kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 17-03-2008 voor het laatst bewerkt.

Jesaja

Jesaja (Grieks: Esaias) was de zoon van Amos, de auteur van het Bijbelboek Jesaja en tevens één van de profeten uit het Oude Testament. Jesaja was getrouwd en had had twee zonen die allebei een 'symbolische naam droegen' Sear-Jasub (een rest keert weer) en Maher-Salal Chas-Baz (haastige roof, spoedige buit).

Deutero-Jesaja is een andere profeet die zich van de naam Jesaja bediende en waaraan het laatste deel (hoofdstuk 40-66) van het Bijbelboek Jesaja wordt toegeschreven.

Het boek Jesaja is een van de boeken van de Tenach en het Oude Testament, met profetieën toegeschreven aan de persoon Jesaja. In de Tenach wordt hij gerekend tot de latere profeten (Neviiem Acharoniem). Jesaja is afgeleid van de Hebreeuwse naam Jesja'jahoe dat "redding van God" betekent.

Het boek bevat veel profetieën uitgesproken tijdens de regeringsperiodes van een aantal elkaar opvolgende koningen van het koninkrijk Juda:
. Uzzia: hoofdstukken 1-5
. Jotam: hoofdstuk 6
. Achaz: hoofdstukken 7-14:28
. Hizkia:
. . hoofdstukken 14:28-35: eerste helft van zijn regering
. . hoofdstukken 36-66: tweede helft van zijn regering

De periode waarop het boek betrekking heeft beslaat ongeveer de tweede helft van de achtste eeuw voor Chr.. Meer precies, vanaf vier jaar voor de dood van koning Uzzia (in 762 v.Chr.) en vervolgens tot aan het laatste regeringsjaar van koning Hizkia (in 698 v.Chr.) en wellicht nog een paar jaar daarna tijdens koning Manasse. De bediening van de profeet Jesaja beslaat zo bij elkaar 64 jaar.

Het boek als geheel kan in drie delen worden verdeeld:
. De hoofdstukken 1-35. Deze zijn vrijwel geheel profetisch van aard en gericht tegen Assyrië, de vijand van het oude Israël. Ook wordt de Messias aangekondigd als een machtige regeerder en koning.
. De hoofdstukken 36-39. Dit is een historisch gedeelte, zich afspelend tijdens de regering van koning Hizkia.
. De hoofdstukken 40-66. Dit is weer een profetisch gedeelte waarin opnieuw sprake is van een vijand maar ditmaal is dat Babylon. Ook komt wederom de messias ten tonele maar dit keer wordt hij beschreven als een lijdend persoon met nederige en zachtaardige eigenschappen.

Auteur en oorsprong
Alhoewel volgens het boek Jesaja de profeet Jesaja de schrijver zou zijn (Jesaja 1:1) wordt er door bepaalde critici aan getwijfeld of dit wel (helemaal) het geval is.

Met name de echtheid van het laatste deel, de hoofdstukken 40-66 staat bij deze critici ter discussie. Zij menen dat dit gedeelte door een andere persoon, door hen deutero-Jesaja genoemd, is geschreven; deze persoon zou tegen het einde van de Babylonische ballingschap hebben geleefd.
Deze theorie werd voor het eerst geformuleerd door Johann Christoph Döderlein, een Duits theoloog uit de tweede helft van de 18e eeuw.

Ook andere gedeelten van Jesaja, met name hoofdstuk 13 in zijn geheel, een aantal verzen uit de hoofdstukken 14 en 21, alsmede de gehele hoofdstukken 24 tot 27 worden door bepaalde critici toegeschreven aan een andere profeet dan Jesaja. Afhankelijk van uitgangspunten en veronderstellingen komen zij tot vijf of zeven of zelfs nog meer onbekende profeten die een hand zouden hebben gehad in de samenstelling van dit boek.

De overwegingen die tot deze bevindingen hebben geleid zijn de volgende:
. Zij achten het onaannemelijk dat Jesaja levend zo rond 725 v.Chr., de verschijning en daden van een Perzische prins genaamd Cyrus zou hebben kunnen voorspellen, degene die ongeveer tweehonderd jaar later de Joden uit hun gevangenschap zou vrijlaten en laten terugkeren.
. Zij menen dat Jesaja de tijd van de Babylonische ballingschap als zijn eigen tijd zou hebben genomen wat de reden zou zijn waarom hij over die periode in de tegenwoordige tijd schrijft.
. Zij nemen een verschil in woordkeus en taalstijl in de hoofdstukken 40 tot 66 waar waardoor zij menen dat hier noodzakelijkerwijs een andere auteur dan die van de voorgaande hoofdstukken aan het woord zou zijn.

Er zijn echter ook andere critici die het hier niet mee eens zijn. Zij zijn van mening dat het boek Jesaja wél helemaal door de profeet Jesaja zou zijn geschreven.

De argumenten die zij ten gunste hiervan naar voren brengen zijn:
. Zelfs als men de verschillen in taal in aanmerking aanneemt hoeft dit nog niet automatisch tot de conclusie te leiden dat er ook sprake zou zijn van twee verschillende schrijvers. Verschillen in onderwerp of het publiek waarop wordt gemikt zouden hier ook debet aan kunnen zijn.
. De Griekse vertaling van de Tenach (het Oude Testament) de zogenoemde Septuagint, kwam ongeveer rond 250 v.Chr. tot stand. Bij deze vertaling werd verondersteld dat de gehele inhoud van Jesaja zou zijn.
. De eenheid in taalgebruik, in de gedachten en beelden van het boek wijzen in de richting van één auteur die in het oude Israël zijn verblijf had.
. Zij wijzen erop dat de critici die sceptisch tegenover Jesaja als enige auteur staan zich van een vooroordeel bedienen, namelijk dat zoiets als profeteren, voorspellen niet zou kunnen en dat daarom hetgeen als profetie wordt gepresenteerd volgens hen niets anders dan een beschrijving achteraf kan zijn.

Jesaja in het christelijk geloof
In het christendom wordt veel waarde aan het Bijbelboek Jesaja toegekend vanwege de als zodanig opgevatte verwijzingen naar de komst van Jezus als de Messias, met name de hoofdstukken 9, 11, 42, 49, 50, 52 en 53 zijn in dat kader van belang. In het Nieuwe Testament wordt dan ook veelvuldig naar Jesaja verwezen, onder andere door Jezus zelf. Een selectie van Nieuwtestamentische passages die naar Jesaja verwijzen: Mattheüs 3:3, Lukas 3:4-6 en 4:16-41, Johannes 12:38, Handelingen 8:28 en Romeinen 10:16-21.


Copyright, This article is licensed under the GNU Free Documentation License. It uses material from the Wikipedia article http://nl.wikipedia.org/wiki/Jesaja
Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 2078.