kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 19-01-2016 voor het laatst bewerkt.

impressionisme

Impressionisme

Benaming voor een stijlrichting binnen de schilderkunst, literatuur en muziek uit de tweede helft van de 19e eeuw.

Het impressionisme beoogt de uiterlijke indruk [Frans: impression] van een kunstwerk op de toeschouwer respectievelijk de toehoorder over te brengen. Het doel was om meer door suggestie dan door precieze schildering de indrukken vast te leggen. Het impressionisme heeft iets vluchtigs over zich, het gaat meer om het gevoel, de verbeelding en het effect daarvan op de toeschouwer. Vandaar ook de voorliefde van de impressionisten voor de vermoede omtrekken in plaats van de harde lijnen of het spel van licht en schaduw op het gebied van de schilderkunst. Men wil niet langer het object zelf uitbeelden, maar het vluchtige ervan proberen te vangen. Het zijn de subjectieve waarnemingen van de kunstenaar en de weergave daarvan die centraal staan.

Het impressionisme was (vooral) in het Frankrijk van 1860 tot 1890 een totaal nieuwe stijltechnische conceptie die tegenover het toen algemeen aanvaarde en officieel erkende academisch classicisme stond.

De term impressionisme is verzonnen naar aanleiding van een schilderij van Claude Monet met de titel Impression, soleil levant. Geleid door Edgar Degas en Pierre-Auguste Renoir hadden 31 jonge Franse schilders 165 werken samengebracht in het atelier van de fotograaf Nadar te Parijs Ze openden hun expositie op 15 april 1874, precies een maand voor de opening van het officiële "Salon". De expositie wekte schandaal, zowel omwille van de onverwacht banale onderwerpkeuzes als omwille van de onaanvaardbare stijltechnieken. In het Parijse blad "Charivari" van 25 april 1874, wilde de journalist-criticus Louis Leroy het ophefmakende doek van Claude Monet "Impression du soleil levant" belachelijk maken en noemde hij de exposanten "Les impressionistes".

Zie ook Realisme
==============================

Impressionistische kunst
Het impressionisme manifesteerde zich eerst in de beeldende kunst. De impressionisten schilderden wat zij waarnamen: in vaak lichte schildertoetsen gaven zij de alledaagse realiteit weer. Het licht, de sfeer van het moment was daarbij van belang.
De belangrijkste schilders van het impressionisme in Frankrijk waren: Monet, Renoir, Pissarro, Sisley, Cezanne, en Degas.
In Duitsland: Liebermann, Corinth en Slevogt.
In Italië Segantini.

Vertegenwoordigers: Jean Béraud, Charles Angrand, Frédéric Bazille, Eugène Louis Boudin, Antoine Bourdelle, Gustave Caillebotte, Emile Claus, Lovis Corinth, Henri-Edmond Cross, Edgard Degas, Fantin-Latour, Jean-Louis Forain, Edouard Manet, Claude Monet, Berthe Morisot, Camille Pissarro, Auguste Renoir, Auguste Rodin, George Seurat, Paul Signac, Alfred Sisley, Merse Pal Szinyei, Maurice Utrillo, Vincent Van Gogh, James Whistler,

In Frankrijk ontstond na 1860 een richting in de schilderkunst die men als een reactie op het classicisme van die tijd kan beschouwen. Deze schilders wilden de werkelijkheid als persoonlijke indruk weergeven, zonder toevoeging van literaire of symbolische elementen. Zij schilderden veelal in de open lucht, in plaats van in een atelier, zoals de schilders van de academische richting deden. Hun voorkeur ging uit naar de weergave van het licht en de atmosfeer en zij gaven de kleurwerking voorrang boven de vormgeving. De benaming impressionisme ontstond, toen Claude Monet zijn schilderij Impression, soleil levant, dat een havengezicht bij zonsopgang voorstelt, samen met werk van o.a. Renoir, in 1874 te Parijs tentoonstelde. Deze tentoonstelling ondervond zeer veel kritiek, zowel van de pers als van het publiek. Monets schilderij inspireerde de journalist Leroy tot de spotnaam Impressionistes, waarmee hij de gehele groep schilders van deze richting samenvatte. Behalve Monet en Renoir behoorden ook Paul Cézanne, Edgar Degas, Camille Pissarro, Alfred Sisley, Armand Guillaumin en Berthe Morisot tot de impressionisten, terwijl Edouard Manet als hun voorman werd beschouwd.

Kenmerkend voor het impressionisme is dat het de werkelijkheid waarneemt en vertolkt als een beweeglijk mengsel van kleuren en tonen. De impressionistische vormgeving is het duidelijkst in de tekenkunst: in grote snelle veelzeggende streken noteert de kunstenaar als het ware de vluchtige indruk en hij poogt daarbij toch het essentiële van de impressie van het ogenblik vast te houden. Hoewel omstreeks 1886 verscheidene schilders, zoals Cézanne en Pissarro hun eigen weg gingen, kreeg het impressionisme een grote invloed op de kunst in het buitenland.

In Duitsland waren de belangrijkste vertegenwoordigers van deze richting Max Liebermann, Louis Corinth en M. Slevogt. In Engeland werd het werk van J.S. MacNeill Whistler door het impressionisme beïnvloed en in België dat van de groep Les XX en de schilders Ensor, Evenepoel, Smits en (later) de schilder-beeldhouwer Rik Wouters. In Nederland ondergingen de Amsterdamse School met o.a. George H. Breitner, Isaäc Israëls en Jacob van Looy en de Haagse School met schilders als Jacob en Willem Maris, Johannes Bosboom en A. Mauve deze invloed.

In Frankrijk bouwde Monet consequent voort op de beginselen van het impressionisme en hij verwaarloosde daarbij vorm en kleur, waartegen o.a. Cézanne zich ging verzetten. Renoir ging meer aandacht schenken aan de lijn en werd een belangrijk portretschilder. Seurat ging over naar het pointillisme, waarin Pissarro hem volgde. Hierbij brachten theoretische overwegingen de kunstenaar ertoe bepaalde kleuren die hij als eenheid zag te ontleden en in veelheid op het doek te brengen, het aan het oog van de toeschouwer overlaten de vereniging weer te voltrekken. Op deze wijze hoopte men de werkelijke natuurtonen nog meer te benaderen en zo bouwden de neoimpressionisten hun schilderijen geheel op uit kleine kleurvlakjes. Tot deze stroming behoren o.a. Signac, Maximilien Luce, de Belg Théodore van Rysselberghe en de nederlander Ferdinand Hart Nibbrig. (Summa)

==============================

Impressionistische muziek
Het impressionisme is een overgangsperiode tussen de Romantiek en de Moderne tijd. In de muziek zie je dit ook goed: enerzijds is het een ontwikkeling die voortvloeit uit de Romantiek, maar anderzijds zijn er veel vernieuwende invloeden in de impressionistische muziek te ontwaren.
Het impressionisme in de muziek is vooral te vinden bij Claude Debussy.
In de impressionistische muziek gaat het eveneens om het weergeven van de indrukken. Vaak is het onderwerp de natuur. Er is in het geheel geen belangstelling voor psychologische achtergronden en mensen spelen in dit soort muziek dan ook een geringe rol. De muziek is heel kleurig, werkt met bijzondere klanken en heeft als kenmerk dat het voortkabbelt, dat het onderweg is, maar nergens naar toe gaat.

In Frankrijk maakte Claude Debussy impressionistische composities: ook al sloot zijn gevoelige muziek nog wel aan bij de ideeën van de Romantiek, toch bracht hij veel nieuwe ideeën in zijn muziek tot uiting. Hij ontwikkelde een nieuwe, rijke harmonie en probeerde bepaalde gevoelens of gewaarwordingen in zijn muziek te verklanken. Bij nadere beschouwing is de aanpak van Debussy totaal anders dan die van de romantische componisten: hij vermeed bij toonkleuring de massieve romantische tonen, door subtiele, mysterieuze, klankflarden te componeren. Zijn harmonieën klinken enigszins vaag en tastend. Vaak maakt hij gebruik van klankakkoorden die ‘vreemd’ en suggestief zijn. Zijn muziek is vaak sferisch en is grillig en quasi-improvisatorisch van karakter. Je zou deze muziek mogelijk ook wel filmisch kunnen noemen. (Bron: W. Steffelaars – muzikale stijlleer)

Impressionistische literatuur
In de literatuur zijn de vertegenwoordigers van het impressionisme Liliencron, de jonge Rilke en de broers Goncourt.
In de literatuur wordt in plaats van de term impressionisme vaak gesproken over symbolisme.
In Nederland vinden we het impressionisme terug bij de Tachtigers (voorbeeld: het gedicht Mei van Gorter). Nauwe contacten tussen dichters en schilders hebbben ervoor gezorgd dat de impressionistische ideeën uit de schilderkunst ook weergegeven werden in de literatuur. Een goed voorbeeld voor de symbiose tussen de impressionistische schilderkunst en letterkunde is Jacobus van Looy, een all-round impressionist als het ware. Dichters als Pol de Mont en Herman Gorter willen door en in poëzie uiting geven aan hun zintuiglijke en erg individueel gekleurde indrukken van de natuur. Een aantal jaren lang kon het impressionisme in Nederland geassocieerd worden met de Tachtigers. Hun poëzie was de weergave van al het schone dat zij met hun zintuigen ervaarden.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 687.