kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 07-05-2008 voor het laatst bewerkt.

luminescentie

De luminescentie (v)

Uitstraling van licht door voorwerpen, zonder dat de temperatuur zo hoog gestegen is dat hierdoor de uitstraling zou kunnen worden veroorzaakt.

luminescent (bijvoeglijk naamwoord; luminescentie) = lichtgevend

De luminescentielamp = gasontladingslamp waarin elektronen tegen een lichtgevende laag worden geschoten

Als atomen overgaan van de ene naar de andere energietoestand, ontstaat er soms een lichtuitstraling. Dit gebeurt wanneer energierijke elektronen vanuit een aangeslagen toestand naar een minder energierijke baan rond de atoomkern springen. De energie die hierbij vrij komt, zendt het elektron uit als een foton, dus als elektromagnetische straling. Indien het elektron genoeg energie heeft, komt het soms voor dat de uitgezonden straling binnen de golflengte van het voor de mens zichtbare licht ligt. In dat geval spreekt men van luminescentie.

Er zijn verschillende oorzaken waardoor een elektron naar een andere baan kan schieten. Voor elke oorzaak heeft men een luminescentievorm, zo onderscheid men de volgende soorten:
Soorten luminescentie, Emissie veroorzaakt door
chemoluminescentie, chemische reactie
bioluminescentie, biologisch systeem
elektroluminescentie, elektronenoverdracht in een stof: elektrische stroom
galvanoluminescentie, elektrolyse
sonoluminescentie, ultrasoon geluid
piezoluminescentie, wrijvingslading aan de oppervlakte van kristallen
fotoluminescentie, licht
kathodeluminescentie, β-deeltjes
anodeluminescentie, α-deeltjes
radioluminescentie, γ-straling of röntgenstraling
triboluminescentie, kraken/breken van kristallen
cristalloluminescentie, kristallisatie
lyoluminescentie, oplossen van kristallen
candoluminescentie, gloeien
thermoluminescentie, milde verwarming
pyroluminescentie, metaalatomen in vlammen

Bij de beeldbuis van een TV, een computermonitor of een oscilloscoop is het scherm bedekt met fosfor. Indien fosfor met elektronen gebombardeerd wordt, kan er zichtbaar licht ontstaan, en dus een beeld. De hoeveelheid uitgestraald licht heeft te maken met het aantal elektronen waarmee het gebombardeerd wordt, en ook met de snelheid van deze elektronen. Het beste beeld wordt verkregen door weinig elektronen met veel energie, dus met een grote snelheid.


Copyright, This article is licensed under the GNU Free Documentation License. It uses material from the Wikipedia article licht geeft door het oplichten van een fluorescerende laag onder invloed van ultraviolette stralen die opgewekt worden door gasontlading in de lamp.
De bekendste voorbeelden zijn de TL (Frans: tube luminescent, "lichtgevende buis") (in de volksmond aangeduid als tl-lamp, wat letterlijk dus "lichtgevende buis-lamp" betekent) en de zogenoemde spaarlampen. De lichtopbrengst in lumen per watt is 5 à 6 keer zo hoog als bij een gloeilamp.
Een buis is aan de binnenzijde bedekt met een fluorescerende stof en gevuld met een van de edelgassen argon of krypton (of een mengsel hiervan) en kwikdamp onder lage druk. Tussen twee elektroden aan weerszijden van de buis vindt een gasontlading plaats, waardoor de kwikdamp ultraviolet licht gaat uitzenden. In de fluorescerende laag wordt de ultraviolette straling omgezet in zichtbaar licht.

De fluorescentielamp is in zijn huidige buisvorm in 1935 gedemonstreerd voor de Illuminating Engineering Society in Cincinnati (USA) door General Electric en op de wereldtentoonstelling in Parijs in 1936 door Osram. De toegepaste techniek bouwde voort op gasontladingslampen, zoals geconstrueerd door Heinrich Geissler in 1856, die een blauwachtige gloed in een met gas gevulde buis opwekte, aangestuurd door een inductiespoel. In 1893 demonstreerde Nikola Tesla fluorescentielampen op de wereldtentoonstelling in Chicago (USA). In 1901 demonstreerde Peter Cooper Hewitt een kwikdamplamp, die licht van een blauwgroene kleur uitstraalde. De lamp had een buisvorm en Cooper Hewitt gebruikte reeds fluorescentiematerialen, zoals Rhodamine B. Deze lampen werden gebruikt bij fotografie omdat ze een hoger rendement hadden dan de toenmalige gloeilampen. In 1926 stelden Edmund Germer en zijn collega's bij Osram de fluorescentielamp in zijn huidige vorm voor, met gloei-elektroden en een buis gecoat met fluorescentiepoeder. Een verdere bijdrage leverden M. Pirani en A. Rüttenauer bij Osram in 1932, door efficiënte emittermaterialen voor de elektroden te ontwikkelen, die gemakkelijk elektronen uit de elektroden in het gas laten ontsnappen, en betere fluorescentiepoeders. In de jaren 1936 tot 1938 maakten de vooraanstaande lampfabrikanten verbeterde fosforen waardoor het rendement werd opgevoerd, en door toepassing van de zogenaamde driebandfosforen werd de kleurweergave verbeterd (hoge CRI). Tegenwoordig is 90 lm/Watt haalbaar. Verder maakten de nieuw ontwikkelde fosforen compactere lampen mogelijk (buisdiameter 26 mm en kleiner). Andere ontwikkelingen waren de introductie rond 1980 door Philips van de spaarlamp, aanvankelijk nog met ingebouwd conventioneel voorschakelapparaat, later met een lichter elektronisch voorschakelapparaat. In 1990 introduceerde Philips in Europa een elektrodeloze fluorescentielamp met een zeer lange levensduur (100.000 uur).

In de jaren 1990 werd als eerste door Philips begonnen met productie van 'groene' recyclebare fluorescentielampen. Deze bevatten aanzienlijk minder kwik dan de tot dan toe geproduceerde lampen. Ook maakte Philips in de jaren negentig de zeer dunne NDF, een koude kathode lamp die door zijn geringe diameter zeer goed buigbaar was. Eind jaren negentig werd dit type door een tweetal medewerkers van Philips verder op de markt gebracht.

Zie verder op http://nl.wikipedia.org/wiki/Fluorescentielamp


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 59.