kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 17-07-2008 voor het laatst bewerkt.

Kunst-aan-het-Volk

Kunst aan het Volk (1903-1928)

De vereniging Kunst aan het Volk opgericht in oktober 1903 te Amsterdam had ten doel te doen begrijpen en genieten van kunst door leden van de arbeidersklasse door middel van het houden van voordrachten, organiseren van concerten, voorstellingen en tentoonstellingen en het geven van adviezen aan verenigingen.

'Voor Sociaal-democratie, smaakopvoeding en verheffend genot.'

Aan het begin van de twintigste eeuw werden beïnvloed door de ideeën van John Ruskin en William Morris in 1901 in Rotterdam 'Voor de Kunst', in 1903 'Kunst aan het Volk' in Amsterdam en in 1907 in Den Haag de 'Vereeniging tot Ontwikkeling van den Schoonheidszin bij het Volk' - kortweg Kunst aan Allen opgericht. Deze verenigingen organiseerden gratis toegankelijke concerten, theatervoorstellingen, tentoonstellingen en lezingen voor een publiek van arbeiders-leden. De inhoud ging echter over de hoofden van de doelgroep heen en de activiteiten van deze verenigingen zouden vooral een publiek aanspreken van links georiënteerde burgers.

De vereniging Kunst aan het Volk werd in 1903 opgericht door kunstenaars en notabelen rond de Amsterdamse Sociaal-Democratische Arbeiderspartij (SDAP, de voorganger van de PvdA). Ook zij hadden de ambitie om het volk in te wijden in de kunst, dat als een elitaire aangelegenheid werd gezien, en hoopten dat de arbeiders de kunst minder banaal zouden consumeren dan de burgerij in hun ogen deed. ,,Het is de bedoeling kunst te brengen aan allen, die haar tot nog toe niet of maar schaarsch genoten.'' Zo omschreef de socialistische organisatie Kunst aan het Volk, opgericht in 1903, haar doel. Met degenen die amper van kunst konden genieten, werden begin deze eeuw de 'leden der arbeidersklasse' bedoeld, de proletariërs, de ‘verworpenen der aarde', zoals Henriette Roland Holst ze noemde in haar vertaling van het socialistenstrijdlied De Internationale. Richard Roland Holst plaatste indertijd als een van de weinige sociaal democraten een kanttekening bij de verheffing van de arbeidersklasse. Volgens hem was het onbedoelde effect daarvan dat arbeiders aangepast werden aan de burgerlijke cultuur en daardoor dubbel onderdrukt.

Jarenlang organiseerde 'Kunst aan het Volk' tentoonstellingen, lezingen en muziekuitvoeringen voor de Amsterdamse bevolking. De organisatoren leken echter niet uit te gaan van gemeenschappelijke opvattingen en doelen en al evenmin voerden zij een weloverwogen beleid. Zij werden daarentegen gemotiveerd en geleid door een schijnbaar onontwarbaar kluwen van elkaar tegensprekende opvattingen over socialisme, volk, opvoeding en kunst. Het aanbod was vooral gestoeld op ad hoc beslissingen. De departementen Muziek, Literatuur en toneel, Beeldende kunst en Architectuur en nijverheidskunst verschilden dan ook in opvattingen en aanpak, als ze zelf al een consistente visie ontplooiden.

Men wilde het echter ‘niet te hoog zoeken’ (Het Volk, 18 oktober 1904) en meende ‘dat allengs het bevattingsvermogen der arbeiders wel zou stijgen’ (Het Volk, 24 november 1904). De bijdragen van de verschillende verenigingen dragen hoe dan ook bij aan het culturele klimaat en indirect ook aan de kunstmarkt. Immers, als het publiek dat kunst waardeert groter is, zal er meer gekocht worden.

Kunst aan het Volk had zo zijn eigen educatieve methode om de volksopvoeding aan te pakken. Het eerste jaar had de vereniging al van zich doen spreken door in het Suasso Museum (het Stedelijk) in Amsterdam een tentoonstelling te organiseren met als onderwerp de Franse, Duitse en Engelse journalistieke prentkunst. Met name het werk van de Fransman Théophile-Alexandre Steinlen was aanleiding voor veel veront-waardiging, omdat niet gekozen was voor diens vriendelijke kattenprenten maar voor sociaal-politiek getinte, vaak schrijnende voorstellingen uit het arbeidersleven. De katholieke kunstnijveraar Theo Molkenboer schreef in De Tijd dat niemand zou geloven dat deze prenten hier alleen omwille van de kunst hingen. Als een vereniging met als doel de kunst nader tot het volk te brengen déze prenten exposeert, luidde zijn oordeel, dan wordt dat een socialistische vereniging, die een socialistische propagandatentoonstelling heeft georganiseerd.

Het zijn ook de culturele verheffingsidealen van de socialisten geweest die er na de oorlog voor hebben gezorgd dat Nederland een ‘cultuurbeleid' kreeg. De term werd mede gemunt door de eerste naoorlogse minister voor kunst, de socialist Gerardus van der Leeuw. Hij wilde dat kunst in dienst stond van de volksopvoeding: er moest een ‘actieve cultuurpolitiek' gevoerd worden, om persoonlijkheidsvorming en gemeenschapszin te bevorderen. - (Paul Steenhuis www.nrc.nl)

Zie ook:
. Bevordering van goede prentenboeken in de praktijk, 1904-1918 (www.dbnl.org)
. Gemeenschapskunst www.dbnl.org
. Diederik Olders over Sjoerd Hendrik de Roos (1877-1962) Socialisme op de vierkante millimeter (www.sp.nl)
. www.elseviermaandschrift.nl


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 744.