kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 07-03-2010 voor het laatst bewerkt.

Karelie

Karelië

Karelië (Fins: Karjala; Russisch: Карелия, Karelija) is een historische regio in Noord-Europa, die gedeeltelijk deel uitmaakt van Finland maar voor het grootste deel in Rusland gelegen is.

Het grootste deel van Russisch Karelië maakt deel uit van de Republiek Karelië en heeft als hoofdstad Petrozavodsk. Dit gebied omvat de historische landstreken Ladoga-Karelië en Oost-Karelië, waarbij het laatste uiteenvalt in het noordelijke Wit-Karelië en het zuidelijke Olonets-Karelië. Buiten de Republiek Karelië, maar binnen de grenzen van Rusland, valt het gedeelte van Karelië dat de Karelische Landengte met de steden Vyborg en Priozersk omvat en dat tot de oblast Leningrad behoort.

Fins Karelië is onder te verdelen in Noord-Karelië (Pohjois-Karjala) en Zuid-Karelië (Etelä-Karjala). Deze beide gebieden hebben de status van departement (maakunta) en hebben respectievelijk Joensuu en Lappeenranta als hoofdstad.

Geschiedenis
De Karelische Landengte en Ladoga-Karelië maakten tot de Tweede Wereldoorlog deel uit van Finland. Eind november 1939 viel Stalin dat land in de zogenaamde winteroorlog aan. Finland weerde zich dapper maar moest Karelië in maart 1940 uiteindelijk afstaan. Vele duizenden inwoners (450 000) vluchtten naar Finland.

Een latere poging om Karelië met Duitse hulp te veroveren mislukte. Tijdens de Finse invasie werd de Karelische bevolking in verschillende groepen ingedeeld aan de basis van de etnische afkomst. Hierbij kregen etnische Finnen en "verwante volkeren" zoals Kareliërs, Wepsen, Woten en Ingriërs betere lonen en meer vrijheden dan etnisch niet-verwante volkeren, zoals Russen en Oekraïners.

Bovendien werd een groot deel van de Russische bevolking in concentratiekampen opgesloten. Het was de bedoeling deze mensen later naar het door Duitsland bezette deel van de Sovjet-Unie te deporteren.

Volgens Finse bronnen werden circa 24.000 Kareliërs van Russische afkomst in een concentratiekamp geplaatst (ongeveer de helft van de Russische bevolking van het door Finnen bezette deel van Karelië), daarvan kwamen er ongeveer 4.000 om van de honger, de meesten (90%) in 1942. In dat jaar was het sterftepercentage in Finse kampen hoger dan in Duitse (13,7% versus 10,5%). In totaal werden er ongeveer 64.000 Sovjet-burgers in Finse concentratiekampen opgesloten, waarvan ongeveer 18.000 omkwamen.

Voor de nabestaanden van de 25000 in de strijd om Karelië gesneuvelde Finse soldaten werd het rouwkruis van de Orde van het Vrijheidskruis ingesteld.


Copyright, This article is licensed under the GNU Free Documentation License. It uses material from the Wikipedia article Eliel Saarinen op zoek naar de Finse nationale identiteit

In het voorjaar van 1828 onderneemt de jonge Finse literatuurwetenschapper Elias Lönnrot (1802-1884) zijn eerste van in totaal elf studiereizen die hem voornamelijk zullen voeren naar Karelië, het grensgebied tussen Finland en Rusland. Het zou zijn levenswerk worden om de teksten van de liederen te verzamelen die gezongen werden door de ongeletterde bevolking, in een poging deze verbale traditie vast te leggen voordat ze, net als elders, door de oprukkende 'vooruitgang' in vergetelheid zou raken. Lönnrot komt tot de ontdekking dat de vele verschillende liederen met elkaar in verband staan en hij weet ze aaneen te smeden tot één samenhangend geheel, dat hij de Kalevala noemt, het 'heldenland'. Met die naamgeving is de basis gelegd voor een mythisch land, een denkbeeldige geografische oorsprong van de Finse cultuur. Een eerste editie van 32 gezangen (12.078 versregels), in Lönnrots terminologie 'runen', wordt in 1835 gepubliceerd. De definitieve versie van 50 'runen' (22.795 versregels) verschijnt in 1849.

Nationale identiteit
Men moet beseffen dat het Finland zoals we dat nu kennen nog niet bestond toen Lönnrot deze gezangen verzamelde. Zes eeuwen lang was het gebied onderdeel geweest van het Zweedse koninkrijk. Na een van de vele oorlogen tussen Zweden en Rusland werd het, bij de Vrede van Hamina (Zweeds: Fredrikshamn), in 1809 onderdeel van Rusland. Hoewel het van tsaar Alexander I een autonome status als constitutioneel grootvorstendom kreeg nam in de loop van de eeuw de roep om zelfstandigheid toe. Als reactie hierop werd de Russische druk verhoogd. Zo werd bijvoorbeeld in 1894 het Russisch de officiële taal in bepaalde overheidssectoren. Dergelijke maatregelen werkten contraproductief en de nationalistische beweging kreeg steeds meer steun. Toen in 1917 in Rusland de revolutie uitbrak zag Finland zijn kans schoon en verklaarde zich onafhankelijk.

Lönnrots zoektocht naar culturele wortels, in het tweede kwart van de negentiende eeuw, moet dan ook, behalve als literaire onderneming, evenzeer beschouwd worden als politieke daad, als een bijdrage aan de opbouw van een nationale identiteit. En Lönnrots zoektocht leverde niet alleen een heldendicht op, maar zette ook de Finse taal op de kaart. Het Fins waarin de liederen werden gezongen had namelijk geen officiële status. De officiële taal in Finland was het Zweeds. Onderwijs werd gegeven in het Zweeds of Latijn. Het Fins was de taal van het ongeletterde volk. Lönnrot gaf deze taal een zelfbewustzijn. In eerste instantie leidde dat evenwel tot de paradoxale situatie dat de intelligentsia, die op zoek was naar een Finse identiteit maar de volkstaal niet machtig was, de Kalevala niet kon lezen.1) Vermoedelijk werden onder de Finse nationalisten vooral de Zweedse vertalingen gelezen, waarvan een eerste al in 1841 verscheen.2) Zelf was Lönnrot van eenvoudige komaf: een kleermakerszoon die zich omhoog had gewerkt en derhalve het Fins wel machtig was. Pas in de jaren zestig van de negentiende eeuw kreeg het Fins dezelfde status als het Zweeds en werd het de tweede officiële taal van het land. Toen men op scholen de taal begon te onderwijzen was het bijna vanzelfsprekend dat de Kalevala als mythische oude tekst tot de verplichte literatuur ging behoren.

De Kalevala
Inhoudelijk laat de Kalevala thema's zien die we ook terugvinden in vertellingen en legenden uit andere culturen: het ontstaan van de wereld, natuurverschijnselen, leven en dood, de godenwereld, enzovoort. Door de in Finland invloedrijke Lutherse kerk zullen de liederen ongetwijfeld als heidens zijn gebrandmerkt. De drie belangrijkste personages zijn de dichter Väinämöinen, de smid Ilmarinen en de avonturier Lemminkäinen. Alle drie wonen ze in het land van stamvader Kaleva en zoeken bruiden in het noordelijker gelegen Pohjola, ook wel het Noordland genoemd. De lotgevallen die dat teweegbrengt maken een groot deel van de vertelling uit. Regelmatig worden de drie helden de handen van dochters uit het Noordland in het vooruitzicht gesteld op voorwaarde dat ze bepaalde opdrachten uitvoeren. Als gevolg van een van deze opdrachten doet Ilmarinen iets dat een sleutelpassage uit de Kalevala genoemd mag worden: hij smeedt voor de heerseres van het Noordland de Sampo, een mysterieus object dat de bezitter voorspoed brengt. Tegen het eind van de Kalevala eisen de helden de helft van de Sampo terug. Als dit geweigerd wordt breekt een helse strijd los tussen de drie mannen uit Kalevala en krijgers uit het Noordland, aangevoerd door de heks Louhi. Bij een gevecht op een boot breekt de Sampo in stukken en valt in zee. Brokstukken spoelen aan op de kusten van Kalevala en brengen alsnog welvaart.

Ook de vorm van de verzen geeft ze een archaïsche indruk. Naast het gebruik van stafrijm is daarbij het zogenaamde 'parallellisme' belangrijk: elke tweede versregel is een variatie op de voorgaande versregel. 'Dit houdt in dat een beeld of een denkbeeld dat wordt geïntroduceerd niet wordt gefixeerd, maar nog eens van een andere kant wordt omschreven. Deze tweede omschrijving kan heel dicht bij de eerste liggen, maar er ook verder van verwijderd zijn, waardoor een zekere spanning ontstaat. (…) Dit vermijden van een eenzijdige fixatie van beelden werkt soms zo sterk dat de moderne lezer of luisteraar in onzekerheid komt omtrent wat er nu "eigenlijk" bedoeld wordt', aldus A.R. Koopmans in een naschrift bij de Nederlandse uitgave.3) Een kort citaat is al voldoende om de werking van dit parallellisme te illustreren:

Ilmarinen nu, de smeder,

hij, de eeuwige hamermeester,

smeedt met welgerichte slagen,

klopt gezwind met sterke hamer,

smeedt met ware kunst de Sampo

dat hij meel maalt aan één zijde,

dat hij zout maalt aan de tweede;

munten maalt hij aan de derde.
(Kalevala 10:409-416)

In de loop der tijd hebben velen geprobeerd de verhalen die in de Kalevala worden verteld te duiden. Een van de aardigste interpretaties is die van Pekka Ervast uit 1916.4) Ervast geeft een theosofische lezing van het boek en stelt dat de drie hoofdpersonen goddelijke evolutionaire krachten representeren. Väinämöinen staat voor de wil, Ilmarinen voor het intellect en Lemminkäinen voor de emotie. De avonturen van de helden illustreren hoe deze krachten functioneren, welke valkuilen voor elk ervan dreigen, en hoe ze uiteindelijk pas in eendrachtige samenwerking tot grootse daden in staat zijn. Want zo is het: onze drie helden maken nogal wat brokken gedurende het verloop van het verhaal en pas als ze op het einde de krachten bundelen om de Sampo te heroveren boeken ze resultaten.

In 1891, tijdens de eerste serieuze nationalistische oprisping, wordt een prijsvraag georganiseerd voor het illustreren van de Kalevala. Winnaar wordt de Finse schilder Axel Gallén (1865-1931). Dat kwam niet geheel als een verrassing, want Gallén was al enkele jaren met dit thema in de weer.

Gallén-Kallela
Gallén (die in 1907 zijn naam zou veranderen in Akseli Gallén-Kallela) reisde in de lente van 1886 naar Korpilahti in Centraal Finland.5) Het was een reis met een diepere betekenis. In 1884 was de toen negentienjarige Gallén naar Parijs verhuisd om aan de kunstacademie te studeren. Het was de tijd van het realisme en het schilderij dat hij uit Finland meenam in een poging zijn toelating af te dwingen bleek naadloos aan te sluiten bij deze trend. Een van de helden van de Franse realistische school, wiens werk Gallén zeer zou gaan waarderen, was Jules Bastien-Lepage. Bastien-Lepage was overleden in het jaar dat Gallén in Parijs aankwam, maar had kort voor zijn dood een uitspraak gedaan die vele realistische kunstenaars zou beïnvloeden. Een kunstenaar zonder wortels, zo had hij gesteld, zou nooit een echte kunstenaar kunnen zijn. Een kunstenaar zou in zijn eigen omgeving moeten schilderen, niet in een vreemd land. Het gevolg van deze stellige uitspraak van de grote meester was dat het voor buitenlandse studenten een vanzelfsprekende zaak werd om na hun studie terug te keren naar hun geboorteland.6 Hoewel Gallén nog tot 1889 in Parijs zou blijven maakte hij in 1886 alvast een eerste tocht terug, op zoek naar de ware Finse aard. Korpilahti lag in het binnenste van het land, waar de oorspronkelijke Finse woudbewoners, de 'Chudi', woonden. Hier ontwikkelde Gallén zijn voorkeur voor de realistische, onopgesmukte personages in zijn schilderijen, een schilderstijl die wel is aangeduid als 'esthetica van het lelijke'.7)

In 1893 schildert Gallén het doek dat wordt gezien als het hoogtepunt uit zijn realistische periode: The Forging of the Sampo. Het onderwerp is goed gekozen: het is een sleutelscène uit de Kalevala die laat zien hoe de smid Ilmarinen met zijn helpers de Sampo aan het smeden is. Het toont ons geen geromantiseerde helden, maar echte mensen, noeste werkers in het woud.

Drie jaar later is er in het Ateneum in Helsinki de 'herfstsalon' van de Vereniging van Finse Kunstenaars. Tijdens de opening op 1 oktober 1896 blijft één wand in het museum leeg: het is de plek die bedoeld was voor Galléns schilderij The Defense of the Sampo. Gallén was tot op de laatste dag, en nog later, aan het doek blijven werken, waardoor het pas enige dagen na de opening op de tentoonstelling aankwam. Dat nam niet weg dat het toen onmiddellijk in het centrum van de belangstelling stond. Het schilderij stelt een scène uit het slot van de Kalevala voor, als Väinämöinen en zijn makkers de Sampo hebben terugveroverd op de heks uit het Noordland, door haar met tovermuziek in slaap te spelen. Op hun terugreis naar Kalevala proberen de inmiddels ontwaakte heks en haar strijders de Sampo opnieuw aan onze helden te ontvreemden.

Het verschil in stijl tussen dit werk en het eerdere The Forging of the Sampo is opvallend. Het realisme is verdwenen en heeft plaats gemaakt voor wat wel een 'heroïsche idealisering van een mythische gouden eeuw' is genoemd.8) Het is een archetypische, tijdloze scène geworden, een symbolisch gevecht tussen goed en kwaad. In 1892 had Gallén in Parijs het symbolisme ontdekt en zijn werk had zich sindsdien langzaamaan in die richting geëvolueerd. Kennelijk meende hij dat de mythische wereld van de Kalevala nog meer recht werd gedaan met tijdloze abstractie en symboolwaarde, dan met authentiek Fins realisme. Zijn schildertechniek had Gallén aangepast aan deze nieuwe missie. De olieverf, waarvan men zou kunnen zeggen dat de tijdrovende werkwijze de realiteit des te vaster gestalte gaf, is vervangen door de temperatechniek, die beter toestond te werken met vlakken en lijnen.

Het Finse Paviljoen in Parijs
De nationalistisch getinte zoektocht naar de wortels van een Finse identiteit vond ook plaats in de architectuur. Het eerste moment waarop de kwestie in volle hevigheid speelde was bij de prijsvraag voor het ontwerp voor het Finse paviljoen voor de wereldtentoonstelling in Parijs in 1900. Het was verbazingwekkend dat het de Finnen gelukt was om toestemming te krijgen om een eigen paviljoen te bouwen - in 1900 was Finland immers nog allerminst een autonome staat. Het paviljoen zou dan ook een symbool worden van het Finse verzet tegen de Russische overheersing. In de belangrijkste krant (het Zweedstalige Hufvudstadsbladet) verscheen op 26 juni 1898 het volgende commentaar: 'Het schijnt dat men in Parijs hoopt dat elk landenpaviljoen gebouwd gaat worden in de stijl en met de materialen die typisch zijn voor dat land. Helaas: wij hebben geen eigen stijl. De Finse houtbouwstijl, die recentelijk als zodanig is gelanceerd, is een kunstmatig product dat met veel moeite is bedacht in de ivoren torens van meer of minder idealistische architecten. Het ergste van alles is dat het door de leek - met andere woorden door vrijwel iedereen - aangezien zal worden als een Russische stijl.'9)

De prijsvraag was uitgeschreven op 23 juni 1898 en de inleverdatum lag ruim vijf weken later, op 1 augustus. Uit 18 inzendingen koos de jury een ontwerp dat bleek te zijn gemaakt door het architectenbureau van de nauwelijks een jaar eerder (in mei 1897) afgestudeerde studievrienden Herman Gesellius (1874-1916), Armas Lindgren (1874-1929) en Eliel Saarinen (1873-1950). De vormkenmerken van hun gebouw zouden bepalend worden voor een stijl die men de Finse nationale romantiek is gaan noemen: zware wanden, massiviteit, elegante bogen, spitse daken.10) Het paviljoen was van hout, maar het was zo geschilderd dat het van natuursteen leek. De twee toeganspoorten waren wel van steen: een van graniet, de ander van zeepsteen.

Het gebruik van graniet werd gezien als iets dat uit zou kunnen groeien tot een typisch Fins kenmerk. Tot dan toe was het overvloedig aanwezige materiaal voornamelijk gebruikt als exportproduct. St. Petersburg, bijvoorbeeld, is gebouwd op Fins graniet.11) Het gebruik van zeepsteen was aanlokkelijk omdat deze zachte steensoort gemakkelijk voorzien kon worden van decoraties. En die decoraties konden explicietere boodschappen verkondigen dan de abstracte architectonische vormentaal. De twee poorten van het paviljoen waren voorzien van afbeeldingen van eekhoorns en beren, verwijzend naar de Finse natuur. Op het dak van het paviljoen zaten kikkers en beren van de beeldhouwer Emil Wikström. Van binnen deed het paviljoen denken aan een Finse plattelandskerk, compleet met koor.12) Zwaartepunt in de ruimte was het hoge gewelf tussen beide entrees. Dit gewelf werd gedecoreerd met fresco's van Axel Gallén. En die fresco's vertoonden uiteraard voorstellingen uit… de Kalevala.

In 1899, een jaar na de prijsvraag voor het paviljoen, maar nog voor de bouw ervan, leefden Gesellius, Lindgren en Saarinen zich volkomen uit in nationaal romantische decoraties in hun eveneens winnend prijsvraagontwerp voor een kantoorgebouw voor de brandverzekeringsmaatschappij Pohjola. Pohjola is in de Kalevala een andere benaming voor het Noordland en door het hele gebouw vinden we heksen, beesten en andere groteske beelden uit een mythisch folkloristisch land uitgehouwen in steen of gesneden uit hout. De gedecoreerde kolommen in het verzekeringsgebouw zouden volgens sommigen de afbeeldingen dragen van de negen zonen van de oude, blinde Loviatar, een personage uit de Kalevala, zonen die haar gezonden waren door de kwaadwillende heks uit het Noordland. De zonen dragen de weinig vleiende namen Koliek, Ontsteking, Jicht, Tering, Gezwel, Uitslag, Koudvuur en Pest. De negende bleef naamloos, maar trof een nog slechter lot: hij werd onmiddellijk verstoten.13)

Nationale Romantiek
De nieuwe bouwstijl kende slechts een korte bloeitijd en de lijst met meesterwerken is vrij beperkt. Gesellius, Lindgren en Saarinen werkten op de door hen ingeslagen weg voort met bijvoorbeeld hun eigen kantoor en wooncomplex Hvitträsk (1901-1903) en het prijswinnende ontwerp voor het Nationaal Museum in Helsinki (1902-1912). Een andere ontwerper die als vertegenwoordiger van de nationale romantiek gezien kan worden is Lars Sonck. Vooral zijn kathedraal in Tampere (1899-1907), die uiterlijk veel kenmerken van het Parijse paviljoen draagt, is een imponerend experiment. Fascinerend is vooral het interieur, waar een grote open ruimte gecombineerd is met een sfeer van overweldigende zwaarte. In de plattegrond is te zien hoe de dichte hoeken de ruimte sluiten en boven de hoofden van de gelovigen ontvouwt er zich in plaats van een hemels licht een loodzwaar gewelf. God is hier niet ver weg; hij ligt als een deken over de aanwezigen heen en drukt hen liefdevol met de neus op de eigen bodem. Een derde uitgesproken voorbeeld is Usko Nyström, die in 1902 (samen met Vilho Penttilä) de derde prijs won in de prijsvraag voor het Nationaal Museum en een jaar later het staatshotel in Imatra realiseerde, een sprookjeskasteel dat met zijn robuuste vormen goed aansluit bij het natuurgeweld van de naastgelegen beroemde waterval. Hoewel er bij deze ontwerpers geen sprake is van directe toespelingen op de Kalevala, zoals bij Gesellius, Lindgren en Saarinen, keren ze zich wel duidelijk af van het classicisme - dat niet alleen internationaal overheersend was en daarmee nooit typisch Fins kon zijn, maar ook herinnerde aan de 'imperialistische' gebouwen van de Russische overheerser - en zoeken ze hun inspiratie in een meer lokaal georiënteerde middeleeuwse bouwkunst.

Het ontwerp waarmee Saarinen (alleen, zonder zijn twee bureaupartners - misschien wel de opmaat voor het uiteenvallen van het bureau) in 1904 de prijsvraag voor het station van Helsinki won luidde feitelijk al het einde van de nationale romantiek in.14) Hoewel het vermoedelijk de jury nog wist te overtuigen vanwege zijn vermeend typische Finse stijl, met onder andere acht gebeeldhouwde beren boven de hoofdingang, was het ook het startpunt van een debat, in gang gezet door Sigurd Frosterus en Gustaf Strengel, over de vraag of de nationale romantiek wel toekomst had. Het nut van een toren in een stationsgebouw werd ter discussie gesteld, evenals het gebruik van symbolisch ruw gehouwen graniet en decoraties uit de zogenaamd nationale planten- en dierenwereld. Was er niet gewoon een modern gebouw nodig van staal, glas en beton?15) De twijfel die zo gezaaid werd viel op vruchtbare bodem. Al een half jaar later, in december 1904, had Saarinen zijn ontwerp volledig omgegooid. Wie de twee ontwerpen naast elkaar legt gelooft zijn ogen niet. Het omzien naar het verleden heeft plaats gemaakt voor het vooruitzien in de toekomst. Of, beter gezegd, de nationale romantiek maakt plaats voor een andere fictie, die van het rationalisme. De Finnen mogen dan gepreoccupeerd zijn geweest met het tot uitdrukking brengen van hun eigen identiteit, ze hadden ook oog voor de internationale ontwikkelingen. In zijn stationsontwerp schakelt Saarinen moeiteloos over van de ene naar de andere inspiratiebron.16) Deze omslag bij Saarinen nodigt ook uit om de eerder beschreven omslag in de schilderstijl van Axel Gallén opnieuw te overdenken. Misschien ging het niet zozeer om een effectievere wijze om een oude mythe uit te beelden, maar eveneens om een poging om aansluiting te vinden bij een steeds abstracter werkende internationale kunstwereld.17)

Stilistische botsing
Dat Saarinen bereid was nieuwe wegen in te slaan mag ook blijken uit een merkwaardig bouwsel dat hij in de zomer van 1904, ten tijde dus van de prijsvraag voor het station, in Helsinki realiseerde. Dit gebouw voor de kunstenaarsvereniging Pirtti werd in 1939 alweer gesloopt, maar foto's tonen een onwaarschijnlijke stilistische botsing. Op een classicistische onderbouw met vier enorme zuilen staat een soort archetypisch woonhuis met puntdak. Dit absurdistisch spel tussen het verhevene en het banale wordt benadrukt door een minuscuul balkonnetje dat uit de volledig gesloten gevel steekt en de compositie van de twee gebouwdelen verder verstoort. Onder het puntdak bevond zich trouwens een atelier waarin van 1905 tot 1907 niemand minder woonde en werkte dan Axel Gallén.18)

In 1917 had Saarinen voor zijn station in Helsinki nog een sensationele wending in petto. De Eerste Wereldoorlog had de bouw vertraagd en de officiële opening zou pas plaatsvinden in 1919. Dat weerhield Saarinen er echter niet van om in 1917, als onderdeel van zijn stedebouwkundig project voor Groot-Helsinki, een vogelvluchtperspectief te tekenen waarin zijn eigen stationsgebouw van zijn functie is beroofd. Saarinen voorzag dat er extra ruimte nodig zou zijn voor de uitbreiding van het centrum van de stad en verplaatste het station alvast drie kilometer naar het noorden. (Het was een voorstel waar overigens niemand brood in zag, ondermeer omdat de stad zich niet naar het noorden, maar langs de kust naar het oosten en westen zou blijken te gaan ontwikkelen.)

Een ontwerp uit 1921 toont nog een laatste opleving van de nationale romantiek. De onafhankelijkheid die Finland in 1917 had weten te bereiken leidde tot een hernieuwde aandacht voor het culturele verleden. In 1919 werd een Kalevalavereniging opgericht die zich als taak stelde een centrum voor de culturele geschiedenis van het nieuwe land op te zetten. Eigen huisvesting werd daarbij gezien als noodzakelijkheid. Saarinen, lid van de vereniging, bood aan een plan te maken. In 1921 produceerde hij een ontwerp voor het zogenaamde Kalevalahuis. Kalevalahuis is een misleidende naam. Het lijkt eerder te gaan om een soort vesting. Het complex omvat een auditorium, een museum, een bibliotheek, werk- en verblijfsruimten voor onderzoekers, een concertzaal en een 85 meter hoge toren met daarin een crypte en een 55 meter hoog pantheon. Het ontwerp is enerzijds pathetisch en buitenproportioneel heroïsch, maar bezit anderzijds een intrigerende historische lading. Het doorlopende, met graniet beklede bouwblok lijkt een kruising tussen een middeleeuwse vestingstad en een negentiende-eeuws pakhuis. En de reusachtige 16-zijdige toren, een soort silo van Babel, herbergt duidelijk een oud en waardevol mysterie. De wat ongerichte vormkenmerken en anekdotische decoraties uit de eerdere ontwerpen hebben hier plaats gemaakt voor een typologisch experiment.

Helaas is het ontwerp nooit erg serieus genomen. Later werd het zelfs in een kwaad daglicht gesteld: het zou een voorbode zijn geweest van het streven naar een 'Groot-Finland' dat opgeld zou doen in de jaren dertig en dat, van 1939 tot 1947 tot verschillende conflicten met Rusland zou leiden, waarbij de Finnen op een gegeven moment zelfs samenwerkten met de Duitsers.19) Door het achteloos toekennen van deze profetische kracht wordt dit ontwerp uit 1921 echter wel erg gemakkelijk terzijde geschoven als proto-fascistisch. Er moeten andere redenen geweest zijn voor de geringe respons. Het ontwerp getuigde vermoedelijk van weinig realiteitszin: het is niet waarschijnlijk dat de Kalevalavereniging de financiële middelen bezat om realisatie van dit ontwerp te kunnen overwegen. Verder schijnt Axel Gallén Saarinen ontmoedigd te hebben om door te werken aan het ontwerp. Het is niet bekend waarom, al wordt vermoed dat hij de architectonische vorm ongepast vond. Gallén was een van de oprichters van de Kalevalavereniging en zijn mening zal dus zwaar hebben gewogen.20) Naar verluidt hebben Gallén en Saarinen (die overigens goede vrienden waren) een nacht lang over het ontwerp gesproken, waarna Saarinen er nooit meer naar om heeft gekeken. Het ontwerp was trouwens Saarinens afscheid van Finland. Het jaar erop eindigde hij tweede in de prestigieuze prijsvraag voor de Chicago Tribune. Het was het sein voor een nieuwe uitdaging: Saarinen verhuisde naar de Verenigde Staten.

Uitdoving
De vraag dringt zich op waarom het gepassioneerde streven naar een nationale romantiek in de architectuur zo snel kon uitdoven. Terwijl Axel Gallén tot aan zijn dood in 1931 met de Kalevala bezig bleef gaven Saarinen en andere architecten de onderneming al snel op. Waarom wordt iets dat het ene moment zo belangrijk leek het volgende moment zo gemakkelijk ingeruild voor iets anders? Het is duidelijk dat de grilligheid van Saarinen, die een toonaangevende figuur in de Finse architectuur was, daar deels verantwoordelijk voor was. Zijn interessegebied overschreed al snel de grenzen van de nationale historie, hetgeen niet bevorderlijk was voor de fixatie van de lokale stijl. In meer algemene termen is het antwoord wellicht nog simpeler. Misschien dat de ontwerpers ondanks hun enthousiasme aanvoelden dat nationale identiteit een fictie is. Het heldenland Kalevala was niet een realiteit die nagejaagd moest worden totdat zij gevonden was, maar een mythe die kon inspireren totdat een andere inspiratiebron aanlokkelijker werd. De Kalevala staat voor een land waar verlangens op geprojecteerd kunnen worden, maar dat niet bestaat. Zoals de Karelische dichteres Edith Södergran schreef, ongeveer op hetzelfde moment waarop Saarinen het Kalevalahuis tekende:

De maan vertelt me in zilveren runen

van het land dat niet is.

Het land waar al onze wensen op wonderbaarlijke wijze worden vervuld,

het land waar we van al onze ketenen worden bevrijd (…). 21


Noten
1. Dit wordt gesuggereerd door Michael Branch, 'Kalevala: from myth to symbol', in: Kalevala 1835-1985; The national epic of Finland, Helsinki University Library, 1985.

2. Een Duitse vertaling volgde in 1852, een Hongaarse in 1871, een Estse in 1883, een Russische en een Engelse in 1888 en inmiddels is de Kalevala het meest vertaalde Finse boek, vertaald in 51 talen. Zie het artikel van Anneli Asplund en Liisa Mettomäki van de Kalevalavereniging en de Finse Literatuurvereniging op http://virtual.finland.fi/finfo/english/kaleva9.html. Een eerste Nederlandse vertaling dateert van 1940; de thans gangbare is: Kalevala. Het epos der Finnen, verzameld door Elias Lönnrot, vertaling Mies le Nobel, Uitgeverij Vrij Geestesleven, Zeist 1985.

3. A.R. Koopmans, 'Iets over aard en oorsprong van de Kalevala', in Kalevala. Het epos der Finnen (zie noot 2), p. 328.

4. Pekka Ervast. The Key to the Kalevala, Blue Dolphin Publishers, 1999.

5. Er wordt wel beweerd dat hij dit gedaan zou hebben omdat deze naam meer authentiek Fins zou klinken, maar Kallela was in feite de oorspronkelijke naam van zijn vader, die deze had gewijzigd in Gallén toen hij uit het boerendorp Lemu naar de stad Pori trok. Zie: Leena Ahtola-Moorhouse, 'Akseli Gallen-Kallela 1865-1931. Biographical notes', in: Leena Ahtola-Moorhouse et al., Akseli Gallen-Kallela, The Finnish National Gallery Ateneum, Helsinki, 1996.

6. Soili Sinisalo, 'The Young Axel Gallén', in: Akseli Gallen-Kallela (zie noot 5), p. 34.

7. Sinisalo (zie noot 6), p. 37.

8. Juha Ilvas, 'The Defense of the Sampo', in Akseli Gallen-Kallela (zie noot 5), p. 68.

9. Marika Hausen, 'The Architecture of Eliel Saarinen', in: Marika Hausen et al., Eliel Saarinen. Projects 1896-1923, Otava Publishing, Helsinki, 1990, p. 32.

10. Ibid., p. 32.

11. Ibid., p. 13.

12. Ibid., p. 30.

13. Kalevala, p. 281 (45:159-184); Anna-Lisa Amberg, 'Catalogue of Works - Interiors, Applied and Fine Arts, and Paintings', in Marika Hausen et al. (zie noot 9), pp. 224-225.

14. Gesellius, Lindgren en Saarinen begonnen hun gezamenlijk bureau op 10 december 1896. Vanaf eind 1903 was het gehuisvest in Hvitträsk, waar de drie ook woonden. In januari 1905 verliet Lindgren het bureau, verhuisde naar Helsinki om te werken in eigen succesvolle praktijk. Gesellius en Saarinen gingen tot 1907 samen verder, maar splitsten toen het bureau. Gesellius stopte met werken toen hij in 1912 ziek werd.

15. Marika Hausen (zie noot 9), pp. 37, 164.

16. Voordat het station in 1909 deels in gebruik zou worden genomen en voordat het pas in 1919, na de voltooiing van de centrale hal en de wachtruimten, officieel geopend zou worden, zouden er nog de nodige wijzigingen volgen. Zie: Tytti Valto, 'Catalogue of Works - Architecture and Urban Planning', in: Marika Hausen et al. (zie noot 9), pp. 286, 300.

17. Dit is in ieder geval de mening van de Noorse traditionalistisch werkende schilder Odd Nerdrum, die Gallén ervan beschuldigt uit opportunistische overwegingen plotseling 'modernist' te zijn geworden. Dagbladet, 7 oktober 1998.

18. Tytti Valto (zie noot 16) p. 276.

19. Marika Hausen (zie noot 9), p. 81.

20. Leena Ahtola-Moorhouse (zie noot 5), p. 27.

21. De Finse dichteres Edith Södergran (1892-1923) groeide op in St. Petersburg, schreef eerst in het Duits, later in het Zweeds. Nadat op 16-jarige leeftijd tbc was geconstateerd verbleef zij enkele jaren in Davos om zich vervolgens te vestigen in Karelië, in Raivola, tussen St. Petersburg en de Finse grens. Door de Eerste Wereldoorlog en de Russische revolutie werden de banden met haar familie afgesneden. Niet lang voordat ze in 1923 op 31-jarige leeftijd stierf schreef ze het gedicht 'Het land dat niet is' ('Landet som icke är'), postuum gepubliceerd in 1925. Zie het artikel van haar (Engelse) vertaalster Stina Katchadourian op http://virtual.finland.fi/finfo/english/ediths.html.

Deze tekst werd geschreven naar aanleiding van een studiereis in juni 1999 naar Scandinavië en Finland, georganiseerd door Stichting Fonds voor Beeldende Kunsten, Vormgeving en Bouwkunst te Amsterdam.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 110.

Tweets by kunstbus