook de rumproducent Bacardí allerlei acties tegen het Cubaanse bewind. Het familiebedrijf zou onder meer onrechtstreeks financiële steun hebben verleend aan de totstandkoming van de Wet Helms-Burton uit 1996, die de voortzetting van het embargo van de Verenigde Staten tegen Cuba regelt.

Persoonlijke rijkdom
In 2003 schatte het Amerikaanse tijdschrijft Forbes het fortuin van Castro op "minstens 110 miljoen dollar". In 2004 werd het op 150 miljoen geschat, in 2005 550 miljoen dollar[5], en voor 2006 werd het reeds op 900 miljoen dollar geschat, hoewel die cijfers in twijfel worden getrokken mede als gevolg van de vele aannames waarop de berekeningen gebaseerd zijn. Fidel Castro zelf heeft gezegd dat hij per direct zal aftreden als Forbes één enkele dollar van dat "fortuin" kan bewijzen.

Huwelijk, scheiding en kinderen
Op 12 oktober 1948 trouwde Castro met zijn eerste vrouw Mirta Diaz-Balart, zij kregen een zoon, Fidelito, in 1949. Slechts 6 jaar later, in 1955, scheidde Castro van Diaz-Balart. Tegenwoordig woont Diaz-Balart in Madrid en ze is hertrouwd.
In de jaren daarna heeft Castro zeven kinderen verwekt bij drie andere vrouwen. Dalia Soto del Valle, een minnares van Castro, baarde vijf zonen: Antonio, Alejandro, Angel, Alexis en Alex. Een andere zoon, Jorge Angel Castro, is geboren in de jaren '50, zijn moeder is onbekend.
Zijn enige dochter, Alina Fernández Revuelta, is ook in de jaren vijftig geboren, haar moeder is Natalia Revuelta. Met haar heeft Castro tijdens zijn eerste huwelijk een affaire gehad. Vermomd als een Spaanse toeriste ontvluchtte deze dochter in 1993 Cuba en vroeg politiek asiel aan in de Verenigde Staten. Zij is een fel tegenstandster van haar vader en het door hem geleide bewind.

Trivia
Castro is ook een Esperantist. "Ik beschouw mijzelf als een soldaat voor het Esperanto. Het is niet belangrijk dat je maar een kleine groep hebt, je idee zal slagen. Het zal slagen omdat het juist is. Elk land heeft haar eigen taal, de mensheid heeft haar eigen; Esperanto." (Uitspraak afkomstig van Castro tijdens het 75ste Wereld-Esperantocongres in Havana in 1990)


Copyright, This article is licensed under the GNU Free Documentation License. It uses material from the Wikipedia article http://nl.wikipedia.org/wiki/Fidel_Castro
Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 1020.