kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Nicolaus Copernicus

Nicolaus Copernicus (19 februari 1473 Thorn, huidig Toruń – 24 mei 1543 Frauenburg, huidig Frombork) was naast kanunnik een belangrijk wiskundige, arts, jurist en sterrenkundige die bekend is geworden door zijn heliocentrische theorie van het zonnestelsel. Deze gedachten betekenden een omwenteling in het wetenschappelijk denken van zijn tijd en in ons wereldbeeld (de Copernicaanse revolutie).

Biografie
Hij werd geboren als Koppernigk in Thorn (Pools: Toruń) in West-Pruisen, destijds evenals nu onder Pools gezag. Zoals in die tijd gebruikelijk onder publicerende geleerden (men schreef immers ook in het Latijn), gaf hij zichzelf een gelatiniseerde vorm van zijn naam: Nicolaus Copernicus.

Zijn vader Niklas Koppernigk, een rijke koperhandelaar, stierf in 1483 toen Copernicus tien jaar was. Van zijn moeder, Barbara Watzenrode, is weinig bekend. Blijkbaar stierf zij eerder dan haar echtgenoot. In ieder geval nam haar broer, Lucas Watzenrode, een kanunnik en later prins-bisschop van het aartsbisdom van Ermland, de opvoeding van de jonge Nicolaus op zich. De positie van zijn oom hielp Copernicus in zijn kerkelijke carrière, zodat hij tijd over hield voor zijn hobby: sterrenkunde.

Opleiding
In 1491 schreef Copernicus zich in bij de universiteit van Kraków, waar hij theologie, Klassieke talen en astrologie / astronomie (destijds nauwer verweven dan vandaag de dag) studeerde. Eind 1496 ging hij na een kort verblijf in Torun naar Italië. Daar studeerde hij kerkelijk en burgerlijk recht aan de universiteit van Bologna. Hij leerde daar Domenico Maria Novara da Ferrara kennen, een hoogleraar wiskunde en astronomie, bij wie hij ook een kamer zou huren. Hij assisteerde hem ook bij zijn onderzoek, en deed zijn eerste waarnemingen. Naast zijn hoofdstudie rechten legde Copernicus zich ook toe op de wiskunde en astronomie. In 1497 werd Copernicus op voordracht van zijn oom aangesteld als canon bij de kathedraal van Frauenburg, een functie die zijn financiële situatie danig verbeterde, maar waarvoor hij geen tegenprestatie hoefde te leveren.

Na een jaar in Rome les te hebben gegeven in de wiskunde en astronomie keerde Copernicus, zonder zijn studies voltooid te hebben, terug naar Frauenburg, en nam hij zijn plaats als canon in. Maar omdat hij zijn studie nog niet voltooid had, kreeg hij toestemming van zijn oom om terug te keren naar Italië om zijn studie te voltooien nadat hij officieel was geïnstalleerd als canon medio 1501.

Ditmaal ging Copernicus niet naar Bologna, maar zou hij gaan studeren in Padua, omdat die een goede naam had op medisch gebied. Naast medicijnen legde Copernicus zich ook hier toe op de astrologie, wat gebruikelijk was in die tijd, gezien het feit dat de sterren door artsen nogal eens werden geraadpleegd om de ziekte te ontdekken enz, en in 1503 promoveerde Copernicus dan uiteindelijk toch in de rechten aan de Universiteit van Ferrara. Na een verblijf van enkele maanden zou hij nog wel terugkeren naar Padua, maar zijn studie geneeskunde zou hij niet meer afronden.

In 1505 (?) keerde hij terug naar Frauenburg.

Geestelijke
Toen Copernicus in 1505 terugkeerde in Frauenburg diende hij zijn geestelijke taken als canon toch eindelijk wel op zich te nemen. Maar wederom kreeg hij hiervan vrijstelling, om zijn oom medisch te assisteren. De facto verwerd Copernicus echter zijn persoonlijk secretaris. In 1509 deed Copernicus zijn eerste publicatie, een Latijnse vertaling van een set Griekse gedichten van Theophylactus Simocattes. Na de dood van zijn oom in 1512 hervatte Copernicus zijn werkzaamheden als canon, maar had nu wel veel tijd voor astronomische observaties, aangezien zijn vertrekken ook een astronomisch observatorium omvatten.

In 1514 bracht Copernicus een klein werkje uit waarin hij zijn visie op het heelal uiteenzette, met een zevental axioma's, waarop hij zijn conclusies zou baseren. Het handgeschreven boekje dat hij alleen onder zijn vrienden verspreide (en dat ook zijn naam niet bevatte) handelt over onder meer het centrum van het heelal en de beweging van hemellichamen en de aarde. Gezien het feit dat Copernicus was uitgenodigd bij het Vijfde Lateraans Concilie als expert op het gebied van astronomie (ter verbetering van de kalender), was destijds al bekend dat Copernicus kennis had van de beweging der hemellichamen. Overigens koos Copernicus ervoor om niet te gaan, maar per brief te antwoorden.

Door oorlog was Copernicus gedurende enige tijd, tot ongeveer 1520, niet goed in staat om zijn observaties te vervolgen. Hij kreeg de taak om de defensie van Frauenburg te organiseren op administratief gebied, en nam tussentijds deel aan (mislukte) vredesonderhandelingen. Toen in 1521 de vrede terugkeerde werd Copernicus aangesteld om de herstelwerkzaamheden te leiden samen met zijn vriend Tiedemann Giese, ook een canon. Copernicus zou altijd een canon blijven, en nooit priester worden, hoewel dit wel gewenst werd door zijn meerderen.

Astronoom
Copernicus wordt beschouwd als de grondlegger van de heliocentrische theorie, die stelt dat de zon in het midden van het zonnestelsel staat en dat de planeten er omheen draaien. (In de Oudheid was Aristarchos van Samos tot de zelfde conclusie gekomen.) Dit in tegenstelling tot het destijds gebruikelijke geocentrische wereldbeeld, waarbij de aarde en mens werden geacht het centrum van het heelal te vormen. Wel bleef hij bij het idee van Claudius Ptolemaeus dat de planeten éénparige cirkelbewegingen maken. Copernicus' model bevatte nog enkele tientallen kleine epicykels - dit zijn correctieve hulpcirkels om de banen van de planeten kloppend te maken met de waarneming.

Ook ging hij ervan uit dat alle sterren zich op dezelfde enorme afstand van de aarde bevinden als van de zon, dus ver buiten de baan van de planeet Saturnus. Parallax door de jaarlijkse gang van de aarde om de zon zou onmeetbaar klein zijn. In druk werd zijn systeem pas gepubliceerd in de Narratio prima (1540) van Rheticus. Copernicus schreef in 1530 een groter manuscript, De Revolutionibus Orbium Coelestium (Over de omlopen van de hemellichamen).

Omdat deze theorie in tegenspraak was met de toenmalige leer van de rooms-katholieke kerk die het wereldbeeld van Aristoteles en Ptolemaeus aanhing, aarzelde Copernicus lang over publicatie. Pas na tussenkomst van de jonge astronoom Rheticus (Georg Joachim von Lauchen) uit Wittenberg stemde Copernicus in met de publicatie. Hij gaf een vriend zijn manuscript mee voor Rheticus, die het uiteindelijk in 1543 liet drukken in Neurenberg. Volgens de legende kreeg Copernicus het eerste exemplaar op zijn sterfbed overhandigd. De uitgever Osiander had er een voorwoord aan toegevoegd, met de strekking dat het heliocentrische wereldbeeld vooral moet worden gezien als een wiskundig model en niet als de realiteit. Het is waarschijnlijk door dit voorwoord dat de onrust die het heeft veroorzaakt binnen de Kerk relatief beperkt is gebleven.

Overlijden
Copernicus stierf in 1543 in Frauenburg (het tegenwoordige Frombork in Polen) in het Ermland en werd in de kathedraal aldaar begraven. Tegenwoordig is in de kathedraal en de bijgebouwen een museum over Copernicus gevestigd. Voor de ingang van het kasteel van Olsztyn staat een bronzen standbeeld van Copernicus.

Nationaliteit
De nationaliteit van Copernicus geeft vanaf het opbloeiende nationalisme van de 19e eeuw tot op heden, steeds weer aanleiding tot polemieken. Zowel Polen als Duitsers maakten terzelfder tijd aanspraak op hem. Duidelijk is, dat: • Copernicus in Pruisen (Kulmerland resp. Ermland) geboren is. • zijn vader Niklas Koppernigk afkomstig was uit Frankenstein Silezië[1] , dat sinds 1348 als deel van het Boheems koninkrijk tot het Heilige Roomse Rijk behoorde. • zijn moeder Barbara Watzenrode is, wier broer - de vorst-bisschop (van het Heilige Roomse Rijk) van het Ermland was.

Het land der Pruisen (Pruzzen), werd onder leiding van de Duitse Orde zowel door Polen als Duitsers gekerstend.

Copernicus vaderstad Toruń (Thorn) werd in 1440 lid van de Pruisische Bond en had zich daarmede – na een periode van ca. 200 jaar - losgemaakt van de Pruisische Ordestaat en aangesloten bij de Poolse Koning. Voorts moest de Pruisische Ordestaat bij de tweede vrede van Thorn in 1466 Koninklijk Pruisen afstaan aan het Koninkrijk Polen. Toruń (Thorn) werd daarmee – samen met Gdansk (Danzig) en Elbląg (Elbing) – als één van de kwartiersteden van de Duitse Hanze - tot Poolse Rijksstad, met vertegenwoordiging in de Sejm (het parlement). Zij bleven daarbij echter - door de in 1457 verkregen omvangrijke privilegiën - vergaand autonoom.

Toruń (Thorn) viel tijdens de geboorte van Copernicus dus onder de Poolse kroon, wat hem echter nog geenszins tot “Pool” maakt. De nationale staat en bijgevolg het nationaliteitsbegrip waren ten tijde van Copernicus onbelangrijker dan zij - vooral na het Congres van Wenen - geworden zijn. Men was onderdaan van een vorst, die door huwelijk erfenis, oorlog of anderszins landsdelen verkreeg of verloor, zonder dat dit het besef van etniciteit of nationaliteit van de betreffende burgers direct beïnvloedde.

Copernicus’ geschriften zijn voor het merendeel in het Latijn (de taal der wetenschap in die dagen) en voor het overige in het Duits geschreven. Schriftelijke getuigenissen van Copernicus in het Pools zijn niet bekend. Op basis van de beschikbare feiten, lijkt geen verdergaande duiding voor de “nationaliteit” of "etniciteit" van Copernicus mogelijk te zijn, dan die van een Duitstalige Europeaan.

Controverse
De rooms-katholieke Kerk nam aanvankelijk geen stelling voor of tegen Copernicus, omdat de theorie niet als gevaarlijk werd beschouwd, mede vanwege het voorwoord van Osiander. Verder waren de aangevoerde argumenten nog verre van overtuigend.

Oppositie tegen Copernicus' theorie van kerkelijke zijde kwam er pas toen protestantse theologen (waaronder Maarten Luther) deze theorie niet in overeenstemming bevonden met de Bijbel.

Later ging Galileo Galileï de denkbeelden van Copernicus onderbouwen en verbreiden, met onder meer zijn waarnemingen van de schijngestalten van Venus als bewijs. De rooms-katholieke kerk reageerde met het plaatsen van het werk van Copernicus op de lijst van verboden boeken (de Index van 1616). Het boek werd er weer af gehaald nadat er enkele correcties op waren aangebracht (1758). Galilei raakte trouwens wel ernstig in conflict met de kerk. Hij werd in de ban gedaan en kreeg de laatste tien jaar van zijn leven huisarrest opgelegd door Paus Urbanus VIII.

In de zeventiende eeuw staafden de waarnemingen en wetten van Johannes Kepler en de zwaartekrachttheorie van Isaac Newton het Copernicaanse wereldbeeld observationeel en theoretisch.

Publicaties
. Commentariolus (1514)
. De Revolutionibus Orbium Coelestium (1543)
Het originele manuscript dat Copernicus ten tijde van zijn overlijden bezat kwam in bezit van zijn vriend en pleitbezorger G.W. Rheticus. Nadien is het via vele omzwervingen in de huisbibliotheek van de adellijke familie Von Nostitz te Praag gekomen. In 1945 werd het door de Praagse autoriteiten geconfisceerd. Onder het communistische bewind heeft de Tsjechoslowaakse republiek het manuscript aan buurland Polen teruggeschonken. Het manuscript bevindt zich sindsdien in de universiteitsbibliotheek van Krakau.


Copyright, This article is licensed under the GNU Free Documentation License. It uses material from the Wikipedia article http://nl.wikipedia.org/wiki/Nicolaus_Copernicus.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 24.