kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 14-01-2016 voor het laatst bewerkt.

Griekenland


Griekenland (Grieks: Elláda of Hellas) is een land in Zuid-Europa, bestaande uit het zuidelijkste deel van het Balkanschiereiland en een groot aantal eilanden. Deze eilanden vormen samen ongeveer 20% van het landoppervlak. De grootste eilanden zijn Kreta, Evia, Lesbos en Rodos.

De formele naam van Griekenland in het Grieks is Ellás, wat internationaal vaak vervormd wordt. Deze naam wordt door sommige Grieken ook in andere talen geprefereerd ("Welcome to Hellas!") en Grieken noemen zich ook in andere talen wel Hellenen, naar het Griekse woord "Έλληνες".

De Nederlandse naam Griekenland en verwante namen in veel andere talen komen van het Latijnse Magna Graecia, waarmee de Romeinen aanvankelijk het door Grieken gekoloniseerde deel van Zuid-Italië en later de volledige door Grieken bewoonde wereld aanduidden. Overigens komt dit woord op zijn beurt wel weer uit het Griekse Graikós voort, volgens Aristoteles een oude naam voor het Griekse volk.

De bevolking bestaat voor het grootste deel uit etnische Grieken met kleinere groepen Albanezen, Turken en Bulgaren. Ook wonen er vele andere nationaliteiten vooral uit Europa en het middenoosten.

Enkele beroemde bezienswaardigheden in Griekenland zijn de tempel van Apollo Epicurius te Bassae, de archeologische plaats Delphi, de Akropolis van Athene, de berg Athos, het Meteora-klooster, en de archeologische plaats Epidaurus.

Hoogste punt: Olympus 2917 m.

Flora en fauna
De flora van Griekenland omvat tegen de 5000 soorten hogere planten, hetgeen in verhouding tot het niet zo grote landoppervlak een hoog aantal is. Een deel van de verklaring hiervoor is dat Griekenland door de zuidelijke ligging in de ijstijden relatief buiten schot is gebleven voor de verwoesting en sterke verarming door de alles kaal schrapende ijsmassa's. Een andere reden voor de rijkdom is het 'verbrokkeld' karakter van Griekenland: door de vele eilanden konden zich op veel plaatsen soorten ontwikkelen die nergens anders voorkomen endemische soorten. Tenslotte is de variatie aan klimaat in Griekenland, vanaf volkomen mediterraan tot de eeuwige sneeuw op de Olympus, zeer groot. Behalve in de temperatuur zijn er ook belangrijke variaties in de hoeveelheid regen die per streek jaarlijks valt.
Belangrijke families zijn de Asteraceae, Fabaceae, Campanulaceae, Boraginaceae, Brassicaceae en Orchidaceae en natuurlijk de grassen maar er zijn nog veel meer soortenrijke families. Het gehele jaar door zijn volop bloeiende planten aan te treffen: in januari tot maart veel orchideeen en lelie-achtigen, iets later in het jaar de Koolachtigen, gevolgd door een lawine van klokjesbloemen, primula's, distelachtigen midden in de zomer. In de laaglanden zijn de zomers kurkdroog en de vegetatie verdort, maar hoog in de bergen staat juist dan alles in bloei. De bloei van de soorten verloopt naarmate het jaar volgt naargelang de hoogte boven zeeniveau en in augustus staan op de Pindus en Olympus nog heel wat soorten in bloei. Een eiland als Kreta dat een-derde keer de oppervlakte van Nederland heeft, herbergt circa 2000 plantensoorten waarvan circa 10% nergens anders voorkomt.

De fauna van Griekenland telt naast een beperkt aantal zoogdieren tientallen soorten reptielen waaronder de Griekse landschildpad (zie schildpadden ), circa 400 vogelsoorten en vele duizenden insectensoorten waaronder tientallen vlinders en duizenden vliegen en wespen (in brede zin, hierbij inbegrepen de bijen). Voor vogelliefhebbers zijn de grote meren in het Noordwesten bij de grenzen van Albanië en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië een bekende plaats, evenals de Evros-delta helemaal in het Noordoosten. Ook diverse eilanden hebben hun speciale soorten zoals Eleonora's valk op lesbos, Chios en Kreta; op dat laatste eiland komt de laatste tientallen jaren ook weer veel de vale gier voor.

Geschiedenis
. Tot 1000 v. Chr. werd Griekenland geregeerd door vele verschillende leiders van diverse afkomst. Het gebied groeide uit tot een mengsel van onafhankelijke stadsstaten, waarvan velen kolonies in het Middellandse-Zeegebied vestigden.
Aegeïsche beschaving (voor 1600 v. Chr.)
Minoïsche beschaving (ca. 3000–1400 v. Chr.)
Helladische beschaving of Myceense beschaving (ca. 1600–1100 v. Chr.)
Cycladische beschaving (ca. 1600–1100 v. Chr.)
Duistere eeuwen (ca. 1200–800 v. Chr.)

. De klassieke Griekse cultuur, die rond Athene wordt gecentreerd, bereikte zijn hoogtepunt in de vijfde eeuw voor Christus alvorens het werd veroverd door Philippus II van Macedonië in 338 v. Chr.
Archaïsche periode (776–500 v. Chr.)
Klassieke periode (ca. 500–323 v. Chr.)
Hellenistische periode (323 v. Chr.–146 v. Chr.)

Archaïsche periode
De Archaïsche periode in de Griekse geschiedenis beslaat de periode van ± 800 tot 480 v.Chr. Het woord archaïsch is van Griekse oorsprong en betekent vrij vertaald 'uit het begin'.

Archaïsche Kunst: In deze tijd werden de eerste grote tempels gebouwd en ook de schilderkunst en monumentale beeldhouwkunst kwam tot ontwikkeling. De ontwikkeling van deze kunsten wordt ingedeeld in een vroeg-archaïsche, oriëntaliserende of Daedalische stijl (ca. 700-610 v.Chr.), een streng-archaïsche stijl (ca. 610-570 v.Chr.), een rijp-archaïsche stijl (ca. 570-530 v.Chr.) en een laat-archaïsche stijl (ca. 530-480 v.Chr.).
Bevolking en economie: Het is waarschijnlijk dat er in de Archaïsche periode een bevolkingsgroei heeft plaatsgevonden. Deze zou gestaag zijn doorgegroeid, in voortduring van de 10e tot 5e eeuw. De elite wordt groter dan voorheen in deze tijd. De bevolking had over het algemeen het zelfde geloof. Dit was een polytheïstisch geloof in een pantheon van algemeen in het hele Grieks sprekend gebied aanbeden goden, locale varianten daarvan als ook puur locale goden.
Politiek: Ondanks dat de bevolking niet explosief groeide, moesten er toch meer monden worden gevoed. Er werd nieuw landbouwgrond ontgonnen en er kwam een grote variëteit aan gewassen, waardoor vee steeds minder belangrijk werd. Ook begonnen de Grieken zich steeds meer op zee te bevinden, om in hun levensonderhoud te voorzien. Zij werden of piraat of handelaar. Breed herstel van nederzettingen en ook de materiële cultuur. Hutten werden huizen. Tempels van hout werden van steen. Dorpen groeien aaneen tot steden. Elite profileert zich, grotere schaal dan voorheen (dit is te zien aan het graf cultuur).

Democratie van Athene
In 624 v.Chr. kondigde Draco zijn strenge (draconische) wetten af: de macht van de adel werd beknot, de bloedwraak beperkt, het recht om te straffen kwam aan de staat. Maar de maatschappelijke noden van kleine boeren en handelaars vroegen om andere wetten.
Die vaardigde Solon uit in 594 v.Chr.; in zijn enigszins democratische staatsregeling hadden alle mannelijke burgers stemrecht en berustte de hoogste macht bij de volksvergadering.
Omstreeks 560 v.Chr. viel de macht in handen van de tiran Peisístratos, onder wiens zegenrijke bewind welvaart en kunst bloeiden. Kleisthenès ontnam de adel in 508 v.Chr. zijn invloed en voerde een echt democratisch bestuur in. Zijn schervengericht of ostracisme boodt de gelegenheid ongewenste staatslieden uit Athene te verbannen. De naam is ontleend aan het óstrakon (potscherf) waarop de leden van de volksvergadering de naam krasten van de staatsman die ze een gevaar vonden voor de staat.

Kolonisatie
Van de 8e eeuw tot de 6e eeuw, periode van de tweede Griekse expansie (eerste was ca 1100); de befaamde Griekse kolonisatie . Oorzaken - Uitlaatklep van de bevolkingsgroei - Oplossing voor interne conflicten binnen de elite van een Griekse stad. Mogelijkheid voor een bedreigende groep een nieuw bestaan op te bouwen. Steeds meer Grieken waagden zich op zee in navolging van de Fenicïers. Dit bevorderde de Griekse handel, scheepvaart, kennis van geografie. De meeste kolonies waren agrarische nederzettingen, gesticht op vruchtbaar terrein en de kolonisten werden landbouwers. Veel kolonies aan de kusten van de Zwarte Zee, in Sicilië en Zuid-Italië. In Sicilië en Zuid-Italië woonden zoveel Grieken dat het gebied in de oudheid Groot-Griekenland genoemd werd. Er ontstonden grote en bloeiende steden (Napels, Cumae, Syracuse,Tarente). Rond 600 v. Chr. werd Marseille gesticht door de stad Phocaea.
Het woord kolonisatie is misleidend. De Griekse kolonie, apoikia, was niet een winstgewest, maar een nieuwe onafhankelijke polis. De meeste kolonies zijn niet uit handelsoverwegingen gesticht, ze hebben de handel echter wel bevorderd.
De handel bevorderde de nijverheid in de steden. Door de schepen bouw en ceramiek dat vervaardigd moest worden. Toenemend aantal mensen buiten de landbouw werkte. Er ontstond geen stad-platteland tegenstelling. De meeste stadsbewoners waren boeren, die hun land buiten de stad hadden liggen.
Slechts enkele zeer grote steden, zoals Athene in de 5e eeuw, Rome in het begin van de jaartelling, werden in meerderheid bewoond door niet-agrarische bewoners (waren afhankelijk van import uit streken met graan overschotten).

. Het gebied werd later gecontroleerd door de Romeinse en Byzantijnse imperia alvorens het werd geabsorbeerd in het Ottomaanse imperium (1456).
Romeinse periode (146 v. Chr.–395)
Byzantijnse periode (395–1453)
Ottomaanse periode (1453–1832)

. Onafhankelijkheid van het Ottomaanse Rijk op 25 maart 1821 en erkenning in 1828
Griekenland bereikte zijn onafhankelijkheid en vestigde een constitutionele monarchie.

. Er volgde een militaire staatsgreep in 1967 en een democratische republiek werd gevestigd in 1974.
. Griekenland is sinds 1981 lid van de Europese Unie.
. Munteenheid vóór 2002: Drachme.


Copyright, This article is licensed under the GNU Free Documentation License. It uses material from the Wikipedia article http://nl.wikipedia.org/wiki/Griekenland_van_A_tot_Z.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 12.