kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 18-01-2016 voor het laatst bewerkt.

hout

Het hout

1 het harde binnengedeelte van bomen en heesters
2 groeiende bomen
3 de gezamenlijke houten instrumenten in een orkest

Hout is het voornaamste bestanddeel van (vooral) bomen en struiken. Behalve bladeren, naalden en schors, bestaan de takken, stammen en wortels van niet-kruidachtige planten uit hout. Hout vormt het binnenste en grootste deel van de stam. Houtige gewassen zijn ofwel bomen, struiken, cactussen of doorlevende klimplanten (zoals druiven).

Functie van hout in de plant
In de plant geeft het stevigheid aan de stam en daarnaast is het, met name in de buitenste lagen, betrokken bij het transport van water en voedingsstoffen (anorganische sapstroom) van de wortels naar de bladeren. Het hout bestaat uit het secundaire xyleem. De tegenpool van het xyleem is het floëem, dat de transportstroom in de tegenovergestelde richting verzorgt.

Structuur van hout
Hout bestaat voornamelijk uit de celwandbestanddelen cellulose en hemicellulose, dat wordt samengehouden door lignine.

Omdat in gematigde klimaten de winter en de zomer verschillende groeiomstandigheden veroorzaken, hebben veel houtsoorten uit deze klimaten duidelijke groeiringen (ook wel jaarringen). Ook tropische houtsoorten hebben soms duidelijke groeiringen met name wanneer zij stammen uit gebieden met verschillende vochtigheidsseizoenen.

De eigenschappen voor wat betreft draadrichting, taaiheid, splijtbaarheid en sterkte verschillen van soort tot soort, en vaak van boom tot boom. De houtstralen (ook wel spiegels geheten) dienen voor het transport van voedingsmiddelen; deze komen alleen bij loofhoutsoorten voor.

Vorming van groeiringen
Deze groeiringen komen als volgt tot stand: onder de schors bevindt zich een laag delingsweefsel, een secundair meristeem, de cambiumlaag genoemd, die zowel naar binnen als naar buiten nieuwe cellen aanmaakt. Naar binnen toe differentiëren deze cellen zich tot hout (xyleem). Als het klimaat niet gelijkmatig is komt deze groei tot stilstand in het ongunstige seizoen. Deze stilstand komt niet plots maar met een geleidelijke overgang zodat het houtweefsel er anders uit gaat zien. Als aan het begin van het nieuwe seizoen nieuw hout gevormd wordt contrasteert dat met het laatstgevormde hout van het vorige seizoen. Groeiringen kunnen variëren van heel erg duidelijk (eiken, iepen, kastanje) tot heel vaag (paardenkastanje).

Bast
Het geheel van schors en aangroeilaag wordt meestal als "bast" omschreven. Rondom het binnenste, reeds afgestorven hout bevindt zich een levende laag. De schors barst bij de groei van de boom, daar hij niet elastisch is. De meest bekende schors wordt gevormd door de in Portugal groeiende kurkeik (Quercus suber uit de familie van de Fagaceae of beukachtigen), die om de 10 jaar een oogstbare laag afgeeft. Een gladde bast heeft de beuk, omdat bij deze soort er ook in de lengterichting zich delende cellen bevinden.

Toepassing van hout
Hout wordt voor vele nuttige doelen gebruikt. Het vormt de basis voor papier. Handwerkers en kunstenaars bewerken en verbinden stukken hout met speciale gereedschappen, wat houtbewerking genoemd wordt. Hout is dus een belangrijke grondstof; wordt veel gebruikt in de constructie van huizen en meubelen, voor vloeren, kozijnen, dakconstructies en afwerking. Daarnaast kan hout als brandstof worden gebruikt.

Hout is reeds een belangrijk constructiemateriaal sinds de mens begon met het bouwen van schuilplaatsen en blijft ook vandaag veel gebruikt. Tegenwoordig echter zijn heel wat producten met hout als grondstof vervangen door andere grondstoffen zoals metaal en plastic.

Houtsoorten
Hout van verschillende boomsoorten heeft verschillende eigenschappen. Dikwijls wordt er een grove indeling gemaakt van de houtsoort in loofhout (ook wel hardhout) en naaldhout (ook wel zachthout). Naaldhoutsoorten, bijvoorbeeld vurenhout en grenenhout, zijn vaak vrij zacht, terwijl sommige loofhoutsoorten bijvoorbeeld eikenhout veel zwaarder en harder zijn. Als een houtsoort hard is, hoeft zij niet moeilijk te bewerken te zijn: zo is mahoniehout een mooi rode houtsoort, behoorlijk hard maar zeer makkelijk te bewerken en uitstekend geschikt voor kostbare meubelen. Anderzijds is balsahout (een loofhoutsoort) zeer licht en zacht, wat het nuttig maakt voor toepassingen zoals voor modelbouw bij modelvliegtuigen.

Bovendien heeft hout van verschillende soorten:
. verschillende kleur en tekening,
. verschillende volumieke massa, zie opmerking 1,
. verschillende splijteigenschappen en
. verschillend gedrag bij wisselende vochtigheid,
. verschillende sterkte,
. verschillende gevoeligheid voor klimaateigenschappen en
. rotting of insectenvraat.

Het onderscheid tussen verschillende houtsoorten is, anders dan men op het eerste gezicht zou denken, niet eenvoudig. Zo lang men te maken heeft met een beperkt aantal houtsoorten uit een klein herkomstgebied zijn de soorten redelijk te onderscheiden voor iedereen. Als voorbeeld zou men kunnen nemen de van nature in Nederland of België voorkomende bomen. Maar in uitgestrekte landen als Brazilië en Indonesië, met grote bosoppervlakten (voor zover nog niet verdwenen) ligt de zaak totaal anders.

Door de grote diversiteit van tropische wouden en het naast elkaar voorkomen van tientallen soorten uit dezelfde plantengeslachten is het in de praktijk niet meer mogelijk om een onderscheid te maken op soortniveau. Denk bijvoorbeeld aan meranti (Shorea soorten), een groep handelshoutsoorten waarbinnen rode, witte en gele meranti kunnen worden onderscheiden. Elk daarvan (bijv. rode meranti) omvat nog steeds enkele tientallen soorten. Hetzelfde geldt voor handelsbenamingen als gerutu, balau en lauan.

Met behulp van houtanatomie (zie xyleem) is het in veel gevallen mogelijk om deze soortengroepen, of zelfs wel de soort, vast te stellen. In de praktijk worden hiermee zeer veel fouten gemaakt, al dan niet expres (vanwege de soms grote commerciële belangen kan het voordelig zijn om hout een onjuiste naam te geven). De kort na 1930 opgerichte International Association of Wood Anatomists (IAWA) -- een vereniging van mensen die aan houtanatomie doen -- bevordert de kennis van hout op microniveau. Houtanatomie is in de praktijk het onderzoeken van zeer dunne schilfertjes (coupes) van hout. Dit onderzoek brengt de microstructuur van het hout aan het licht en levert veel betrouwbare gegevens voor de identificatie. Het is gebleken dat deze microstructuur per soort relatief erg constant is, vergeleken met de macrostructuur; hout van dezelfde soort kan, afhankelijk van de groeiplaats en de weeromstandigheden zeer verschillend lijken terwijl de microstructuur weinig varieert.

Het is goed te beseffen dat de microstructuur vaak de eigenschappen van de macrostructuur veroorzaakt. Hoe kleiner en gelijkmatiger verdeeld de houtvaten zijn, des te 'fijner is de nerf'. De kleur van hout hangt veelal samen met kleurstoffen in bepaalde cellen. Overigens zijn die kleurstoffen er niet om ons mensen te plezieren; ze zijn meestal enigszins tot uiterst giftig en dienen om vraat door 'beestjes' binnen de perken te houden. De volumieke massa hangt samen met de dikte van de celwanden, hoe dikker deze zijn, hoe zwaarder het hout is. Vaak gaat een donkere kleur samen met een hoge volumieke massa, bijvoorbeeld bij pokhout (Guaiacum sanctum), ebben (Diospyros, vele soorten), basralocus (Dicorynia guianensis), angelim vermelho (Dinizia excelsa), grenadille (Dalbergia melanoxylon) en vele Acacia- en Eucalyptus- soorten. Maar ook licht gekleurde houtsoorten kunnen zwaar en hard zijn, zoals palmhout (Buxus, diverse soorten), de vele ebbenhoutsoorten die GEEN zwart kernhout vormen, en satijnhout (Chloroxylon swietenia). De eerstgenoemde soorten bezitten eenvoudig meer of andere kleurstoffen dan de tweede categorie.

opmerking 1: bij hout spreken we niet van soortelijk gewicht maar van volumieke massa, aangezien hout geen homogene stof is; hout bestaat niet uit 'houtmoleculen' in tegenstelling tot koper, dat uit koperatomen bestaat, of paradichloorbenzeen, dat uit paradichloorbenzeen-moleculen bestaat.

Website: Hout kan op verschillende manieren bewerkt worden. Bijvoorbeeld:
. vijlen: met een rasp
. zagen: met verschillende soorten zagen
. hakken: met een handbijl of een hak
. glad maken: blokschaaf, schuren, schuurpapier of een schaafrasp
. boren: met verschillende boren
. snijden: beitel, of een mes
. spijkeren: met verschillende hamers
. lijmen: met lijm
. buigen: door het hout aan de ene kant nat te maken en het aan de andere kant te verhitten

Zaagwijze
Bomen kunnen afhankelijk van de beoogde toepassing op verschillende manieren worden verzaagd. Dat gebeurt meestal in drie verschillende hoofdrichtingen: radiaal, tangentiaal of axiaal. Hierdoor verschillen de eigenschappen van hout. Krom- en scheluw trekken, zwellen en krimpen noemt men: werken van hout. Ook verschilt hout afkomstig van de buitenkant van de boom waardoor nog transport plaatsvindt (spinthout) van het veel hardere kernhout dat alleen nog stevigheid aan de boom geeft.

Houtproductie
Dat de houtproductie een aandeel (gehad) heeft in de ontbossing kan niet ontkend worden. Toch kan de ontbossing niet volledig aan de houtkap geweten worden. Andere factoren die hierin meespelen zijn onder andere bosbranden, al dan niet aangestoken door de plaatselijke bevolking om nieuwe (tijdelijke) landbouwgrond te hebben enzovoort.

Er worden wereldwijd echter inspanningen gedaan om de ontbossing tegen te gaan, zowel door bescherming van de bestaande (oer-)bossen als door de aanplanting van nieuwe (productie-)bossen. Zo is de jaarlijkse aangroei van hout (in kubieke meter) in de skandinavische landen groter dan de hoeveelheid die jaarlijks gekapt wordt. In de aziatische landen (vooral Indonesië en Maleisië) wordt door de overheid ook steeds harder opgetreden tegen het illegaal kappen van bomen. Enkele internationale organisaties die ernaar streven om het evenwicht te herstellen op het vlak van houtkap zijn FSC en PEFC. Vooral het FSC-keurmerk heeft veel aanhang bij de milieubeweging, omdat het strenge eisen stelt aan het bosbeheer, maar ook aan sociaal-economische omstandigheden.

Afgeleide houtproducten
Massief hout kan ook een aantal nadelen hebben zoals de prijs, het milieu, scheluw trekken, werken... Om deze te ondervangen zijn er ook een groot aantal van hout afgeleide producten ontstaan, die (gedeeltelijk) van minderwaardig hout of houtafval kunnen worden gemaakt en die in een aantal toepassingen massief hout kunnen vervangen. Voorbeelden zijn MDF, Fineer, meubelplaat, triplex en multiplex, spaanplaat, hardboard, laminaat, zachtboard etc.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 4036.

Tweets by kunstbus