kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 14-01-2016 voor het laatst bewerkt.

ginkgo biloba

De Japanse noteboom, Ginkgo biloba, wordt vaak een ‘levend fossiel’ genoemd. De soort is het enig overgebleven lid van de Orde der Ginkgoales die vanaf 270 miljoen jaar geleden op aarde voorkwam. In het geologisch tijdperk Mesozoïcum (220-60 miljoen jaar geleden) kenden deze bomen hun grootste verspreiding: ze waren overvloedig aanwezig in grote delen van de wereld en kenden een grote variatie aan soorten.

Terwijl de meeste leden van de Ginkgo-familie in de afgelopen 100 miljoen jaar uitstierven, bleef de Ginkgo biloba in vrijwel ongewijzigde vorm bestaan. Ook deze boom moest een groot deel van zijn territorium prijsgeven, maar wist uiteindelijk in klein gebied in het oosten van China te overleven. Zijn ouderdom en zijn eigenzinnige plek in de evolutie maken de boom vanuit botanisch oogpunt uniek. Lange tijd hebben botanici geaarzeld in welke plantengroep de ginkgo thuishoorde. Uiteindelijk heeft men hem een heel eigen plek gegeven, in de naaktzadigen, vlak bij de naaldbomen.

Engelbert Kaempfer
In de westerse wereld was de boom lange tijd alleen maar bekend als fossiel. Afdrukken van het typische waaiervormige, vaak tweelobbige blad werden vaak in oude (mesozoïsche) gesteentelagen aangetroffen.
Pas in 1691 vond Engelbert Kaempfer een eerste exemplaar in Japan. Kaempfer was een duitse arts in dienst van de VOC en was in die tijd gestationeerd op het eiland Decima, vlak voor de kust van Japans. Een enkele maal per jaar vertrok vanuit Decima een kleine VOC-delegatie naar Tokio om de Japanse shogun eer te bewijzen. Kaempfer was een paar keer onderdeel van deze delegatie en tijdens een van zijn reizen zag hij deze bijzondere boom. Hij heeft de boom later beschreven in zijn Amoenitatum Exoticarum Politico-Physico-Medicarum. Hij beschreef hem ondermeer als Arbor nucifera (nootdragend) en folio Adiantino (met het blad van de Adianthus: de venushaar-varen).
Pas in 1771 kreeg hij zijn definitieve naam Ginkgo biloba van Carolus Linnaeus, die hem toen in zijn plantenclassificatie opnam. ‘Biloba’ betekent ‘tweelobbig’, en daarmee had Linnaeus meteen het meest opvallende uiterlijke kenmerk van de boom, namelijk het blad, beschreven.

In China en Japan was de boom natuurlijk al veel langer bekend. Vanaf de 11e eeuw werd de ginkgo in China gekweekt. De boom stond goed bekend vanwege zijn fraaie uiterlijk en vanwege de noten die lekker smaakten wanneer ze geroosterd werden. Vanaf de 12e eeuw namen Japanners stekken mee van de bomen. Veel van deze exemplaren kwamen terecht bij taoïstische tempels. (De Duitse naam voor de ginkgo is de ‘Tempelbaum’.) Nu nog steeds worden de bomen bij de tempels met het grootste respect behandeld.

Tweehuizig
De boom is normaal tweehuizig, dat wil zeggen dat de mannelijke en vrouwelijke bloemen niet aan dezelfde bomen voorkomen. De mannelijke bloemen staan in 3-5 cm lange katjes. De vrouwelijke bloemen hebben de vorm van kleine knopjes met aan de voet een kraagje. Ze zijn alleenstaand of staan in paren.
Op hoge leeftijd kan een ginkgo alsnog eenhuizig worden.
De bloei vindt plaats op het moment dat het blad verschijnt, eind april, begin mei. De bevruchting vindt plaats via windbestuiving.

De Utrechtse Ginkgo
Over het exemplaar in de Oude Hortus doen allerlei verhalen de ronde. Zo zou het een exemplaar zijn dat opgekweekt is uit één van de zaden die Kaempfer uit Japan had meegenomen. Hiervoor bestaat geen enkel bewijs.
Ook het verhaal dat de Ginkgo zou zijn aangeplant bij de start van de Hortus aan de Nieuwegracht in 1723 klopt zeer waarschijnlijk niet.
Wat wel vast staat is dat Linnaeus geen melding heeft gemaakt van de boom, toen hij in 1735 de Utrechtse Hortus bezocht. Hieruit kunnen we concluderen dat het niet waarschijnlijk is dat de boom er toen al was. Ook in de catalogus van Wachendorff uit 1747 wordt hij niet genoemd.
De eerste die melding maakte van de boom was de duitse botanicus Jacob Friedrich Ehrhart. Hij bezocht de Hortus Botanicus in september 1782 en beschreef een boom van 3-4 meter hoog. Aangezien een ginkgo een zeer trage groeier is, schatten we dat de boom toen tussen de 15 en 25 jaar oud moet zijn geweest.
Toen Ehrhart de boom beschreef stond hij niet in een kuip of pot, maar ‘im Freien’. Dat betekent dat men al wist dat de boom vorstbestendig was.

Volgens de overlevering is de Utrechtse Ginkgo biloba het oudste exemplaar buiten Japan. Wanneer we echter op zoek gaan naar bewijsmateriaal, dan blijkt dat we voor deze aanname nog steeds geen harde bewijzen kunnen vinden. Wél kunnen we er gerust van uit gaan dat het hier een van de oudste exemplaren buiten Japan betreft.

De Utrechtse Ginkgo is mannelijk. Halverwege de stam zit een vrouwelijke tak, die waarschijnlijk in de 19e eeuw op de stam is geënt. Deze vrouwelijke tak zit ieder jaar vol met vruchten. De vruchten zien eruit als kleine, bleekgeel-oranje abrikozen of mirabellen. (Eén van de vele namen van de ginkgo is ‘Zilverabrikoos’.) In november/december vallen ze op de grond, waarna het vruchtvlees gaat rotten. De rottende ginkgovruchten stinken flink.
Het blad van de ginkgo loopt in april uit op kortloten, in groepjes van 3 tot 5 bladeren bij elkaar. Het blad is waaiervormig, tweelobbig en heeft parallellopende nerven. De herfstkleur van het blad is intens goudgeel. Eind november tot begin december verliest de ginkgo z’n blad. Bij de Utrechtse ginkgo constateren we ieder jaar dat de vrouwelijke tak ca. 2 weken later van groen naar geel verkleurt en dat het blad van de vrouwelijke tak ook twee weken later van de boom valt dan de rest. Dat is een heel bijzonder gezicht!

Bron: www.uu.nl


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 1698.