kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 01 12 2016 16:04 voor het laatst bewerkt.

liberalisme

Politiek-maatschappelijke ideologie die ontstaan is in de Verlichting van de 18e eeuw.

Het liberalisme stelt de vrijheid van het individu centraal. Ieder individu moet zoveel mogelijk zijn eigen leven inrichten en is daarvoor zelf verantwoordelijk. Volgens de liberale visie kan de mens zich op deze manier autonoom en zo optimaal mogelijk ontplooien.

Liberalen streven naar een samenleving waarin burgerrechten het individu beschermen en de macht van de staat en de kerk beperken. Ook streeft het liberalisme naar een vrije markt waarin de overheid zich terughoudend opstelt. Ander speerpunt van het liberalisme is de scheiding van kerk en staat (onder andere als voorwaarde voor godsdienstige tolerantie). Om de individuele vrijheid niet in de weg te staan wordt van de overheid slechts verlangd dat ze alleen die bestuursdomeinen voor haar rekening nemen, die onmogelijk door het individu behartigd kunnen worden, zoals openbare functies, openbare werken en landsverdediging.

Het liberalisme kent meerdere substromingen:
Het klassiek-liberalisme staat minimale overheidsbemoeienis voor.
Het progressief liberalisme staat beperkte overheidsbemoeienis toe, bijv. op economisch gebied.
Het conservatief-liberalisme is een stroming die tussen het liberalisme en het conservatisme hangt.

De invulling van het begrip liberalisme verschilt sterk per land en cultuur. Dit verklaart hoe het mogelijk is de Nederlandse liberale partij VVD gewoonlijk als rechts wordt beschouwd, terwijl in het Angelsaksisch model (zoals in het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten) het woord liberal ongeveer hetzelfde betekent als links in het Nederlands.

Het liberalisme wordt in Nederland soms als "rechts" en soms als "links" beschouwd. Zo is het progressief liberalisme links en zijn het conservatief-liberalisme en nationaal-liberalisme rechts.

Het liberalisme kan beschouwd worden als links in de zin van zijn historische roeping van het emanciperen van alle individuen en het bieden van gelijke kansen aan allen. Het zou rechts genoemd kunnen worden wanneer het afkeer van overheidsinterventie verkiest boven implementatie van individuele emancipatie en zo opnieuw terugkeert naar een vorm van recht van de sterkste, een bestendiging van de natuurlijke ongelijkheid van de mensen, zo essentieel voor het conservatisme.

Het klassiek liberalisme is gebaseerd op individualisme, privaat eigendom en een kleine overheid die slechts optreedt wanneer de rechten van het individu worden geschonden. Het gaat terug op de filosofie van 17e- en 18e-eeuwse liberalen zoals John Locke (1632-1704) en Adam Smith (1723-1790). Liberalen die zich niet in overheidsbemoeienis konden schikken, en daarnaast ook niet het conservatisme wilden omarmen, worden vaak als klassiek liberaal bestempeld. Ook libertariërs hebben de zelfbenoeming "klassiek liberaal" omarmd, ondanks de grote verschillen in vrijheidsopvatting tussen hen en de vroege liberalen.

Klassiek liberalen, die een minimale overheid voorstaan (een zogenaamde nachtwakerstaat), zien de handhaving van de rechtsorde als voornaamste taak van de overheid. Libertariërs, en dan met name de anarchokapitalisten, menen echter dat het recht een product is als ieder ander. Het verschaffen van rechtszekerheid is volgens hen een dienst waar veel vraag naar zal zijn en die dus zonder meer door de vrije markt kan en zal worden geleverd. Net zoals voor andere producten en diensten in principe geen overheid nodig is, is dit volgens anarchokapitalisten ook voor het recht niet nodig. Reëel bestaande machtsverhoudingen worden daarbij als normaal onderdeel van het economische proces beschouwd dat de rechtsorde tot stand brengt.

Het progressief liberalisme, links liberalisme, sociaalliberalisme, vrijzinnig links, vrijzinnig liberalisme of radicalisme gaat er vanuit dat de overheid een taak kan hebben in de bevordering van de vrijheid van de burgers. Met de term sociaalliberalisme wordt wel aangegeven dat in deze variant van het liberalisme sprake is van een synthese van sociaaldemocratisch gedachtegoed met liberalisme. Het progressief liberalisme gaat in tegenstelling tot socialistisch geïnspireerd gedachtegoed uit van het individu. Men is niet eenduidig in het aanduiden van deze stroming, zo worden de termen sociaalliberaal, vrijzinnig-democratisch, links-liberaal en liberaal-democratisch door elkaar gebruikt.

Kritiek op het liberalisme
Een vaak gehoorde kritiek op het liberalisme luidt dat het te veel uitgaat van een zeker atomisme, met andere woorden het idee dat een samenleving enkel uit individuen bestaat en dat structurele en sociale identiteitsbepalende factoren geen rol spelen. Daarmee samenhangend, de kritiek dat de vrije concurrentie tussen individuen volgens critici kan leiden tot een systeem van "het recht van de sterkste".

Geschiedenis van het liberalisme
Het liberalisme vindt zijn oorsprong in de Verlichting, waar John Locke (1632-1704) over het algemeen gezien wordt als de grondlegger van het liberalisme. Andere filosofen die bijgedragen hebben aan het liberalisme zijn Hugo de Groot (1583-1645), Thomas Hobbes (1588-1679), Baruch Spinoza (1632-1677), David Hume (1711-1776), Adam Smith (1723-1790), Immanuel Kant (1724-1804) en John Stuart Mill (1806-1873).

Het parool van de Franse Revolutie in haar eerste tijd van jubelende geestdrift, 'Vrijheid, gelijkheid en broederschap', kan als de eerste definitie worden beschouwd van het liberalisme als ideologisch programma.

Het liberalisme brak in de 19e eeuw in Europa en Noord-Amerika door als dominante stroming toen het de burger wilde emanciperen ten koste van het Ancien Régime.

Het was de bourgeoisie die aan het liberalisme zijn definitieve vorm zou geven. Het liberalisme baseerde zich op de begrippen vrijheid en vooruitgang. Het vrijheidsbegrip had zijn klassieke uitdrukking gekregen in de Franse Revolutie, terwijl de industriële revolutie de materiële grondslag schiep voor een sociale vooruitgang als nooit tevoren was aanschouwd.

De Britse filosoof en politicus John Stuart Mill publiceerde in 1859 met zijn On Liberty, Over vrijheid, het klassiek geworden pleidooi dat de overheid de individuele vrijheid van burgers dient te beschermen en te bevorderen.

Het liberalisme, zoals de intelligentsia van de middenklasse in de eerste helft van de 19de eeuw het vorm gaf, was individualistisch van aard. Het wilde aan de enkeling vrijheid schenken, maar ook aan de verschillende groepen waarin de enkelingen zich aaneensloten, aan corporaties en aan volken. Het wilde de burgers het recht geven te denken en te geloven zoals hun overtuiging hen ingaf. Tolerantie was dan ook een van de kenmerken van het liberalisme. Het wilde de mensen de mogelijkheid geven te spreken en te schrijven zoals zij dat wensten. Het gaat uit van het menselijk initiatief. Men wilde het ook mogelijk maken verenigingen te vormen om hun opvattingen meer kracht te kunnen bijzetten. Vrijheid van vereniging en drukpers was dan ook een van de belangrijkste punten op het programma van het liberalisme. Dit rationalistisch getinte vooruitgangsgeloof wilde een maatschappelijke orde scheppen, die het individu van remmende invloeden van buitenaf bevrijdde. Het eiste de opheffing van de traditionele verouderde privileges die slechts één klasse ten goede kwamen, met andere woorden men eiste gelijkheid der individuen.

In economisch opzicht stond het klassiek liberalisme voor de zo groot mogelijke vrijheid voor het bedrijfsleven met zo weinig mogelijk ingrijpen van de staat. Aan de politieke en sociale gelijkheid van het liberale programma werd dus toegevoegd: economische vrijheid, vrijhandel. Maar opgepast: geen economische gelijkheid. In principe zagen de liberalen wel liever een meer gelijke bezitsverdeling, maar het lag in de aard van de liberalist een gedwongen gelijke bezitsverdeling af te wijzen.

In de tweede helft van de 19e eeuw, ten tijde van de industrialisatie, beleeft het liberalisme zijn hoogtijdagen. Maar als de liberalen in die periode de macht krijgen, raken zij verdeeld. Uit de oudste stroming, de klassiek-liberale, daterend uit de 17e eeuw, ontstond de conservatief-liberale stroming en een tijd later in de 19e eeuw, de sociaalliberale stroming.

Het klassiek-liberalisme gaat enkel uit van de zogeheten 'negatieve rechten', bestaande uit individuele rechten en het natuurrecht. Dit houdt een minimale staat in die individuen uit de maatschappij beschermt tegen moord, diefstal, fraude en dergelijke door medeburgers, de zogenaamde nachtwakersstaat. Hiernaast bieden deze rechten waarborging tegen invloed van de overheid in het privé-leven van burgers. De taken van de overheid beperken zich dus tot politie, defensie en justitie. Overheidsinterventie in de economie en inkomensherverdeling worden door de klassiek-liberalen dan ook sterk afgewezen. De ideologie gaat ervan uit dat bij een beperkte overheid een samenleving pas echt tot bloei kan komen. Het eigendomsrecht is dan ook de kern van deze vorm van liberalisme met het idee dat echte individuele vrijheid niet kan bestaan wanneer eigendomsrechten niet worden gerespecteerd.

Het progressief liberalisme of radicalisme gaat naast de 'negatieve rechten' ook uit van de zogeheten 'positieve rechten', waarbij de overheid actief ingrijpt in de economie en in het leven van individuen. Deze stroming gaat ervan uit dat alle individuen een bepaalde mate van inkomen, scholing en gezondheid nodig hebben om in vrijheid te kunnen leven. Deze stroming wordt internationaal onder meer vertegenwoordigd door John Stuart Mill (1806-1873), Thomas Hill Green (1836-1882), Isaiah Berlin (1909-1997), John Rawls (1921-2002), Richard Rorty (1931-2007), Karl Popper (1902-1994) en Amartya Sen (1933).
De klassiek-liberalen en in mindere mate de conservatief-liberalen zijn tegen dit sociaal liberalisme omdat het geld wat de overheid schenkt aan burgers altijd afkomstig is van een andere burger. In de ogen van het klassiek-liberalisme is dit dan ook een contradictie, omdat de vrijheid van het ene individu wordt geschonden voor de vrijheid voor een ander individu. De progressieven achten de positieve vrijheid van het individu belangrijker dan de negatieve vrijheid, doordat het een ten koste gaat van het ander. In deze rol van democratie is er dus ook een rol weggelegd voor de overheid op het gebied van inkomensherverdeling. Op dit punt verschillen de progressief liberalen maar weinig van de sociaaldemocraten. Hiernaast maakten de progressief liberalen zich ook sterk voor het kiesrecht voor de minima en vrouwen.

Na de bevrijding was er aanvankelijk een grote drang naar politieke vernieuwing. Het resultaat was echter gering. De meeste partijen kwamen deels in dezelfde vorm, deels in enigszins gewijzigde vorm terug. De Liberale partijen die de overgang van hun partij naar het socialisme niet wilden meemaken stelden als eerste beginselen een op christelijke grondslag berustende samenleving: de vrijheid, de verantwoordelijkheid en de sociale gerechtigheid.

Vanaf het midden van de jaren zestig begonnen liberalen, vooral in de Angelsaksische landen zich zorgen te maken over de consequentie van het utilitaristische uitgangspunt dat het welzijn van de een tot stand kan komen ten koste van de armoede van de ander. In reactie hierop benadrukten liberale filosofen, zoals John Rawls (1921-2002) en  Ronald Dworkin (1931-2013), dat niet de individuele vrijheid, maar de gelijkheid van mensen als het kernstuk van de liberale gedachte moet worden beschouwd. Hun pleidooi voor herverdeling van inkomens en goederen gaat in tegen het economisch liberalisme van Milton Friedman en Friedrich August von Hayek, die in de loop van de jaren zeventig een medestander vonden in Robert Nozick (1938-2002). De laatste presenteert een liberale theorie, gebaseerd op het kantiaanse principe van de onschendbaarheid van individuele rechten, waaruit een pleidooi volgt tegen herverdeling.

Libertarisme
Het begrip "libertair" en de denkstroming libertarisme is in de jaren zestig geïntroduceerd in de Verenigde Staten door aanhangers van het 19e-eeuwse klassiek liberalisme en anarchistische stromingen zoals het anarchokapitalisme, om hun politieke filosofie te kunnen onderscheiden van het in die tijd in de VS dominant geworden progressief liberalisme, waardoor liberalisme in de VS, en later ook in Europa, synoniem werd voor een maatschappijvisie waarbij overheidsinterventie in de markt nodig is om vrijheid te creëren. Ideologen: Milton Friedman, Friedrich von Hayek, Ayn Rand, Robert Nozick, Murray Rothbard.

Bovenstaand artikel is samengesteld uit:
https://nl.wikipedia.org/wiki/Liberalisme
https://nl.wikipedia.org/wiki/Progressief_liberalisme
https://nl.wikipedia.org/wiki/Klassiek_liberalisme

Andere bronnen zijn:
https://www.parlement.com/id/vh8lnhrqlywl/liberalen
https://vanmierlostichting.d66.nl/2014/12/11/hedendaags-sociaal-liberalisme/
http://thomascool.eu/Thomas/Nederlands/Politiek/Artikelen/SociaalLiberalisme.html




Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 5956.

Tweets by kunstbus