kunstbus







Martin Heidegger, Duitse filosoof (ontoloog), is geboren op 26 september 1889 in Meßkirch, een klein dorp in de buurt van Freiburg.

inleiding.
Heel Heideggers denkweg wordt beheerst door ‘de vraag naar het zijn', naar de vele uiteenlopende wijzen waarop dingen ‘zijn'. Heidegger duidt dit aan als de ‘ontologische differentie': het verschil tussen de zijnden en de wijzen waarop zij zijn. De wereld is niet de som der dingen, maar de onuitputtelijke configuratie van zijnswijzen. Dit wordt in het bijzonder manifest in het spreken en handelen van de mens, door Heidegger aangeduid als ‘Dasein'.

In Sein und Zeit (1927) schetst Heidegger formeel-aanwijzend de grondstructuren van het Dasein, waarbij de tijdelijkheid als horizon van het zijn naar voren treedt. Sein und Zeit is een van de oorspronkelijkste en moeilijkste boeken van de twintigste-eeuwse filosofie, dat zijn stempel heeft gedrukt op het existentialisme, het neo-stricturalisme en het postmoderne differentie-denken.

In het latere werk, bijvoorbeeld in Beiträge zür Philosophie (1938), verschuift de aandacht van het individuele Dasein naar de epochale constellatie van Dasein en zijn, die in het huidige ‘zijnsperk' zou zijn getekend door zijnsverlatenheid, nihilisme en techniek.

Heideggers Verzameld Werk beslaat meer dan honderd lijvige banden, waarin hij in een voortdurend gesprek treedt met de grote helden van de westerse filosofie. Filosofie, of beter, filosoferen, is niet de sprong naar de reddende kust, maar een sprong in de drijvende boot. 'Wege, nicht Werke', zo luidt het motto dat Heidegger aan zijn Verzameld Werk meegaf. Want, 'Das Land wird erst durch den Weg'. Heideggers boeken beginnen dan ook wanneer de lezer ophoudt met lezen en met leven begint. Hoewel Heidegger als fenomenoloog louter beschrijvingen wil geven van wat zich toont, heeft zijn werk ook een appellerende dimensie. Zijn werk wordt beheerst door de vraag hoe te leven in ‘dürftiger Zeit', in schamele tijden. Met ‘schamele tijden' duidt Heidegger, naar Hölderlin, het tijds- of ‘zijnsperk' aan waarin God dood is. Hetgeen in filosofische termen zeggen wil: 'waarin de bovenzinnelijke wereld van Plato en het Christendom leeg is geworden, en waarin de werkelijkheid verschijnt als zinloos en doelloos, maar waarin de huidige mens toch een weg moet vinden'.

De interpretatie van Heideggers werk, dat men kan schatten op 40.000 bladzijden, is notoir moeilijk. Met name de betekenis van de centrale vraag van zijn filosofie, de zogenaamde 'Zijnsvraag', is lastig te peilen. Maar Heideggers werking is enorm. Alle toonaangevende Franse denkers van na de oorlog (Sartre, Merleau-Ponty, Levinas, Foucault, Derrida) werden sterk door Heidegger beinvloed en de laatste vijftien jaar is de populariteit van Heidegger groeiende in de Verenigde Staten.

biografie.
Hij groeide in Meßkirch op in armoedige omstandigheden en kreeg een stipendium van de katholieke kerk om te studeren voor priester; hij wilde jezuïet worden maar werd afgekeurd (zwak hart). Vervolgens is hij naar Freiburg gegaan om daar filosofie en wiskunde te studeren. Hij zat in het zelfde college als Walter Benjamin.

In 1923 werd Heidegger hoogleraar in Marburg; daar leerde hij Hannah Arendt kennen met wie hij een relatie had.

Al vanaf het prille begin van zijn filosofische loopbaan heeft Heidegger aantrekkingskracht uitgeoefend. 'Er was nauwelijks meer dan een naam, maar die naam reisde door heel Duitsland, zoals het gerucht van de heimelijke koning... Het gerucht zei heel eenvoudig: het denken is weer levend... Er is een leraar...' Met die woorden beschrijft Hannah Arendt achteraf de betovering die Martin Heidegger op haar en haar studiegenoten uitoefende in een tijd dat de man nog vrijwel niets gepubliceerd had.

Arendt ontmoette Heidegger in de herfst van 1924, toen zij aan de universiteit van Marburg aan haar studie filosofie begon. Tussen de achttienjarige studente van joodse komaf en de vijfendertigjarige docent en vader van twee kinderen ontspon zich een liefdesrelatie, die in 1928 door Heidegger werd verbroken toen hij zijn leermeester Husserl als hoogleraar in Freiburg opvolgde. Arendt ontvluchtte Duitsland in augustus 1933, drie maanden nadat Heidegger lid was geworden van de NSDAP en aan de universiteit van Freiburg zijn beruchte rectoraatsrede had gehouden, waarin hij zijn onvoorwaardelijke loyaliteit met het nazi-regime uitsprak.

In 1927 verschijnt zijn onvoltooide hoofdwerk 'Sein und Zeit'; hij heeft het onder grote tijdsdruk geschreven. Sommige delen zijn zeer uitgewerkt, anderen zeer beknopt.

In 1928 werd hij hoogleraar in Freiburg.

In 1933 werd Heidegger de eerste Nationaal Socialistische rector van een Duitse universiteit, Freiburg. Ofschoon hij na een jaar weer aftrad wegens een conflict met de partij, heeft hij zich nooit ondubbelzinnig van het Nazisme gedistantieerd.

Heidegger zet zich af tegen de katholieke kerk. Ook heeft hij een afkeer tegen / angst voor het communisme. Heidegger bestrijdt dat alles om economie zou draaien; antimarxistisch. Ook was hij anti-Amerikaans; vooral was hij gericht tegen de techniek.

Hij keert zich ook tegen de hiërarchische verhoudingen in de maatschappij in het algemeen en op de universiteit in het bijzonder. Heidegger heeft zich sterk geëngageerd voor een revolutionering van de maatschappelijke omstandigheden vanuit de jeugd.

In de rectoraatsrede van 1933 ['Die Selbstbehauptung der deutschen Universität'] vinden we deze drie punten terug. Het nationaal-socialisme leek in het begin een beweging te zijn die de maatschappelijke verhoudingen zou veranderen. Het nationaal-socialisme leek de bedoeling te hebben het onrecht in de wereld te niet te doen, het nationaal-socialisme zou alles beter en anders maken. In het begin werd het nationaal-socialisme gezien als de oplossing voor de zwak functionerende republiek van Weimar.

Heidegger gebruikt in zijn rectoraatsrede ideeën van Plato, in de Staat spreekt Plato van politici (filosofen), krijgers en arbeiders. Ook Heidegger heeft het over wetenschappers (Wissendienst), verdedigers (Wehrdienst) en arbeiders (Arbeitsdienst). Ook haalt Heidegger een citaat van Plato aan: 'Alles Große steht im Sturm...'. Volgens Heidegger moet er een storm over het land gaan om te zien wat sterk is en wat zwak, er moet zich dus een selectieproces voordoen. Dit is een heroïsch model; het opbreken naar een nieuw bestel zal onvermijdelijk slachtoffers met zich meebrengen.

Vanaf 1935 ontwikkelde hij zijn latere filosofie, waarin de Westerse geschiedenis wordt geduid als een vervalsgeschiedenis die begint na de pre-Socraten en haar voltooiing bereikt met Nietzsche en het technologisch tijdperk.

Heideggers nazi-engagement rust sindsdien als een steen op zijn denken, al heeft zijn invloed - in het bijzonder in Frankrijk - daar nauwelijks onder geleden. Na 1945 presenteerde Sartre (wiens hoofdwerk L'etre et le néant uit 1943 zo veel te danken had aan Sein und Zeit) zijn existentialisme als een nieuw humanisme. Heidegger distantieerde zich er prompt van in zijn befaamde Brief über den Humanismus uit 1946, en leverde onbedoeld een groot deel van de munitie waarmee nadien het existentialisme van de Parijse intellectuele troon zou worden geschoten.

Door van het existentialisme een 'humanisme' te maken, met de mens als subjectieve maat aller dingen, miskende ook Sartre het fundamentele en onontkoombare karakter van de menselijke eindigheid. Beter werd Heidegger wat dit betreft, terzelfdertijd en eveneens in Parijs, bediend door de van origine Ierse schrijver Samuel Beckett en diens 'kunst van het falen'. In zijn romans en verhalen liet Beckett personages aan het woord, die via haperende vertellingen op pijnlijke wijze worden geconfronteerd met hun eigen eindigheid. Bovendien demonstreerde bij, nog voordat Heidegger voor de passende houding bij zijn eindige denken het woord Gelassenheit vond, op het toneel hoe hachelijk deze, gelatenbeid' kan uitpakken, door twee zwervers en hun publiek avond aan avond vergeefs te laten wachten op Godot.

In de eerste fase, die van kort na de Tweede Wereldoorlog tot ver in de jaren zestig reikte, beschouwde men Heidegger vooral als voortrekker van het destijds populaire existentialisme. Zij het dat het hier een theologisch geïnjecteerd existentialisme betrof, dat van zijn al te pessimistische, nihilistische en atheïstische kanten was ontdaan.

In het algemeen hadden de filosofen van katholieken huize meer moeite met Heidegger dan die van hervormde en gereformeerde denominatie, wat ongetwijfeld samenhing met het feit dat hun huisfilosoof Thomas van Aquino door Heidegger bij diens ontmanteling van de metafysica niet was gespaard.

Het was Samuel IJsseling die met zijn proefschrift Heidegger: Denken en danken, geven en zijn uit 1964 voor een doorbraak onder katholieke filosofen zorgde. Maar dan zijn we al in de tweede fase van de Heidegger-receptie beland, waarin niet de menselijke existentie maar de zijnsdevotie centraal staat.

In de tweede helft van de jaren zestig kregen het existentialisme en de existentialistisch getinte fenomenologie in toenemende mate te kampen met concurrentie van de uit Duitsland geïmporteerde kritische theorie en de uit Engeland overgewaaide analytische filosofie. Hoewel het tussen de fenomenologen en de kritische theoretici zeker niet altijd boterde, vertoonden ze toch de neiging tegen elkaar aan te kruipen toen de analytische filosofie zich breed ging maken. Dat leidde tot een regelrechte oorlog tussen 'continentale' en 'Angelsaksische' filosofie, met als voornaamste protagonisten Frits Staal en Jan Aler.

Heidegger stierf in 1976.

Onder de neutrale titel Heidegger's Philosophy of Being: A Critical Interpretation verschijnt bij de Princeton University Press in Amerika een rond de zeshonderd pagina's tellende evaluatie van Heideggers filosofie van de hand van de Leidse hoogleraar Herman Philipse.

Vier jaar lang werkte Philipse aan zijn monografie, aanvankelijk met een zo open mogelijke geest, maar hoe langer hoe meer vervuld van een hevige scepsis. 'Er bleef steeds minder en minder van Heideggers filosofie overeind', zegt Philipse, 'ook van zijn veelgeroemde Sein und Zeit. Achteraf denk ik: vergelijk zo'n Heidegger nu eens met iemand als Bertrand Russell, iemand die het wat mij betreft veel meer verdient om als grootste denker van deze eeuw de geschiedenis in te gaan. Alleen al in doodgewone intelligentie blijft Heidegger ver achter bij Russell, laat staan wat betreft politiek benul en liefde voor de waarheid.'

Wat vindt u er nu van dat Heidegger momenteel op de Nederlandse faculteiten wijsbegeerte de meest bestudeerde filosoof is?
Philipse: 'Het is dood- en doodzonde dat er zoveel geestelijke energie in deze denker gaat zitten. Verspilde moeite.'

'Sein und Zeit',

Het is een centrale these van Sein und Zeit dat de begrippen die in de traditionele filosofie en in de wetenschap worden gebruikt om het menselijk bestaan te begrijpen, niet adequaat zijn voor deze taak. Daarom ontwierp Heidegger een nieuw netwerk van begrippen, de zogenaamde 'existentialia', teneinde het menselijk bestaat beter te kunnen doorgronden. Hij suggereerde dat wie zich deze nieuwe 'ontologie' van het menszijn eigen maakt, wellicht zelf een authentieker leven kan leiden.

Heraclitus en Parmenides hebben kort het inzicht gehad waar de filosofie zich mee bezig moet houden; het zijn en het niet-zijn. Parmenides wordt door Heidegger geïnterpreteerd als dat het zijn en het niet-zijn gelijkmatig in het denken aanwezig moeten zijn. Heraclitus zegt: 'het zijn houdt ervan zich te verbergen'. Het zijn openbaart zich niet aan ons, maar verstopt zich. Datgene wat zich verstopt is niet eenvoudig weg, integendeel, het is aanwezig voorzover het weg is (het is aanwezig in afwezigheid, zoals een geliefd persoon in het gemis toch aanwezig is).

Als de dingen er zijn, is het vanzelfsprekend dat ze er zijn; je denkt er niet over na dat ze zijn. Je staat er niet bij stil dat het wonderlijk is dat ze er zijn, ze zijn er nu eenmaal. De vraag naar het zijn en het niet-zijn wordt alleen gevraagd als de dingen er niet zijn.

Het zijn en het niet-zijn moet je niet onderwerpen aan de logische stringente opdracht de dingen uit elkaar te houden; je moet het zijn en het niet-zijn niet benaderen vanuit de optie of-of. Je moet niet zeggen 'het is' of 'het is niet', maar 'het is' en 'het is niet'. 'De wetenschap denkt niet' - Heidegger bedoelt hiermee dat de wetenschap niet filosofeert, de wetenschap denkt niet tegelijkertijd dat iets is en niet is. Ook filosofen zijn dat vergeten; zij beschouwen het denken als een instrument dat je gebruikt om dingen uit te vinden.

Filosofie is per definitie niet toepasbaar, filosofie heeft geen enkel praktisch nut, als zij dit wel zou hebben zou het wetenschap zijn. Heidegger beschouwt het denken dus niet als instrument, dit in tegenstelling tot filosofen die aan de filosofie wel een praktisch nut toekennen. Eeuwenlang hebben filosofen dat gedaan, ze wilden zekerheid bereiken, het hebben van een criterium om te onderscheiden of een oordeel waar of onwaar is [denk aan Descartes' cogito als een onvermijdelijk waar inzicht, dat geldt als criterium voor al het andere]. Volgens Heidegger hebben ze al die principes gezocht om het denken een praktische betekenis te geven; ze zijn de vraag naar het zijn echter vergeten (Seinsvergessenheit).

Het niets manifesteert zich in ons leven als de dood; we zijn er eerst een lange tijd niet - dan zijn we er - en vervolgens weer een lange tijd niet. We zijn dus veel meer niet dan dat we wel zijn; het niets maakt dus deel uit van ons bestaan. We zijn authentiek als we ons bewust zijn van het feit dat we er meer niet zijn dan wel. Wij werpen onszelf in het niets en scheppen iets nieuws.

Heidegger's filosofie is kenmerkend voor een wereld waarin gedacht wordt dat de wereld op zijn eind loopt; eind jaren '20. 'Sein und Zeit' geeft uitdrukking aan de gevoelens van de eigen tijd van economische crises. De algehele stemming was er een van angst voor al wat komen gaat; overal dreigt gevaar. Het boek geeft uitdrukking aan het onder ogen zien van de gevaren.

In het vroege werk ('Sein und Zeit') laat Heidegger een actievere houding zien dan in zijn latere werk; daarin spreekt hij van 'Gelassenheit'. Wachten en gelatenheid is de enige goede manier om ons bewust te maken van het zijn en niet-zijn. Het zijn doet namelijk iets met ons (het werkt op ons, het misleidt ons); als we wachten laat het zijn ons misschien zien hoe het werkelijk is. Hierbij speelt het gnostische, mystieke idee dat de wereld schijn is een rol.

zie ook:
Levinas en de onmogelijkheid van Heideggers sterven
kritische analyse Heidegger
De oogst van onze eeuw
Fenomenologie,
Bed, tafel en brood

privacybeleid