kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 28-07-2008 voor het laatst bewerkt.

Oce

Océ levert digitale printsystemen, software en diensten voor productie, reproductie, distributie en management van documenten, in kleur en zwart-wit, in klein- en grootformaat voor professionele gebruikers in onder meer kantoren, het onderwijs, de industrie, reclame en de grafische markt. Océ is wereldwijd een toonaangevende aanbieder van deze systemen die een uitstekende reputatie hebben op het gebied van productiviteit, betrouwbaarheid, bedieningsgemak en een gunstige ‘total cost of ownership’. - (Océ dateert uit 1927. In dat jaar leverde de firma Van der Grinten een nieuw soort lichtdrukpapier waarin, in tegenstelling tot voorheen, géén zogenoemde diazocomponent meer voorkwam. Om dat aspect tegenover de (Duitse) concurrentie te laten uitkomen, noemde men het papier O.C.: 'ohne Componenten'. De term O.C. raakte dermate vertrouwd, zowel binnen de onderneming als bij de afnemers, dat de producten uit dit assortiment de handelsnaam O.C. meekregen. Om de uitspraak van de afkorting O.C. te vergemakkelijken, werd allengs de letter é toegevoegd. In 1927 werd Océ ook als handelsmerk ingeschreven. In 1970 werd het Océ-van der Grinten NV. Nadat de laatste in de onderneming actieve telg uit het geslacht van de grondleggers was teruggetreden, werd de naam van de vennootschap en houdster maatschappij in 1997 gewijzigd in Océ NV. De internationale herkenbaarheid van het merk Océ werd daarmee nog verder versterkt. Océ is thans niet alleen de roepnaam van de internationale organisatie, maar ook de familienaam van al haar producten.

Historie
De oorsprong van Océ ligt bij boterkleursel. In 1871 wordt in Nederland begonnen met de productie van een in Frankrijk uitgevonden kunstboter, tegenwoordig margarine genoemd. Deze kunstboter heeft nog niet de kleur van echte boter. Een van de fabrikanten, Jurgens uit Oss, heeft dan ook behoefte aan een kleurstof die de kunstboter het aanzien van roomboter geeft. De kleurstoffen die hem daartoe geleverd worden hebben niet de gewenste kwaliteit. Jurgens heeft relaties in Venlo; via die relaties komt hij in contact met Lodewijk van der Grinten (1831-1895), die daar sinds 1857 als apotheker is gevestigd en ook actief is op het gebied van drinkwateronderzoek. Op zekere dag laat Jurgens bij Lodewijk van der Grinten een fles boterkleursel afgeven met het verzoek na te gaan of hij wellicht iets beters kan maken. De apotheker slaagt erin en Jurgens komt naar Venlo om het verbeterde procédé van Lodewijk te kopen. Maar Lodewijks vrouw Lieske weet haar man te overtuigen dat hij het procédé beter zelf kan exploiteren. Lodewijk gaat dan op zijn beurt in Oss met Jurgens onderhandelen en krijgt een bestelling. Op 7 oktober 1877 schrijft Lodewijk van der Grinten in een brief: '… daarbij bezorgde mij eene bestelling van 600 kilo kleursel voor kunstboter groote drukte'. De huidige onderneming is daarmee haar bestaan begonnen.

In 1888 draagt Lodewijk van der Grinten de leiding van de apotheek en de boterkleurselproductie over aan zijn zoon Frans (1865-1943). Meer dan 90 jaar wordt dit boterkleursel aan de margarine-industrie geleverd. Op 1 oktober 1970 wordt het procédé en de productie overgedragen aan Unilever (de onderneming die haar ontstaan en groei mede aan de activiteiten van Jurgens uit Oss dankt). De productie van boterkleursel is dan al ver overvleugeld door de Van der Grinten activiteiten op het gebied van het kopiëren, eerst alleen voor de tekenkamer, thans ook voor het kantoor. Sinds het begin van de jaren '80 zijn daar de activiteiten op het gebied van kantoorautomatisering bijgekomen.

De drie gebroeders Van der Grinten
Drie van de zoons van Frans van der Grinten, nl. Louis, Piet en Karel, allen doctor in de chemie, worden resp. in 1918, 1922 en 1924 in het bedrijf opgenomen. Zij zijn het, die de ontplooiing van de Van der Grinten activiteiten op kopieergebied teweeg hebben gebracht en kunnen dus – tezamen met hun grootvader Lodewijk en hun vader Frans – als de grondleggers van de onderneming worden beschouwd.
. Dr. Louis van der Grinten (1894-1981) zal zich in zijn loopbaan vooral belasten met de leiding van wetenschappelijk onderzoek, octrooizaken en juridische zaken. Hij heeft de basis gelegd voor het grote octrooibestand van de onderneming. Aan zijn producten gaf hij het handelsmerk Océ.
. Dr. Piet van der Grinten (1895-1977) krijgt de financiële en administratieve leiding van de onderneming en belast zich tevens met de algehele leiding van de boterkleurselfabriek.
. Dr. Karel van der Grinten (geb. 1901) krijgt de leiding van de productie, maar zal tevens bijzondere aandacht gaan geven aan de internationale uitbreiding van de afzet en aan het sociale beleid.
In de eerste jaren heeft de onderneming slechts enkele werknemers. De heren Van der Grinten leiden alles zelf: productie, inkoop, verkoop, wetenschappelijk onderzoek, octrooizaken, enz.. Daarnaast leiden zij ook nog zelf het personeel op. Vele medewerkers van het eerste uur, die zo werden opgeleid, zullen later op belangrijke posten in het bedrijf werkzaam zijn.

Blauwdruk
In de tweede helft van de 19e eeuw was het blauwdrukprocédé uitgevonden door Herschel. Nog in het begin van deze eeuw werken architecten, ingenieurs, tekenkamers, enz. met deze blauwdrukken. Dit kopieerprocédé verlangt een origineel dat lichtdoorlatend is en geeft een negatief beeld: witte lijnen op blauwe ondergrond. Het is echter niet mogelijk om snelkopiërend blauwdrukpapier te kopen en het vervolgens in voorraad te houden tot op het moment van gebruik. Dat komt omdat de lichtgevoelige laag van het blauwdrukpapier niet duurzaam is. Bovendien vergt blauwdrukpapier, dat niet frequent wordt gebruikt, zeer lange belichtingstijden.
De aandacht van Frans van der Grinten wordt op dit probleem gevestigd. Na vele proeven slaagt zijn zoon Louis er in een duurzaam en toch snelwerkend blauwdrukpapier samen te stellen. Dit vormde de basis van de huidige onderneming die als specialist in kopieerprocédés wereldbekendheid gaat genieten. Eind 1919 wordt onder leiding van Louis in de boterkleurselfabriek een prepareermachine opgesteld (een machine om papier te voorzien van een lichtgevoelige laag). Op 12 mei 1920 wordt voor het eerste machinaal geprepareerd blauwdrukpapier verkocht: 8 rollen, factuurbedrag ¦ 18,48. Blauwdrukpapier heeft Van der Grinten gefabriceerd tot 1946. Ver daarvoor werd de aandacht echter al gericht op andere kopieerprocédés.

Van blauwdruk tot halfdroge diazotypie
In het begin van de jaren '20 maken de drie Van der Grintens en hun drie werknemers dus blauwdrukpapier. Een blauwdruk vertoont echter, zoals gezegd, een negatief beeld (wit beeld op blauwe ondergrond). Maar hun belangstelling gaat in het bijzonder uit naar nieuwe kopieerprocédés, die een positief beeld geven (donker beeld op lichte ondergrond). Dankzij uitvoerig wetenschappelijk onderzoek komt in de eerste helft van de jaren '20 bij Van der Grinten een nieuw diazoprocédé tot stand; daarbij wordt een vloeibare ontwikkelaar gebruikt die in een dunne laag wordt opgebracht. De eerste twee octrooien die Van der Grinten aanvraagt, hebben betrekking op dit procédé dat vervolgens de halfdroge diazotypie wordt genoemd. Het heeft een aanzienlijk deel van de internationale markt veroverd. Het bedrijf heeft in die jaren geen gemakkelijk bestaan. De boterkleurselfabriek moet steeds als financier optreden. De kleine winsten, in de kopieerbranche gemaakt, worden gebruikt voor verder wetenschappelijk onderzoek. Een typerende karaktertrek van het bedrijf in de vooroorlogse dagen is ongetwijfeld dat de gebroeders Van der Grinten eigenlijk zaken doen om hun wetenschappelijk onderzoek naar lichtgevoelige materialen te kunnen financieren. Men is in de eerste plaats onderzoeker, uitvinder, wetenschapsman en pas daarna zakenman.
In 1928 wordt van het familiebedrijf een NV gemaakt. De naam van de onderneming is enige malen gemoderniseerd. Gemakshalve spreken wij in het algemeen van Océ-van der Grinten of van Océ.

Van rasterreflectografie tot elektrofotografie
Tot dusver was sprake van het kopiëren van interne of uitgaande documentatie. Ten behoeve van het kopiëren kunnen die immers op lichtdoorlatend materiaal (zogenoemde calques) worden geschreven, getypt of getekend. Voor het kopiëren van andere documenten is tot 1935 geen enkel procédé beschikbaar, of het zou de klassieke (zilver)fotografie moeten zijn die als bedrijfsprocédé echter vrij omslachtig en duur is. In dat jaar is het dan ook een doorbraak van betekenis als Océ–van der Grinten gebruikmakend van het principe van de rasterreflectografie – een toepassing van de diazotypie weet te ontwikkelen waarmee men originelen, die geen licht doorlaten, kan kopiëren! Als we de fotografie buiten beschouwing laten, beschikt de wereld gedurende een aantal jaren uitsluitend over Océ procédés. waarmee dit mogelijk is. De doorbraak blijkt van korte duur. In de Verenigde Staten wordt de elektofotografie (uitgevonden door Chester F.Carlson in 1938) tot ontwikkeling gebracht. Als in 1956 de zgn. elektrostatische kopieerapparaten op de markt komen, is de Océ rasterreflectografie achterhaald. In de jaren '60 zal de kopieermarkt een omwenteling te zien geven, die een zeer snelle opgang van het elektrostatisch kopiëren meebrengt, een opgang waaraan ook Océ-van der Grinten deel heeft.

De apparatenfabrieken
Het kopiëren van lichtgevoelige diazomaterialen wordt op kopieermachines gedaan. De fabricage van deze apparaten wordt door Océ oorspronkelijk uitbesteed aan een eveneens in Venlo gevestigd bedrijf; Machinefabriek De Emwee, in 1931 opgericht door de heer L.P. Grothauzen. Gaandeweg vormen de kopieermachines voor Océ-van der Grinten de hoofdmoot van het productieprogramma. De constructie van de apparaten wordt geheel door de opdrachtgevers bepaald. De Emwee blijft tot 1958 een zelfstandig bedrijf, maar wordt dan met 225 medewerkers opgenomen in de Océ Groep.

Oorlog en herstel
Velen mogen in de jaren '30 hebben gemeend dat Nederland wel weer buiten de dreigende oorlog zou blijven, in Venlo slaapt men met de Duitse grens naast de deur wat minder rustig. Océ-van der Grinten meent dat in het geval van een Duitse bezetting ook de leveringen aan licentienemers die buiten de Duitse invloedssfeer blijven, moeten worden voortgezet. Daarom krijgt in 1939 Th. Sanders (die 10 jaar daarvoor als 17-jarige in dienst was genomen en als toen gebruikelijk in het bedrijf zelf was opgeleid) opdracht om in de Verenigde Staten, in samenwerking met Frank Guthery, een dochterbedrijfje op te richten: The Guthery Company for Van der Grinten products.
Op dat moment werken er bij Océ-van der Grinten bijna 100 mensen. Gedurende de oorlog worden zij in dienst gehouden en doorbetaald hoewel er nauwelijks of geen werk is. Tegenover de bezettende macht wordt met allerlei kunstgrepen de schijn opgehouden dat er wel werk is om zoveel mogelijk gedwongen tewerkstelling van medewerkers in Duitsland te voorkomen. Zeer gehavend komt het bedrijf uit de oorlog te voorschijn, zowel financieel als letterlijk. De gebouwen, door granaten getroffen, moeten worden hersteld. De commerciële relaties, die door oorlog en bezetting verloren zijn gegaan, moeten weer worden aangeknoopt. De middelen, in Amerika vergaard door The Guthery Company for Van der der Grinten products, betekenen een welkome financiële injectie. De wederopbouw brengt ook mee dat de organisatie van de onderneming wordt aangepast aan meer modere inzichten op het gebied van bedrijfsorganisatie. Naast research, waarop oorspronkelijk het hoofdaccent had gelegen, beginnen zich thans duidelijk andere sectoren af te tekenen, in de eerste plaats de sector 'productie en verkoop'. Spoedig dringt zich de noodzaak van verdere specialisaties op en in 1956 worden zowel productie als verkoop afzonderlijke takken van de onderneming.

Designafdeling
In 1963 trad Louis Lucker, opgeleid aan de Academie voor Industriële Vormgeving Eindhoven, als eerste fulltime industrieel ontwerper in dienst. Illustratief voor het grote belang dat Océ aan de discipline van het industrieel ontwerpen toekent, is dat de afdeling Industrial Design volledig geïntegreerd is in de R&D divisie van het bedrijf en dat de twintig medewerkers tellende ontwerpafdeling van begin tot eind nauw betrokken is bij de ontwikkeling van alle nieuwe producten. De wereldwijde faam van Océ berust op het vermogen om technisch complexe machines elegant vorm te geven en ze daarbij ook nog eens, door de introductie van revolutionaire user interfaces, bijzonder gebruiksvriendelijk te doen zijn.

1982 Kho Liang ie prijs
Ontwerpteam Océ van der Grinten (Lücker, Robertus, Lippinkhof) hun 20-jarig ontwerpbeleid en het niveau van ontwerpen dat zich manifesteert in series lichtdruk- en kopieerapparatuur.

De internationale expansie
Een nieuwe fase van sterke buitenlandse expansie begon met de oprichting van een dochterneming in Duitsland (1958). Daarna worden, voornamelijk als gevolg van overnames, in de jaren 1964 tot en met 1966 achtereenvolgens Océ bedrijven gevestigd in België, Zweden en Oostenrijk. In frankrijk wordt in 1966 Photosia overgenomen, nu Océ-France. Océ-van der Grinten's expansie wordt voortgezet in Denemarken en Noorwegen en – in 1969 – in Italië. De uitbreidingen van de Océ Groep komen veelal tot stand doordat vroegere licentienemers en wederverkopers zich als dochterbedrijven bij de Groep aansluiten. In 1969 start evenwel een reeks van uitbreidingen die vooral gericht is op verbreding van het assortiment en op grotere marktpenetratie in verschillende landen. In dat jaar sluit de Franse onderneming CIAP – nu Ciap-Sadia S.A. – werkzaam op het gebied van de droge diazotypie, zich bij de Océ Groep aan. Océ-van der Grinten vestigt zich op de Amerikaanse markt door de overname in 1970 van een vroegere licentienemer, B.K. Elliot Company te Pittsburgh en in 1971 van ICP, een producent van elektrostatische kopieerapparaten en microfilmreaders voor kantoorgebruik. In 1972 voegen zich de Deense onderneming Helioprint A.S. – nu Océ-Danmark AS – en de Braziliaanse Copirama S.A. bij de Océ Groep. Een belang van 25 % in William Crosby (Holdings) Limited, Australië – nu Océ-Australia – wordt in 1972 verhoogd tot een meerderheidsbelang. In 1977 deed Océ de grootste acquisitie uit haar geschiedenis met de overname van Ozalid Group Holdings Limited in Engeland. Dit was een internationale onderneming met eigen bedrijven in een vijftiental landen, met toen een jaaromzet van ongeveer 400 miljoen gulden. De Océ Groep had op dat moment zelf een omzet van ruim 750 miljoen gulden. Ozalid en Océ waren ongeveer gelijktijdig met diazotypie op de markt gekomen en hadden min of meer gelijktijdig hun expansie tot stand gebracht. Ozalid verkreeg in de loop van zijn bestaan vele buitenlandse vestigingen o.a. in de Verenigde Staten, Canada, Zuid Afrika, Australië, Frankrijk en Zweden. De voortdurende waardedaling van het Engelse pond betekende echter vanaf 1974 voor Ozalid een bovenmatig zware financiële druk omdat de expansie vooral met plaatselijke buitenlandse leningen was gefinancierd. Bovendien was Ozalid er niet in geslaagd de technologische ontwikkelingen optimaal bij te benen. Met de Océ directie werden besprekingen geopend, die in april 1977 tot de definitieve aansluiting van Ozalid bij de Océ Groep hebben geleid. Deze acquisitie leidde tot een belangrijke versterking van de Océ Groep in vele landen.

Website: www.oce.com


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 40.