kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 14-01-2016 voor het laatst bewerkt.

genetische modificatie

Genetische modificatie

Genetische manipulatie (doorgaans in negatieve context) of genetische modificatie (doorgaans in neutrale of positieve context), (GM) is het door de mens handmatig en gericht veranderen van de genen van een organisme en is een onderdeel van de gentechnologie.

Domesticatie en veredeling
Het begrip GM dient onderscheiden te worden van de klassieke wijze van het kruisen van gewassen of dieren. Informatie over de klassieke wijze van genetische modificatie van organismen is te vinden in de artikelen over domesticatie en veredeling (o.a. mutatieveredeling en hybrideveredeling).

Een andere mogelijke betekenis van het begrip betreft uitsluitend het aanbrengen van genetische aanpassingen zonder uitsluitend gebruik te maken van het normale/natuurlijke voortplantingsproces van het organisme. Hierbij is sprake van verandering van één of meerdere genen in een cel. Dit kan vergeleken worden met een biologische variant op knip- en plakwerk.

Organismen die genetisch gemodificeerd zijn, worden ggo (genetisch gemodificeerd organisme) of gmo (genetically modified organism) genoemd. Tegenwoordig wordt hiervoor ook wel het begrip transgeen organisme gebruikt. Een bekend voorbeeld van een genetisch gemodificeerd dier was de stier Herman. Een stier die zo was gemodificeerd dat zijn vrouwelijke nakomelingen een humaan eiwit zouden produceren en vervolgens uitscheiden in de melk. Een andere belangrijke toepassing van genetische modificatie is het verbeteren van productiegewassen om zo hun opbrengst te verhogen of ze resistenter te maken tegen bepaalde ziekten.

Het klonen als bijzondere vorm van genetische modificatie wordt in dit artikel buiten beschouwing gelaten.

Techniek
De translatie van de genetische code gebeurt in alle organismen op dezelfde wijze: een gen dat in het ene organisme codeert voor een bepaald eiwit, codeert in een ander organisme voor eenzelfde eiwit. Hierdoor is het mogelijk om erfelijke eigenschappen van een soort naar een andere soort over te brengen. Het overbrengen van een eigenschap van de ene soort naar een andere soort noemt men transgenese.

Er zijn vele verschillende technieken om genetische modificatie van organismen toe te passen. Deze technieken verschillen aanmerkelijk per organisme waarop ze worden toegepast (plant of dier) en of de genetische modificatie tijdelijk of blijvend is.

Het basisprincipe van alle verschillende technieken is in de grondslag hetzelfde en verloopt via een vast aantal stappen.

1 Isolatie van het gen dat je wilt aanpassen
2 Het eventueel aanpassen van het geïsoleerde gen
3 Overbrengen van het gen in een geschikte vector.
4 Transformatie van de cel of het organisme dat je wilt aanpassen.
5 Selectie van de gemodificeerde organismen of cellen.

Isolatie
Wanneer men een specifiek gen wil isoleren wordt eerst DNA uit de cellen van het organisme gehaald. Vervolgens kan men het gen waarin men geïnteresseerd is, identificeren op basis van de kennis die men vooraf van het gen heeft. Deze kennis kan men vaak halen uit cDNA of gDNA "bibliotheken". Met deze kennis kan men het gen vervolgens amplificeren door middel van de PCR techniek.

Verdere aanpassingen
Soms moet het geïsoleerde en geamplificeerde gen eerst worden aangepast voordat het kan worden ingebracht in een nieuw organisme. Introns worden vaak verwijderd of er wordt een promotorsequentie aangebracht.

Vectoren
Om het gen dat je geïsoleerd hebt in een ander organisme te kunnen brengen moet het eerst worden ingebracht in een vector, die dient als drager van het DNA. Dit kan een stukje circulair bacterieel DNA oftewel plasmide zijn, maar ook een virus, een liposoom of een goudkogeltje waarop het DNA geplakt zit.

Transformatie
Wanneer je het DNA beschikbaar hebt kan je de vector gebruiken om het DNA in te brengen in het organisme dat je wilt veranderen. Dit uiteindelijke inbrengen van het DNA wordt de transformatie genoemd. De technieken die hiervoor gebruikt worden hangen af van de vector, het doelwitorganisme en efficiëntie die je uiteindelijk hoopt te behalen. Een simpele manieren om te transformeren is bijvoorbeeld het "inschieten" van de DNA dat aan goudbolletjes gebonden is in een plantencel. Een voorbeeld van een ingewikkelder techniek die weliswaar een hoger succespercentage geeft is de bacteriële transformatie.

Voorbeelden van enkele veel gebruikte technieken
. Gentherapie: Bij de toepassing van de gentherapie worden voor het overbrengen van het DNA virussen of liposomen gebruikt.
. Tweezaadlobbige planten: hierbij wordt het DNA aan de bacterie Agrobacterium toegevoegd, die het DNA opneemt in een plasmide (een plasmide is een cirkelvormig stukje DNA). Deze bacteriën worden dan weer toegevoegd aan een oplossing van losse cellen of op bladponsjes van het doelorganisme.
. Eenzaadlobbige planten: Het DNA wordt op minuscule, met goud bedekte kogeltjes aangebracht en met een speciaal pistool in het doelorganisme geschoten.
. Ook virussen die, anders dan de meeste virussen, hun genetische informatie in dubbelstrengs DNA hebben opgeslagen, kunnen voor de overdracht gebruikt worden. Deze methode is echter nog in ontwikkeling.

Er zijn verschillende methoden om te bevorderen dat het DNA in het genoom van de cellen wordt opgenomen.

Selectie
Nadat de transformatie is uitgevoerd zal die slechts in een gedeelte van de organismes daadwerkelijk gelukt zijn. Uiteindelijk is het dus zaak om de genetisch gemodificeerde organismen te scheiden van de organismen die het DNA niet hebben opgenomen. Om te geslaagde cellen te kunnen selecteren in het laboratorium worden markers, onder ander antibiotica resistente markers, aan het in te brengen gen gekoppelt .

Historie
In 1944 boekte Amerikaanse wetenschappers voor het eerst succes door de eigenschappen van een bacterie te veranderen door DNA van een andere bacterie te geven. Een mijlpaal in de ontwikkeling van genetische modificatie was in 1974 de ontdekking dat de kroongalbacterie Agrobacterium tumefaciens een DNA-stukje van een plasmide overdroeg naar het plantengenoom van zijn gastheer en dat dit stukje DNA de plant dan aanzette tot de vorming van kroongallen op de wortels.
Vanaf 1983 is het mogelijk om gewenste genen bij Agrobacterium tumefaciens in te brengen en deze zo in het genoom van de plant te brengen.
In 1994 werd het eerste genetisch gemodificeerde voedsel in de V.S. op de markt gebracht. Het betrof het tomatenras 'Flavr Savr' met een langere houdbaarheid dan de toenmalig bestaande rassen. Twee jaar later werd zowel in de V.S. als in Engeland ggo-tomatenpuree geïntroduceerd.

Toepassingen

Gentherapie
Gentherapie is een behandeling om erfelijke aandoeningen te genezen. Bij erfelijke aandoeningen is er sprake van een afwijkend of ontbrekend gen dat ziekteverschijnselen veroorzaakt. Bij gentherapie wordt een gezond gen in de lichaamscellen van de patiënt ingebracht. Het is niet altijd nodig dat dat in alle lichaamscellen gebeurt - dat zou gentherapie nagenoeg onmogelijk maken; bij de behandeling van bijvoorbeeld hemofilie is het voldoende om de cellen die bepaalde stollingsfactoren aanmaken te genezen. Een probleem bij deze vorm van behandeling is dat cellen die een bepaald groot molecuul aanmaken dat voor de patiënt niet lichaamseigen is, meestal een afweerreactie zullen oproepen en worden vernietigd. Er zijn wereldwijd nog maar een paar zeer specifieke en zeldzame gevallen waarin gentherapie bij mensen ooit enig succes heeft gehad. Ook zijn er gevallen waarin de patiënt aan de behandeling overleed.

In 1991 werd in Italië voor het eerst met enig succes gentherapie toegepast op een mens bij een bepaalde vorm van SCID (Severe Combined Immunodeficiency) en een jaar later in Londen. De behandeling bestond uit het vervangen van het niet-functionerende gen voor het enzym (ADA). Het werkende gen werd in lymfocyten ingebracht. De hiervan afkomstige bloedcellen produceren het ADA. De lymfocyten gaan na een paar maanden tot een jaar dood, zodat de behandeling herhaald moet worden. Daarom werd de behandeling later met stamcellen herhaald.

Voedselproductie

Planten
Van een aantal gewassen bestaan varianten die door genetische modificatie zijn aangepast. De aanpassing is bedoeld om de rassen resistent te maken tegen ziekten of tegen bepaalde bestrijdingsmiddelen, of soms om extra voedingsstoffen te bevatten of onder slechtere omstandigheden te kunnen groeien.

Golden rice (Gouden rijst) is een variant van rijst die β-caroteen bevat, een stof die in het lichaam wordt omgezet tot vitamine A. Dit gewas is bedoeld om het tekort aan vitamine A in het voedselpakket in derdewereldlanden te bestrijden, dat velen onnodig blind maakt. In 2005 is een nieuwe variant ontwikkeld die tot 23 keer meer bètacaroteen bevat dan de oorspronkelijke variant. Geen van beide vormen is op dit moment nog beschikbaar voor menselijke consumptie.

Veredelingsbedrijven hebben inmiddels een hele reeks genetisch gemodificeerde rassen gekweekt en op de markt gebracht. Zo zijn maïsrassen resistent gemaakt tegen de Europese maïsboorder (Ostrinia nubilalis) en zijn rassen van maïs, katoen en koolzaad ongevoelig gemaakt voor bepaalde herbiciden. Ook bij suikerbieten zijn er inmiddels ook gmo-rassen met herbicidenresistentie. Hierdoor kunnen deze planten besproeid worden met die herbiciden waardoor concurrerende onkruiden wel, maar de te oogsten planten zelf niet te gronde gaan.
Bij tomaat zijn er ggo-rassen met vertraagde rijping en langere houdbaarheid.
Bij tabak wordt de mogelijkheid onderzocht van productie van geneesmiddelen tegen kanker.

Monsanto vs Schmeiser
Het biotechbedrijf Monsanto spande in 1998 een proces aan tegen Percy Schmeiser, een Canadese boer. De beschuldiging was dat de boer een door Monsanto genetisch gemodificeerd ras verbouwde zonder daarvoor licentiekosten te betalen. Het bleek dat het betreffende gen door bestuiving in de planten van de boer terecht was gekomen. Uiteindelijk besliste de Canadese Hoge Raad in het voordeel van Monsanto. Zie verder Monsanto vs Schmeiser

Dieren
De AquAdvantage-zalm is gemaakt door een gen van een aal en het groeihormoongen van een bepaalde zalm in de Atlantische zalm te zetten, waardoor deze ggo-zalm twee keer sneller groeit. Dat hij ook zes keer zo groot zou worden als een normale zalm is een fabeltje, de eindgrootte is dezelfde. Echter, wellicht het belangrijkste voordeel voor de industrie, is dat de AquAdvantage-zalm ook onder koude omstandigheden blijft doorgroeien. Dit in tegenstelling tot niet gemodificeerde. Hierdoor kunnen gemodificeerde zalmen twee keer per jaar geoogst worden in plaats van slechts één keer. Ze hebben ook 30% minder voer nodig om hun oogstgewicht te bereiken. (Alle in Nederland voor consumptie gefokte kippen hebben ook een sterk verhoogde groeisnelheid. Dit effect is echter zonder genetische modificatie door gericht fokken verkregen.)

In een Greenpeace-rapport uit 2000 wordt een onderzoek, verricht aan de Purdue-universiteit aangehaald waarin gesteld wordt dat slechts enkele ontsnapte transgene zalmen al genoeg kunnen zijn om de hele plaatselijke wilde vispopulatie uit te roeien. Deze onderzoekers gebruikten echter een wiskundig simulatiemodel en deden geen onderzoek aan zalmen.

Micro-organismen
Transgene micro-organismen worden over de hele wereld gebruikt voor het produceren van verschillende stoffen, zoals antibiotica en citroenzuur. Ze worden hiervoor in grote fermenteervaten gekweekt. Vele tientallen geneesmiddelen worden op deze manier al gemaakt. Voorbeelden zijn insuline en andere peptidehormonen zoals EPO, FSH en groeihormoon, TPA, cytokinen, interleukine, interferon, monoclonale antistoffen, stollingsfactoren en vaccins tegen o.a. hepatitis B en kinkhoest.
Voor het verkrijgen van een lager alcoholpercentage in wijn worden er proeven gedaan met de ggo-gist met het glucose-oxidasegen afkomstig van de schimmel Aspergillus niger.

Geneesmiddelen
Vele geneesmiddelen worden via de recombinant-DNA-techniek met behulp van gist geproduceerd. Het genoom van de gist Saccharomyces cerevisiae was een van de eerste genomen van een levend wezen dat geheel bekend was. Gist is een veelgebruikte soort bij genetische experimenten.

De stier Herman, maar ook geiten en schapen zijn genetisch gemodificeerd voor het maken van bepaalde stoffen in hun melk voor medicinale doeleinden zoals het menselijke serumalbumine (de stier Herman natuurlijk niet zelf, maar wel via zijn vrouwelijke nakomelingen).

Planten kunnen via genetische modificatie worden gebruikt voor de productie van medicijnen. In de Verenigde Staten worden binnenkort deze planten geteeld en als eerste is een ggo van rijst voor dit doel nu toegelaten. In Nederland adviseert de Commissie genetische modificatie (Cogem) voedingsgewassen hiervoor niet te gebruiken in verband met risico's voor mens en dier.

Bestrijding van ongedierte en ziekten
Amerikaanse wetenschappers hebben een gen in een malariamug ingebracht dat een molecuul produceert dat de levenscyclus van een malariaparasiet Plasmodium sp blokkeert. Door dit gen kan de parasiet niet meer in de speekselklieren van de ggo-mug komen. Het grote probleem is nu echter om de natuurlijke mug te laten verdringen door de genetisch gemodificeerde.

Er worden ook andere pogingen gedaan om insecten zoals de malariamug te bestrijden met gebruik van genetische modificatie. Het idee is om mannetjes te kweken met een dominant dodelijk (letaal) gen dat alleen in vrouwtjes tot expressie komt. Grote hoeveelheden van zulke mannetjes worden dan losgelaten, zij zullen paren met de in het wild voorkomende vrouwtjes. Als resultaat zullen alle vrouwelijke nakomelingen van de wilde vrouwtjes overlijden voordat ze nageslacht produceren. Deze techniek is al lang bekend en is bij verscheidene soorten schadelijk vliegen al met succes toegepast, maar nog niet als de mannetjes genetisch gemodificeerd waren.

In 2007 werd gepubliceerd dat het gelukt is door middel van genetische technieken koeien te fokken die niet meer het prioneiwit bezitten dat ze vatbaar maakt voor BSE. Hun ontwikkeling lijkt verder normaal te verlopen.

Proefdieren
Genetische modificatie wordt ook gebruikt voor het aanpassen van dieren ten behoeve van onderzoek. Een veel toegepaste techniek het het creëren van een knock-out stam. Deze techniek die in 1989 voor het eerst werd toegepast in muizen wordt gebruikt om gericht een bepaald gen uit te schakelen. Op deze manier kan onderzocht worden welke functie dit gen vervult. Deze techniek wordt vrij algemeen toegepast bij muizen, maar is ook mogelijk bij ratten. Een voorbeeld van een knock-out muis is een stam waarbij het ApoE4 gen is uitgeschakeld. Dit gen is een belangrijke risicofactor bij mensen voor het ontwikkelen van de Ziekte van Alzheimer. Deze muizen bleken een verminderd leervermogen te hebben en andere karakteristieke kenmerken te hebben die kenmerkend zijn voor Alzheimer.

Overig
Sinds een aantal jaren zijn er genetisch gemanipuleerde aquariumvissen in de handel. Een bekend voorbeeld is de GloFish, een zebravis waar men een gen van koraaldieren heeft ingeplant waardoor het visje lichtgevend is geworden. De verkoop van dit visje is in Nederland verboden.

Er wordt gespeculeerd over gendoping, waarbij op vergelijkbare wijze als bij gentherapie, sporters in staat worden gesteld betere prestaties te leveren. Meer dan pure speculatie is dit voorlopig nog niet, omdat de techniek hiervoor nog niet genoeg ontwikkeld is.

Potentiële voordelen Genetische modificatie
Een effectiënter en effectiever gebruik van gewasbeschermingsmiddelen waardoor minder herbiciden gebruikt worden en de opbrengst per hectare stijgen. Volgens het National Center for Food and Agricultural Policy in Amerika gaven de ggo-gewassen koolzaad, maïs, katoen, papaja, squash en soja in 2003 een meeropbrengst van 2,3 miljard kg aan voedsel en vezels met een waarde van $1,9 miljard en werd het pesticidenverbruik verlaagd met 21 miljoen kg.
Onder droge omstandigheden of op zoute gronden kunnen nu ook gewassen geteeld worden.
Op arme gronden of onder koude omstandigheden wordt het mogelijk voldoende hoge opbrengsten te behalen o.a. met behulp van stikstofbindende bacteriën en kouderesistente zonnebloemen (nog in de ontwikkelingsfase).
Resistenties tegen ziektes, leidend tot verminderd gebruik van pesticides en insecticides
Medicijnen en vaccins door planten in plaats van dieren laten produceren (nog in de ontwikkelingsfase).
Erfelijke afwijkingen genezen door middel van gentherapie.
Efficiënter telen van gewassen, door versnelde en gerichtere rassenveredeling
Het voedsel gezonder maken (b.v. de gouden rijst)
Specifieke productie van bepaalde stoffen met hogere waarde, zoals ontwikkeld voor soja, koolzaad teelt ( wijzigen van de oliesamenstelling) en zetmeelaardappel (wijzigen van de zetmeelsamenstelling, amylopectine zetmeelaardappel).
Andere unieke specifieke modificaties, zoals planten die reageert op aanwezigheid van bepaalde springstoffen door middel van paarskleuring. Door deze uit te zaaien op plaatsen waar mijnvelden liggen kunnen de mijnen er zo worden uitgepikt.
In ontwikkelingslanden minder landbouwgrond ontginnen en dus minder bos platbranden door sneller stijgend rendement per hectare van de landbouw
Hypoallergenen voedingsgewassen maken, glutenvrije tarwe, noten zonder allergene eiwitten, zodat mensen met allergie deze voedingsmiddelen ook kunnen eten.

Potentiële nadelen Genetische modificatie
Onnatuurlijke inbreng van vreemde genen die anders nooit het ras in te kruisen zijn (transgenese), tegen de natuur in
Onduidelijkheid over wat er met de soortvreemde genen gebeurt, kunnen antibiotica markers leiden tot resistentie tegen antibiotica bij mensen en dieren
In hoeverre zullen deze genen zich verspreiden naar de natuurlijke populatie.
Onduidelijkheid over de gevolgen voor de biodiversiteit.
Onduidelijkheid over de voedselveiligheid door het optreden van nog onbekende effecten in de plant (voorbeeld: allergie bij soja met genen uit noten om bepaalde eigenschappen van de soja te verbeteren. Deze soja zou een allergische reactie op kunnen wekken bij mensen met een noten-allergie. Deze soja is echter nooit in de consumptieketen terecht gekomen.
Het ontstaan van 'superonkruiden': tegen herbiciden resistente ggo-gewassen kunnen bij de buurman, of in het eigen veld met een ander gewas, moeilijker te bestrijden onkruiden worden. Dit zou zijn beschreven bij koolzaad.
Gif: zogenaamde "insectresistente" gewassen produceren veelal Bt gif, hetgeen schadelijk zou zijn gebleken voor o.a. lieveheersbeestjes. Onderzoek vond echter geen significante verschillen in andere dan plaaginsecten, waaronder (zevenstippelige lieveheersbeestjes) in velden met genetisch gemodificeerde gewassen. Het Bt-toxine bleek in laboratoriumexperimenten niet giftig voor bijen.
De oplossingen helpen niet om het probleem van de voedselproblematiek op te lossen, de problemen liggen elders.
Sommige genetisch gemodificeerde soja-rassen die resistent zijn tegen bestrijdingsmiddelen hebben een lagere opbrengst dan conventionele soja-rassen. De oorzaak hiervan is mogelijk een verminderde opname van mangaan uit de grond. Dit blijkt onder meer uit studies van de universiteiten van Nebraska en Kansas (2008).
Eigendomsrecht: ggo-gewassen vallen onder patent-wetgeving (gewone planten onder kwekersrecht), waardoor de zaadbedrijven veel meer macht krijgen ten opzichte van de boeren.
Genetisch gemanipuleerde gewassen maken het verbouwen van gewassen duurder door de verplicht af te dragen licentiekosten.
De keuzevrijheid van de consument wordt aangetast, doordat ggo-gewassen ook de gewone gewassen bestuiven en op den duur al het voedsel geëtiketteerd zal moeten worden als "ggo".
Mensen met allergieën worden misschien verder beperkt in hun mogelijkheden, doordat groente en fruit componenten van andere organismen kunnen gaan bevatten, en zelfs een incidenteel voorkomende besmetting kan al hinderlijk zijn.
De techniek kan een nieuw wapen worden voor terroristen. Het is op dit moment echter nog niet mogelijk om voor de mens dodelijke virussen te creëren.

Maatschappelijke acceptatie
In China, de Verenigde Staten en Brazilië is op grote schaal het gebruik van gmo-rassen geaccepteerd door de overheid. In andere landen, zoals Oostenrijk en Venezuela, totaal niet.

In 2002 werd wereldwijd bijna 60 miljoen, in 2003 bijna 70 miljoen en in 2005 90 miljoen ha geteeld met ggo-rassen. Soja had in 2001 63%, maïs 19%, katoen 13% en koolzaad 5% van dit areaal en in 2004 was dit respectievelijk 60%, 23%, 11% en 6%. In 2001 kwam de teelt voor 99% voor in de vier landen V.S. (68%), Argentinië (22%), Canada (6%) en China (3%). In 2004 was dit voor de V.S. (59%), Argentinië (20%), Canada (6%), Brazilië (6%) en China (5%).

In 2003 werd in de V.S. 73% van het katoen-, 32% van het maïs- en in het seizoen 2003/2004 13% van het soja-areaal met gmo-rassen geteeld. In 2003 werd 17% van het wereldareaal van katoen met ggo-rassen verbouwd. GGO-katoen werd in 2003 in de V.S., Australië, China, India, Indonesië, Mexico, Argentinië, Colombia en Zuid-Afrika verbouwd. In 2005 werden er in 21 landen ggo's geteeld, waaronder nu voor het eerst Portugal, Frankrijk en Tsjechië.

Sinds 2004 is het ook mogelijk om in de Europese Unie en dus ook in Nederland en België genetisch gemodificeerde rassen te verbouwen. Griekenland, Italië, Oostenrijk, Polen en Luxemburg weigeren echter nog steeds deze rassen toe te laten. De Europese Commissie staan niet toe dat lidstaten individueel specifieke gmo-gewassen verbieden maar de raad van ministers van de lidstaten blokkeren dit beleid.

In 2006 verbouwde ,7% van de boeren wereldwijd GGO-gewassen. Daarvan is 99% beperkt tot de volgende 8 landen: VS 53,5%, Argentinië 17,6%, Brazilië 11,3% , Canada 6%, India 3,7%, China 3,4%, Paraguay 2% en Zuid-Afrika 1,4%.

Verschillende maatschappelijke organisaties staan kritisch tegenover genetische modificatie in de voedselproductie. Hieronder vallen niet alleen milieuorganisaties zoals Greenpeace en Friends of the Earth, maar ook ontwikkelingsorganisaties zoals Oxfam/Novib, ICCO en GRAIN, consumentenorganisaties, boerenorganisaties en dierenbeschermers. Hun bezwaren lopen uiteen, elk gezien vanuit de eigen kennis over de gevolgen.

De publieke opinie speelt een belangrijke rol in de discussie. Een van de genoemde redenen dat GGO-gewassen niet populair zijn is dat de eerste GMO-gewassen geen voordelen voor de consument hebben, in prijs of bestanddelen. In Nederland is begin 2007 een TNS NIPO-onderzoek gehouden over de acceptatie van genetische modificatie bij voedsel. Hieruit bleek dat 73% van de Nederlanders genetische modificatie van voedsel accepteert als het voedsel er gezonder van wordt en dat de acceptatie van gmo-planten hoger is dan die van gmo-dieren. Eurobarometer-onderzoek laat zien dat Europeanen biotechnologie accepteren als het hun leven kan verbeteren, maar ze willen zeker geen GMO-voedsel. De vraagstelling en geleverde informatie blijkt vaak cruciaal te zijn voor de uitkomsten. Dit gaat wel eens mis: ). Om de consument over te halen GMO-producten te consumeren wordt gewerkt aan GMO-gewassen met voordelen voor de consument, zoals calorie-arm ijs, allergie-vrije appelen en gewassen die extra mineralen en/of vitaminen bevatten.

Regelgeving
In 1990 keurde de Europese raad voor het eerst een verordening goed die de introductie van GGO’s in het milieu regelt. Het beslissingsproces was echter dermate ingewikkeld dat het de facto de lidstaten waren die het laatste woord hadden over het invoeren of produceren van genetische gemanipuleerd zaad, gewassen en voedsel. Sinds 1998 schakelde de Eurozone over op een ‘zero-risk’-beleid op het gebied van genmodificatie met een volledig moratorium op genetisch gemanipuleerde gewassen tot gevolg. Hier kwam in 2003 verandering in met de goedkeuring van de Europese richtlijn betreffende de handel en etikettering van GGO-ingrediënten gebruikt in levensmiddelen en dierenvoeding.

Deze richtlijn is van toepassing op elk voedingsmiddel dat ofwel meer dan ,9% aan GGO’s bevat (art 12, 2) of waarvan de aanwezigheid van GGO-ingrediënten niet kan worden opgespoord. Gelijkaardige vereisten worden opgelegd aan GGO’s gebruikt in de productie van dierenvoeding. Ook werden er bepalingen opgenomen die de teelt van GGO’s regelen. Momenteel is er enkel teelt mogelijk voor experimentele, en niet voor commerciële doeleinden. Elk land kan verder individueel beslissen welke beperkingen het hieraan oplegt. Dit moet vermijden dat er kruisbestuivingen tussen klassieke en genetisch gemanipuleerde gewassen plaatsvinden.

Voor het in de handel brengen van GGO’s zijn vergunningen nodig die men kan bekomen bij de European Food and Safety Authority, afgekort EFSA.. Dit controleorgaan zal enkel een vergunning verlenen als er aangetoond wordt dat de levensmiddelen die GGO’s bevatten geen negatieve effecten hebben op de menselijke gezondheid, dierengezondheid of het milieu. Ook moeten voedingswaren bereid met GGO’s gelijkaardig zijn aan hun conventionele tegenhangers zodat, als bepaald in artikel 4, “de consument er geen nadeel van ondervindt”.

Deze strenge wetgeving contrasteert met eerdere etiketteringvoorschriften genomen door Europa. Er is een onmiskenbare tendens naar een striktere regelgeving. Bijgevolg is het aanbod op de Europese markt aan GGO-producten bijzonder schaars. Dit in tegenstelling tot de Verenigde Staten, waar we een omgekeerde evolutie zien. Een verklaring voor dit fenomeen vinden we in de terughoudendheid van de Europese publieke opinie ten opzichte van GGO’s.

Public Choice-theorieën leren ons dat consumentengroepen, ondanks hun grote achterban, het doorgaans moeilijker hebben hun voorkeuren te laten wegen op het beleid. Dit komt door enerzijds het free-ridergedrag dat zich typisch voordoet bij publieke goederen (in dit geval: volksgezondheid) en anderzijds de heterogeniteit van zulke groepen. Producenten daarentegen zijn beter georganiseerd. Hun stem zal dan ook luider klinken bij de beleidsmakers. De rollen liggen nu enigszins anders, gezien de Europese landbouwers nog niet moeten concurreren met GGO-producten en er een goed georganiseerd verzet bestaat tegen GGG’s onder leiding van bepaalde NGO’s. De publieke opinie werd gehoord en kreeg vorm in de procesgeoriënteerde aanpak van het probleem. Men ging uit van het voorzorgsprincipe: beter voorkomen dan genezen. De VS hanteerde daarentegen een productgeoriënteerde aanpak, ervan uitgaand dat GGO-voedingsmiddelen in beginsel veilig zijn tot anders is bewezen. Het Amerikaanse publiek blijkt een groter vertrouwen te hebben in de instituties die bevoegd zijn voor de voedselsector dan de EU-burgers.

Zie ook
Ecologische landbouw
Biotechnologie
Cisgenese
Amylopectine aardappelzetmeel
Monsanto (multinational)


Copyright, This article is licensed under the GNU Free Documentation License. It uses material from the Wikipedia article http://nl.wikipedia.org/wiki/Genetische_technologie
Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 31.