kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 26 12 2016 12:10 voor het laatst bewerkt.

marxisme

Het marxisme is de sociaal-theoretische en politiek-filosofische grondslag voor het moderne communisme en socialisme, gebaseerd op de ideeën en denkbeelden van de Duitse atheïst en filosoof Karl Marx  (1818-1883) en Duitse industrieel en filosoof Friedrich Engels  (1820-1895) .

Deze ideeën en denkbeelden stoelden op drie grote ideologische stromingen van de 19e eeuw: de Duitse filosofie (vooral de dialectiek van Hegel), de klassieke Engelse politieke economie en het Franse socialisme in combinatie met Franse revolutionaire doctrines. Uit deze stromingen distilleerden Marx en Engels op dialectische wijze een modern "wetenschappelijk socialisme" en een visionaire blik op de ontwikkeling van het kapitalisme.

Marxisme is een theorie waarin de klassenstrijd een centraal element is in de analyse van sociale veranderingen in Westerse samenlevingen.

Marxisme is het socialistische systeem waarin een gezamenlijk eigenaarschap van productie-, distributie- en ruilmiddelen het overheersende kenmerk is.

Marxisme is de tegenpool van het kapitalisme dat een economisch systeem is gebaseerd op privébezit van productie- en distributiemiddelen en gekarakteriseerd wordt door een vrije concurrentiemarkt en gemotiveerd wordt door een streven naar winst.  

Marxisme is een politieke theorie die poogt te verklaren hoe het kan dat we in een wereld van oorlog, crisissen, armoede, staatsgrepen en militaire dictaturen leven te midden van ongekende overvloed.

Theorie
Marx en Engels hebben een zienswijze ontwikkeld, historisch materialisme, waarin zij menen dat het materiële leven de ideeën of ‘grote figuren’ bepaalt, en niet andersom. Het materiële leven is dat waarin mensen in hun behoefte aan voedsel, kledij, huisvesting, ontspanning, enz., voorzien. Mensen moeten dat produceren. En dat gebeurt op een wijze die historisch bepaald is.

‘Niet het bewustzijn bepaalt het zijn, maar het zijn bepaalt het bewustzijn’ - Marx

Volgens Marx verloopt de menselijke geschiedenis in stadia. De stadia worden gekenmerkt door het gangbare economische systeem (de onderbouw), en afhankelijk van de onderbouw door opvattingen, ideeën, cultuur e.d. (de bovenbouw). Tussen de de bovenbouw en de onderbouw is er een dialectische relatie. Ze bepalen elkaar en zijn elkaars voorwaarde om verder te ontwikkelen. In elk stadium veroorzaakt het economisch systeem spanningen tussen de verschillende maatschappelijke klassen, hetgeen leidt tot klassenstrijd en uiteindelijk tot revolutie. Verschillende samenlevingen doorlopen de stadia in verschillende tempo's, maar wel in min of meer dezelfde volgorde. 

In Marx' tijd, de 19e eeuw, was het gangbare economische systeem het industrieel kapitalisme, met als ideologie het klassiek liberalisme. Dit was ontstaan na de industriële revolutie (een economische verandering) en de Franse revolutie van 1789 (een ideologische verandering).

Volgens Marx werd een klasse gedefinieerd door de verhouding tussen de leden van die klasse en de productiemiddelen. De industriële revolutie had een nieuwe kapitalistische klassenmaatschappij geschapen, waar de heersende klasse niet langer de adel was, maar de burgerij (bourgeoisie), de oude middenklasse, die de productiemiddelen (fabrieken) in bezit had. Tegenover deze aandeelhouders (degenen die winst van bedrijven krijgen) stond het proletariaat, de klasse van bezitloze arbeiders, die (bij gebrek aan productiemiddelen) gedwongen waren hun arbeid te verkopen om in leven te blijven, en zo door de bourgeoisie werden uitgebuit. (De plaats van de boer in dit stelsel is jarenlang een strijdpunt geweest binnen het marxisme, de zgn. Agrarfrage.)

  • In het kapitalisme, zei Marx verder, ontvangen de arbeiders een te laag of minimaal inkomen om hun gezinnen te onderhouden. De kapitalisten verkopen dan de goederen die door de arbeiders zijn geproduceerd voor een waarde die gebaseerd is op de arbeid die nodig was om ze te produceren. De meerwaarde is het verschil tussen het loon van de arbeider en de verkoopprijs. Die meerwaarde is er dus alleen maar wanneer de arbeider minder geld accepteert voor zijn werk dan de goederen die hij maakt waard zijn.
  • De arbeider raakt intussen vervreemd omdat hij zelf geen invloed heeft op de arbeid of op de goederen die hij produceert. De ellende van het proletariaat wordt dan nog vergroot door economische recessies. Deze recessies ontstaan omdat de arbeidersklasse niet in staat is om alle producten te kopen die zij hebben vervaardigd en de heersende kapitalisten de ongebruikte goederen niet gebruiken.

    Waren geproduceerd in de kapitalistische productiewijze worden aangeboden op de markt in concurrentie met andere kapitalisten en andere waren. Men is dus niet zeker van afzet en verkoop der waren en zal goedkoper of kwalitatiever moeten produceren dan de concurrentie.
     Dit gebeurt door steeds efficiënter georganiseerde producties die uiteindelijk leiden tot overproductie. Overproductie drukt de prijzen en dus de winst.
     Hoe goedkoper de arbeidskracht is hoe groter de meerwaarde. Arbeidsloon berust op concurrentie van de arbeiders onderling. Door overproductie is de behoefte aan arbeid echter minder. Er is een overproductie aan arbeidstijd. Arbeidstijd wordt door de onderlinge concurrentie dus goedkoper.
     Dit zichzelf versterkende proces stuurt de arbeider dus naar een steeds lager loon en uiteindelijk te laag loon of werkloosheid.
    Lage prijzen, ontwikkeling van productiekrachten, ontwikkeling van kennis en uitschakeling van te zwaar werk is positief. Maar het probleem is dat er steeds meer overbodige goederen geproduceerd worden en steeds meer arbeiders daardoor uiteindelijk geen koopkracht meer hebben om hun minimale behoeften te bevredigen. Kortom, de ontwikkeling verloopt langs een logica gestuurd vanuit kapitaalsbehoeften, niet vanuit algemeen menselijke behoeften.

    Socialisme
    De tegenstellingen binnen het kapitalisme zouden dit systeem uiteindelijk onhoudbaar maken. De uitgebuite arbeidersklasse moest volgens Marx in opstand komen tegen de kapitaalbezitters. Deze opstand zou het einde inluiden van het kapitalisme en de liberale democratie, die plaats zouden maken voor de eerste fase van de communistische maatschappij: de socialistische samenleving. Tijdens het vroegste stadium van het communisme geldt het beginsel: 'Van elk naar zijn vermogen, aan elk naar zijn prestaties.' Dit betekent dat loonarbeid nog wel bestaat in het lage stadium. Bij het vroegste stadium zijn de productiemiddelen nog in het bezit van de overheid.

    communisme
    In de socialistische overgangsperiode zou de staat worden omgevormd tot de hoogste fase van het communisme: een dictatuur van het proletariaat, waarin de (politieke) rollen van de beide klassen werden omgedraaid en een staatloze, klasseloze maatschappij ontstaat gebaseerd op gemeenschappelijk eigendom. De slogan van de communist gaat dan ook een stap verder: 'Van ieder naar zijn vermogens, aan ieder naar zijn behoeften.'

    Binnen het marxisme zijn verschillende stromingen aan te duiden, waaronder het marxisme-leninisme, het trotskisme, het stalinisme, Juche, het maoïsme en het neomarxisme. Deze onderscheiden zich op (soms subtiele) ideologische punten.

    De gevolgen van het marxisme
    Het marxisme heeft een grote invloed gehad op de zich ontwikkelende wereldwijde arbeidersbeweging. Marx keek met een zekere minachting neer op het voeren van loonstrijd als doel op zich zelf, omdat hij van oordeel was dat dit de aandacht zou kunnen afleiden van de uiteindelijke Grote Revolutie. Hij was echter pragmatisch genoeg (bijvoorbeeld in het boekje "Loon, prijs en winst") om vakbondsactiviteiten aan te bevelen als middel om de arbeiders tot organisatie te bewegen en ook om aan te sporen tot strijd voor het algemeen kiesrecht als middel om politieke macht te ontwikkelen.

    Marx' theorieën zijn een stimulans geweest voor de opkomende arbeidersbeweging, maar over de vraag hoe groot zijn bijdrage geweest is aan de hervormingen binnen het kapitalisme kan op uiteenlopende wijze worden geoordeeld. Het is duidelijk dat Marx' maximalistische idee van een Grote Proletarische Revolutie de arbeidersbeweging ook wel vaak in de weg heeft gezeten, doordat het geleid heeft tot diepgaande twisten tussen sociaaldemocraten en vakbondsmilitanten die eigenlijk wel tevreden waren met hervormingen binnen het "kapitalistisch systeem" (en die door hun tegenstanders smadelijk "revisionisten" werden genoemd) en hun maximalistische tegenstanders, die tevreden waren met niets minder dan de volledige omverwerping van de "burgerlijke samenleving".

    In Rusland heeft Lenin de theorieën van Marx gebruikt als grondslag voor zijn eigen revolutionaire ideeën, wat via de Oktoberrevolutie van 1917 leidde tot het ontstaan van de Sovjet-Unie. Daarmee werd Rusland de eerste socialistische staat (socialistisch in de betekenis die Marx eraan gegeven had). In de Sovjet-Unie werd het een dogma dat de Leninistische interpretatie van de leer van Marx de enige juiste was, maar twijfel is gerechtvaardigd of Marx het in alle opzichten eens zou zijn geweest met de handelwijze van Lenin en zijn trawanten.

    Ook de Chinese revolutie van 1949, de Cubaanse revolutie en verscheidene revoluties in Zuid-Amerika werden gepleegd in naam van het marxisme. De communistische landen in Oost-Europa, China, Cuba enz., heetten officieel socialistisch (bijvoorbeeld Unie van Socialistische Sovjet-Republieken) en niet communistisch. De regerende partijen van deze landen meenden als overgangsfase een dictatuur uit naam van de arbeidersklasse in de socialistische staat te moeten voeren, totdat de kapitalistische staatsstructuren verweerd waren en er een communistische maatschappij zou ontstaan.

    Marx had zelf het idee dat de revolutie het eerst zou uitbreken in enkele van de hoog ontwikkelde industrielanden, Engeland, Frankrijk, Duitsland of de Verenigde Staten. Over het algemeen had hij geen hoge dunk van het revolutionaire potentieel in Rusland, al heeft hij in zijn latere jaren wel belangstelling aan de dag gelegd voor revolutionaire stromingen in het tsarenrijk. Hij verwachtte echter dat voor een echt voldragen socialisme een internationale revolutie nodig zou zijn, die tenminste de belangrijkste kapitalistische centra zou omvatten.

    Ook gaf Marx soms de gedachte te kennen dat de revolutie misschien ook op niet-gewelddadige wijze zou kunnen plaats vinden, bijvoorbeeld in Engeland, waar een groot deel van de arbeiders tegen het einde van de 19e eeuw al het kiesrecht had. Daar zou het niet uitgesloten zijn dat de zaak van het proletariaat via de stembus kon triomferen. Marx was in zijn ideeën dan ook vaak minder rechtlijnig dan veel van zijn volgelingen. Beroemd is zijn uitspraak '“Ik ben in geen geval een Marxist'”.

    Wetenschap of heilsleer?
    Marx noemde zijn 19e eeuwse (veelal Franse) socialistische voorgangers smadelijk “utopische socialisten” en pretendeerde dat zijn eigen leer “wetenschappelijk” zou zijn. Niet iedereen is hiervan in dezelfde mate overtuigd. De  Oostenrijks-Britse filosoof Karl Popper  (Wenen 1902-Londen 1994)  stelde dat hoewel Marx' theorieën in zijn eigen tijd wellicht een wetenschappelijk karakter hadden, het twintigste-eeuwse marxisme een pseudowetenschap is, aangezien theorieën zoals het historisch materialisme niet falsificeerbaar zijn. (Merk op dat Popper dit stelde over praktisch iedere niet-natuurwetenschappelijke theorie.) Andere sceptici zien het marxisme als een irrationele heilsleer”.

    In principe had Marx een optimistisch mensbeeld en hij meende dat met de juiste materiële voorwaarden en de juiste opvoeding van het proletariaat vanzelf de 'utopia' of 'heilstaat' zou ontstaan. Marx was van oordeel dat de menselijke geest heel kneedbaar was en dat onder de juiste maatschappelijke verhoudingen een “nieuwe mens” zou ontstaan die vrij was van egoïstische slechte eigenschappen. Uitbuiting, onderdrukking en oorlog zouden dan tot het verleden behoren. De staat, die volgens Marx een onderdrukkingsinstrument van de heersende klasse vormde, zou vervolgens geleidelijk aan kunnen afsterven.

    Godsdienst
    Godsdienst was volgens Marx 'de zucht van het onderdrukte schepsel, het gevoel van een harteloze wereld en de ziel van zielloze omstandigheden.' Marx schreef in zijn werk dat de arbeidersklasse, het proletariaat, een waarlijk revolutionaire klasse was, universeel van aard en vertrouwd met een universeel lijden. Omdat de arbeider onder de kapitalistische regimes mistroostig en vervreemd was, hadden zij godsdienstige overtuigingen nodig.

    Marxisme in de praktijk
    In de praktijk werden de 'proletarische revoluties' vaak al snel overgenomen door een nieuwe groep machtshebbers die zijn macht met dictatoriale middelen aan het volk oplegde. De Pools-joodse socialistische leidster Rosa Luxemburg had Lenin al gewaarschuwd dat zijn "dictatuur van het proletariaat" gemakkelijk kon ontaarden in een "dictatuur over het proletariaat". In sommige gevallen was het resultaat dan ook niet meer dan een met een socialistisch sausje overgoten gewone dictatuur, met een bloederig onderdrukkend machtsapparaat om de dictator en diens kliek in het zadel te houden.

    Van het “afsterven van de staat” kwam in de socialistische” landen ook niet veel terecht. De staat had eerder de neiging om uit te groeien tot een bureaucratie die vrijwel elk maatschappelijk initiatief onderdrukt.

    Anderzijds hebben de door het marxisme geïnspireerde revoluties in sommige opzichten wel een positieve rol gespeeld voor de volkeren die haar steunden. Zo heeft het marxisme het soms mogelijk gemaakt situaties van stagnatie te doorbreken in landen waar de politieke cultuur heel erg verziekt was geraakt. Ook hebben de revolutionaire regimes op het gebied van collectieve voorzieningen (onderwijs, volkshuisvesting, gezondheidszorg) soms opmerkelijke prestaties geleverd.

    Een groot probleem bleek wel om het aanvankelijke enthousiasme van de revolutionaire voorhoede te handhaven, de situatie waarin "het geloof (soms) bergen kon verzetten". Het gebrek aan economische prikkels kon dan niet meer worden gecompenseerd, waarna er een situatie van stagnatie en corruptie intrad. Het bekendste voorbeeld hiervan is wellicht Cuba. Aanvankelijk was de revolutionaire machtswisseling van Castro over het corrupte Batista-regime een groot succes en ook het buitenland zag dit meestal als een verbetering (met uitzondering van de VS). Voortvarend werden alle bedrijven genationaliseerd en hun winsten gebruikt voor gratis onderwijs en gezondheidszorg voor de verpauperde bevolking. Hiermee werd Castro buitengewoon populair in binnen en buitenland. Maar tegelijkertijd wenste Castro ook geen kritiek te horen van anderen. Toen er verschillende onfrisse zaken aan het licht kwamen waarbij zijn directe medewerkers betrokken waren, rees er toch kritiek. Deze werd 'bestreden' door deze 'dissidenten' te bestempelen als contra-revolutionairen en op te sluiten. Vele van deze waren zelfs eertijds medestrijders van het eerste uur met Castro geweest tijdens de revolutie. Hiermee werd weer het gezegde bewaarheid dat 'de revolutie zijn eigen kinderen opvreet'.

    Huidige betekenis
    Het marxisme leidt, vooral sinds het uiteenvallen van het Oostblok in de jaren 1989-1991, een kwijnend bestaan. Officieel geldt het marxisme-leninisme nog steeds als officiële ideologie van:
    . Cuba
    . China De economie is in toenemende mate kapitalistisch georganiseerd en van 'proletarische en ideologische opvoeding' om het uiteindelijke communisme te verwezenlijken hoort men niet veel meer. Het partijapparaat is hoofdzakelijk nog een instrument waarmee de machthebbers zichzelf in het zadel houden.
    . Vietnam De toestand hier kan men het meest met China vergelijken.
    . Noord-Korea Dit is een staat die nog volop het stalinisme is toegedaan. Het partijapparaat is ideologisch officieel nog steeds op weg naar de 'communistische heilsstaat' maar in de praktijk is Noord-Korea een keiharde dictatuur die de leider Kim-Il Soong en zijn vader welhaast goddelijke eer verleent. Hierbij komen de rijkdommen van het land alleen de 'communistische aristocratie' ten goede en leeft het volk in armoede.

    Verschillende vormen van marxisme zijn de inspiratiebron voor vele, maar vooral kleine, partijen en bewegingen. In Nederland zijn dit onder andere de Internationale Socialisten, de NCPN, Offensief en de SAP. Ook binnen de SP vindt men her en der marxisten, maar als officiële partij-ideologie heeft het marxisme daar afgedaan.

    Sommigen wijzen overigens op het marxisme als levende denkstroming. Frankrijk kende midden jaren '90 alweer een marxistisch academisch discours. Originele marxistische gedachten worden geuit door mensen als Michael Hardt, Antonio Negri, David Harvey, Fredric Jameson en verschillende wereld-systeemtheoretici. De ideeën van Antonio Gramsci vinden weerklank in de analyse van media en internationale betrekkingen, bij zowel marxistische als liberale theoretici.

    Bronnen waaruit bovenstaand artikel is samengesteld:
    https://nl.wikipedia.org/wiki/marxisme
    http://www.allaboutphilosophy.org/dutch/wat-is-marxisme-faq.htm
    https://www.marxists.org/nederlands/marxisme/marxisme.htm
    http://socialisme.nu/blog/theoretisch/wat-is-marxisme/


    Test je competentie op YaGooBle.com.

    Pageviews vandaag: 1020.