kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 19-01-2016 voor het laatst bewerkt.

interbellum

Periode tussen twee oorlogen, vooral die tussen de Eerste en de Tweede Wereldoorlog.

Een interbellum (van het Latijn inter (tussen) en bellum (oorlog)) is een periode tussen twee oorlogen. Specifiek wordt ermee de periode tussen de Eerste en de Tweede Wereldoorlog bedoeld.

De vredesconferenties
In de voorsteden van Parijs werden in 1919 een aantal vredesconferenties gehouden ter voorbereiding op de verdragen met de verslagen Centrale Mogendheden (met name Duitsland en Oostenrijk-Hongarije). De Amerikaanse president Woodrow Wilson kwam met idealistische denkbeelden naar Frankrijk: hij wilde een Volkenbond oprichten, en zelfbeschikkingsrecht voor alle volkeren. Dit hield in dat zij allen, inclusief de verslagen Centrale Mogendheden, redelijk zouden moeten worden behandeld. Iedere nationaliteit zou het recht hebben om in een eigen staat te mogen wonen. Dit denkbeeld strookte slecht met de andere geallieerden als het op het verdelen van de buit aankwam. Italië, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk hadden enorm geleden, terwijl Servië, Roemenië en België bijna van de kaart waren geveegd. Deze landen hadden honderdduizenden jonge mannen verloren en kampten met een enorme oorlogsschuld. Daar moest wel een flinke prijs tegenover staan. Deze geallieerden drongen dus aan op harde behandeling van de Centralen. Japan had sowieso slechts meegedaan voor de oorlogsbuit, en sloot zich bij deze groep aan.

De Russen, die het meest geleden hadden, waren niet uitgenodigd, ondanks de latere nietigverklaring van het Verdrag van Brest-Litovsk. Men beweerde dat men het er niet over eens was welk gezag bevoegd was Rusland te vertegenwoordigen. De ware reden was uiteraard dat dit gezag de goedkeuring van de geallieerden niet kon wegdragen. Een ander probleem was het feit dat Servië en Montenegro in het Koninkrijk der Serviërs, Kroaten en Slovenen (SKS) waren opgegaan. Het SKS was nog niet erkend, terwijl Servië en Montenegro niet meer bestonden.

Ieder land trachtte met een zo groot mogelijke delegatie te komen (indien het dit kon bekostigen). De willekeur der grootste partijen bepaalde echter of iemand ook recht van spreken had, en zo ja, of hij ook serieus genomen werd. De Italiaanse gedelegeerden trachtten de SKS-gedelegeerden zoveel mogelijk het zwijgen op te leggen. De Brazilianen (wier bijdrage aan de oorlog symbolisch was geweest) werd het door Wilson vergund twee afgevaardigden te sturen terwijl België en Roemenië het met één moesten stellen, ondanks de door hun gebrachte offers. De Grieken werden in hun eisen gesteund door de Britten, die Griekenland als springplank voor hun eigen ambities en als tegengewicht voor Italië zagen. België werd gesteund door de Fransen, die graag een sterk België wilden om de Duitsers van hun noordgrens weg te houden. Om Duitsland in de tang te houden, werden ook de Poolse en Tsjecho-Slowaakse ambities gesteund.

Het resultaat, het Verdrag van Versailles, was een vrede die door velen als onrechtvaardig werd beschouwd. Niet nationaliteiten bepaalde de grenzen, maar het principe van "the winner takes it all". De Japanners kregen het recht de Duitse concessies in China te bezetten, wat tot een storm van woede in China leidde (en in de V.S.!). Overwegend Duitse of Hongaarse gebieden werden aan de overwinnaars of aan de successiestaten gegeven. De Duitse koloniën en Ottomaans-Arabische gebieden werden mandaatgebieden van Zuid-Afrika, de V.S., Groot-Brittannië, Frankrijk of Japan, wat in de meeste gevallen neerkwam op kolonialisme. De verdragen bevestigden ook de militaire inbezitneming van gebieden door Italië, Roemenië en het SKS. De Centralen werd het grootste deel van de schuld toegeschoven, en hun werd herstelbetalingen en zware verplichtingen opgelegd. De legers werden verplicht ingekrompen tot groottes die varieerden van 33.000 tot 100.000 man.

Reeds kort na de bekendwording van de tekst van de verdragen voorspelde men dat deze de blauwdruk vormden voor een nieuwe oorlog.

Centraal-Europa en de Baltische Staten
Polen kwam als een chaos uit de Eerste Wereldoorlog. De jonge staat trok ten velde tegen Rusland, en wist hiermee zijn oppervlakte te verdubbelen. Estland, Letland en Litouwen werden onafhankelijk, maar Polen bezette wel de oude Litouwse hoofdstad Vilnius. Litouwen compenseerde zichzelf met de Duitse havenstad Memel. Uiteindelijk zou Polen een militaire dictatuur worden onder de aanvankelijk pro-Duitse Piłsudski. Deze zat gedurende de oorlog in gevangenschap in Duitsland, maar werd net voor de wapenstilstand door de Duitsers per trein naar Warschau gestuurd, alwaar hij als een nationale held werd ontvangen. De Duisters zagen een onafhankelijk Polen namelijk liever bestuurd door Piłsudski, dan door de anti-Duitse Roman Dmowski.

Tsjecho-Slowakije scheen onder zijn schepper en president Tomas Garrigue Masaryk een betere toekomst tegemoet te gaan. Het land werd een democratie, en bezat het sterkste leger en de sterkste economie van de regio. De minderheden was echter het zwakke punt van de jonge staat. Sudetenduitsers, Hongaren en Polen klaagden dat ze werden gediscrimineerd, al deed de behoedzame regering zoveel mogelijk om ze tevreden te stemmen. In 1938 zou Hitler gebruikmaken van deze onrust om Tsjecho-Slowakije te verscheuren. Een jaar later zou hij Oost-Europa verdelen met de Sovjet-Unie, waardoor Polen en de Baltische staten ten onder zouden gaan.

Italië
Italië ging in 1919 als overwinnaar naar de vredesconferenties. De delegatie werd geleid door premier Orlando. Eens had hij mensenrechten gedoceerd in Palermo, en had de naam zo altruïstisch te zijn als Wilson, maar nu moest hij honderdduizenden doden en een torenhoge schuld aan de bevolking verantwoorden. Dit bracht hem en zijn opvolgers in conflict met het SKS, de staat die later Joegoslavië zou worden. Gabriele d'Annunzio en een aantal teleurgestelde veteranen besloten zelf de stad Fiume maar te bezetten, wat er uiteindelijk toe bijdroeg dat Italië toch de stad plus een aantal Dalmatische eilanden verkreeg, naast Zuid-Tirol. Ook bezetten de Italianen tijdelijk een deel van Anatolië, maar trokken zich onder druk van Mustafa Kemal terug.

In deze atmosfeer kwamen de Fasci di Combattimento van Benito Mussolini op. Deze "strijdgroepen" bestonden voor een groot deel uit ontevreden veteranen die niet vies waren van een robbertje vechten met de communisten. In 1922 kondigde Mussolini een mars op Rome aan, die echter erg slecht was voorbereid en makkelijk verijdeld had kunnen worden. De bluf werkte echter, en de koning droeg hem op een regering te vormen.

Tijdens de fascistische tijd wist Mussolini ondanks de dictatuur en onderdrukking van vrije pers en meningsuiting zijn land toch uit de chaos en anarchie te redden. Orde, tucht en efficiëntie zorgden dat "de treinen weer op tijd reden", en de fabrieken in het noorden draaiden, waardoor Italië weer brood op de plank kon krijgen. Mussolini sloot een Concordaat met het Vaticaan en had in de internationale diplomatie een belangrijke stem in het kapittel.

In de jaren 1933-1939 raakte Mussolini echter meer en meer in de ban van Adolf Hitler. Zijn jaloezie bracht hem ertoe ook op veroveringspad te gaan. Ethiopië en Albanië werden bezet, maar in 1939 bleef Italië aanvankelijk neutraal. Toen de Duitse legers echter de Fransen vernietigend versloegen, besloot Mussolini nog net op de Duitse trein te springen voor de koek op was. Hiermee vergooide hij alles wat hij eerder had opgebouwd en stortte hij zijn land in de Tweede Wereldoorlog.

Sovjet-Unie
De Sovjet-Unie (USSR) vormde tijdens het interbellum een geïsoleerde mogendheid. Na een vreselijke burgeroorlog (1918-1921) brandde een machtsstrijd los om het opvolgerschap van de stervende Lenin. Terwijl deze voortwoedde en Lenin overleed, begon de economie zich onder de gunstige invloed van de NEP weer enigszins van de oorlog en de burgeroorlog te herstellen. In 1929 overspoelde de Grote Depressie de wereld, maar de geïsoleerde economie van de Sovjet-Unie bleek hier immuun voor te zijn, en groeide zelfs. De jaren '30 werden echter gekenmerkt door tomeloze terreur door Stalin, waarbij iedereen die een hogere opleiding had gehad dan lagere school verdacht was, en de kaders tot in de hoogste regionen gezuiverd werden. Duizenden werden na showprocessen geëxecuteerd of in strafkampen opgesloten. Nieuwe leiders werden benoemd, die na verloop van tijd zelf ook weggezuiverd werden.

De Sovjet-Unie had in de jaren '20 voorzichtig toenadering tot Duitsland gezocht. Beiden waren immers internationale paria's. Overeen werd gekomen dat de top van het Duitse leger met Russische officieren mocht meedoen met grote oefeningen, waardoor zij ervaring opdeden. Ook produceerde de Sovjet-Unie moderne wapens voor Duitsland. Veel Russische officieren die aan de oefeningen meegedaan hadden, zouden hier later met hun leven voor moeten betalen. Door hun contact met Duitsers waren ze in de jaren '30 voor Stalin zeer verdacht. Zij waren de eerste slachtoffers van de zuiveringen.

Stalin was, mede door Hitlers felheid tegen het communisme, vrijwel de enige wereldleider die Hitler als een serieus gevaar zag. Toen de westelijke geallieerden echter niets deden, en zelfs niet serieus op zijn voorstellen voor een defensieve alliantie tegen Duitsland ingingen, besloot hij met Duitsland in zee te gaan. In 1939 sloot hij met Duitsland een non-agressiepact, waarin in een geheime clausule Europa tussen Duitsland en de USSR verdeeld werden. Hier moest de USSR echter zwaar voor boeten: in 1941 werd het land toch aangevallen, en moest vier bloedige jaren de nazihorden het hoofd bieden.

Verenigde Staten
President Woodrow Wilson had zich met zijn ideeën in het buitenland zeer populair gemaakt, maar binnenlandse irritatie opgewekt. Veel Amerikanen vonden dat hij de VS meesleepte in rare Europese oorlogen, en ook van de Volkenbond zou wel weinig goeds komen. Hij kreeg het Verdrag van Versailles niet door de Senaat. Ook weigerde men deel te nemen aan de nota bene door Wilson zelf geïnitieerde Volkenbond. In 1919 kreeg Wilson een beroerte, in 1921 dwong zijn slechte gezondheid hem tot aftreden. Hij werd opgevolgd door Harding. Die voerde een isolationistisch beleid in de geest van de Monroe-doctrine, en onder de slogan "back to normal".

De VS hadden duizenden mannen naar het front gestuurd. Daar hadden ze de gruwelen van de oorlog gezien en leren drinken. Men was bang voor een verspreiding van alcoholisme en voerde de Drooglegging in. Dit werd geen succes: men onttrok zich er massaal aan door in Canada, Mexico of in illegale kroegen te gaan drinken. Drank werd illegaal gestookt en verhandeld, waar criminelen als Al Capone schatrijk mee werden. Ten slotte werd de Drooglegging begin jaren '30 ingetrokken.

De Amerikanen zagen dat de Duitse herstelbetalingsverplichtingen in 1923 tot een enorme economische crisis leidden, en boden een saneringsplan aan. Duitsland zou een nieuwe mark invoeren en de herstelbetalingen hervatten, maar de VS zouden Duitsland het geld lenen. Een deel van het geleende geld was bestemd voor herstelbetalingen, een ander deel mocht Duitsland zelf besteden. Engeland en Frankrijk betaalden van de herstelbetalingen de Amerikaanse banken weer terug, en zo ontstond een cirkel waar iedereen tevreden mee was. De jaren '20 stonden in het teken van de georganiseerde misdaad, maar ze stonden ook voor voorspoed, jazz, en optimisme. Ford ontworp zijn T-Ford, en al snel reden overal auto's en ontstonden zelfs de eerste file's. Beursaandelen vonden gretig aftrek en op Wall Street klommen de koersen.

In 1929 sloeg de crisis als een mokerslag toe. De economie toonde reeds de hele zomer tekenen dat het niet goed ging, er waren al faillissementen, maar de beurskrach op 24 oktober 1929 ontnam alle vertrouwen bij de meeste Amerikanen. Beleggers raakten hun spaargeld kwijt. De werkloosheid explodeerde, omdat bedrijven moesten inkrimpen. De Amerikaanse regering draaide de geldkraan naar Duitsland dicht, wat in Duitsland de crisis vergergerde.

In 1932 trad echter een nieuwe leider aan: Franklin Delano Roosevelt. Met zijn New Deal trachtte hij de crisis aan te pakken. Hoewel het succes hiervan zeer omstreden was, kreeg men wel het vertrouwen in de economie en regering weer enigszins terug. In 1936, 1940 en 1944 werd Roosevelt dan ook telkens herkozen. In 1941 vielen de Japanners echter Pearl Harbor aan en verklaarde Duitsland de VS de oorlog, waarmee ook de Verenigde Staten in de Tweede Wereldoorlog werden gezogen.

Balkan
De Balkan kwam als een chaos uit de Eerste Wereldoorlog. Het nieuwe Koninkrijk der Serviërs, Kroaten en Slovenen (SKS) ruziede met Italië over delen van Slovenië en Kroatië, en voerde in het noorden strijd met etnische Duitsers die liever bij Duitsland of Oostenrijk wilden horen. In Hongarije werd onder Bela Kun een radenrepubliek uitgeroepen, die vanuit Roemenië omvergeworpen werd. In Bulgarije vond een revolutiepoging plaats, na de onderdrukking gevolgd door Witte terreur, terwijl de Macedonische terreurbeweging VMRO het land ontwrichtte. In Albanië wist Ahmed Zogu de macht te grijpen en zich met harde terreur te handhaven.

Turkije wist zich onder Mustafa Kemal (Atatürk) van de sultan en de Britse, Griekse, Franse en Italiaanse aanwezigheid te ontdoen, en de Vrede van Sèvres te matigen tot de Vrede van Lausanne. De Armeense opstand werd hard neergeslagen, en na de oorlog met Griekenland kwam het tot een massale bevolkingsuitwisseling. Armenen en Grieken vluchtten naar Griekenland of Amerika, Griekse Turken en moslims vluchtten naar Turkije.

Frankrijk moedigde bondgenootschappen aan om revisionistische verlangens van Hongarije, Duitsland en Oostenrijk de kop in te drukken. Een voorbeeld hiervan was de Kleine Entente (Roemenië, Joegoslavië, Tsjecho-Slowakije). Ook het Italië van Mussolini trachtte invloed op de Balkan te verwerven via Albanië en Joegoslavië. Koning Alexander en zijn regering verbraken echter direct de betrekkingen na een mislukte moordaanslag van de VMRO en Ustace. Mussolini bleef hierop de Ustace steunen, maar trok deze steun later op aandringen van Hitler in.

Dit luidde een periode van extreme Duitse bemoeienis met de Balkan, zodat Joegoslavië, Bulgarije en Roemenië tot de facto satellietstaten van Duitsland werden gedegradeerd. De Griekse dictator Metaxas toonde zich een groot bewonderaar van Mussolini, terwijl Albanë in 1939 door Italë werd bezet. De Duitse aandelen in de im- en exporten van de landen steeg tot 50%. Hitler wist zich hierdoor te verzekeren van een productief achterland dat hem bovendien van een constante oliestroom verzekerde (Roemenië).

Toen in 1939 in de rest van de wereld de Tweede Wereldoorlog uitbrak, heerste op de Balkan een krampachtige vrede onder de ijzeren Duitse vuist. In november 1940 besloot Mussolini echter dat hij ook een grote veroveraar kon zijn, en viel Griekenland binnen. Toen deze echter door de Grieken de Balkan uitgeschopt dreigde te worden, bereidde Hitler een aanval op Griekenland voor, om te voorkomen dat de Britten er een bruggenhoofd vestigden. Een staatsgreep in Joegoslavië uit verzet tegen deelname aan het As-verdrag leidde ertoe dat dit land op 10 april 1941 samen met Griekenland werd aangevallen. Ook op de Balkan was de Tweede Wereldoorlog begonnen.

Midden-Oosten en Afrika
De Turkse en Duitse gebiedsdelen werden in 1919 tot mandaatgebieden verklaard. Aan het Verenigd Koninkrijk (Palestina, Irak, Tangajika, Togo, Kameroen), Zuid-Afrika (Namibië), België (Ruanda-Urundi) en Frankrijk (Syrië, Libanon, Kameroen), werd de taak opgedragen de gebieden tot onafhankelijkheid "op te voeden".

Frankrijk hield strak de touwtjes in handen, terwijl de Britten van hen afhankelijke koninkrijken stichtten (Empire by Treaty). In Arabië wist Abdoel Aziz al Saoed het Koninkrijk Saoedi-Arabië te stichtten (1932), een islamitisch-puriteinse staat. Met de bezetting van Mekka en Medina werd hij tevens hoeder der heilige plaatsen, wat het prestige binnen de islamitische wereld sterk vergrootte. De zonen van de verdreven sharif Hoessein kwamen in Transjordanië en Irak op de troon. In de Britse gebieden vonden over het algemeen de minste opstanden plaats.

Palestina was een apart probleem. Sinds eind 19e eeuw waren de alyots in het kader van het Zionisme op gang gekomen: immigratiestromen van joden naar Palestina. De joden hadden aaneengesloten stukken grond gekocht, al in de Ottomaanse tijd. Daar stichtten ze hun kibboetsen en scholen, en werden een staat in een staat. De Arabieren werden hier steeds ongeruster over, en de situatie werd steeds grimmiger. De Britten stonden de joodse migratie minder en minder toe, maar de Tweede Wereldoorlog zou resulteren in een enorme migratie naar Palestina, wat uiteindelijk in 1948 tot de stichting van de joodse staat leidden: Israël.

Afrika was in het interbellum volledig gekoloniseerd door Europese machten, op twee gebieden na. Het ene was Liberia, een door Amerikaanse filantropen gestichte staat voor zwarte ex-slaven. De tweede was het keizerrijk Ethiopië, geregeerd door de negus Haile Selassie, leeuw van Juda. Italië, dat Eritrea bezet had, voelde zich gefnuikt door de andere grootmachten in zijn koloniale mogelijkheden. Men keek begerig naar Ethiopië. Bovendien wilde Mussolini de Italiaanse nederlaag bij Adowa wreken. Een incident bij de Walwal oase leidde tot een excuus een oorlog te beginnen.

In de Volkenbond werd vlammende taal gesproken. Het bleef echter bij woorden en een krachteloos embargo. Olie werd namelijk uitgezonderd van dit embargo, bovendien kon Italië olie uit de VS betrekken. Groot-Brittannië had het Suezkanaal kunnen afsluiten, maar was bang voor een oorlog. De militaire kracht van Italië werd schromelijk overschat. Aan het eind van het liedje kon Mussolini zijn gang gaan. Addis Abeba werd bezet en de negus moest vluchten. Hij waarschuwde de Europese machten die in de Volkenbond pratend hadden toegekeken dat zij wel eens de volgende slachtoffers zouden kunnen zijn. Hij zou gelijk krijgen.

Azië
Japan had in de Eerste Wereldoorlog de Duitsers de oorlog verklaard om de Duitse concessies in China en een aantal eilanden te bezetten. Bij de Vrede van Versailles werden deze aan Japan toegewezen. Dit leidde tot woedende protesten van China, dat duizenden arbeiders naar de fronten had gestuurd, terwijl Japan nagenoeg geen enkele constructieve bijdrage had geleverd. Ook de Amerikanen waren hier boos over: Wilson verkwanselde in hun ogen de bondgenootschappelijke relaties met China in het voordeel van rivaal Japan. De tegenprestatie van Japan was zittingname in de Volkenbond (waar de Verenigde Staten uiteindelijk niet lid van zouden worden).

China had in deze tijd nauwelijks een centraal gezag. In verschillende provincies heersten "warlords", krijgsheren die zich als onafhankelijke staten opstelden. Het communisme deed opgeld: Sun Yat-Sen trachtte met behulp van de CCP en de Sovjet-Unie China te verenigen, en verschillende radenrepublieken werden in China naar Russisch voorbeeld uitgeroepen. De Sovjet-Unie maakte ondertussen gebruik van de situatie om Oost-Turkestan te bezetten. Uiteindelijk werd Sun Yat-Sen opgevolgd door Chiang Kai-sjek, die met de communisten brak. De nationalistische regering van Chiang Kai-sjek zou toenadering zoeken tot de Duitse Weimar Republiek, die met name op militair gebied de Chinezen bijstond. Hiervoor verkreeg Duitsland makkelijke toegang tot Chinese grondstoffen. Dit zou later bekend worden als de Sino-Duitse samenwerking. Deze eindigde toen Hitlers regering in 1934 toenadering tot Japan begon te zoeken.

Terwijl China in burgeroorlog was en Japan zijn invloed uitbreidde, bleek dat de Eerste Wereldoorlog ook invloed had op de grote koloniën Brits- en Nederlands-Indie. De koloniale machthebbers kregen te maken met groeiende bevrijdingsbewegingen met aan het hoofd charismatische figuren als Gandhi en Soekarno, die aanvankelijk slechts hervormingen maar later onafhankelijkheid eisten.

Japan manifesteerde zich steeds nadrukkelijker in Oost-Azië. In de jaren '30 riep het een vazalstaat Mandsjoerije uit, waarna het zich een bezettingszone in China verschafte. Dit land werd ondertussen geteisterd door een burgeroorlog tussen communisten en nationalisten, die zich tegen de Japanse indringers verenigden. Een poging om Mongolië in 1938 binnen te vallen mislukte: de Sovjet- en Mongoolse legers onder leiding van Zjoekov bezorgden de Japanners een fikse bloedneus. Hierna keerde Japan zich naar het zuiden, waar de imperialistische politiek het in conflict zou brengen met de Verenigde Staten. In 1940-41 wist Japan Indo-China van Vichy-Frankrijk af te troggelen, en op 7 december 1941 viel Japan de Amerikaanse vloot te Pearl Harbor aan, hiermee de Tweede Wereldoorlog in Azië ontketenend.

Duitsland tijdens het Interbellum
Het interbellum was voor Duitsland een zeer roerige en gewelddadige tijd. Na het mislukken van de zomeroffensieven in Frankrijk in 1918 (Kaiserschlacht) werden de Duitse legers langzaam teruggedreven. In de herfst van 1918 leden de bondgenoten van Duitsland gevoelige nederlagen en sloten één voor één wapenstilstanden. De blokkade had in Duitsland gebrek gebracht aan zelfs de meest elementaire levensbehoeften. De Generale Staf besefte dat ze alles hadden ingezet en verloren, en op 9 november 1918 belde deze bij monde van generaal Wilhelm Gröner de keizer met de mededeling dat zij niet langer op de gehoorzaamheid van het leger konden rekenen. Hoewel in de ogen van gedesinformeerde burgers en onwetende geallieerden het Duitse leger nog steeds op Belgische en Franse bodem stond, en zich taai verzette, wisten de Duitse generaals dat het leger het wellicht nog maar enkele dagen kon volhouden. Een rebellie van matrozen sloeg over naar het hele land. De republiek werd uitgeroepen, en in Beieren kwam zelfs korte tijd een communistisch bewind aan de macht. De keizer vluchtte naar Nederland, en Friedrich Ebert en Philipp Scheidemann wendden zich tot de geallieerden voor het tekenen van een wapenstilstand. Zij stuurden de gematigde Matthias Erzberger naar de onderhandelingen te Compiègne. Hier tekende hij de wapenstilstand en tevens zijn eigen doodvonnis: drie jaar later werd hij door verbitterde extreem-rechtse veteranen doodgeschoten. Op 11 november 1918 om 11:11 uur eindigden de oorlogshandelingen. De dolkstootlegende werd hiermee geboren: het Duitse leger was niet verslagen, maar door de revolutie verraden.

Burgeroorlog en staatsgrepen
De nood was in de oorlogsjaren zeer hoog gestegen. Ook betekende de wapenstilstand niet direct verlichting, want de geallieerden handhaafden de blokkade tot het maart 1919, om naleving van de voorwaarden af te dwingen. Veteranen keerden terug van het front, maar weigerden hun wapens in te leveren. Zij vormden knokploegen, de Freikorpsen, geleid door raden in Sovjetstijl. Links en rechts begonnen elkaar te bevechten. De regering moest zelfs naar Weimar uitwijken, omdat Berlijn niet veilig was. Dit gaf de republiek haar naam: Weimarrepubliek. De communistische Spartacisten, geleid door Karl Liebknecht en Rosa Luxemburg organiseerden in januari 1919 een communistische opstand. De Duitse regering riep echter de hulp in van het leger en de Freikorpsen en sloeg de opstand hard neer. Liebknecht en Luxemburg werden "op de vlucht" doodgeschoten. De communisten namen de sociaaldemocraten in de regering dit zo kwalijk, dat ze voortaan alles op alles zetten om "die verraders" te bestrijden, zelfs als dit extreem-rechts en later de nazi's in de kaart speelde. Een jaar later probeerden rechtse groeperingen met behulp van de Freikorpsen een coup en schoven Wolfgang Kapp naar voren. Dit werd echter verijdeld door een door links geleide staking.

De Vrede van Versailles
Intussen werd op 18 januari 1919 te Parijs de vredesconferentie geopend. Duitsland en zijn bondgenoten waren niet uitgenodigd. President Woodrow Wilson van de Verenigde Staten hoopte via de Volkenbond en zijn geformuleerde recht op zelfbeschikking een betere toekomst voor alle volken te bereiken, maar de professor van Princeton werd overbluft door de gladde Europese en Japanse diplomaten. Met name de Franse politici konden geen te zachte vrede verkopen aan hun achterban, en drongen erop aan Duitsland hard aan te pakken.

De Volkenbond kwam er, maar Duitsland werd hieruit geweerd. Grenzen in Midden-Europa werden getrokken naar de wensen van de overwinnaars in plaats van etnische lijnen. Sudetenland werd Tsjechisch, Zuid-Tirol Italiaans, Zuid-Karinthië Joegoslavisch, West-Pruisen en delen van Silezië Pools! Saarland kwam voor een periode van 15 jaar aan Frankrijk, waarna de Saarlanders zich in een referendum voor Frankrijk of Duitsland zouden mogen uitspreken. Daarnaast werd Duitsland gedwongen toe te geven een agressieve mogendheid te zijn die samen met haar bondgenoten de oorlog was begonnen, en dus voor de schade moest opdraaien. Zware herstelbetalingen werden geëist, in geld (gerelateerd aan de goudstandaard om inflatie te elimineren) en natura (telefoonpalen, locomotieven, fabrieken etc.). Geallieerde troepen zouden op de westoever van de Rijn patrouilleren en in een aantal steden zouden controlecommissies zetelen. De linker Rijnoever moest worden gedemilitariseerd. Het Duitse leger zou verder niet meer dan 100.000 man mogen tellen, terwijl tanks, vliegtuigen, zware kruisers en onderzeeërs verboden werden. De Generale Staf moest worden ontbonden, en het nog aanwezige verboden oorlogsmaterieel moest onder geallieerd toezicht worden vernietigd. Ten slotte verbood het verdrag aansluiting van Oostenrijk bij Duitsland. De Duitsers kregen dit alles achteraf te lezen, en dienden een bezwaarschrift van 443 pagina's tegen het 200 pagina's tellende verdrag in. Tevergeefs, de geallieerden matigden hun eisen nauwelijks, en Duitsland had de vrede maar te accepteren, of men zou een nieuwe geallieerde aanval tegemoet zien. De Generale Staf deelde de regering in vertrouwen mede dat het Duitse leger absoluut niet in staat was hieraan het hoofd te bieden. De Duitsers bogen het hoofd en tekenden op 28 juni 1919.

De crisisjaren 1919-1923
In de jaren 1919-1923 werd Duitsland geteisterd door regeringscrises, hongersnood, linkse en rechtse rebellie, ziekten en inflatie. Regeringen wisselden elkaar in hoog tempo af, in het oosten voerden Duitsers een guerrilla tegen de Polen die de hun toegewezen gebieden wilden bezetten. In het Rijnland en Beieren dreigde het separatisme. Het leger werd ingekrompen tot een vrijwilligersleger 100.000 man, maar op officiersniveau getraind. Men gebruikte zweefvliegtuigen en replica's om verboden oorlogstuig na te bootsen, en liet krachtens een geheime overeenkomst Duitse officieren ervaring opdoen bij oefeningen van het leger van de Sovjet-Unie.

In de zomer van 1923 bleven de Duitsers in gebreke met de levering van telefoonpalen aan de Fransen, waarop Franse en Belgische troepen het Ruhrgebied bezetten. De waarde van de Duitse Reichsmark (RM) kelderde hierop van 25 voor 1 dollar tot 400 voor 1 dollar. De regering besloot tot lijdelijk verzet: het aanmoedigen van massale stakingen. De lonen werden door de regering betaald, die hiertoe voortdurend nieuw geld drukte, ook om de overige kosten na aftrek van de herstelbetalingen nog te kunnen blijven betalen. Dit wakkerde de inflatie nog verder aan tot in de herfst duizenden mark voor een dollar betaald moesten worden, en daarna miljoenen en miljarden. De burgers verloren hun vertrouwen in de munt, lieten hun kapitaal "vluchten" in dollars of goederen, of gingen over tot ruilhandel. In het hele land braken onlusten uit.

Op 8 november 1923 zag Adolf Hitler zijn kans schoon, en deed zijn intrede in de Duitse geschiedenis met de Bierkellerputsch. De militie van zijn NSDAP, de SA, nam een aantal hoogwaardigheidsbekleders in München gevangen, bezette een aantal strategische punten, en trachtte zo de macht in Beieren te grijpen. Hitler had de medewerking van de legendarische generaal Lüdendorff weten te verkrijgen. Het leger gehoorzaamde echter niet de bevelen van Hitler, maar die van Berlijn, en sloeg samen met de politie de opstand neer. Hitler werd uiteindelijk tot een vrij lichte gevangenisstraf veroordeeld, terwijl het daarop volgende verbod op de NSDAP in de jaren daarop geleidelijk werd opgeheven.

De hyperinflatie, betalingsonmacht, rellen en couppoging maakten zelfs de Fransen duidelijk dat het op deze manier niet meer kon. Op Amerikaans initiatief werd een plan ontworpen dat neerkwam op het rondpompen van geld. De Amerikanen zouden geld uitlenen aan de Duitsers, die hiervan hun economie konden opkrikken en de herstelbetalingen konden betalen. Van de herstelbetalingen losten de Fransen en Britten hun oorlogsschulden aan de V.S. af. Een nieuwe mark werd ingevoerd en tegen een koers van 4,2 miljard tegen 1: de Rentenmark. In 1924 verlieten de Franse en Belgische troepen het Ruhrgebied.

De jaren 1924-1929
Een tijd van relatieve welvaart brak aan. De economie en productie groeiden op het Amerikaanse kapitaal, en gaf burger en regering weer wat speelruimte. Geen impopulaire maatregelen hoefden meer te worden genomen, men was weer zeker van de waarde van het geld, waardoor ook extreem-links en -rechts de wind uit de zeilen werd genomen. De verkiezingen van 1928 waren een overwinning voor de gematigde partijen.

In 1926 trad Duitsland toe tot de Volkenbond, na garantie van de Belgische en Franse grenzen. Eindelijk leek de Weimarrepubliek weer op het rechte spoor. De welvaart bleek echter hoofdzakelijk voor de bovenste klasse weggelegd, die in danszalen, homobars, bordelen en kroegen in Berlijn haar geld uitgaf. Uiteindelijk lekte wel iets van de welvaart door naar beneden, maar dit werd in 1929 hard de grond ingeslagen. Verder kampte de boerenstand met aanhoudende problemen door de lage prijzen van landbouwproducten. In 1928-29 gingen verbitterde Noordduitse boeren dan ook over tot bomaanslagen op overheidsgebouwen in Sleeswijk-Holstijn. Zelfs de verkiezingen van 1928 waren niet zo gunstig voor de democratie als op het eerste gezicht leek: veel kiezers stemden op kleinere extremistische splintergroeperingen die beneden de kiesdrempel bleven, en zouden uiteindelijk bij de NSDAP terecht komen. Zelfs voor de crisis van 1929 begonnen de NSDAP en de KPD alweer te groeien in deelstaatverkiezingen.

De crisis van 1929 trof de Verenigde Staten hard, en men moest zijn begrotingsbeleid aanpassen. Leningen werden stopgezet, en uitstaande leningen werden dringend teruggevorderd. Dit had zijn invloed op de Duitse economie, bovendien werd dit verergerd door een golf van faillissementen in het bankbedrijf die zich uitbreidde naar andere branches. Werkloosheid greep dan ook als een ziekte om zich heen. De ontevredenheid wakkerde de groei van extreem links en extreem rechts aan. De NSDAP kwam met 19% van de stemmen als op één na grootste partij uit de bus in de daaropvolgende verkiezingen, en wist dit percentage uit te breiden. Berlijn werd toneel van straatgevechten tussen nazi's en communisten.

De Machtübernahme
De Machtsübernahme was in feite een uitkomst van een keten van gebeurtenissen die in gang gezet was door de conservatieve kliek rondom Hindenburg. Men liet premier Müller doelbewust vallen, waarna de gewilliger Brüning werd geïnstalleerd. Men trachtte via hem per decreet te regeren, wat artikel 48 van de grondwet toestond, mits nieuwe verkiezingen werden gehouden. De impopulaire maatregelen zorgden voor een nog grotere afkeer van de regering, en de verkiezingen zorgden dat de nazi's hun winst voortdurend konden verzilveren. Kurt von Schleicher die de naam had kabinetten te maken en te breken, Franz von Papen, Hindenburg zelf en de machtsblokken achten hen hadden een conservatief autoritair regime voor ogen, dat wellicht in een verre toekomst de monarchie zou kunnen herinstalleren. Ze beseften onvoldoende dat ze de nazi's in de kaart speelden, politieke instabiliteit bevorderden, en de krachten die eventueel tegen de nazi's opgewassen zouden kunnen zijn vernietigden.

In 1932 werd Hindenburg herkozen als president doordat alle partijen hun kiezers aanbevolen op hem te stemmen in plaats van op Hitler of Thälmann (de communistische kandidaat). In november 1932 leed Hitler een kleine verkiezingsnederlaag, maar veel zakenlieden bleven hem steunen. Men had liever een NSDAP-regering aan de macht dan een communistische revolutie, bovendien hoopte men met tucht en orde de economie weer op poten te krijgen. Het bedrijfsleven redde de NSDAP van het faillissement met donaties en betaling van de salarissen van de SA-mannen. Een serie complotten, een krachtige lobby, en regeringen die stuk voor stuk niet in staat bleken om krachtig beleid te voeren, gaven de oude president Hindenburg uiteindelijk geen keus. Von Papen leed gezichtsverlies met zijn "baronnenkabinet", en toen Von Schleicher zelf als premier aantrad bleek zijn regering te impopulair. Op 30 januari 1933 werd Hitler, in feite bij gebrek aan beter, tot kanselier benoemd. Hij moest een regering leiden die uit twee nazi's en verder uit traditionele conservatieven bestond. "Zij zouden de wilde Hitler wel temmen" dacht men. Bovendien verwachtte men dat de nazi's er zo'n bende van zouden maken, dat ze gezichtsverlies leden, waarna de conservatieven het daarna zouden kunnen overnemen. In Thüringen was dit in 1929 in de deelstaatregering immers ook gebeurd. Het bleek een ernstige misrekening.

Hitler schreef meteen nieuwe verkiezingen uit voor maart 1933. Nu kon hij de staatsmedia gebruiken, geholpen door de inventieve Joseph Goebbels. De Rijksdagbrand in februari 1933 speelde hem nog meer in de kaart: hij kon het gebruiken als een excuus om communisten op te pakken en hun zetels in het parlement vacant te verklaren. In maart 1933 wist hij hierdoor, en door een samengaan met de Duits-Nationale Volkspartij, een absolute meerderheid te behalen, en voerde een noodverordening in, die hem dictatoriale volmachten gaf. Op deze verordening werd al zijn wetgeving gebaseerd. Politieke partijen werden vervolgens opgeheven en in 1934 nam hij na de dood van Von Hindenburg ook de presidentiële taken over. Vlak daarvoor had hij afgerekend met de SA, die te veel noten op zijn zang had gekregen en door het leger als een ongewenste concurrent werd beschouwd. De SA-top en vele politieke en persoonlijke vijanden werden opgepakt en/of vermoord in de Nacht van de Lange Messen.

Nazi-Duitsland
Binnenlands ontpopte Hitler zich tot de totale dictator. Politieke partijen werden ontbonden, arbeiders en boeren al hun rechten ontnomen, en het onderwijs werd onder staatscontrole gesteld. Joden kregen met discriminerende maatregelen te maken die in 1938 uiteindelijk uitmondden in de Reichskristallnacht. Onder leiding van Baldur von Schirach werd de Duitse jeugd in de Hitlerjugend en de Bund Deutscher Mädel grondig geïndoctrineerd. Censuur werd ingevoerd op kranten en radiozenders, en werd tot de kunst uitgebreid. Strafkampen werden gebouwd (Dachau als eerste), om hier eerst politieke tegenstanders, en later joden, homoseksuelen, "a-socialen", zigeuners, en andere ongewenste bevolkingsgroepen in op te sluiten. De Gestapo groeide uit tot een terreurinstituut, dat via een netwerk van verklikkers alles in de gaten hield. Zelfs het niet in het bezit hebben van Mein Kampf werd al verdacht geacht. In deze tijd werd Hitler dan ook door royalty-inkomsten multimiljonair. Euthanasieprogramma's op gehandicapten waren een voorproefje van wat nog zou volgen. Veel joden en intellectuelen vluchtten het land uit, naar Engeland, Zweden of de V.S. Hitler zette echter de Duitsers aan het werk met de bouw van Autobahnen en andere projecten. De groei van het leger en de wapenindustrie zorgde ervoor dat in 1939 Duitsland het enige Europese land was dat een arbeidstekort had. Velen namen het gebrek aan vrijheid voor lief, en keken bij jodenvervolgingen graag een andere kant uit: Hitler had Duitsland immers wel gered!

Buitenlands deed Hitler zich allereerst voor als een vredesengel. Hij had geen keus: Duitsland was diplomatiek geïsoleerd. Dit bleek eens te meer toen in 1934 door Oostenrijkse nazi's een mislukte poging tot Anschluss werd gedaan: heel Europa viel over Hitler heen, die geschrokken zijn handen van de zaak trok. Met herinvoering van de dienstplicht, uitbreiding van het leger en uittreden uit de Volkenbond tastte Hitler de vechtlust van de geallieerden af, waarna hij iedere keer verkondigde slechts Duitsland te verdedigen en vrede te willen. In 1936 herbezette Duitsland het Rijnland, waar de geallieerden niet op reageerden. In 1937 sloot Duitsland het Pact van Staal met Italië, en in 1938 wist men Anschluss te verwezenlijken: aansluiting van Oostenrijk met Duitsland. In september 1938 wist Hitler in de Conferentie van München Sudetenland van Tsjechoslowakije afhandig te maken, en in maart 1939 vernietigde hij dit land geheel. Groot-Brittannië en Frankrijk besloten hierop de onafhankelijkheid van Polen te garanderen, maar Hitler wist hen via het niet-aanvalspact met de Sovjet-Unie te overtroeven. Op 1 september 1939 overschreden Duitse troepen na maanden van scheldpartijen en dreigementen de Poolse grens, waarmee het Interbellum eindigde en de Tweede Wereldoorlog zijn aanvang nam.


Copyright, This article is licensed under the GNU Free Documentation License. It uses material from the Wikipedia article http://nl.wikipedia.org/wiki/Interbellum
Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 4072.

Tweets by kunstbus