kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 25 11 2016 16:55 voor het laatst bewerkt.

Karl Popper

Karl Raimund Popper (Wenen, 28 juli 1902 – Londen, 17 september 1994) was een invloedrijke 20e eeuwse Oostenrijks-Britse wetenschapsfilosoof en belangrijk sociaal en politiek filosoof.

Popper is het bekendst geworden door zijn weerlegging van het logisch positivisme, het klassieke model van wetenschap als een proces van observatie en inductie, zijn pleidooi voor falsifieerbaarheid als criterium om wetenschap van non-wetenschap te scheiden en zijn verdediging van de 'open samenleving'.

Popper was een felle verdediger van de liberale democratie en de principes waar deze op is gebaseerd, en een onwrikbaar tegenstander van autoritarisme en totalitarisme.

In de open samenleving die Popper voor ogen heeft leven kritische burgers die er samen wel uit komen: 'Ik kan ongelijk hebben en jij gelijk en met enige moeite komen we misschien samen nader tot de waarheid.'

Interessant is dat Popper zijn wetenschapsfilosofie en zijn ideeën over een moreel gezonde samenleving aan elkaar verbindt. Goede wetenschap en een goede samenleving, rusten op gelijksoortige principes. Het voornaamste principe is ruimte voor kritiek. Een wetenschappelijke theorie moet zo geformuleerd worden dat de theorie in principe weerlegbaar is. Dit criterium is ook het criterium om gesloten samenlevingen van open samenlevingen te onderscheiden. Een open samenleving staat open voor kritiek en is dus per definitie een democratie.

Jeugd
Popper werd geboren in een tot het christendom bekeerd joods gezin uit de hogere middenklasse.

Aan het eind van de Eerste Wereldoorlog neemt hij op zeventienjarige leeftijd deel aan marxistische demonstraties tot hij 15 juni 1919 getuige is van het neerschieten van demonstranten door regeringstroepen. De partijtop had arbeiders ingezet om een aantal communistische leiders die waren vastgezet te bevrijden. Ongewapend, maar vol van het communistisch ideaal loopt de menigte, waaronder Popper, naar het gebouw waar de leiders gevangen zitten. Eenmaal daar aangekomen opent de politie het vuur. Tachtig mensen raken gewond en twaalf vinden de dood. De jonge Popper vond dat de eerste schuld van deze gebeurtenis bij de partijtop zelf lag. Hij ergerde zich aan de verheerlijking van klassenstrijd door intellectuelen en brak direct met het communisme.

Het marxisme stelde niet het leven maar de komst van een onvermijdelijk geacht toekomst ideaal centraal. In het licht van de historische noodzakelijkheid keek de marxist niet op een mensenleven meer of minder. Dat betekende, zo meende de jonge intellectueel Popper, dat het wel een verdomd goede theorie moest zijn. Maar tot zijn eigen schaamte constateerde hij het tegendeel. Dat inzicht kwam voort uit de kennistheoretische vragen die hem al op jonge leeftijd bezighielden. Vooral de wetenschapsmethode van Albert Einstein opende hem de ogen. Einstein deed een onwaarschijnlijke voorspelling aan de hand van de door hem ontwikkelde, revolutionaire relativiteitstheorie. Hij voegde eraan toe dat als de voorspelling niet uitkwam hij zijn theorie ongeldig zou verklaren. Het fascineerde Popper dat Einsteins methode tegenovergesteld was aan die van zijn toenmalige baas, de Weense psychiater Alfred Adler. Die gaf leiding aan een kliniek voor moeilijk opvoedbare leerlingen, waar Popper vrijwilligerswerk voor verrichtte. Elke waarneming die Adler en zijn assistenten deden, paste schijnbaar moeiteloos in de theorie van de psychiater over het minderwaardigheidscomplex. Adlers theorie gaf antwoord op elk verschijnsel, terwijl die van Einstein door één enkel experiment of één enkele observatie onderuitgehaald kon worden.

Hij besloot arbeider te worden, maar bleek fysiek niet in staat tot zwaar werk.

Hij studeerde compositie aan het conservatorium, en verder wiskunde, natuurkunde, psychologie en filosofie. Hij ging studeren aan de universiteit van Wenen waar hij  in 1928 bij Karl Bühler in de filosofie promoveerde. Hij gaf les op een middelbare school van 1930 tot 1936.

Wetenschapsfilosofie - falsifieerbaarheid
In deze periode domineerden de wetenschapsfilosofen van de Wiener Kreis het academische klimaat. Hun methode van logisch positivisme, de leer dat empirisch verifieerbare uitspraken wetenschappelijke kennis oplevert, bekritiseert Popper in Logik der Forschung (1934) waarin hij het falsificationisme introduceert: aan een wetenschappelijke theorie moet niet de eis worden gesteld dat ze bevestigd is (geverifiëerd), maar juist dat ze te weerleggen valt en één waarneming is voldoende om een theorie omver te werpen (falsifiëren).

Popper meende dat wetenschappelijke theorieën en menselijke kennis uitsluitend hypothetisch zijn en worden gegenereerd door de creatieve verbeelding om problemen op te lossen die in een bepaalde historisch-culturele context zijn gerezen. Volgens Popper valt er over de relatie van kennis en werkelijkheid, dus over de empirische basis van theorieën, weinig te zeggen. Waarnemingen krijgen alleen betekenis binnen de context van een voorafgaande theorie en kunnen dus nooit de basis vormen waarop onze wetenschappelijke kennis kan worden gefundeerd.

De positivistische bezigheid een theorie met een beperkt aantal waarnemingen tot algemeen geldige wet te verheffen is volgens hem strikt logisch gesproken niet mogelijk. Het aantal werkelijke waarnemingen is altijd zeer klein ten opzichte van het totaal aantal mogelijke waarnemingen en iedere volgende waarneming kan met de vorige in tegenspraak zijn. Op grond van deze kritiek op het op inductie gestoelde verifieerbaarheidsbeginsel van de Wiener Kreis ontwerpt Popper een ander criterium waarmee wetenschappelijke van niet-wetenschappelijke kennis onderscheiden kan worden.

Popper bedacht zelf de term 'kritisch rationalisme' om zijn filosofie te omschrijven waarmee het zijn verwerping van het klassiek empirisme en van het observatie-inductiemodel dat zich daaruit had ontwikkeld aangaf. Popper meende dat wetenschappelijke theorieën universeel van aard zijn en alleen indirect kunnen worden getest door hun implicaties te toetsen door middel van een cruciale test:
 1. Een theorie (bijv. 'Alle zwanen zijn wit') wordt getoetst aan de hand van een singuliere uitspraak, de basiszin (bijv.  'Er is één zwarte zwaan').
 2. De basiszin kan in tegenspraak zijn met de theorie. Daarmee is die basiszin een potentiële falsificator.
 3a. Wanneer de falsificator wordt aanvaard - 'Er is één zwarte zwaan' - wordt de universele uitspraak over witte zwanen weerlegd.
 3b. Wanneer de falsificator niet wordt aanvaard is de theorie  niet geverifieerd maar krijgt hij een hogere 'corroboratiegraad' (waarschijnlijkheidsgraad van juistheid). Een verhoogde corroboratiegraad betekent volgens Popper niet dat de uitspraak meer waar is dan een uitspraak met een lagere corroboratiegraad, omdat ook een uitspraak met een hoge corroboratiegraad bij een volgende cruciale test weerlegd kan worden.

Popper is het dus wél met de logisch positivisten eens dat onze wetenschappelijke kennis in de loop van de tijd steeds verder aangroeit. Er bestaat wel degelijk een wetenschappelijke traditie, en hoe weinig we ook weten, we weten wel steeds meer.

Dat een theorie uitsluitend wetenschappelijk kan zijn als hij ook falsificeerbaar is bewoog hem ertoe om de aanspraak van de psychoanalyse van Freud en Alfred Adler op een wetenschappelijke status af te wijzen, de theorie waar zij zich op baseerden was immers niet falsificeerbaar.

In zijn boek The future of an illusion (1912), meende Freud dat religie een vorm van dwangneurose is, een overblijfsel uit de infantiele fasen. De christen is als een kind die verlangt naar een vader, een soort van infantiel verlangen. Een christen projecteert deze infantiele gevoelens en noemt het object waar deze gevoelens op gericht zijn God. De theorie van Freud kan geen wetenschappelijke theorie zijn volgens Popper, omdat ze meerdere kanten op verklaard worden. Zo keerde de duitse psychiater Ludwig Binswanger, Freud om. Het verlangen van het kind naar de vader komt voort uit de fundamentele verbinding die de vader met het kind heeft. Dit is dan geen projectie, maar een beantwoording van het kind aan de verlangens die door de vader in eerste instantie opgewekt worden.

Het marxisme deed wel degelijk weerlegbare voorspellingen, dus kon het ook in Poppers ogen aanvankelijk doorgaan voor 'wetenschappelijk'. Maar de marxistische voorspellingen leken niet uit te komen. Dat marxisten desalniettemin vasthielden aan de theorie maakte hen pseudo-wetenschappelijke gelovigen. Die zijn volgens Popper gevaarlijk; vooral de gedachte dat de geschiedenis volgens bepaalde ijzeren wetten verloopt, zal leiden tot een gesloten samenleving, waarin elke twijfel of kritiek en dus de mogelijkheid tot falsificatie — wordt uitgebannen. 

In 1937 emigreerde Karl Popper naar Nieuw-Zeeland uit zorg om het opkomende nazisme. Daar werd hij lector in de filosofie aan Canterbury University College in Christchurch.

De armoede van het historicisme
In zijn werk The Poverty of Historicism ontwikkelde Popper tussen 1935 en 1957 een krachtige kritiek op het historicisme. Historicisme is de theorie dat de geschiedenis zich onwrikbaar en onvermijdelijk ontwikkelt naar een bepaalde eindsituatie en wel volgens vaste wetten. Popper beschouwde deze opvatting als de belangrijkste theoretische onderbouwing onder de meeste vormen van autoritarisme en totalitarisme. Popper noemt dit idee een verkeerde toepassing van de methode van de natuurwetenschap op een discipline als geschiedenis.
Omdat de toename van de menselijke kennis een oorzakelijke factor in de ontwikkeling van de menselijke geschiedenis is, en omdat geen enkele maatschappij wetenschappelijk de toekomstige toestand van zijn kennis kan voorspellen, is het volgens Popper niet mogelijk om een voorspellende wetenschap van de menselijke geschiedenis op te stellen.
Controle over de natuur werd mogelijk door de ontdekking van natuurwetten. Controle over de loop van de geschiedenis zou ook de controle over mensen betekenen. Het historicisme wordt door van oudsher sterk bewonderde filosofen als Plato, Hegel en Marx gebruikt in hun rechtvaardiging van gesloten samenlevingen. Omdat Popper in hun werk de kiem van het totalitarisme ziet, bestrijdt hij hen. 

Op grond van zijn wetenschapsfilosofie kwam Karl Popper tot een principiële verdediging van de open, democratische staatsvorm. Op de dag dat het bericht van de al eerder door hem voorspelde Anschluss hem in Nieuw-Zeeland bereikte, begon hij zijn vlammende betoog The Open Society and Its Enemies, waarin hij de intellectuele wortels van het totalitarisme blootlegde en Plato, Hegel en Marx aanwees als hoofdschuldigen voor de herhaalde aanvallen op de vrije democratische rechtstaat. Het eerste deel, The Spell of Plato, droeg Popper op aan 'de ontelbare slachtoffers van het fascistische en communistische geloof in onverbiddelijke wetten van de ‹Geschiedenis'. Popper voltooide zijn werk in 1943. Hij zag het als zijn hoogstpersoonlijke oorlogsinspanning.

De open samenleving en haar vijanden
Als de Tweede Wereldoorlog uitbreekt ziet Popper dat de enkele mens wordt bedreigd door het totalitarisme van het nationaal-socialisme van Hitler. Zijn falsificationisme zet hij nu in voor de samenleving. Individuen mogen nooit opgeofferd worden voor de waarheid van de staat. Verbeten werkt Popper aan zijn magnum opus The Open Society and Its Enemies dat in 1945 uitkomt; een pleidooi voor de open samenleving, de liberale democratie. Hierin vecht hij tegen totalitaire krachten als het tribalisme (Plato) en anti-egalitarisme, het verwerpen van de gelijkheid van mensen. Het eerste deel, The Spell of Plato, droeg Popper op aan 'de ontelbare slachtoffers van het fascistische en communistische geloof in onverbiddelijke wetten van de ‹Geschiedenis›'.
Om de gesloten samenlevingen die filosofen als Plato, Hegel en Marx voorstaan te doorzien, gebruikt Popper het verschijnsel historicisme als sleutel. In de Open society zocht hij naar het waarom van de sympathie van veel intellectuelen voor allerhande totalitaire vormen van politiek, en naar de historische wortels van hun twijfel aan de haalbaarheid van een duurzame democratie. Over de aantrekkingskracht van het historicisme schrijft hij: '(Z)ij is gebaseerd op onze angst om toe te geven dat wij, en wij alleen, verantwoordelijk zijn voor onze ethische beslissingen en dat wij die verantwoordelijkheid op niemand anders kunnen afschuiven, niet op God, niet op de natuur, niet op de samenleving en ook niet op de geschiedenis. In al deze theorieën wordt getracht iemand of iets te vinden om deze last van onze schouders te nemen. Maar we kunnen ons niet aan die verantwoordelijkheid onttrekken.' (p. 103)

Het marxisme ziet Popper als de zuiverste, meest ontwikkelde en gevaarlijkste vorm van het historicisme, namelijk het historisch materialisme. Hoewel Marx' meest bekende uitspraak - 'De filosofen hebben de wereld slechts verschillend geïnterpreteerd; het komt er op aan haar te veranderen' - juist gaat over het veranderen van de wereld, ziet Popper zijn activistische houding ondergesneeuwd worden door zijn historicisme. Onder invloed daarvan, schrijft Popper, wordt Marx een profeet. Marx schrijft dat mensen zich moeten onderwerpen aan de 'onverbiddelijke wetten' van de geschiedenis en dat we niets anders kunnen doen dan 'de barensweeën van de natuurlijke ontwikkelingsfasen van het kapitalisme verkorten en verzachten.' (p. 448) Popper stelt de ‘stapsgewijze sociale technologie’ (piecemeal social engineering) tegenover de utopische sociale technologie als middel om de maatschappij vooruit te brengen op de weg naar meer beschaving. Daarom valt hij ook Marx aan. Hij beschouwt elke rationele sociale planning als onrealistisch: ‘Het is niet redelijk aan te nemen dat de volledige reorganisatie van de sociale wereld in één klap tot een werkbaar systeem zou kunnen leiden.’   

Ondanks zijn kritiek op het historicisme is Popper overtuigd van de mogelijkheid van vooruitgang. Zeker als we het concept vooruitgang goed begrijpen: 'Als we denken dat er vooruitgang in de geschiedenis wordt geboekt, of dat vooruitgang onvermijdelijk is, dan maken we dezelfde fout als zij die geloven dat de geschiedenis een zin heeft die erin kan worden ontdekt en die er niet in hoeft worden gelegd. Vooruitgaan is namelijk hetzelfde als zich voortbewegen op weg naar een of ander doel, een doel dat voor ons als menselijke wezens bestaat. De geschiedenis kan dat niet doen; alleen wij, menselijke individuen, kunnen dat. En we kunnen dat doen door de democratische instellingen waarop de vrijheid, en daarmee de vooruitgang gebaseerd is, te verdedigen en te versterken.' (p. 529)

Popper beschrijft een gesloten samenleving als volgt: '(D)e drijfveer van een gesloten samenleving is het verlangen van mensen om hun definitieve plaats in de wereld te vinden en te kennen en tot een machtig collectief geheel te behoren.' Een open samenleving is hier natuurlijk het tegendeel van. Popper ziet zijn boek als zijn bijdrage tegen het fascisme, de stroming die de gesloten samenleving bij uitstek voorstaat.

In 1946 verhuisde Popper naar Engeland om lector te worden in de logica en de wetenschappelijke methode aan de London School of Economics, waar hij in 1949 een leerstoel kreeg.

Zijn leven lang zou Popper met grote vasthoudendheid blijven beweren dat kennistheoretische problemen onze politieke opvattingen ingrijpend beïnvloeden. Filosofie doet er dus toe, ook buiten wijsgerige kring. Met deze opvatting keerde Popper zijn rug naar Wittgenstein, die andere grote Weense denker die in Engeland werkte. Wittgenstein beschouwde filosofische problemen uiteindelijk als schijnproblemen: misvattingen die zijn op te lossen door de logische structuur van de taal te verhelderen. Puzzels waren het volgens hem, geen fundamentele problemen. De twee heren lagen elkaar niet. Eén keer hebben ze elkaar ontmoet. Popper was uitgenodigd voor de Moral Science Club, een wekelijkse discussiegroep voor de filosofen van Cambridge, altijd gedomineerd door Wittgenstein. Er ontspon zich een heftige woordenwisseling over de fundamentele aard van de filosofie. In zijn provocatief bedoelde voordracht stelde Popper nadrukkelijk dat filosofische problemen bestaan. Popper herinnerde zich dat Wittgenstein, gezeten bij de haard, zenuwachtig met de pook speelde. «Hij gebruikte die als een dirigeerstokje, om zijn beweringen kracht bij te zetten.» Wittgenstein verwierp de filosofische problemen die Popper aan de groep voorlegde en daagde de jonge collega uit hem een voorbeeld van een morele regel te geven. Popper, daarop: «Gasten die een lezing geven, mag men niet bedreigen met een kachelpook.» Volgens Popper gooide Wittgenstein daarop woedend de pook op de grond, stormde de kamer uit en sloeg de deur achter zich dicht.
 Waar of niet waar, Popper had alle reden deze voor Wittgenstein compromitterende lezing te geven. Al in zijn Weense jaren weigerde hij de dertien jaar oudere Wittgenstein als een groot filosoof te beschouwen. Ook verklaarde Popper zijn moeilijke verhouding met de Wiener Kreis (en het feit dat hij nooit een uitnodiging had gekregen voor een van hun bijeenkomsten) door zijn afwijzing van de filosofische inzichten van Wittgenstein. Met andere woorden: als Popper deze «mysticus», zoals hij Wittgenstein eens noemde, niet op zijn pad had gevonden, was zijn carrière voorspoediger verlopen, en had hij niet jarenlang in Nieuw-Zeeland hoeven wonen, met een vrouw die werd verteerd door heimwee.

In 1965 werd hij verheven tot 'Sir' en in 1976 werd hij verkozen tot 'Fellow' van de Royal Society. Hij trok zich uit het academische leven terug in 1969, hoewel hij intellectueel en als prominent lid van CSICOP actief bleef tot aan zijn dood in 1994.

Objectieve kennis
Sinds de jaren zestig publiceerde Popper verdere ideeën over menselijke kennis in het algemeen, en van wetenschappelijke kennis in het bijzonder. In zijn boek Objective Knowledge (1972) presenteert Popper zijn uitgangspunt van de drie 'werelden': de wereld van fysische objecten; de mentale wereld van bewustzijnstoestanden; en de wereld van ideeën in objectieve zin. Elk van die werelden bevat allerlei objecten of zijnden. Deze werelden bestaan alle drie even echt, zijn altijd van elkaar te scheiden, en moeten dus ook niet door elkaar gehaald worden:
  De eerste wereld is die van de materiële dingen, van alles waar de natuurwetenschappen zich mee bezighouden. Deze wereld wordt meestal als de "echte", objectieve buitenwereld gezien en is ook eigenlijk de normaalste. Ieder mens maakt, als lichaam, deel uit van en leeft in een deel van deze wereld; niet ieder mens leeft in dezelfde plaatsen en streken van deze wereld.
  De tweede wereld is die van de ervaringen, gewaarwordingen, belevingen, emoties en gedachten; de binnenwereld van alles wat subjectief is. Deze wereld bestaat eigenlijk net zo echt als de buitenwereld; mensen kunnen net zomin negeren dat ze ervaren en voelen en denken als dat ze handen hebben of in een huis wonen. Ook hier geldt dat ieder mens in een deel van deze wereld leeft en dat niet ieder mens in dezelfde streken van deze wereld leeft.
  De derde wereld is die van de concepten en van de inhouden van opvattingen, ideeën en abstracties: de wereld van de theoretische zijnden. Ook deze bestaat echt. Deze 'derde wereld' is door de mens geschapen, maar tegelijkertijd vrijwel onafhankelijk van de mens. Tot deze derde wereld behoort bijvoorbeeld de taal en de wiskunde, maar daarnaast ook wetenschappelijke theorieën. De relativiteitstheorie van Einstein is een voorbeeld van zo'n theorie: het is mogelijk min of meer objectief te omschrijven wat deze theorie inhoudt, en de inhoud van deze theorie staat los van de bewustzijnstoestanden van de persoon Einstein. Popper spreekt in dit verband van de 'objectieve geest', als tegengesteld aan de 'subjectieve geest': de 'subjectieve geest' is die van de bewustzijnstoestanden van het individu, de 'objectieve geest' omvat kennis die onafhankelijk van het individu bestaat.

Kritiek op Poppers werk
Popper heeft ook een aanzienlijk aantal critici. Aan de ene kant zijn daar degenen die de claims van het historicisme of het holisme als intellectueel respectabele theorie erkennen, of die van het marxisme of de psychoanalyse als wetenschappelijke theorieën. Aan de andere kant zijn er ook die de principes of details van zijn wetenschapsfilosofie aanvallen, zoals Thomas Kuhn. Echter weinigen ontkennen zijn grote invloed en belang als 'een van de meest vooraanstaande critici van het autoritarianisme van de twintigste eeuw, en ook wellicht als de belangrijkste wetenschapsfilosoof in een eeuw met een nog niet eerder vertoonde vooruitgang van de wetenschap'.

Begin 21e eeuw ontdekte Michel Ter Hark dat Popper een gedeelte van zijn ideeën niet van zichzelf had, maar van zijn leermeester, de Duitse jood Otto Selz. Deze laatste heeft ze echter nooit gepubliceerd, deels doordat hij in 1933 van de nazi's zijn werk moest staken, en door een verbod op verwijzingen naar Selz' werk in die tijd. Ter Hark schreef hierover het boek Popper, Otto Selz and the rise of evolutionary epistemology, en een artikel verscheen in het NRC Handelsblad.

All life is problem solving
Hoewel de totalitaire staat niet deugt, is onbeperkte vrijheid voor ieder individu volgens Popper eveneens onwenselijk. Popper redeneert als volgt: vrijheid betekent de vrijheid om alles te doen wat je wilt. Wie vrij is om alles te doen wat hij wil, is ook vrij om andere mensen van hun vrijheid te beroven. Ongelimiteerde vrijheid leidt dus tot slavernij: vrijheid = slavernij. In zijn in 2001 verschenen essaybundel 'all life is problem solving' probeert Popper antwoord te geven op de vraag hoe de samenleving dan wel dient te worden ingericht.
De vraag die Popper zich vervolgens stelt, luidt: wat voor inperkingen van de individuele vrijheid zijn noodzakelijk, en welke inperkingen gaan te ver? Aan welke criteria moet worden voldaan om te kunnen spreken van een vrije samenleving? Popper komt met het volgende antwoord: "een staat is politiek vrij als de politieke instituties het de burgers in de praktijk mogelijk maakt om een overheid zonder bloedvergieten te vervangen wanneer een meerderheid een dergelijke verandering wenst." De beste methode om dit te bereiken, aldus Popper, is het houden van vrije verkiezingen: Vrijheid = democratie. "het maakt niet uit wie regeert, zolang de regering maar zonder bloedvergieten kan worden verwijderd." Popper waarschuwt wel tegen het gevaar van de 'dictatuur van de meerderheid' en merkt dan ook op dat zijn theorie 'een beetje grof' is omdat er geen rekening in wordt gehouden met 'de bescherming van minderheden'.  

George Soros
Vanuit het perspectief van Poppers kritisch rationalisme is het hebben van discipelen een twijfelachtige eer. Het VPRO-programma De Nieuwe Wereld heeft de contradictio in terminis prachtig in beeld gebracht. Aan de spiksplinternieuwe Popper-universiteit, opgericht door een van fanatiekste leerlingen van de filosoof, de puissant rijke Hongaarse speculant George Soros, krijgen studenten uit de voormalige sovjetrepublieken collectief een kritische houding aangeleerd. De camera toont jonge twintigers met Mongoolse, Slavische, soms Chinese gelaatstrekken, afkomstig uit gesloten, tribale samenlevingen in volstrekt agrarische dorps gemeenschappen. De lijfspreuk van de universiteit is Taking Nothing for Granted, maar te zien zijn slechts studenten die driftig opschrijven wat hun vlotte Amerikaanse docent in tweedjasje doceert. De Popper-universiteit eist een «principiële bereidheid» elke kennisclaim ter discussie te stellen. Maar er is geen discussie, in het geheel niet. Deze studenten zoeken niets. Ze schrijven op wat ze wordt verteld en leren dat uit hun hoofd, in de hoop een diploma te halen dat ze in de gelegenheid stelt hun familie naar het Westen te halen, of een Mercedes naar Kirgizië of Oezbekistan te rijden.
 Tijdens zijn gesmeerde betoog door vraagt de docent, tegen beter weten in, of iemand een vraag heeft. «Eéntje maar…» smeekt de blonde Amerikaan. De nieuwe kritische wereldburgers houden de kaken stijf op elkaar. Bijna wanhopig doet de docent nog een poging. Na een pijnlijke stilte laat hij ten slotte de hoop varen en fluistert, tegen niemand in het bijzonder: «De Open Society is in elk geval niet een Silent Society.»

         

Bovenstaand artikel is samengesteld uit:
https://nl.wikipedia.org/wiki/Karl_Popper
http://www.humanistischecanon.nl/liberalisme/karl_popper__de_open_samenleving_en_haar_vijanden
http://home.kpn.nl/P.Tuin3/Filosofie/Html/Popper.htm
https://www.groene.nl/artikel/propagandist-van-de-twijfel
http://www.aqua-antwerpen.be/popper.html


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 1508.