kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 13-01-2016 voor het laatst bewerkt.

Filistijnen

De Filistijnen waren in het 2e millennium v. Chr. een zeevarend volk dat op de kuststrook van Kanaän leefde, met sterke banden met het Minoïsch Kreta. Hun religie was dan ook een Moedergodincultus rond de Slangengodin gecentreerd. In latere tijden verschoof het zwaartepunt van de eredienst naar die van de oorlogsgod Dagon. De Palestijnen beschouwen zich als afstammelingen van dit volk.

Oorsprong
De Filistijnen worden een zogenaamd zeevolk genoemd omdat zij van het gebied van de Egeïsche Zee afkomstig waren en zich van daaruit in de laatste eeuwen van het tweede millennium voor Christus hadden gevestigd in het zuidelijke deel van de kuststrook van het toenmalige Kanaän, het latere Israël en Palestina. De door hen druk bewoonde kuststrook liep ongeveer van de stad Gaza tot de stad Askelon.

Waar de Filistijnen oorspronkelijk vandaan komen, daarover zijn historici het niet eens. De meeste stemmen gelden Griekenland (Cyprus of Kreta). Hier is archeologisch (opgravingen) en Bijbelsbewijs voor. Zo zouden de Filistijnen volgens het Oude Testament uit Kafthor komen, het oud-hebreeuwse woord voor 'Kreta', dat in het Egyptisch Keftiu heette. Ook architectuur, aardewerk, wapens en wapenuitrusting wijzen in de richting van Cyprus of Kreta. Sommigen vermoeden dat het Griekse strijders waren, op drift na de val van Troje, waarna ze over zee Egypte en Judea bereikten. Maar anderen beschouwen de "zeevolken" als handelaren, die goederen en personen van de ene naar de andere haven in de Middellandse Zee brachten, en tot zelfs ver daarbuiten. Zo zouden zij bijvoorbeeld Cádiz en zelfs het zuiden van Engeland hebben aangedaan, lang voor de Romeinen daar voet aan wal zetten.

Hoewel hun belangrijkste migratiegolf naar Kanaän omstreeks 1200 v. Chr. schijnt te hebben plaatsgehad, worden de Filistijnen door de Bijbel eveneens in de tijd van Abraham (rond 2000 v. Chr.) geplaatst maar dan is er vermoedelijk alleen sprake van individuele bezoekers in Kanaan. Bepaalde auteurs brengen de Filistijnen daarom in verband met de voor-Griekse Pelasgen, die in Griekenland woonden voor de Indo-Europese invasies. Ook een verbinding met de Minoers die in Abrahams tijd het belangrijkste zeevarende volk waren lijkt niet uitgesloten. In de periode van hun belangrijkste migratie vestigden zij zich vooral in het zuidwesten van Kanaän, een gebied dat als Filistia bekend zou worden, en waarvan de huidige naam Palestina komt.

De Filistijnen komen in het Oude Testament vaak voor in de periode van de bijbelboeken Richteren en Koningen, tussen de richter Jefta en de regering van Koning David. Ze bedreigden, aldus deze bron, het zuiden van Israël en onderdrukten het volk Israël vooral in de tijd van de richters Simson en Samuël.

Inscripties van 1900 v. Chr., geschreven in wat lijkt op Proto-Sinaïtisch, zijn gevonden in boven-Egypte, en lokale Egyptische teksten spreken over het bestaan van Semitisch sprekende mensen in Egypte. De 'Sherden' ("volken uit het groen") leefden in de Nijldelta en waren vaak uit Azië afkomstig. Ook de 'Peleset' die er ooit door de farao werden verslagen, maar dan als huurlingen in dienst genomen, werden in Palestina als Egyptische voorpost gevestigd. Zij kenden de smeedkunst in ijzer. Ze bouwden steden groter dan de Kanaänitische, met centrale gebouwen. De vierkante ruimte met haard en vier zuilen verraadt een Myceense stijl.

Cultuur
Op basis van de herkomst van hun voorouders uit Minoïsch Kreta of om reden dat aanvankelijk overal in het Middellandse Zee gebied de Moedergodin werd vereerd kan men stellen dat dit gedurende lange tijd eveneens voor de Filistijnen gold.

In Beth Shan (Kanaän) stond inderdaad een Filistijnse tempel gewijd aan Ashtoreth, waar onder meer een slangenkoker werd opgegraven samen met ' Astarteplaketjes ' die allemaal een priesteres met slang rond de nek afbeelden. Dit zou wijzen op de oeroude cultus van de Slangengodin (Moedergodincultus) die door hen werd beleden zoals die voor de Indo-Europese invasies overal rond de Middellandse zee gangbaar was. De cultus van de Slangengodin gold evenzeer in het Minoïsche Kreta als in Delphi, en ook in Egypte, waar de uraeus cobra de voorhoofden van godheden en farao's sierde. Het was een teken van diepe verbondenheid met de scheppende kracht van de kosmos en duidde op profetische kennis en wijsheid. De Godin Isis-Hathor, wier verering die van Ua Zit, de Cobragodin van Egypte was, bleek ook in delen van de Sinaï en Kanaän welgevestigd. Er waren al tijdens de Tweede Dynastie zeehavens of zelfs kolonies van Egypte, waar deze cultus uiteraard ook leefde. Verbanden komen ook aan het licht door de naamverwantschap van de Godin. In Egypte was de Kanaänietische Ashtoreth bekend als Asit, (verwant aan Ua Zit of Au Set dat later Isis werd). In delen van Arabië was de naam Umm Attar, Moeder Attar gangbaar, verwant aan de naam Hathor en aan Attoret, de Kanaänitische naam voor Ashtoreth.

Een ander stuk dat in Beth Shan werd gevonden beeldde de Godin of opperpriesteres uit het raam van een heiligdom leunend af, met een slang die vanuit een dieper gelegen ruimte tevoorschijn komt. Nog een interessante ontdekking in deze tempel was een terracottaslang met vrouwenborsten, symbool van de wijze vrouwelijke scheppingskracht uit de oertijd. De Bijbel vertelt dat het in dit Huis van Ashtoreth in Beth Shan was dat de Filistijnen triomfantelijk de wapenrusting van de verslagen Hebreeuwse koning Saul tentoonstelden (I Sam. 31:10).

Ook Byblos was een havenplaats die met Egypte was verbonden. De tempel daar stond op fundamenten van voor 2800 v. Chr. en ook deze Kanaänitische stad vereerde de godin Hathor wier vertegenwoordigende priesteres de titel Baälat droeg, dat wil zeggen vrouwelijke godheid of heerseres (Baäl betekent in het Kanaänitisch Heerser of God, en de uitgang .t dient voor vrouwelijke woorden).

In Beth Shemesh werden kruiken met slangen opgegraven samen met een figuur van de Godin met een slang die over haar schouder neerdaalde. In Taänach zijn slangenhoofden gevonden samen met een klein figuurtje dat een slang vasthield. Daar was ook een bronzen figuur van Ashtoreth met de inscriptie dat de Godin orakels gaf door met de vinger te wijzen. En in Tel Beit Mersim, een ander Filistijns bolwerk, waren er veel Astarteplaketten, waaronder er een waar een slang rond de Godin kronkelt. Het stuk is zwaar verminkt, maar de slang is duidelijk zichtbaar. Daar is ook een zuil gevonden in een laag uit ongeveer 1600 v. Chr., gebeeldhouwd met de voorstelling van een Godin met haar slang kronkelend rond het lichaam. Zij dateert uit ongeveer dezelfde tijd als de aardewerk figuur van de Slangengodin die in de tempelschatkamers van Knossos werd gevonden, aldus Hutchinson, die daaruit concludeert dat "een soortgelijke Slangengodin schijnt in het Bronstijdperk in Palestina vereerd te zijn".

Geleidelijk zou onder invloed van de omstandigheden het zwaartepunt van de Moedergodincultus zijn verlegd naar die van de god Dagon als hoofdgod in de steden Azotus, Gaza, en Ashkelon. Dagon was een oorlogsgod aan wie verschillende soorten offers werden gebracht om hem gunstig te stemmen. Dagon werd ook buiten de confederatie van de Filistijnse stadsstaten vereerd, zoals in de Fenicische stad Arvad. De eredienst liep minstens nog tot in de 2e eeuw v. Chr. toen de tempel van Azotus werd vernield.

Geschiedenis
Uit het Oude Testament kennen we de Filistijnen als vechtersbazen, bij de Israëlieten waren ze berucht vanwege hun vele invallen in het Judese land (Judea). De belangrijkste oorzaak van hun talrijke overwinningen was de kwaliteit van hun wapens. De Israëlieten en Egyptenaren vochten met bronzen wapens, de Filistijnen beschikten over ijzeren wapens. Pas tijdens de regering van Saul (einde 11e eeuw v. Chr.) wisselen de kansen, als ook de Israëlieten de beschikking over ijzer krijgen. Maar de Hebreeuwse koning Saul werd verslagen en de Filistijnen stelden zijn wapenrusting tentoon in de tempel van Beth Shan. De Filistijnen worden pas teruggedrongen onder het koningschap van David. David (een Jood) verslaat de reus Goliath (Filistijn) met een simpele slinger. Als David koning is, worden de Filistijnen teruggedrongen en wordt zelfs een deel van hun grondgebied veroverd. Vanaf dat moment spelen de Filistijnen een marginale rol.

Nadat de Filistijnen onder Koning David rond 1000 v Chr. verslagen zijn, vormen de gebieden Juda, Samaria en Galilea samen het koninkrijk Israël dat echter spoedig uiteenvalt in Israël en Juda. Na een paar eeuwen zelfstandigheid wordt het gebied overgenomen door achtereenvolgens Assyrie, Babylon, Perzie en de Grieken. Vervolgens rond de eerste eeuw voor Christus trekken de Romeinen het land binnen. Na de verwoesting van de belangrijke Joodse tempel door de Romeinen in 70 n. Chr. moeten de Judeërs vluchten. Ze zwerven uit over de hele wereld - dit staat bekend als de diaspora. De Romeinen laten de Filistijnen - die ook nog in het gebied wonen - met rust. Zij blijven in Palestina wonen. De Filistijnen hebben echter nooit meer zelf over hun eigen land kunnen regeren. De Romeinen, na 395 spreekt men van Byzantijnen, blijven tot de 7de eeuw. Daarna maakt Palestina tot 1517 deel uit van verschillende arabisch-islamitische rijken, met een korte onderbreking door de kruistochten, waarna de Ottomanen -de huidige Turken- de macht overnemen. Palestina blijft een provincie van het Ottomaanse Rijk tot het einde van de Eerste Wereldoorlog. Daarna komt Palestina onder mandaat van het Verenigd Koninkrijk, waarna het land in 1948 wordt verdeeld tussen de Palestijnen en de Joden.

Waar bleven de Filistijnen?
De Palestijnen menen dat zij de nakomelingen van de Filistijnen zijn, de in 2004 overleden Palestijnse leider Yasser Arafat heeft dit zelfs expliciet gezegd, hij sprak altijd over 'mijn Filistijnse volk'. De woorden Palestijn en Filistijn zijn ook sterk met elkaar verwant. Of de Palestijnen inderdaad afstammelingen zijn van de Filistijnen? Dat lijkt niet erg waarschijnlijk. Er wordt al eeuwen niet meer over de Filistijnen gerept, bovendien zou dat betekenen dat de Palestijnen geen Arabieren maar 'Grieken' zijn! Het waarschijnlijkst is dat de oorspronkelijke Filistijnen al lang geleden geassimileerd zijn in de volken die voortdurend Palestina binnenvielen. Men kan veilig aannemen dat de huidige Palestijnen grotendeels Arabisch-Egyptisch zijn (Arafat was zelf in Egypte geboren) met kleinere bijdragen van Feniciers, Grieken, Romeinen, Armeniers, Joden en veel andere volken en ook eventueel nog een heel klein beetje Filistijnse inbreng.


Copyright, This article is licensed under the GNU Free Documentation License. It uses material from the Wikipedia article http://nl.wikipedia.org/wiki/Filistijnen.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 391.