kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 18-01-2016 voor het laatst bewerkt.

heerlijkheid

1 gelukzaligheid 2 iets heerlijks

3. Heerlijkheid kan ook verwijzen naar een bestuursvorm voortkomend uit een feodale onderverdeling van het overheidsgezag in de middeleeuwen.
De centrale persoon van de heerlijkheid was de eigenaar van die rechten: de heer, vrijheer of erfheer (of vrouwe, vrijvrouwe of erfvrouwe). Het Latijnse woord voor heer, dominus, werd ook wel gebruikt. De heren fungeerden als leenman van een hogere heer. Deze hogere heer kon een hoge edelman zijn, die zelf weer als leenman optrad namens een koning of keizer.

De term landsheer heeft twee betekenissen:
. Enerzijds is het, net als Heer der Nederlanden, in het algemene spraakgebruik de aanduiding voor de vorst die in personele unie alle afzonderlijke landheerlijkheden van de Bourgondische en latere Habsburgse Nederlanden verenigde. Landsheer Karel V was tevens keizer van het Heilige Roomse Rijk en koning van Spanje. Zijn opvolger als koning van Spanje en landsheer van de Nederlanden was zijn zoon Filips II.
. Anderzijds is landsheer staatsrechtelijk en juridisch gezien de positie van een feodale heer van een landsheerlijkheid die ter nadere aanduiding van zijn rechten de titel van bisschop, graaf, hertog of heer kon voeren. In deze zin speelde de landsheer van de 10e tot de 18e eeuw een rol in het bestuur van de Nederlanden. De soevereiniteit van de landsheer hield in dat hij niet onderworpen was aan het gezag van een andere landsheer.

Veel heerlijkheden waren in handen van de adel.
Ook regenten schaften heerlijkheden aan, met het doel zich een semi-adellijke status aan te meten. Zij voegden dan vaak de naam van de heerlijkheid aan hun achternaam toe, zoals Deutz van Assendelft, Six van Oterleek, enz.
Daarnaast waren veel heerlijkheden in handen van steden. De steden kochten heerlijkheden om zeggenschap te krijgen over het grondgebied rond de stad, bijvoorbeeld om te voorkomen dat de stad economische schade zou ondervinden van tolheffingen.

. Ambachtsheerlijkheid
Een ambachtsheerlijkheid was een heerlijkheid van een ambachtsheer. Een ambachtsheer was een heer met plaatselijke regeermacht en bevoegdheid tot rechtspraak. Het ambachtsheerlijk recht, dat los stond van het eigendomsrecht op de grond, was erfelijk en kon ook worden verkocht. Ambachtsheren kwamen vooral voor in Holland en Zeeland.
De ambachtsheerlijkheid onderscheidde zich van de vrije of hoge heerlijkheid doordat de heer geen jurisdictie in halszaken bezat. Naast rechtspraak behoorden ook bestuur en wetgeving tot de competentie van de heer. Deze liet uitoefening van al deze bevoegdheden meestal over aan een door hem benoemde schout (werkelijke uitvoering door schout en schepenen). Voorts had de heer onder meer recht op allerlei heffingen. Oorspronkelijk waren de ambachtsheerlijkheden in handen van edellieden. Later werden ze veelal gekocht door rijke burgers en door steden.

. Grondheerlijkheid
De grondheerlijkheid is net als de ambachtsheerlijkheid een lage heerlijkheid. Als de landsheer nieuw land uitgaf, bijvoorbeeld om het in te polderen, en het nog niet bedijkt was, kreeg de grondheer als eerste het recht om de schout en schepenen te benoemen. Hun taak was "die schouwinge te doen", dat wil zeggen zij kregen de macht inzake de waterstaat. De ambachtsheer bepaalde het bestuur en de wetgeving, maar liet de uitvoering van de macht over aan schout en schepenen. Hij besliste niet over halszaken.
Het zal duidelijk zijn dat door deze dubbele bevoegdheden van schout en schepenen de belangen niet altijd scherp waren. Schout en schepenen kregen op deze manier invloed op zowel het gebied van de waterstaat als op het gebied van bestuur en rechtspraak. Men verdacht de houders van een grondheerlijkheid er regelmatig van dat ze met opzet een dijk niet geheel voltooiden om op die manier de macht die ze op grond van hun grondheerlijkheid hadden te kunnen behouden. Tot op de dag van vandaag is het bestuur over de waterhuishouding zelfstandig ten opzichte van het overig bestuur.

. Hoge Heerlijkheid
Een hoge heerlijkheid was in de Middeleeuwen een gebied waarvan de landsheer de "Blutban" bezat; het recht om misdadigers ter dood te laten veroordelen en te executeren. In de Nederlanden bevonden zich voor de vestiging van de Nederlandse eenheidsstaat talloze gebieden waar een heer de macht uitoefende. In de heerlijke baljuwschappen werden de baljuws (politiecommisarissen) direct door de lokale Heer aangesteld.

. Landsheerlijkheid
Een landsheerlijkheid is het geheel aan overheidsrechten van een heer, alsmede het territorium waar deze rechten gelden, op grond waarvan deze heer soeverein is, d.w.z. aan geen hoger landrechtelijk gezag onderworpen.

Landsheerlijkheden speelden in de Nederlanden een rol van de 10e tot de 18e eeuw. Ze ontstonden vanuit het bezit van allodiale en feodale (d.w.z. in leen ontvangen) domeinen van de lokale aristocratie, grafelijke rechten in gouwen die vanaf de negende eeuw als leen werden uitgegeven, en die vanaf de tiende eeuw erfelijk werden, door schenking of usurpatie verkregen koninklijke rechten en koninklijke goederen, voogdijgebieden of leke-abbatiaten over geestelijke goederen. De landsheren ontleenden hun titels (bisschop, graaf, hertog, heer) aan hun belangrijkste rechten.

De centrale institutionele instelling in de landsheerlijkheid was uiteraard de landsheer, bijgestaan door zijn raadgevers. De landsheerlijkheden waren erfelijk in de mannelijke lijn. Aanvankelijk erfden alle zonen die niet in de geestelijke stand waren overgegaan. Later vond (overeenkomstig feodaal recht) vererving plaats op de oudste zoon (primogenituur) of, nog later, op de enige dochter. In het laatste geval ging dat veelal gepaard met successiestrijd.

De landsheerlijke raad (curia of consilium) bestond aanvankelijk uit de directe familieleden van de landsheer aangevuld met zijn belangrijkste dienstlieden en huisfunctionarissen. Later kwamen daar vertegenwoordigers van andere edelen (leenmannen), geestelijken en steden bij. Binnen de zo ontstane 'grote raad', die onregelmatig bijeen kwam en waaruit de gewestelijke staten ontstonden, ontwikkelde zich een kleinere raad die permanent in de omgeving van de landsheer verkeerde, en waaruit zich de 'geheime raad' (privy council) van de landsheer ontwikkelde.

De landsheren streefden in onderlinge concurrentie naar uitbreiding van hun rechten en bezittingen door huwelijk, erfenis, koop, verovering, usurpatie van voogdijen en feodalisering van overgebleven allodia. Dit gebeurde vanaf de veertiende eeuw in toenemende mate in overleg met de machtigste onderdanen, die zich in gewestelijke staten hadden georganiseerd, waardoor de landsheerlijkheden de bestuursvorm van een standenstaat kregen.

Er ontstonden personele unies tussen verschillende landsheerlijkheden (Holland-Zeeland-Henegouwen; Vlaanderen-Artesië). Tussen 1384 en 1543 verenigden de hertogen van Bourgondië de Nederlandse landsheerlijkheden in één personele unie, die in 1548 werden ondergebracht in de Bourgondische Kreis en in 1549 een uniforme successieregeling (Pragmatieke Sanctie) kregen.

Landsheerlijkheden in de Nederlanden:
. Sticht Utrecht (verdeeld in Nedersticht en Oversticht)
. Landgraafschap, vanaf 1339 Hertogdom Gelre
. Graafschap Holland
. Graafschap Zeeland
. Hertogdom Gelre
. Graafschap Leuven en Brussel, later deel van het hertogdom Brabant
. Landgraafschap Brabant, vanaf 1183/1184 Hertogdom Brabant
. Prinsbisdom Luik
. Graafschap, 1101 Hertogdom Limburg
. Graafschap Namen
. Graafschap Henegouwen
. Prinsbisdom Kamerijk
. Graafschap Vlaanderen
. Graafschap Artesië
. Graafschap, 1353 Hertogdom Luxemburg
. Heerlijkheid Mechelen

Tenslotte kan de term Heerlijkheid ook verwijzen naar Graden van heerlijkheid. Er zijn drie graden van heerlijkheid die de mens volgens bepaalde Christelijke stromingen kan beërven na het laatste oordeel. Dat wil zeggen dat men op verschillende niveaus in een bepaald Koninkrijk van heerlijkheid in de hemel kan worden opgenomen. Volgens de leer der mormonen zullen allen, behalve de zonen des verderfs, bij het laatste oordeel, daar een eeuwige woonplaats toegewezen krijgen. De drie graden van heerlijkheid zijn in volgorde:
. telestiaal, de laagste
. terrestiaal, de middelste
. celestiaal, de hoogste


Copyright, This article is licensed under the GNU Free Documentation License. It uses material from the Wikipedia article http://nl.wikipedia.org/wiki/Heerlijkheid.

Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 1646.