kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 11-04-2008 voor het laatst bewerkt.

Matteus

Matteüs

Matteüs was één van de 12 apostelen die door Jezus werden geroepen. Zijn roeping wordt beschreven in het gelijknamige bijbelboek in het Nieuwe Testament, hoofdstuk 9:9: "Toen Jezus van daar verder ging, zag hij bij het tolhuis een man zitten die Matteüs heette, en hij zei tegen hem: 'volg mij'."

Matteüs was de zoon van Alfeüs. Hij was tollenaar te Kapernaüm. Kapernaüm lag in het gebied van Herodes Antipas, daarom was hij geen Romeins beambte, maar stond hij in dienst van de vorst of heeft hij de tol van de stad gepacht. Waarschijnlijk was hij de schrijfkunst machtig en heeft hij naast zijn moedertaal Aramees ook Grieks kunnen spreken.

Zijn naam is de Griekse vorm van een Hebreeuwse naam die als betekenis heeft: 'geschenk van God'. Matteüs kan ook van een ander woord afgeleid zijn en betekent dan 'de getrouwe'.

In het Nieuwe Testament komen verschillende lijsten voor waarin de twaalf apostelen opgenoemd worden. Matteüs wordt hierin steeds genoemd. De naam van zijn roeping wordt alleen in het evangelie van Matteüs aangeduid als "Matteüs". Marcus en Lukas spreken over Levi.

Zijn feestdag is op 21 september. Hij is de patroon van de boekhouders, bankiers, douanebeambten, geldwisselaars, veiligheidsbeambten en beursmakelaars en van de stad Salerno en hij wordt aangeroepen tegen drankzucht.

Het Evangelie naar Matteüs (vaak kortweg Matteüs genoemd) is een van de vier evangeliën in het Nieuwe Testament. Het behoort tot de drie synoptische evangeliën. De evangeliën worden traditioneel afgedrukt met Matteüs eerst, gevolgd door Marcus, Lucas en Johannes.

De moderne bijbelwetenschap en de historiografie dateren Matteüs rond 70-80. Het is een anoniem werk. In de christelijke traditie werd de apostel Matteüs als auteur beschouwd. Als alternatief voor Matteüs als de schrijver denken theologen ook wel aan een onbekende Joodse Farizeeër - of een schriftgeleerde zelfs - die na de dood van Jezus Christus zijn volgeling werd.

Zoals ook bij de andere evangeliën, had de schrijver zijn eigen plan en doel met dit boek, en schreef hij het vanuit zijn eigen gezichtspunt.

Er zijn enige vragen rondom de taal waarin het evangelie geschreven is. Eusebius verklaart in zijn kerkgeschiedenis (323) dat Papias meldt dat Matteüs de logia (woorden, spreuken, of ook verhalen) van de Heer in het Aramees opschreef. Het huidige evangelie zou dan een Griekse vertaling hiervan zijn. In de interne structuur of zinsbouw is weinig of niets te bekennen dat op een vertaling in het Grieks vanuit een andere taal wijst. Hoewel Matteüs vooral voor de joden schreef, kenden dezen overal Grieks. Redenen die aangevoerd kunnen worden om een Hebreeuws document in het Grieks te vertalen, kunnen ook gebruikt worden om het direct in het Grieks te schrijven. Ook moet opgemerkt worden dat dit evangelie nooit in een andere vorm is gevonden dan de vorm waarin we het nu bezitten.

De drie synoptische evangeliën hebben veel teksten gemeen, wat op het gebruik van identieke bronnen wijst. Volgens de tweebronnentheorie, die door de meeste geleerden als verklaring van dit synoptische probleem wordt gezien, putte Matteüs voor zijn evangelie uit twee bronnen, namelijk het evangelie naar Marcus en een hypothetische verzameling gezegden en uitspraken die onder theologen als bron Q bekend staat (afkorting van het Duitse Quelle). Deze aanname is een gevolg van de conclusie van geleerden dat de historische persoon Matteüs niet de schrijver van het evangelië is maar iemand anders die onder de naam Matteüs schreef. Dit verschijnsel kwam wel meer voor in de oudheid. Een minderheid neemt aan dat deze theorie onvoldoende verklaart, en nemen drie bronnen aan. Slechts weinigen geloven dat Marcus zijn evangelie mede op Matteüs baseerde. Marcus wordt dan ook iets vroeger gesitueerd. Van de 1071 verzen heeft Matteüs er 387 gemeen met Marcus en Lucas. Naast deze verzen deelt Matteüs er 130 met Marcus en 184 met Lucas. Slechts 387 zijn uniek voor Matteüs.

Boodschap
De uitdrukkingsvorm en de inhoud wijzen er op, dat dit evangelie geschreven werd voor de joodse christenen in het land Israël (de christenen uit het joodse volk rond 60 na Chr.). Zijn doel is aan te tonen dat Jezus van Nazareth de beloofde Messias is, en dat in hem de oude beloften vervuld zijn. Het evangelie staat dan ook bol van de aanhalingen en verwijzingen naar oude profetieën, waarin de beloofde Christus voorspeld en voorafgebeeld werd. Het ene doel, waarvan het gehele boek doortrokken is, is te laten zien dat Jezus "hij is, over wie Mozes en de profeten gesproken hebben". Het evangelie biedt dan ook niet minder dan 65 verwijzingen naar het Oude Testament, waaronder 43 citaten, veel meer dan in een van de andere evangeliën. Het motto van dit boek kan dan ook worden samengevat in de woorden: "Ik ben niet gekomen om te vernietigen, maar om te vervullen."

Kritiek
Sommige critici vinden passages in dit boek antisemitisch en menen dat deze de manier gevormd hebben waarin veel christenen de joden zien of gezien hebben, met name in de Middeleeuwen. De meeste van deze passages werden door Jezus gesproken tegen (de leiders van) belangrijke religieuze partijen in die tijd, hen vooral beschuldigend van hun schijnheiligheid en hun verkeerd begrip van de joodse religie.

Inhoud
Het evangelie tekent Jezus als Christus, als erfgenaam van koning David en diens troon.

Het boek kan op verschillende manieren worden ingedeeld. We geven er hier een:
1. Neerzetten setting: zijn geslachtsregister, zijn geboorte, vlucht naar Egypte en terugkeer (hoofdstuk 1 - 2). De schrijver stelt Jezus hier voor als afstammeling van David, en rechthebbende op de troon van David.
2. Het begin van zijn optreden als volwassene: het optreden van Johannes de Doper, de verzoeking in de woestijn, zijn eerste optreden en de roeping van de eerste discipelen (hoofdstuk 3 - 4).
3. Prediking: de Bergrede (hoofdstuk 5 - 7). In dit deel gebruikt de schrijver de term het koninkrijk van de hemel of koninkrijk der hemelen. Door deze woordkeus vermijdt hij enerzijds een conflict met het Romeinse gezag en beantwoordt Jezus anderzijds de vraag waarom hij zijn volk niet als koning David bevrijdde van de Romeinse bezetters.
4. Diverse wonderen (hoofdstuk 8 - 12)
5. Prediking: gelijkenissen (hoofdstuk 13:1-52)
6. Diverse optredens (hoofdstuk 13:53 - 20). In verschillende delen stelt Jezus de hypocrisie van de toenmalige joodse leiders en partijen aan de kaak: 16:1-12; 18:6-14; 20:1-16; 21:12-22:14; 22:23-23:36.
7. Prediking: 24-25. In dit en het vorige gedeelte is een groeiende tegenstand tegen Jezus' optreden en woorden te zien.
8. Zijn lijden, sterven en opstanding.(26-28).

In het algemeen gesproken speelt hoofdstuk 1:1 - 4:11 zich af in Bethlehem, Egypte en Nazareth, hoofdstuk 4:12 - 18 in Galilea, terwijl vanaf 19:1 de plaats van handeling Judea en Jeruzalem is. De eerste 10 hoofdstukken bevatten onderwijs aan 'de schare', terwijl Jezus zich in de latere hoofdstukken meer op het onderwijs aan de discipelen richt.

Matthäus Passion
Johann Sebastian Bach componeerde een oratorium, de Matthäus Passion (BWV 244), gebaseerd op dit evangelie.


Copyright, This article is licensed under the GNU Free Documentation License. It uses material from the Wikipedia article http://nl.wikipedia.org/wiki/Matte%C3%BCs_%28apostel%29
Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 2034.