kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 18-08-2009 voor het laatst bewerkt.

Meierij

Een meierij was het ambtsgebied van een meier. Zijn functie was te vergelijken met die van baljuw, (land)drost, drossaard of schout.

Een meier (ook: maiorum, villicus, drost, advocatus, conductor, dispensator, gastaldio, gastaldus, magister, major [villae], massarius, oeconomus, officialis, officiatus, procurator, provisor, scultetus (schult, schout) curiae, syndicus) was in de vroege middeleeuwen (500- 1000 n.C.) een beambte in dienst van een lands- of dorpsheer. Een meier was dikwijls uitbater van de vroonhoeve en beheerde in naam van de heer andere boerenhofsteden (het saalland of salland). Als rentmeester inde hij de pachten en heerlijke belastingen (cijns) in. Ook delgde de meier delger de schulden aan de heer en hield hij toezicht over karweien en belastingen in natura aan de heer. Na de middeleeuwen verviel de oorspronkelijke bestuurlijke betekenis van het woord en wordt meier gebruikt als ander woord voor pachter.

Zo was bijvoorbeeld het hertogdom Brabant onderverdeeld in verscheidene kwartieren die op hun beurt weer in verschillende meierijen of baljuwschappen waren onderverdeeld:
. Meierij van 's-Hertogenbosch
. Meierij van Antwerpen
. Meierij van Leuven
. Meierij van 's-Hertogenbosch (Brabantse Meijerij)
De Meierij van 's-Hertogenbosch was een van de vier delen van het Hertogdom Brabant. Nu wordt de naam gebruikt ter aanduiding van een landstreek in Noord-Brabant. De andere delen waren: Leuven, Brussel en Antwerpen. De naam is afgeleid van de meier (of baljuw) van 's-Hertogenbosch, die in naam van de hertogen van Brabant het gebied bestuurde.

De historische Meierij van 's-Hertogenbosch
De historische Meierij van 's-Hertogenbosch besloeg het grootste deel van Oost-Brabant. De hoofdstad van de bestuursregio was 's-Hertogenbosch. De rest was ingedeeld in vier kwartieren (districten).

De bestuurlijke indeling van de Meierij van 's-Hertogenbosch was als volgt:
. Stad en Lande van 's-Hertogenbosch (Vrijdom van 's-Hertogenbosch) (hoofdstad: 's-Hertogenbosch);
. Kwartier van Oisterwijk (hoofdstad: Oisterwijk);
. Kwartier van Kempenland (hoofdplaats: Oirschot, later werd dit Eindhoven);
. Kwartier van Peelland (hoofdstad: Sint-Oedenrode, later werd dit Helmond);
. Kwartier van Maasland (hoofdstad: Oss).

Binnen of aangrenzend tegen het gebied van de Meierij lagen gebieden die hiertoe niet behoorden, maar tegenwoordig wel deel uitmaken van Noord-Brabant:
. Lommel, thans een Belgische gemeente, behoorde altijd tot het kwartier Kempenland van de Meierij van 's-Hertogenbosch. De plaats komt als zodanig in alle beschrijvingen van de Meierij voor. Het werd in 1807 geruild tegen Luyksgestel, dat als een geïsoleerde enclave in de Meierij lag en tot het Prinsbisdom Luik behoorde.
. Land van Cuijk
. Land van Ravenstein
. Heerlijkheid Boxmeer
. Rijksheerlijkheid Gemert (behoorde toe aan de Duitse Orde)
. Graafschap Megen
. Land van Bokhoven

De huidige Meierij van 's-Hertogenbosch
De naam Meierij wordt tegenwoordig meestal gereserveerd voor de streek ten noorden van de lijn Tilburg – Helmond, zodat de Kempen erbuiten vallen. Met name het gebied rond Sint-Michielsgestel, Boxtel, Schijndel, Veghel en Sint-Oedenrode draagt heden ten dage de naam Meierij. Veghel droeg vanaf de 19e eeuw de naam Parel van de Meierij, verwijzend naar de regionale functie van Veghel in de Brabantse Midden-Meierij, terwijl Sint-Oedenrode de naam Het groene hart van de Meierij draagt. In 1998 werd door de Provincie Noord-Brabant de gebiedsafbakening van de Meierij gemaakt, waarmee de huidige grenzen van de Meierij staan aangegeven.

Landschap
De Meierij van 's-Hertogenbosch bestond (en bestaat nog steeds) vooral uit vlakke tot licht golvende zandgronden in Peelland, de Kempen en de stroomgebieden van Aa en Dommel. In vroeger tijden waren deze gebieden niet al te zeer bevolkt. Vroeger bestonden de gebieden ook nog uit heide-landschappen, moerassen, veengebieden en boslandschappen, ook nu nog hetzij in mindere mate. Verder liggen er twee redelijk belangrijke rivieren in het gebied: de Aa en de Dommel; de grens werd gevormd door de Maas. Bij 's-Hertogenbosch komen de Aa en de Dommel tezamen in de Dieze, die uitmondt in de Maas. Op dit punt is de stad ontstaan.

Kenmerkend voor de Meierij is het zogenaamde populierenlandschap. Dit landschap ontstond sinds de 18e eeuw als gevolg vanwege het voorpootrecht. Tussen 1760 en 1780 vond de grootste toename van houtteelt plaats in de gemeenten Schijndel-Sint-Oedenrode-Udenhout en Veghel. Deze plaatsen vormen de kern van het "Peppellandschap". De economische functie van dit populierenlandschap bleek later uit de klompenindustrie die zich in de gemeenten Sint-Oedenrode, Schijndel, Veghel, Liempde en Best ontwikkelde. In 1846 had Veghel bijvoorbeeld 20 klompenmakerijen, Best telde er 23 in 1850 en Liempde telde er 15 in 1855. Dat de Meierijse klompenmakerij na 1850 een grote vlucht nam blijkt uit het voorbeeld van Liempde, waar het aantal klompenmakerijen in 1890 was uitgegroeid tot maar liefst 39 bedrijven. Vanaf de jaren na de Tweede Wereldoorlog is de klompen- en luciferindustrie en de daarmee samenhangende populierenteelt nagenoeg verdwenen. Het populierenlandschap ging in rap tempo achteruit en verdween op verschillende plaatsen nagenoeg compleet als gevolg van ruilverkaveling of projectontwikkeling, zoals in de gemeente Veghel. Momenteel worden er verschillende initiatieven ontplooid om dit karakteristieke Meierijse landschap van de ondergang te redden. Men kent een hoge natuurlijke en emotionele (belevings)waarde toe aan het populierenlandschap en met het ontstaan van het Nationaal landschap Het Groene Woud worden de eerste stappen gezet tot het behoud van het Meierijs landschap. Kenmerkend voor de oostelijke Meierij rond de dorpen Schijndel en Veghel was voorheen de bloeiende verbouw en handel van hop die gebruikt werd voor het brouwen van bier. De hop werd verbouwd in grote aantallen hopkuilen. Van de hopteelt rest tegenwoordig niet veel meer dan de spotnaam "Hopbellen" die men voor Schijndelaren gebruikt.

Sinds de middeleeuwen zijn grote delen van de uitgestrekte heide en venen in cultuur gebracht, waardoor hiervan nog maar een klein deel over is. De overheid wil echter in het kader van natuurontwikkeling en de reconstructie (na de varkenspest van 1995) terug naar meer heide en veengebieden.

Geschiedenis
Historisch gezien is de Meierij de rechtsopvolger van het gebied Taxandrië, wanneer dit gebied onder het bestuur van de hertogen van Brabant komt in de 12e eeuw. Om de eigen belangen veilig te stellen tegen met name de graven van Gelre en in mindere mate de graven van Holland, stichtten de hertogen van Brabant een "ring van steden" in de Meierij. Hendrik I van Brabant verleende onder meer stadsrechten aan: 's-Hertogenbosch (ca. 1196), Oisterwijk (1213), Sint-Oedenrode en Eindhoven (beiden in 1232). Ondanks die nieuwe steden leed het gebied zeer onder de diverse conflicten tussen Brabant en Gelre. Het gebied werd vaak geplunderd door de Gelderse leider Maarten van Rossum.

De grootste bloeiperiode kende de Meierij in de 15e en het eerste kwart van de 16e eeuw. In deze periode kwamen veel monumentale gebouwen tot stand, zoals de laat-gotische Sint-Jan en de Latijnse School in 's-Hertogenbosch. Ook was in deze periode in 's-Hertogenbosch de beroemde schilder Jheronimus Bosch, beter bekend als Jeroen Bosch, actief.

De Tachtigjarige Oorlog maakte een einde aan die bloeiperiode. Het gebied was een oorlogsgebied geworden. Rond 1590 was het gebied stevig in Spaanse handen. Zoals meer gebieden in de Zuidelijke Nederlanden (onder andere Vlaanderen en Henegouwen) koos het hertogdom Brabant-Limburg de kant van de Spaanse koning. De sterke katholieke contrareformatie had een grote invloed op de bevolking, zowel op mentaal als cultureel gebied. De meierij bleef rooms-katholiek.

Wat eens onmogelijk leek, lukte in 1629: de stad 's-Hertogenbosch werd bij een beleg veroverd door de Staatse troepen, geleid door Frederik Hendrik, Prins van Oranje. Dit leverde hem, naast de verovering van andere steden, de bijnaam "stedendwinger" op. Met behulp van Jan Adriaanszoon Leeghwater werd het moerasgebied, dat de stad naast de stadsmuren altijd beschermd had, drooggemalen. Waarop de Staatsen 'zo' binnen konden vallen. Omdat 's-Hertogenbosch de hoofdstad van de Meierij was, beschouwden de protestanten het gebied als hun bezit. De Spaanse koningen waren echter niet van plan het gebied zomaar op te geven. Een moeilijke tijd voor het gebied brak aan: de zogenaamde retorsietijd. In de periode leed de bevolking van zowel de Spanjaarden als de Staatsen. Uit onderzoek van Leo Adriaenssen van de Universiteit van Tilburg (UvT) blijkt echter, dat er in de Tachtigjarige oorlog van Staatse kant oorlogsmisdaden plaatsvonden in de Meierij. Dat heeft te maken met het feit dat reeds Willem van Oranje, 'de Vader des vaderlands', toestemming gaf om tijdens de Tachtigjarige Oorlog de dorpen in de Meierij van 's-Hertogenbosch plat te branden en de oogsten stelselmatig te verwoesten. Dat leidde tussen 1579 en 1588 tot een bevolkingsvermindering in dit deel van Noord-Brabant van bijna zeventig procent.

Uiteindelijk kwam het gebied in 1648 door de Vrede van Münster bij de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.

Van 1648 tot 1795 lag het gebied in Staats-Brabant en werd als een generaliteitsland bestuurd vanuit Den Haag. Dit gold eveneens voor Zeeuwsch-Vlaanderen (Staats-Vlaanderen), Maastricht en omgeving (Staats-Limburg) en vanaf 1713 Venlo en omgeving (Staats-Opper-Gelre). Na de Bataafse Revolutie herkreeg de bevolking van de Meierij de oude rechten terug: zelfbestuur en de rooms-katholieke eredienst was niet langer verboden. De Meierij verdween echter, het gebied werd ingedeeld bij 'Braband' [sic].

Sinds 1810 (Koninkrijk Holland) is het gebied onderdeel van de provincie Noord-Brabant. Heden ten dage is het gebied nog steeds grotendeels katholiek. In de rest van Nederland staat het gebied bekend als Bourgondisch, omdat zij van uitbundige feesten houden. De Meierij wordt in veel (volks)literatuur beschreven als het ultieme Brabantse land, waar de inwoners zich nog Brabantser dan Brabants voelen.

Rond 1900 veranderde het aanzien van de Meierij rigoureus. De bevolking groeide sterk door een opleving van het katholicisme en een verbeterde economische positie, wat leidde tot hoge geboortecijfers. Eindhoven, Tilburg en Helmond ontwikkelden zich tot industriecentra.

Op dit moment is het gebied rond Eindhoven een van de sterkste motoren van de Nederlandse industrie. Dit veroorzaakt echter het verdwijnen van de regionale cultuur en tradities. Maar tegelijkertijd wordt het landelijke gebied rondom de steden Tilburg, 's-Hertogenbosch en Eindhoven beetje bij beetje teruggegeven aan de natuur in het project Het Groene Woud.

Brussel)
De amman is de opperrechter die de hertog van Brabant vervangt bij de uitvoering van de hoogste jurisdictie. Het ambt bestond meer bepaald in de stad Brussel. Aan de Grote Markt staat nog steeds het "Huis van de Amman" ("de Sterre", hoek Karel Bulsstraat, afgebroken en gewijzigd weer opgebouwd), en het verblijf van de amman was daartegenover gelegen ("Ammanskamerke", hoek Haringstraat). De ammans waren meestal getrouwen van de hertog, door hem benoemd en afgezet, waardoor het ambt spoedig belangrijker werd gemaakt dan het erfelijke ambt van burggraaf.

Omdat de amman in wezen een hertogelijke bevoegdheid waarnam, werd hij door de Hertog van Brabant zelf benoemd. Dit werd vervolgens in een oorkonde bevestigd door de kanselier van Brabant. De amman van Brussel stond in de juridische hiërarchie op gelijke voet met de Drossaard van Brabant, de Hoofdmeier van Leuven en de Hoofdschouten van Antwerpen en s'Hertogenbosch. In Vlaanderen is zijn ambt te vergelijken met de grootbaljuws.

De amman stond boven de rechtspraak waargenomen door de plaatselijke schepenbanken en zelfs hun hoofdbanken. Hij was tevens bevoegd over het beheer van de hertogelijke gevangenissen (de Vroente, Steenpoort en Treurenberg). Hij diende in het bijzonder op te treden bij grote financiële delicten en bij de uitvoering van lijf- en doodstraffen.

Als teken van zijn waardigheid droeg de amman een witte staf van zes voet lang. Dit was meteen ook een controlemiddel van het maatwezen.

Binnen de stad Brussel werd hij voor politionele taken bijgestaan door zes sergeanten (gezworen knapen genoemd, of Ammans cnaepen). In het Landcharter van Brabant [1] worden hem 5 knapen tors (te paard) en 10 te voet toegekend. Daarnaast was hij in de stad Brussel ook bevoegd voor de registratie van de poorters.

Ten tijde van hertog Jan IV van Brabant werd het ambt van luitenant-amman in het leven geroepen (1421/1422). Dit was een stadhouder, die over alle bevoegdheden van de amman beschikte wanneer deze om een of andere reden onbeschikbaar was. De uitoefening van dit aantrekkelijk (in wezen inhoudsloze, maar politiek zeer invloedrijk) ambt was bijzonder gegeerd onder leden van het stedelijk patriciaat en de adel. Het ammanschap werd veelal waargenomen door een persoon voorgedragen uit de kringen rond de hertog; vanaf de 15e-16e eeuw vrijwel altijd door iemand uit de adelstand of daaraan nauw verwant.

De historische bevoegdheden van de amman zijn nu verdeeld over verscheidene rechterlijke functies, zoals rechters en parketmagistraten.

De Amman is vereeuwigd in een familienaam, zie Els Amman


Copyright, This article is licensed under the GNU Free Documentation License. It uses material from the Wikipedia article http://nl.wikipedia.org/wiki/Meierij
Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 784.