kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 29 11 2016 17:21 voor het laatst bewerkt.

Francis Fukuyama

Yoshihiro Francis Fukuyama (Chicago, 27 oktober 1952) is een Amerikaanse socioloog, politicoloog en filosoof. Zijn bekendste werken zijn The End of History and the Last Man (1992) en The Great Disruption (1996).

Fukuyama is een van de oprichters van het Project for the New American Century, een groep die tot doel heeft om de waarden van het (neoconservatieve) gedachtegoed van de Verenigde Staten te verbreiden over de gehele wereld, en werd daarom tot de neoconservatieven gerekend. De Amerikaanse invasie van Irak in 2003 keurt hij echter af en over de neoconservatieven spreekt hij inmiddels in de derde persoon. In een interview met de VPRO zei hij dat als hij zelf de "Marx" van deze beweging is, dat de regering-Bush dan "leninistisch" bezig is.

Fukuyama probeert de verschillende vormen van kritiek te weerleggen die filosofen als Nietzsche, Marx en Rousseau hebben geuit op de liberale vrije-markt-democratie.Hij baseert zich daarbij op de ideeën van de filosoof Alexandre Kojève die, in tegenstelling tot Karl Popper, Hegel juist als een voorstander van de liberale (open) samenleving zag.

Het einde van de geschiedenis en de laatste mens
In zijn bekendste boek The End of history and the Last Man (Het einde van de geschiedenis en de laatste mens) uit 1992 verdedigt Fukuyama de stelling dat het einde van de Koude Oorlog meteen ook het einde van de menselijke geschiedenis markeert: 'De gebeurtenissen waarvan we getuigen zijn, betreffen niet enkel het einde van de Koude Oorlog, of het voorbijgaan van een specifiek tijdperk uit de naoorlogse geschiedenis, maar het einde van de geschiedenis als dusdanig: namelijk, het eindpunt van de ideologische evolutie van de mensheid en de universalisering van de Westerse liberale democratie als de uiteindelijke vorm van menselijk bestuur.' Het bouwt voort op diens essay "The End of History?" dat in 1989 gepubliceerd werd in The National Interest, een tijdschrift voor internationale aangelegenheden.

Fukuyama beweert niet dat op een gegeven punt in de toekomst het voorkomen van gebeurtenissen zal stoppen. Wat hij wel verdedigt is de stelling dat in de toekomst de democratie steeds meer dominant zal worden. Ook wanneer het totalitarisme zou terugkomen, zou dit slechts een tijdelijke stap terug zijn, waarna de evolutie in de richting van de democratie zal voortgaan.

De stelling van Fukuyama bestaat uit drie centrale elementen.
1. Het eerste element is een empirisch argument. Fukuyama toont aan dat sinds het begin van de 19e eeuw de democratie van slechts één bestuurssysteem tussen vele, is uitgegroeid totdat in het heden de meerderheid van de regeringen in de wereld 'democratisch' genoemd kunnen worden. Hij wijst er daarnaast op dat de belangrijkste alternatieven voor de democratie, die hij ziet als diverse vormen van dictaturen, in het recente verleden in diskrediet zijn gebracht. Volgens Fukuyama heeft de democratie zich sinds de Franse Revolutie herhaaldelijk bewezen als een fundamenteel beter systeem dan eender welk van de alternatieven en dit zowel op moreel, politiek en economisch vlak.
2. Het tweede element is een filosofisch argument, dat door Fukuyama ontleend wordt aan G.W.F. Hegel. Kort samengevat ziet Fukuyama de geschiedenis als een dialectisch proces tussen twee klassen, naar analogie van de dialectiek van heer en slaaf. Uiteindelijk moeten de these, in casu de meester, en de antithese, in casu de slaaf, samenkomen in een synthese, waarbij de beide klassen erin slagen om samen te leven. Dit kan volgens Fukuyama enkel gerealiseerd worden in een democratie.
3. Ten slotte argumenteert Fukuyama ook dat omwille van diverse redenen het radicale socialisme of communisme niet gemakkelijk in overeenstemming te brengen is met de representatieve democratie. Bijgevolg is het zeer aannemelijk dat democratieën zich in de toekomst allen zullen beroepen op een vorm van de markt en dat de meeste daarvan waarschijnlijk kapitalistisch of sociaaldemocratisch zullen zijn.

Fukuyama baseerde zich in zijn boek voor een belangrijk deel op ideeën die Alexandre Kojève in de jaren 1930 en 1940 formuleerde. Deze Frans-Russische filosoof kwam met een zeer eigenzinnige, maar in Frankrijk echter zeer invloedrijke duiding van de filosofie van de Duitse filosoof Georg Wilhelm Friedrich Hegel. Hegels geschiedsfilosofie leidt daadwerkelijk tot een eind in de zin van een laatste synthese, wanneer er op wereldpolitiek niveau geen tegenstellingen meer zouden bestaan.

Kritieken op de stelling van Fukuyama

. Sommige radicale libertariërs, waaronder Hans-Hermann Hoppe in diens boek Democracy: the god that failed, stellen dat de democratie gefaald is in het naleven van de klassiek liberale traditie, door individuele rechten ondergeschikt te maken aan het algemeen belang.
. Sommige critici werpen op dat moslimfundamentalisme in de 21e eeuw een gelijkaardige plaats inneemt ten aanzien van de democratie als bijvoorbeeld het stalinisme en fascisme in de 20e eeuw deden, namelijk als een fundamenteel intellectueel alternatief.
. Het marxisme geeft een andere filosofie van het einde van de geschiedenis. Bijgevolg behoren de hedendaagse marxisten tot de strengste critici van Fukuyama. Enerzijds wijzen de marxisten op een aantal onmiskenbare feiten, zoals het gegeven dat ook in kapitalistische democratieën armoede en etnische spanningen voorkomen. Daarnaast verwerpen de marxisten ook de invloeden van Hegel in het denken van Fukuyama. Volgens hen was de filosofie van Hegel deficiënt vooraleer Marx de theorie omkeerde om ze om te vormen tot het historisch materialisme. Fukuyama stelt dat, ondanks het voorkomen van armoede, racisme en seksisme in hedendaagse democratieën, er geen tekenen zijn dat er zich geen revolutionaire beweging ontwikkelt die het kapitalisme omver zou kunnen werpen. Of een dergelijke beweging in de nabije toekomst zou kunnen ontstaan, blijft onduidelijk. Hoewel de marxisten het niet eens zijn met Fukuyama's stelling dat de kapitalistische democratie het einde van de geschiedenis vormt, zijn zij het er wel mee eens dat het einde van de geschiedenis ligt in de democratie, namelijk het communisme, dat volgens de marxisten noodzakelijk een vorm van directe democratie impliceert.
. Ook ecologisten uiten kritiek op de stelling van Fukuyama. Zij stellen dat de ongebreidelde groei van kapitalistische economieën in conflict zal komen met de schaarste van de grondstofvoorraden. Om dit probleem op te lossen, zou een radicale sociaal-economische verandering nodig zijn in de ontwikkelde wereld.
. Jacques Derrida bekritiseert Fukuyama in Spectres de Marx (1993) als een "late lezer" van Alexandre Kojève, die in de jaren 50 de Amerikaanse samenleving beschreef als de "realisatie van het communisme". Volgens Derrida is Fukuyama - samen met de snelle bekendheid van zijn boek - een symptoom van de angst opgewekt door de "spoken van Marx". Fukuyama's loftuitingen op de liberale hegemonie worden door Derrida als volgt bekritiseerd: 'Het moet uitgeschreeuwd worden, in een tijd waar sommigen de moed hebben over te gaan tot het 'neo-evangeliseren' in naam van het ideaal van de liberale democratie dat zichzelf eindelijk gerealiseerd heeft als het ideaal van de menselijke geschiedenis: Nooit eerder in de geschiedenis van de aarde en de mensheid hebben geweld, ongelijkheid, uitsluiting, hongersnood en dus ook economische onderdrukking zoveel menselijke wezens getroffen. In plaats van het bezingen van de komst van het ideaal van de liberale democratie en van de kapitalistische markt in de euforie van het einde van de geschiedenis, in plaats van het vieren van het 'einde van de ideologieën' en het einde van de grote emancipatorische discoursen, laat ons nooit het macroscopische feit negeren, dat uitgemaakt wordt door onnoemelijk veel enkelvoudige situaties van lijden: Geen enkel niveau van vooruitgang staat ons toe te negeren dat nooit eerder op aarde, in absolute cijfers, zoveel mannen, vrouwen en kinderen onderworpen werden, verhongerden of uitgeroeid werden.'

Fukuyama's stelling versus het historisch materialisme van Karl Marx
De stelling dat het einde van de Koude Oorlog meteen ook het einde van de vooruitgang van de menselijke geschiedenis markeert staat tegenover de het historisch materialisme, de filosofie van de geschiedenis die verdedigd werd door Karl Marx. Het "einde van de geschiedenis" zoals die door Marx verdedigd werd, is een tijd waarin klasseverschillen niet langer voorkomen, waarbij hij uitgaat van de overtuiging dat deze onderscheidingen de oorzaak zijn geweest van de evolutie binnen elke bestaande samenlevingen tot nu toe. Hij noemt deze eindpositie van klasseloosheid, die onvermijdelijk zal gerealiseerd worden (hoewel hij nooit precies aangeeft wanneer dit het geval zal zijn) het 'communisme'.

De stelling van Fukuyama die geponeerd wordt aan het einde van de Koude Oorlog, bevat een duidelijke verwijzing naar de historische dialectiek van Marx. Fukuyama zelf keert terug naar het werk van de oorspronkelijke bron van de dialectiek van Marx, namelijk dat van Hegel (en in het bijzonder de interpretatie van diens werk door de Franse denker Alexandre Kojève) door te argumenteren dat er een historische vooruitgang heeft bestaan, die geleid heeft naar de ontwikkeling van een seculiere, vrije markt-democratie. Fukuyama lijkt deze oriëntering naar het werk van Kojève te hebben overgenomen van de vooraanstaande Straussiaans geïnspireerde politiek-filosoof Allan Bloom, waarbij Fukuyama in opleiding is geweest.

Artikelen waaruit bovenstaand artikel is samengesteld:
https://nl.wikipedia.org/wiki/Het_einde_van_de_geschiedenis_en_de_laatste_mens





Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 4897.

Tweets by kunstbus