kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 13-01-2016 voor het laatst bewerkt.

franciscanen

Franciscus / franciscanen

De franciscanen of minderbroeders (Ordo Fratrum Minorum, O.F.M.) vormen een kloosterorde, bestaande uit volgelingen van Franciscus van Assisi. Franciscus kwam uit Umbrië (Italië) en samen met zijn metgezellen schonk hij al zijn bezittingen aan de armen om zelf in pure armoede verder te leven. De franciscanen behoren tot de bedelorden. Zo probeerden zij Christus na te volgen.

Franciscus van Assisi

Franciscus van Assisi (Assisi (Umbrië), 1181 - aldaar, 4 oktober 1226) leefde als religieus, werd de stichter van de kloosterorde van de Franciscanen of Minderbroeders, en werd heilig verklaard door paus Gregorius IX op 16 juli 1228.

Jeugd
In 1181 wordt Franciscus in Assisi geboren. Zijn vader Petrus van Bernardone is een lakenkoopman en op het moment van zijn geboorte is de vader voor zaken in Frankrijk. Zijn moeder geeft hem de naam Johannes. Zijn vader geeft hem bij thuiskomst de naam Francesco, Fransman. In zijn jeugdjaren leefde hij -volgens zijn eerste biograaf Thomas van Celano- als een wildebras. Die stelde dat zo voor om het contrast bij zijn bekering beter uit te laten komen. Waarschijnlijk was Franciscus echter ook in zijn jeugd al een creatief en fijngevoelig mens. Hij wijdde zich aan de liefde, streefde naar de ridderslag en gedroeg zich bij tijd en wijle als minnezanger of troubadour.

Vrouwe Armoede
Na een veldslag tussen zijn geboorteplaats Assisi en de stad Perugia in 1202 werd hij gevangengezet. Franciscus' vader koopt hem vrij in 2003 en lange tijd ligt hij ziek thuis. Weer aan de beterende hand werd Franciscus bijzonder getroffen door het leed van de melaatsen, die in zijn tijd volledig uit de samenleving werden verstoten. Volgens zijn Testament bracht de Heer hem in hun midden en bewees hij hun barmhartigheid. Naar aanleiding daarvan bekeerde hij zich tot een leven van armoede, gebed en dienstbaarheid aan de armen, ontevreden over de leegheid van zijn leven. Later, in 1205, kreeg hij een visioen in het kerkje van San Damiano. Hij wist zich aangesproken door de daar afgebeelde Gekruisigde: 'Franciscus, ga en herstel mijn huis'. Hij trok zich als een kluizenaar terug in de eenzaamheid en wijdde zich aan de melaatsen, het herstellen van kerkjes en aan het gebed. Zelf wilde hij de allerarmste zijn, en hij bedelde zijn dagelijks voedsel bij elkaar, daarvan delend met anderen die nog minder hadden dan hij. Vanaf dat moment werd zijn enige geliefde 'Vrouwe Armoede'.

Zijn vader, die van mening was dat zijn zoon tot de rang van dorpsgek vervallen was, probeerde hem met dreiging en verleiding terug te laten keren naar een werelds leven. Uiteindelijk legde Franciscus in de lente van 1205 tijdens een scène op het plein bij de bisschop zijn kleren aan de voeten van zijn vader (die ze immers betaald had), en wijdde zich toe aan God met de woorden: "Nu kan ik werkelijk zeggen: Onze Vader in de hemel", waarop de bisschop zijn mantel om hem heen sloeg.

Als Bernardus van Quintavalle en Petrus Cattani zich in 1208 bij Franciscus willen aansluiten, raadplegen zij met zijn drieën het evangelieboek van de kerk van Sint Nicolaas om te ontdekken hoe hun leven eruit moet zien. Zij stuiten daarbij op drie teksten:
. "Als je onverdeeld goed wilt zijn: ga alles verkopen wat je hebt en geef het aan de armen en je zult een schat in de hemel hebben. Kom dan om mij te volgen." (Mt 19,21)
. "Neem niets mee voor onderweg, geen stok, geen reistas, geen brood en geen geld, en ook geen extra kleren." (Lc 9,3)
. "Wie achter mij aan wil komen, moet zichzelf verloochenen en dagelijks zijn kruis opnemen en mij volgen."

Dat is wat zij vervolgens naar vermogen doen, en daarmee is de franciscaanse beweging begonnen.

In hetzelfde jaar 1208 gaf de abt van het Benedictusklooster op de Monte Subasio het kerkje van Portiuncula in het dal bij Assisi in bruikleen aan Franciscus om het tot het centrum van zijn nieuwe beweging te maken.

1209 Hij hoort het Evangelie van de uitzending van de apostelen en herkent hierin het levensprogramma waarnaar hij op zoek was
1210 Paus Innocentius geeft Franciscus en zijn eerste elf gezellen mondeling toestemming te leven volgens het evangelie

De eerste versie van de regel van de minderbroeders, waarmee Franciscus met zijn eerste elf broeders naar Rome trok om bij de paus goedkeuring te vragen en die ook mondeling te ontvangen, stamt uit 1209. Deze regel ontwikkelde zich verder op de kapittels van de broeders, waar zij hun ervaringen uitwisselden en met elkaar spraken over de dingen die op God betrekking hadden.

Persoonlijke vroomheid
Franciscus was de belichaming van een nieuw persoonlijk gekleurd soort vroomheid binnen het christendom, waarbij de ontwikkeling van het individu en diens persoonlijke gaven en talenten van grote betekenis waren. Tegelijk hechtte hij grote waarde aan het behoren tot een groep gelijkgezinde gezellen, een broederschap, waarin men in elkaars noden en behoeften kan voorzien. Franciscus schreef aan het einde van zijn leven een lofzang op de natuur, het Zonnelied. Hierin bezingt hij 'de dingen van de hemel' - broeder zon en zuster maan en de sterren -, 'de dingen van de aarde' of de vier elementen - broeder wind en zuster water, broeder vuur en zuster aarde -, en tenslotte de levensweg van de mens. Franciscus zag het op zich nemen van wat het leven te dragen geeft als een van de manieren om dichter bij Christus te komen. Wanneer hij opmerkte 'draag uw kruis', bedoelde hij 'neem uw lot op u', 'draag uw deel van het lijden'. Franciscus wees niet alleen het lijden niet af, hij hechtte ook grote waarde aan de natuur, die hij een prachtige weergave vond van hoe de Schepper voor ons zijn wil, en ons draagt en in leven houdt. Dat gebeurt door de afwisseling van ieder weer zoals Franciscus in zijn Zonnelied zingt.

1212 Clara volgt Franciscus
1219 Franciscus gaat met een kruistocht mee, maar ongewapend. Zo bezoekt hij de sultan

Franciscus' laatste jaren en overlijden
Rond 1219-1220 ontstonden er problemen in de broederschap. Franciscus, die in het Midden-Oosten verbleef, keerde daarom terug naar Italië en legde het ambt van minister-generaal van de broederschap neer. Petrus Cattani volgde hem op, en na diens dood broeder Elias Bombarone. Franciscus schreef intussen een nieuwe regelredactie, waarbij hij naar eigen zeggen van de vele kruimels één hostie wilde maken (met andere woorden: hij maakte er een meer geordend geheel van). Op 29 november werd de nieuwe orderegel door paus Honorius III met een pauselijke bulle bekrachtigd.

1221 Zo'n 5000 broeders zijn aanwezig op het generaal kapittel (de algemene vergadering van de broeders)
1223 De leefregel van de minderbroeders wordt door de paus schriftelijk met een bulle bevestigd
De oudste editie van de regel voor de minderbroeders, waarover wij nu beschikken, staat bekend als de Regula Non Bullata en dateert uit 1221. Deze legde naar de mening van de paus te radicaal de nadruk op de armoede en de onderlinge broederschap. Hij stelde voor de Regel te wijzigen, waar Franciscus niet helemaal van ganser harte mee akkoord ging. Volgens de overlevering werkte Franciscus aan een nieuwe editie in Fonte Colombo. Deze Regel, de Regula Bullata, kreeg in 1223 de goedkeuring van Paus Honorius III en zo ontstond de orde der minderbroeders.

1224 Op de berg La Verna ontvangt Franciscus de wondtekenen van Jezus in zijn eigen lichaam (de zogenaamde Stigmatisatie)
Op 24 september 1224 ontving Franciscus de stigmata (de wondtekenen van Christus). In de winter of lente daarna zong hij voor het eerst zijn bekende Zonnelied.
1226 Franciscus sterft op 4 oktober in Portiuncula, in het dal bij Assisi
1228 Op 16 juli verklaart Paus Gregorius IX Franciscus heilig

Na zijn dood
Franciscus werd begraven in de kerk van San Giorgio in Assisi. In dezelfde kerk sprak paus Gregorius IX twee jaar later zijn heiligverklaring uit. Op verzoek van de paus ging broeder Elia, de algemeen overste van de franciscanen, over tot de bouw van de Sint-Franciscusbasiliek boven zijn graf. De dag volgend op zijn sterfdag (4 oktober) is zijn feestdag, en is in 1929 ook Werelddierendag geworden.

Binnen de orde ontstaat na de dood van Franciscus een hevige strijd over hoe de Franciscanen behoren te leven. Aan de ene kant staan de ‘conventuali', die de regel interpreteerden op de wereldlijke pauselijke manier, die het armoede ideaal vrijwel schrapte uit de regel. Aan de andere kant waren er de ‘spirituali’, die duidelijk de richting van de armoede op gingen, geheel tegen de wens van de paus in. De voorstanders van beide bewegingen hebben in de loop van de jaren na zijn dood veel levensbeschrijvingen over Franciscus geschreven, waarin ze hem uitspraken en ideeën toeschreven die in overeenstemming was met hun overtuigingen. Met als gevolg dat men niet meer wist tot welke Franciscus zich te richten. Tijdens het generale kapittel in 1260 werd Bonaventura aangesteld om een ‘officiële’ biografie te schrijven. Dat lukt en deze Legenda Maior werd 1263 ter goedkeuring voorgelegd aan het generale kapittel en goedgekeurd. Het kapittel van 1266 verbood de broeders nog andere levensbeschrijvingen over de heilige te lezen en droeg allen op alle andere geschriften te vernietigen.

Franciscanen

In snel tempo kwamen er steeds meer volgelingen bij, van de twaalf leden uit 1209 tot - naar men zegt - 5000 in 1221. In 1274 waren het er al 35.000. Franciscanen zijn er in vrijwel alle werelddelen, verdeeld over vele provincies en viceprovincies. De Nederlandse provincie bestaat uit Nederland, Noorwegen en Zweden.

Franciscus vormde een broederschap die niet zakelijk was, maar meer een menselijke personengemeenschap. Bij de dood van Franciscus was de broederschap nog in volle ontwikkeling, en er ontstonden twee stromingen: de spirituele en de conventuele. De spirituele steunde vooral op het begin: zij bleven trouw aan de oorspronkelijke norm, terwijl de conventuele richting meer in ontwikkeling was en minder letterlijk volgens de regel van Franciscus leefde. De spirituelen kwamen uiteindelijk ook in conflict met de kerkelijke hiërarchie. Later zijn er nog enkele scheuringen en afsplitsingen geweest. Zo zijn er nu drie takken: de minderbroeders franciscanen - die in grote lijnen teruggaan op de eerste grote afsplitsing, die van de observanten -, de minderbroeders kapucijnen en de minderbroeders conventuelen - die eigenlijk de rechtstreekse voortzetting vormen van de eerste broeders.

Clarissen / Franciscanessen
De vrouwelijke tak, de orde der Clarissen ontstond al rond 1212.
De orde der Clarissen is een contemplatieve kloosterorde. Het is een vrouwelijke tak van de vroeg-franciscaanse beweging, en werd gesticht rond 1212 door Clara van Assisi (Clara Sciffi) (1194-1253). Naast de clarissen bestaan er ook veel congregaties van Franciscanessen die - vaak via verpleging, onderwijs of missie - armoede en ellende bestrijden.
De Clarissen volgden de oproep tot apostolische armoede. Een pleidooi van de Heilige Coleta om terug te keren naar dit ideaal leidde rond 1410 tot het ontstaan van de Arme Clarissen (Clarissen-Coletinen) en Rijke Clarissen (Urbanisten), hoewel die ook zo rijk niet waren. Later ontstonden nieuwe groeperingen, namelijk de Kapucinessen en Recollectinen. Clara van Assissi schreef een eigen kloosterregel.

Nederland
In 1228 kwamen de eerste minderbroeders in Nederland. Het eerste klooster werd in 's-Hertogenbosch gesticht. In korte tijd ontstonden veel stichtingen, waaronder een in Utrecht in 1240. In Utrecht is ook het provincialaat van de Nederlandse provincie. Dit klooster is niet de rechtstreekse opvolger van het klooster uit 1240, maar een herstichting. In de Reformatie en in mindere mate gedurende de Franse tijd werden bijna alle minderbroederskloosters in deze gebieden opgeheven. Thans vindt men nog franciscanen onder meer in Weert, Utrecht, Megen, Nijmegen en Amsterdam. Franciscanessen vindt men in Amersfoort, Maastricht en Denekamp en talloze andere plaatsen in den lande.

In Vlaanderen hebben de franciscanen elf kloosters en huizen, onder meer in Maaseik. Het provincialaat van de Vlaamse Provincie bevindt zich sinds een aantal jaren in Vaalbeek, niet ver van Leuven. Eerder was Mechelen de bestuurszetel.

De overste van een klooster van minderbroeders is de gardiaan. Deze term benadrukt de zorg die een franciscaner overste voor zijn broeders moet hebben. Franciscus benadrukte dat een gardiaan niet als een overste boven zijn medebroeders moest staan, maar eerder moet handelen als een moeder die voor haar kinderen zorgt.

De iconografie van Franciscus
Cimabue, fresco benedenkerk Assisi: Franciscus van AssisiFranciscus wordt afgebeeld in het verschoten grauw-bruine habijt dat hij altijd droeg. Hij draagt als gordel een touw met drie knopen. Deze verwijzen naar de drie geloften, die de minderbroeders, de mannelijke volgelingen van Franciscus, afleggen. Het bruine habijt en het touw met de knopen vormen vandaag ook nog de kenmerken van de minderbroeders. De handen van Franciscus zijn doorboord, omdat hij tijdens een visioen van Christus aan het kruis diens wonden aan handen, voeten en zijde in zijn eigen lichaam ontving hebben, waarbij hij de eerste heilige in de geschiedenis was die de zogenaamde stigmata droeg.

Verder heeft hij (vanaf de 16e eeuw) vaak een schedel bij zich, die de vergankelijkheid van al het stoffelijke symboliseert. Franciscus preekte immers de waardeloosheid van alle aardse goederen. Hij verbond dit met een grote waardering voor al het geschapene, zoals mag blijken uit zijn bekende Zonnelied. Vaak wordt hij afgebeeld met andere heiligen uit zijn eigen orde, zoals de heilige Antonius van Padua, de heilige Clara of de heilige Margaretha van Cortona. Ook zie je hem vaak samen met de heilige Dominicus, de stichter van de andere grote bedelorde in de Rooms-Katholieke Kerk, de Dominicanen.

Afbeeldingen van Franciscus zijn dikwijls geïdealiseerd. Dat geldt ook voor de afbeelding aan het begin van dit artikel. Volgens tijdgenoot Thomas van Split was hij "een min mannetje om te zien": hij was klein van gestalte en had flaporen. Zo ongeveer heeft Cimabue hem afgebeeld in de benedenkerk van Assisi (zie afbeelding bij deze paragraaf).

Verwezenlijkingen
Franciscus heeft - in tegenstelling tot wat vaak wordt beweerd - de kerststal niet bedacht. Wel heeft hij met de eerste levende kerststal die wij kennen - in 1223 in Greccio - bijgedragen aan de verspreiding van dit idee. Hij stond ook aan de wieg van vele volkse devoties waaronder de kruiswegdevotie. In de Rooms-Katholieke Kerk is Franciscus op 26 juli 1228 heilig verklaard. In 1230 werd zijn lijk overgebracht naar een plek waar de aan hem toegewijde basiliek zou worden gebouwd die in 1235 werd ingewijd. Deze grafkerk werd een van de belangrijkste centra van de Italiaanse kunst.

Franciscus in de kunst
De roman le Baiser aux lépreux (1922) van François Mauriac is een duidelijke verwijzing naar de persoon van Franciscus. Olivier Messiaen schreef zijn opera Saint François d'Assise (1975-1983) over Franciscus.
Franciscus' leer sluit goed aan op de spirituele nood van zijn tijd die niet los te koppelen is van de gotische 'gevoeligheid' en de groeiende aandacht voor Christus als mens. In de kunst worden thema's als Christus' lijden, de alledaagse dingen en zijn kindertijd ook belangrijker. Dit kan gesitueerd worden in de herwaardering van de mens in de hoge Middeleeuwen: als wezen, lichaam en denkende en voelende drager van de geest. Zijn lijden, opoffering, het kruis als martelwerktuig komen vooral bij Holbein en Grünewald, onder invloed van Franciscus, sterk terug in hun schilderijen.


Copyright, This article is licensed under the GNU Free Documentation License. It uses material from the Wikipedia article http://nl.wikipedia.org/wiki/Franciscanen
Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 436.