kunstbus

Ben jij onwetend, leerling, gezel, meester of uomo universale? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 19-01-2016 voor het laatst bewerkt.

Israël



Israël, officieel de Staat Israël, (Hebreeuws: Medinat Jisraël; Arabisch: Dawlat Israïl) is een land in Azië, het Midden-Oosten en de Levant. Israël grenst aan Libanon, Syrië, Jordanië, Egypte en de Palestijnse Gebieden. Israël heeft een kust aan zowel de Middellandse Zee als aan de Rode Zee en vormt daarmee - samen met Egypte - een continentale brug van Azië en Europa met Afrika.

Israël is het enige land met een Joodse bevolkingsmeerderheid. In het Midden-Oosten is Israël ook het enige land zonder islamitische bevolkingsmeerderheid en - samen met Cyprus, Turkije en Iran - een van de vier niet-Arabische landen.

Bevolking
De bevolking van Israël is 6.426.679 (2007). Vrouwen vormen de meerderheid van bevolking, 50,6%. De mediane leeftijd is 28,2. 92% van de bevolking woont in steden of stedelijke plaatsen en 8% in dorpen. Minder dan 2% woont in een kibboets (in 1948 was dat nog 6%).

De jaarlijks bevolkingsgroei is 1,8%, voornamelijk (88%) door natuurlijke groei, de rest door een positieve immigratiebalans. In de jaren 1990-2005 immigreerden 1.002.400 mensen naar Israël, waarvan 908.400 uit de voormalige Sovjet-Unie. Uit Ethiopië immigreerden tot 2005 94.700 immigranten naar Israël, waarvan sinds 1990 49.700.

Voornaamste bevolkingsgroepen zijn Joden (76%) en Arabieren (20%). Overigen (4%) zijn meestal familieleden van Joden die volgens de "wet van terugkeer" naar Israël zijn geëmigreerd of geremigreerd. Deze groep heeft altijd bestaan, maar is sinds de jaren 90 van de 20e eeuw omvangrijk geworden, door de immigratie uit de voormalige Sovjet-Unie. Hiernaast zijn er nog tal van kleine gemeenschappen, zoals Cherkessen, Armenen en bahá'ís.

Religie
De meerderheid van de joden is in Israël geboren (65%) en noemt zich seculier (51%). Slechts 15% van de joodse bevolking noemt zichzelf religieus en 34% is traditioneel. De joodse bevolking leeft verspreid door het hele land, met grote concentraties in de steden zoals Tel Aviv, in en rond het westelijk deel van Jeruzalem, langs de kusten en in de valleien van Galilea.

De meerderheid van de Arabieren is in Israël geboren en is moslim (16,6% van de Israëliërs). 2,1% van de Israëlische bevolking is christen en in meerderheid Arabisch, de Arabische Druzen vormen 1,7% van de bevolking. Belangrijke Arabische concentraties zijn plaatsen in het oosten van de Sharonstreek, langs Wadi Ara en in Centraal-Galilea, de oostelijke wijken van Jeruzalem en Bedoeïenen-plaatsen in de noordelijke Negev.

Geschiedenis van Israël

  • Begin 19e eeuw: Immigratie van Joden naar Palestina. Zo'n 10.000 Joden vestigen zich in het gebied.

  • Eind 19e eeuw: Opkomst van het zionisme, het streven naar een Joodse staat in Palestina als uitweg voor het antisemitisme alsmede voor de toenemende assimilatie van Joden in Europa. Leider van de beweging is de Oostenrijks-Hongaarse journalist Theodor Herzl.

  • 1878: Eerste zionistische nederzetting in Palestina

  • 1897: Eerste Zionistisch Congres komt bijeen in Basel

  • 1909: Ten noorden van Jaffa wordt Tel Aviv gesticht.

  • 1914 - 1918: Eerste Wereldoorlog

  • 1917: In de Balfour-verklaring zegt de Britse regering de zionisten steun toe bij het oprichten van een 'Joods nationaal tehuis' in Palestina.

  • 1918: Generaal Edmund Allenby verovert Palestina op het Ottomaanse rijk.

  • 1919 - 1923: Immigratie neemt fors toe: 35.000 joden migreren naar Palestina, waarmee het Joodse aandeel groeit naar 12% van de bevolking. 3% van het land is Joods bezit.

  • 1919: Het Eerste Palestijnse Nationale Congres in Jeruzalem wijst de Balfour-verklaring af en eist onafhankelijkheid.

  • 1920: Het militaire bestuur over Palestina wordt vervangen door een civiel bestuur onder leiding van Herbert Samuel. Zionisten richten een ondergrondse paramilitaire organisatie op, de Hagana.

  • 1921: Demonstraties in Jaffa tegen de grootschalige Joodse immigratie.

  • 1922: De Volkenbond geeft de Britten het mandaat over Palestina, samen met een groot gebied ten oosten van de Jordaan. Korte tijd later wordt van het oostelijk deel een apart mandaatgebied gemaakt met de naam Transjordanië, dat in 1946 onafhankelijkheid wordt gegeven en Jordanië gaat heten. Britse volkstelling toont de volgende resultaten: 78% moslim, 11% Joods, 9,6% christen, totale bevolking 757.182.

  • 1923: Het Britse mandaat voor Palestina wordt van kracht.

  • 1924 - 1928: 67.000 Joden migreren naar Palestina, waarmee het Joodse aandeel groeit naar 16% van de bevolking. 4% van het land is Joods bezit.

  • 1929: Na ruzie over toegang tot de Klaagmuur breken in Jeruzalem, Safed en Hebron rellen uit waarbij 133 Joden worden vermoord. Met behulp van Britse troepen uit Egypte wordt de opstand neergeslagen, waarbij 116 Arabieren omkomen[1]. Vanwege boycotacties over en weer begint de Palestijnse economie gesplitst te raken in een Joods en een Arabisch deel.

  • 1933: Geweldadige demonstraties in Jaffa en Jeruzalem tegen het in Arabische ogen pro-zionistische beleid van het Britse bestuur.

  • 1933-1939: Vanwege vervolging door de nationaalsocialisten in Duitsland vluchten veel Joden naar Palestina. Ruim 50.000 Duitse Joden maken gebruik van de mogelijkheden van het Ha'avara-Abkommen van 1933.

  • 1935: Revisionistische zionisten splitsen zich af van de Hagana en richten de paramilitaire organisatie Irgoen op.

  • 1936-1939: Arabisch-Palestijnse opstand: de Arabische Palestijnen organiseren een algemene staking tegen het Britse bestuur en het grote aantal Joodse immigranten. Als de staking omslaat in een volksopstand tegen de Britten wordt zij hardhandig neergeslagen. De Britten leggen hierop scherpe beperkingen op aan de Joodse immigratie. Bij de opstand komen 6000 mensen om het leven.

  • 1937: De commissie-Peel adviseert Palestina op te delen, waarbij 33% Joods zou moeten worden.

  • 1938: Veel Joden verlaten Duitsland op de vlucht voor vervolging door de nazi's. Vanwege de immigratiebeperkingen van Groot-Brittannië en andere landen reist een groot deel naar Palestina. Slechts een deel van de Joden wordt opgevangen; het merendeel wordt teruggestuurd.[2]

  • 1939-1945: Tweede Wereldoorlog, massale vervolging van Europese Joden en moord op ongeveer zes miljoen van hen (de Holocaust)

  • 1946: Bij een Bomaanslag op het Koning Davidhotel door de Irgoen-militie van de latere Israëlische premier Menachem Begin komen 91 mensen om het leven.

  • 1947: De Algemene Vergadering van de Verenigde Naties stemt in met een Brits plan voor de deling van het mandaatgebied Palestina in twee delen. Er wonen op dat moment in het gebied ongeveer één miljoen Arabieren en 600.000 Joden. 6,7% van het land is Joods eigendom, de rest openbaar eigendom en privé-eigendom van moslims, christenen en Druzen. In het aan de Joden toegewezen deel vormen zij 55% van de bevolking (niet megerekend 90.000 nomadische bedoeïenen die er een deel van het jaar verbleven). De Joodse leiding accepteert de VN-deling, de Palestijnse leiding niet. Vrijwel onmiddellijk breekt er een burgeroorlog uit tussen Joden en Arabieren. Een groot deel van de Arabische bevolking vlucht voor het geweld of wordt verdreven.

  • 4 april - 10 mei 1948: Het Joodse leger voert Plan-Dalet uit. Sommige bronnen voeren aan dat Plan-Dalet met name het verdrijven van zoveel mogelijk inheemse Arabieren tot doel had terwijl andere bronnen oproepen van Arabische leiders aanhalen die de Arabische bevolking opriepen tijdelijk te vluchten in afwachting van de verwachte Arabische overwinning.

  • 9 april 1948: In het dorp Deir Yassin wordt door zionistische milities onder de dorpelingen een bloedbad aangericht. Bij het bekend worden hiervan neemt de Arabische vluchtelingenstroom verder toe.

  • 14 mei 1948: Het Joods Agentschap roept eenzijdig de staat Israël uit.

    De Arabisch-Israëlische Oorlog van 1948 of Israëlische Onafhankelijkheidsoorlog
    15 mei 1948: Het Britse mandaat loopt ten einde en de Britten trekken zich terug. Dezelfde dag vallen ongeveer 23.500 strijders uit vijf Arabische landen de nieuwe staat aan die een soortgelijk aantal strijders inzet; deze oorlog staat bekend als de Israëlische Onafhankelijkheidsoorlog of de Arabisch-Israëlische Oorlog van 1948.

    Op 15 mei 1948, de dag waarop de Britse troepen het voormalig mandaatgebied verlieten, viel een coalitie van Arabische landen Palestina binnen. In de voorafgaande maanden al eenderde van de Palestijnse bevolking op de vlucht geslagen, ondanks het feit dat de Britten nog officieel verantwoordelijk waren voor de ordehandhaving en het beschermen van de bevolking. Wegens verbondenheid met het lot van de Palestijnen en uit verzet tegen de aanwezigheid van een Joodse staat in het Midden-Oosten kozen de leiders van de nieuwe Arabische staten ervoor reguliere legers in te zetten, hoewel ze tot de laatste dag van het mandaat tevergeefs wachtten op een reactie van de Britse troepen op het escalerende geweld. Op deze dag gaf de voorzitter van de Arabische Liga, Abdul Rahman Hassan Azzam, op een persconferentie in Caïro de Arabische intenties aan: "Het zal een oorlog zijn van uitroeiing en van reusachtige slachting, waarover gesproken zal worden zoals over de Mongoolse bloedbaden en de kruistochten." Een week ervoor had hij al aan Britse diplomaten gemeld: "Het geeft niet hoeveel (Joden) er zijn. We drijven ze de zee in."

    Onbekend bij de andere Arabische leiders had koning Abdullah I van Jordanië een geheime overeenkomst gesloten met de Joodse leiders om Palestina onderling te verdelen in ruil voor steun voor de geplande opdeling van Palestina.[21] Hierdoor kon het Jordaanse leger vrijwel zonder slag of stoot het gehele gebied bezetten dat later bekend zou staan als de Westelijke Jordaanoever. Aangezien de Joodse leiding en koning Abdullah beiden aanspraak maakten op Jeruzalem dat volgens resolutie 181 een internationaal bestuurd gebied zou worden, werd de status van de stad buiten de overeenkomst gehouden. Op 19 mei viel het Arabische Legioen Jeruzalem binnen waar de Arabische bevolking in hevige strijd verwikkeld was met de Hagana. Het Arabische Legioen kreeg het oostelijke deel van de stad in handen terwijl de Israëliërs het westelijk deel bezetten.

    Iraakse troepen, die meededen aan de Jordaanse inzet, slaagden erin een Israëlische aanval op de stad Jenin af te slaan. 10.000 Egyptische troepen trokken de Negev in en veroverden een aantal geïsoleerde Joodse nederzettingen. Syrische en Libanese troepen trokken hun grenzen met Palestina over maar stuiten weldra op zware tegenstand van Joodse nederzettingen bij de grens. Op 18 mei bezetten Joodse strijdkrachten Acre en verdreven er ten tweede male de Palestijnse vluchtelingen afkomstig uit Haifa.

    Na vijf dagen van gevechten besloten de Verenigde Naties het beleid ten aanzien van Palestina te herzien en stelden graaf Folke Bernadotte aan als bemiddelaar met de opdracht een alternatief aan te bevelen voor resolutie 181. De Veiligheidsraad riep op tot een wapenstilstand, waar pas 10 juni gehoor aan werd gegeven, en stelde een wapenembargo in. Het gebrek aan wapens en munitie trof beide partijen, maar tijdens de gevechtspauze lukte het Israël dit te omzeilen door clandestien grote hoeveelheden zwaar geschut te importeren uit Oost-Europa. Op 8 juli zette de strijd zich voort en veroverden de Joodse troepen het hele vroegere mandaatgebied op de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook na. Hiermee kwam 78 procent van Palestina in handen van de Joodse staat.

    Begin 1949 werden op het eiland Rodos wapenstilstanden gesloten, niet via een multilaterale overeenkomst, doch via aparte, bilaterale overeenkomsten met Egypte, Libanon, Jordanië en Syrië. Irak weigerde een staakt-het-vuren te tekenen en verliet de veroverde Palestijnse gebieden in het voordeel van Jordanië.

    Voor de staat Israël betekende dit dat zij een groter en minder onregelmatig gevormd gebied kreeg dan in 1947 was vastgesteld, maar voor de Palestijnen was de uitkomst desastreus. De delen die thans door de Palestijnse autoriteit worden beheerd die niet in 1949 door Israëlisch werden geregeerd, werden nu bezet door Jordanië (de Westelijke Jordaanoever) of Egypte (de Gazastrook). De Westelijke Jordaanover werd bovendien later eenzijdig geannexeerd door Jordanië. Het verlies wordt door de Palestijnen vaak Nakba (catastrofe) genoemd.

    Het conflict en het vernietigen van meer dan 500 Palestijnse steden en dorpen veroorzaakte een vluchtelingenstroom van circa 750.000 Arabische Palestijnen. De VN hanteert een definitie voor Palestijnse vluchtelingen waarbij al hun nakomelingen 'vluchtelingen' worden genoemd. Volgens deze definitie zijn er nu meer dan 4 miljoen vluchtelingen. Critici merken op dat dit een 'afwijkende definitie' is, want bij andere volkeren worden hun nakomelingen niet als vluchteling geboekstaafd. Volgens die definitie zouden er nog 100.000-200.000 personen zijn, allen ouderen.

  • Bij de wapenstilstand in 1949 heeft Israël 22 procent van Palestina veroverd buiten het door het VN-verdelingsplan aan de Joodse staat toegewezen gebied. Jordanië krijgt het grootste deel van de Arabische staat in handen. Honderdduizenden Palestijnen worden gedwongen te vertrekken of vluchten voor het geweld naar de Westelijke Jordaanoever, Gazastrook en Libanon, alwaar zij in vluchtelingenkampen terechtkomen. Uit veel landen in het Midden-Oosten migreren, dan wel vluchten, veel Joden naar Israël, enerzijds vanwege de dreigende toespraken van onder andere Egyptische en Iraakse leiders, anderzijds vanwege grote Israëlische druk op hen om zich in de nieuwe Joodse staat te vestigen.

  • 11 december 1948 De Algemene Vergadering van de Verenigde Naties neemt resolutie 194 aan, waarin bepaald wordt dat de Palestijnse vluchtelingen die in vrede met hun buren willen leven het recht hebben om terug te keren naar hun huizen. De Arabische landen wijzen de resolutie af; Israël stemt in met de resolutie, maar voert hem niet uit. De terugkeer van driekwart miljoen verdreven Palestijnen wordt door Israël sindsdien verhinderd.

  • 11 mei 1949: De Algemene Vergadering van de Verenigde Naties verleent met resolutie 273 het lidmaatschap van de VN aan Israël.

  • 1950: het parlement, de Knesset, bepaalt in de Wet op de Terugkeer dat alle Joden, van waar ook ter wereld gekomen, zich in Israël kunnen vestigen.[4] Dit maakt immigratie uit Azië en Afrika mogelijk.

  • 1956: de Suezcrisis leidt tot oorlog met Egypte, waarbij Israël de Sinaï verovert om zodoende de scheepvaart door het Suezkanaal naar de havenstad Eilat weer mogelijk te maken. Bij de wapenstilstand van 1957 bedingt Israël vrije doorvaart door het kanaal en de stationering van een VN-troepenmacht in de Gazastrook. Het Israëlische leger trekt zich terug uit de Sinaï en de Gazastrook.

  • 1964: oprichting van de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO), met als doel de stichting van een Palestijnse staat en de vernietiging van de staat Israël. Internationale terreur tegen Israëliërs wordt intensiever.

  • 1967: de Egyptische president Nasser krijgt steun van andere Arabische leiders als hij het Suezkanaal en de Golf van Aqaba (Golf van Eilat) opnieuw blokkeert. De VN-troepen worden gedwongen terug te trekken. De Israëlische regering ervaart de situatie als zeer bedreigend en gaat op 5 juni over tot de aanval op de omringende landen. De Zesdaagse oorlog is een feit. Onder leiding van opperbevelhebber Yitzhak Rabin verovert het Israëlische leger in zes dagen de Sinaï, de Golanhoogten, de Westelijke Jordaanoever en delen van Jeruzalem, waaronder de oude stad. De Veiligheidsraad van de VN neemt in november resolutie 242 aan die oproept tot terugtrekking uit bezette gebieden in ruil voor Arabische erkenning van Israël achter veilige grenzen.
    na de Zesdaagse Oorlog lijkt verdere polarisering te ontstaan: Israël begint met de bouw van joodse nederzettingen in de bezette gebieden, Palestijnen intensiveren de terreuraanvallen op joodse doelen binnen en buiten Israël.

  • 1973: op 6 oktober, Grote Verzoendag (Jom Kippoer) steken Egyptische troepen het Suezkanaal over en valt Syrië de door Isräel bezette Golanhoogten binnen: de Jom Kippoeroorlog. Na aanvankelijke nederlagen weet Israël de oude situatie te herstellen.

  • 1977: de Egyptische president Anwar Sadat brengt een bezoek aan Israël.

  • 1978: door bemiddeling van de Amerikaanse president Jimmy Carter komen de Camp David-akkoorden tot stand, die vrede met Egypte en terugtrekking uit de Sinaï mogelijk maken.

  • 1979: het Egyptisch-Israëlische vredesverdrag wordt op 26 maart 1979 getekend, waarbij Egypte het eerste Arabische land is dat Israël erkent.

  • 1981: de Golanhoogten worden formeel geannexeerd.

  • 1982: Israël trekt Libanon binnen en verjaagt de PLO uit Beiroet. Twee dagen na de moord op hun leider, de Libanese president Bashir Gemayel, trekken Falangisten met Israëlisch goedkeuren de Palestijnse vluchtelingenkampen Sabra en Shatila binnen en richten daar een massamoord aan. Binnen- en buitenlandse verontwaardiging leidt tot een juridische onderzoekscommissie, die minister van Defensie Ariel Sjaron dwingt tot aftreden. In 1985 trekt Israël zich grotendeels terug uit Libanon; alleen een strook langs de grens bleef bezet.

  • 1984-1985: op 18 november 1984 begint Operatie Mozes: de komst van veel Falasha's naar Israël. De operatie komt in 1985 abrupt tot een einde.

  • 1987: in de Gazastrook breekt de Intifada uit, een Palestijnse opstand tegen het Israëlische gezag. Het leger slaagt er ondanks hard optreden niet in de opstand te onderdrukken. Naast de PLO winnen Islamitische verzetsbewegingen als Hamas veel aanhang in de bezette gebieden.

  • 1993 - 1995: de Oslo-akkoorden worden bereikt, waarin Israël en de PLO instemmen met de vorming van een Palestijnse Autoriteit en gefaseerde terugtrekking uit delen van de bezette gebieden. PLO-leider Yasser Arafat, de Israëlische premier Yitzhak Rabin en de Israëlische minister van buitenlandse zaken Shimon Peres krijgen hiervoor in 1994 de Nobelprijs voor de Vrede. Met Jordanië wordt op 26 oktober 1994 een vredesverdrag gesloten, waarbij Jordanië Israël erkent. Rabin wordt in 1995 vermoord door een Joodse extremist.
    Vanaf 1996 verloopt het vredesproces moeizaam. Benjamin Netanyahu wordt de nieuwe minister-president. Het aantal aanslagen door Hamas neemt toe, en in Libanon voert de Hezbollah aanvallen uit op Israëlische bezettingsmacht in Zuid-Libanon.

  • 1998: akkoord tussen Benjamin Netanyahu en Yasser Arafat dat de passage uit het PLO-handvest over ontmanteling van de Joodse staat wordt geschrapt.

  • 2000: het Israëlische leger trekt zich terug uit Zuid-Libanon met uitzondering van de bewiste Shebaa-boerderijen, waarmee de regering van premier Ehud Barak tegemoet komt aan eisen van de VN. Onder de Palestijnen en andere Arabieren leeft het gevoel op dat Israël is verjaagd en verslagen. Een bezoek van oppositieleider Sjaron aan de Tempelberg in Jeruzalem werkt als katalisator voor de uitbraak van de tweede Intifada, de zogenaamde Al-Aqsa-Intifada of kortweg Aqsifada.

  • 2002: begin van de aanleg van een barrière, verhouding ruwweg 90% hek en 10% muur, langs de grens tussen Israël en de Westelijke Jordaanoever en op sommige plaatsen diep in de Westelijke Jordaanoever. Ariel Sjaron is inmiddels tot premier gekozen en zijn regering stelt dat de barrière de veiligheid van Israël zal vergroten. Daarbij wordt gewezen op de ervaringen met het hek dat sinds de jaren '90 rond de Gazastrook stond.

  • 2004: de Knesset stemt in met het plan van de regering-Sjaron tot terugtrekking uit de Gazastrook en ontmanteling van de joodse nederzettingen aldaar. Vooral vanuit joods-orthodoxe hoek bestaat grote weerstand tegen het plan.

  • 2005: alle joodse nederzettingen in de Gazastrook worden ontruimd, en enkele in de Westerlijke Jordaanoever. De regering Sjaron valt hierdoor en Sjaron zet zijn eigen partij op: Kadima.

  • 2006: Sjaron geraakt in een coma, en Olmert wordt waarnemend premier.

  • 2006: De verkiezingen in Palestina worden gewonnen door de fundamentalistisch-islamistische Hamas. Dit leidt tot een economische en politieke boycot van de Palestijnse Autoriteit door Israël, de VS en de EU die Hamas als een terroristische organisatie aanmerken.

  • 2006: Na een aanval door de Libanese beweging Hezbollah op een Israëlische grenspost waarbij drie Israëlische soldaten worden gedood en twee worden gevangengenomen en raketbeschietingen op Israëlische doelen, begint het Israëlische leger met een massale vergeldingsaanval op Libanon waarbij ruim 1100 Libanese doden vallen, het merendeel burgers.[17] In Noord-Israël komen 1500 katjoesjaraketten neer; Israël ziet echter geen kans deze raketbeschietingen te stoppen. Zie ook: Israëlisch-Libanese oorlog van 2006.

  • 2007: Olmert is in onderhandeling met Abbas, voor het oprichten van een Palestijnse Staat.

    Fysische geografie
    Het klimaat behoort tot het Middellandse Zeeklimaat: hete en droge zomers en natte zachte winters. In het centrum en noorden (grotere hoogte) en de kuststrook (invloed van de zee) van Israël is het klimaat meestal gematigd. Het zuiden is heet en droog. De meeste neerslag in de kustgebieden en het heuvelachtige centrum valt in de winter en het voorjaar. Incidenteel kan er ook wel eens sneeuw vallen in de hogere gedeelten zoals in Jeruzalem en de (betwiste) Golanhoogten.

    Israël ligt tussen de geografische coördinaten: 31 30 N, 34 45 O. De grenzen zijn totaal 1006 km lang, maar voor ongeveer de helft nog niet definitief: met Egypte 255 km (definitief), met de Gazastrook 51 km (niet betwist), met Jordanië 238 km (definitief), met Libanon 79 km (nauwelijks betwist), met Syrië 76 km (betwist) en met de Westelijke Jordaanoever 307 km (betwist). De kustlijn is 273 km lang. Israël maakt continentale aanspraken tot op de diepte van bodemexploitatie en beschouwt 12 zeemijlen als haar territoriale zee.

    Onder de geografische vormen rekent men onder meer de Negevwoestijn in het zuiden, de lage kustgebieden, een centraal gelegen gebergte en de Jordaanvallei. Het laagste punt is de Dode Zee (-408 m) en het hoogste de Hermonberg 2,814 (op de betwiste Golanhoogten) of anders de Meronberg op 1208 m. Het landgebruik is als volgt: vruchtbaar: 17%; In gebruik voor landbouw: 4%; In gebruik voor veeteelt: 7%; Bossen en bosgronden: 6%; anders: 66% (1993). Het geïrrigeerd land beslaat een oppervlakte van 1800 km² (1993).

    Staatkundige indeling
    Israël kent geen eenduidige regionale indeling, hoewel de zes districten van het ministerie van binnenlandse zaken bindend zijn voor o.a. planologie en statistieken. Regionale zaken worden door de regering en de gemeenten geregeld.

    De districten (mechoz, mv. mechozot) zijn:
    . Jeruzalem (Jeroesjalajiem), hoofdstad Jeruzalem
    . Noorden (Tsafon), hoofdstad Nazareth
    . Haifa (Chefa), hoofdstad Haifa
    . Centrum (Merkaz), hoofdstad Ramla
    . Tel Aviv (Tel Aviv), hoofdstad Tel Aviv
    . Zuiden (Darom), hoofdstad Beër Sjeva

    De districten Noorden, Haifa, Centrum en Zuiden zijn onderverdeeld in subdistricten (nafa, mv. nafot).

    Er zijn 70 steden, de grootsten daarvan zijn Jeruzalem, Tel Aviv, Haifa, Rishon LeZion en Ashdod. Voorts zijn er plaatselijke, regionale en industriële gemeenten. Gemeentebesturen beschikken over de nodige macht en zowel de burgemeesters als gemeenteraadsleden worden rechtstreeks door de geregistreerde inwoners verkozen, ook zij die geen Israëlische nationaliteit bezitten (de twee industriële gemeenten hebben geen bevolking en verkiezingen).

    Staatsinrichting
    Israël is een unitaire republiek en officieel een parlementaire democratie. Het staatshoofd is de president (in 2007 Shimon Peres), maar heeft beperkte bevoegdheden. Een hiervan is het aanstellen van de formateur. De president wordt gekozen door het parlement voor een termijn van 7 jaar.
    Na de parlementsverkiezingen wordt de president geïnformeerd door de fractieleiders en kiest hij de persoon die de beste kansen heeft een regering te vormen. De regering wordt samengesteld door diegene die de vorming gelukt. Deze wordt tevens minister-president na de goedkeuring van de gehele regering door het parlement. Sinds 2006 is Ehud Olmert premier en hoofd van de uitvoerende macht.

    De wetgevende macht of het parlement is de Knesset, waarin 120 leden (voorzitter in 2005 is Dalia Itzik). De Knesset wordt verkozen in algemene verkiezingen, waarin alle staatsburgers in Israël vanaf 18 jaar het kiesrecht genieten (inclusief personen die in ziekenhuizen, penitentiaire en psychiatrische instellingen verblijven; stembussen maken een ronde waar mensen niet naar de stembus kunnen komen). Buiten Israël kunnen alleen personen op officiële missie stemmen.

    Verkiezingen voor de Knesset worden ten minste iedere vier jaar gehouden, maar kunnen ook eerder vallen als de Knesset dit beslist. Zetels worden verdeeld in proportie tot het totaal aantal stemmen aan de politieke partijen, die aan een minimum van 1,5% van de stemmen voldoen (in de praktijk 2 zetels). Men stemt op lijsten, die van tevoren worden vastgelegd. De meeste parlementsleden zijn in de lijsten gerangschikt door partijverkiezingen, waarin alle partijleden mogen stemmen.

    In de jaren 1990 werden naast de parlementsverkiezingen ook directe verkiezingen voor minister-president gehouden, hetgeen de kiezer nog meer macht gaf en bedoeld was de positie van de premier te versterken. Echter omdat men vaker de algemene belangen in de stem voor premier bevredigd zag, werkte het systeem ongunstig voor de massapartijen en gunstig voor de kleine partijen. Hoewel de premier meer zeggenschap over zijn minsters kreeg, moest hij juist macht inleveren tegenover het parlement en werden de regeringen minder stabiel. Uiteindelijk is men van dit systeem afgestapt.

    In de onafhankelijkheidsverklaring uit 1948 staat geschreven dat de staat binnen enkele maanden een grondwet zal voltooien. Dat is tot op heden (2007) niet gebeurd. Wel zijn er 14 zogenaamde basiswetten aangenomen, die voorbestemd zijn als hoofdstukken in de grondwet en een speciale status genieten tussen de wetten. Ook is er een commissie in het leven geroepen die zich bezighoudt met het opstellen van een grondwet, en thans een voorstel voor de knesset voorbereidt. Het Hooggerechtshof (president in 2006 is Dorit Beinisch) gebruikt deze wetten om de grondwettigheid van andere wetten door het parlement te testen, als er een procedure inzake de geldigheid van een wet wordt ingediend.

    Milieu
    De voornaamste vraagstukken op milieugebied, beperkte natuurlijke zoetwaterbronnen en dito landbouwgrond, vergen serieuze maatregelen en leggen beperkingen op. Andere vraagstukken zijn woestijnvorming, luchtvervuiling door de uitstoot van schadelijke stoffen, industrie en verkeer, grondwatervervuiling door industrieel en huishoudelijk afval, chemische meststofen en pesticiden. Zandstormen kunnen tijdens voorjaar en zomer voorkomen.

    Israël neemt deel aan verdragen ten aanzien van: biodiversiteit, klimaatverandering, woestijnvorming, bedreigde diersoorten, gevaarlijke afvalstoffen, nucleaire teststop, bescherming ozonlaag, olielozingen op zee en wetlands. Voorts heeft het het Kyoto-protocol ondertekend (maar niet geratificeerd), en het Protocol tot conservering van het leven in zee.

    Economie
    Israël heeft een technologisch vooruitstrevende markteconomie met substantiële overheidsbemoeienis. Het is afhankelijk van import van ruwe olie, granen, ruwe grondstoffen, militair materieel en water. Ondanks beperkte natuurlijke rijkdommen heeft Israël zijn agrarische en industriële sectoren de laatste 20 jaar intensief ontwikkeld. Het land is grotendeels onafhankelijk wat betreft de voedselproductie, behalve voor granen. Belangrijkste exportproducten zijn diamant, technologisch hoogontwikkelde apparatuur en landbouwproducten (fruit en groenten).

    Israël kampt met omvangrijke begrotingstekorten, die gedekt worden door grote bankoverschrijvingen uit het buitenland en door buitenlandse leningen. Ruwweg de helft van de buitenlandse overheidsschulden staan uit in de Verenigde Staten, die Israëls voornaamste leverancier is van economische en militaire hulp. De grootste instroom van joodse immigranten uit de voormalige Sovjet-Unie vond plaats van 1989-1999, waarmee het totaal aantal Russische immigranten op 1 miljoen kwam, een zevende van de totale bevolking. Zij dragen met hun wetenschappelijke en professionele ervaring veel bij aan de economische toekomst van het land.

    De instroom, gekoppeld aan de opening van nieuwe markten aan het einde van de Koude oorlog, versterkte en versnelde de groei van de economie van Israël. De groei begon echter te stagneren in 1996, toen de overheid strengere fiscale en monetaire maatregelen oplegde, waardoor de immigratiebonus zijn werking verloor. Wel brachten deze maatregelen de inflatie in 1999 tot een laagterecord.

    Israël bezit de volgende natuurlijke rijkdommen: koper, fosfaten, bromide, kalium, klei, zand, zwavel, asfalt, mangaan, alsook kleine hoeveelheden aardgas en ruwe olie.

    Cijfers:
    . Nationaal Inkomen: $166.3 miljard
    . National Inkomen per hoofd van de bevolking: $26.200
    . Economische groei: 4.5%(2007)
    . Inflatie: -.1%(2007)
    . Werkloosheid: 8.3%(2006)
    . Export: $42.86 miljard(2006)
    . Import: $47.8 miljard(2006)

    Auto
    De voornaamste vorm van vervoer in Israël is de auto. Israël beschikt over een uitgebreid en goed onderhouden wegensysteem. De verkeersregels zijn vrijwel identiek aan de Nederlandse en het verkeer is - zeker in vergelijking met omringende landen - zeer beschaafd. In Israël is bijzonder veel verkeerspolitie op de weg. Binnen de steden kan het verkeer bijzonder zwaar zijn: dit is met name in de regio Tel Aviv en in Jeruzalem het geval. Vaak is het binnen de stad raadzaam het openbaar vervoer te gebruiken, aangezien ook de bewegwijzering binnen de stad vaak niet optimaal is en het dus moeilijk kan zijn om er de juiste route te vinden.

    Openbaar vervoer
    Openbaar vervoer is ruimschoots aanwezig en bestaat voornamelijk uit bussen. De trein is voornamelijk langs de kust van belang, tussen Beer Sheva - Ben Gurion Luchthaven - Tel Aviv - Haifa - Nahariya. Met uitzondering van dit traject en enkele kleinere lijnen bestaat al het openbaar vervoer uit bussen. De buslijnen worden in het grootste deel van het land door Egged geëxploiteerd; in de regio Tel Aviv ook door Dan. Stadsbussen hebben in de grote steden doorgaans geen makkelijk te achterhalen dienstregeling en rijden in een dusdanige frequentie dat een dienstregeling niet noodzakelijk is. Ook speelt het zware verkeer in de steden een rol: het is voor stadsbussen vrijwel onmogelijk om volgens een vaste dienstregeling te rijden, met uitzondering van vertrek van het beginpunt.

    Defensie
    Israëls defensie is vrijwel uitsluitend de taak van het Israëlische Defensieleger (Israel Defense Forces - IDF), dat actief is op de grond, in de lucht en op zee. De IDF wordt beschouwd als één van de sterkste en meest geavanceerde legermachten in het Midden-Oosten. De wapensystemen en technologieën werden ontwikkeld door westerse landen, voornamelijk de VS, door Israëls eigen militaire industrie (die ook weer technologieën exporteert), en historisch ook Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk.

    Alle Israëli's, mannen en vrouwen, hebben dienstplicht op achttienjarige leeftijd, maar islamitische en christelijke Arabieren, personen die fulltime religie studeren en vrouwen die zichzelf 'religieus' noemen, getrouwd zijn of kinderen hebben worden hiervan vrijgewaard. Dienstplicht duurt drie jaar voor mannen en twee jaar voor vrouwen (drie jaar in gevechtstaken). Na de dienstplicht moeten Israëlische mannen bij de IDF in reservedienst, een aantal weken per jaar, tot hun veertigste. Vrouwen gaan meestal slechts een of twee jaar in reservedienst.

    Israël wordt alom gezien als een kernmacht: het bezit nucleaire faciliteiten en algemeen wordt aangenomen dat het land in het bezit is van kernkoppen. Israël heeft het Non-proliferatieverdrag niet ondertekend en niet alle nucleaire instellingen worden van buitenaf geïnspecteerd. Het land houdt een "nucleaire ambiguïteit" vol: het heeft altijd ontkend in het bezit te zijn van kernwapens, maar zegt wel de capaciteit te hebben ze te produceren.

    De Israëlische defensie maakt gebruik van landmijnen en clusterbommen. Dit ondanks internationale druk om het gebruik van dit soort wapens te verbieden. Israël heeft de Ottawa Conventie, die het gebruik van landmijnen verbiedt, niet ondertekend of geratificeerd.


    Copyright, This article is licensed under the GNU Free Documentation License. It uses material from the Wikipedia article http://nl.wikipedia.org/wiki/Isra%C3%ABl.


    Test je competentie op YaGooBle.com.

    Pageviews vandaag: 1715.