kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Paasfeest

Tijdens het Paasfeest viert de Kerk dat Jezus Christus door zijn lijden, sterven en verrijzen, ons van onze zonden heeft bevrijd. Het feest in ruime zin begint op Palmzondag en eindigt met Pasen. In enge zin is er sprake van een Driedaags Paasfeest, het zogeheten Paastriduüm.

Paastriduüm
Bij de Avondmis van Witte Donderdag begint het zogenoemde Driedaagse Paasfeest oftewel Paastriduüm, waarin lijden, dood en verrijzenis van Christus worden herdacht. Het hart van het Driedaagse Paasfeest wordt gevormd door de Paaswake. Het triduüm wordt besloten met de Vespers van Paaszondag. Als het Paasfeest eng wordt opgevat, bestaat het enkel uit het Paastriduüm.

Geschiedenis van het Paasfeest
Historisch gezien vallen er in de paasviering verschillende perioden te onderscheiden. In de eerste drie eeuwen bestond de viering uit een periode van Vasten, die werd besloten door een nachtwake. Het paasfeest was met name lijdensherdenking, waarin de viering van de verrijzenis echter niet ontbrak.

Ontstaan Paastriduüm
. Vanaf de 4e eeuw nam de belangstelling voor de gebeurtenissen in de laatste dagen van Jezus' leven toe. Het Paasfeest werd uitgelegd tot een driedaagse viering, het zogeheten Paastriduüm. Het Driedaagse Paasfeest besloeg Goede Vrijdag, Paaszaterdag en Paaszondag. De Paaswake werd voortaan als een samenvatting van het driedaagse feest gezien, en de Paaszondag werd tot hoogtepunt van het kerkelijk jaar verheven.
. Vanaf de middeleeuwen tot ver in de twintigste eeuw werd de Paaszondag in toenemende mate geïsoleerd van de voorafgaande dagen. Het Paastriduüm ging Witte Donderdag, Goede Vrijdag en Paaszaterdag omvatten, en werd vooral gezien als een gedegen voorbereiding op de Paaszondag. De Paaswake werd van de nacht van zaterdag op zondag verschoven naar de zaterdagmorgen of -middag. Daarmee werd de eenheid van het Paasfeest enigszins uit het oog verloren.

Tweede Vaticaans Concilie
In de tweede helft van de twintigste eeuw ging de Liturgische Beweging zich inzetten voor herstel van de eenheid van het Paasfeest. Van groot belang voor dit herstel werd het Tweede Vaticaans Concilie.
Het Tweede Vaticaans Concilie gaf opdracht tot een algehele herziening van de paasliturgie, die in 1970 werd voltooid met het verschijnen van het nieuwe Missale Romanum. De Paaswake moest voortaan weer na het invallen van de duisternis plaatsvinden en het Paastriduüm werd bepaald op een periode die begint met de avondmis van Witte Donderdag en loopt tot en met de vespers van Paaszondag.

Goede Week
In de aanloop naar Pasen neemt de Goede week van oudsher een belangrijke plaats in. De Goede Week telt de zeven dagen van Palmzondag tot en met Stille Zaterdag. Deze week, tegenwoordig ook wel Stille Week genaamd, werd door de christengemeenschap al vanaf de vierde eeuw als bijzonder onderscheiden. In de Griekse en Latijnse kerktaal is doorgaans sprake van Heilige of Grote Week. Als het Paasfeest ruim wordt opgevat, omvat het de Goede Week, de Paaswake en het eigenlijke Pasen.

De Goede Week staat geheel in het teken van het lijden en sterven van Jezus Christus. De Goede Week eindigt tijdens de Paaswake . Die wake vormt de overgang naar de blijde viering van de verrijzenis: het eigenlijke Pasen. De Paastijd is dan begonnen, een tijd die na vijftig dagen zal uitmonden in Pinksteren.

Palmzondag
De laatste zondag in de Veertigdagentijd is tevens de eerste dag van de Goede Week: Palmzondag, ook wel Passiezondag of Palmpasen genoemd. De Kerk viert dan de intocht van Jezus Christus in Jeruzalem. Herdacht wordt dat Jezus, gezeten op een jonge ezel, zegevierend werd onthaald door een jubelende menigte. De mensen bedekten de weg voor Jezus met hun mantels en met takken van palmbomen.

Witte Donderdag
De donderdag in de Goede Week wordt - in feite vanaf het begin van de avondmis - Witte Donderdag genoemd. Op Witte Donderdag staat de instelling van de Eucharistie centraal. Jezus brak aan de vooravond van zijn sterven en lijden tijdens zijn Laatste Avondmaal het brood en gaf het aan de leerlingen met de woorden 'Neem en eet, dit is in lichaam'. Ook gaf hij hun de wijnbeker met de woorden 'Drink er allen uit, want dit is mijn bloed van het verbond, voor velen uitgegoten tot vergeving van zonden' (Matt. 26, 26-28).

Eucharistie en priesterschap
Jezus stelde op Witte Donderdag niet alleen de Eucharistie in. Hij gaf tijdens het Laatste Avondmaal zijn leerlingen ook opdracht, de maaltijd op dezelfde wijze te blijven herhalen tot zijn wederkomst, om hem te gedenken. Door dit zogeheten 'herhalingsgebod' heeft Jezus het Priesterschap ingesteld.

Voetwassing
In sommige kerken en in tal van kloosters vindt op Witte Donderdag de plechtigheid van de Voetwassing plaats. Volgens de evangelist Johannes waste Jezus tijdens het Laatste Avondmaal de voeten van zijn twaalf leerlingen als toonbeeld van nederigheid. Het was een handeling die destijds tot het werk der slaven behoorde. Jezus wil de leerlingen zodoende wijzen op het belang van dienstbaarheid en de bereidheid elkaar liefde te betonen 'tot het uiterste'. Het gebaar vat, net als het betekenisvolle delen van brood en wijn, de zelfgave van Jezus in heel zijn leven en in zijn dood samen.

Goede Vrijdag
Goede Vrijdag is de dag waarop christenen het lijden en de Kruisdood van Christus intensief herdenken. Het woord 'Goede' wijst er op dat de Kruisdood heilzaam is geweest omdat op het lijden en sterven de verrijzenis is gevolgd. Jezus' dood is, net als het offer van het Joodse paaslam, dat ook op vrijdag werd geslacht, synoniem met bevrijding van dood en verderf. Door zijn leven te geven heeft Jezus ons van onze Zonden verlost.

Pasen
Pasen is het feest ter herdenking van Christus’ Verrijzenis uit de dood. Gelovigen vieren de toegang tot een nieuw en eeuwig leven. In de viering van Pasen vallen twee belangrijke onderdelen te onderscheiden: de Paaswake in het duisternis van de paasnacht en de dagmis van Paaszondag. De Paaswake is het belangrijkst en wordt doorgaans ook het drukst bezocht.
Pasen is niet zomaar een feest. Het is het ‘Feest der feesten’, het brandpunt van het christelijke geloof. Aan de dood en verrijzenis van Jezus Christus ontlenen alle Sacramenten en alle overige vormen van lofprijzing en heiliging hun kracht. Het hele Kerkelijk jaar kan gezien worden als ontplooiing van de verschillende aspecten van Pasen.
Ons woord ‘Pasen’ komt, via het Aramese Pascha, van het Hebreeuwse Pesach. Pascha en Pesach duiden het Joodse paasfeest aan, een lentefeest waarmee de Joden de bevrijding van de slavernij in Egypte vieren. Beide termen worden ook gebruikt voor het Paaslam dat tijdens dit feest werd geslacht.

Paasdatum
Tijdens het Concilie van Nicea in 325 werd vastgelegd dat het christelijke Pasen zou worden gevierd op de zondag die volgt op de eerste volle maan na het begin van de lente. Pasen valt daardoor op zijn vroegst op 22 maart en op zijn laatst op 25 april.

Paasstrijd
Nicea maakte een einde aan de zogenoemde Paasstrijd. Die strijd ging om de vraag, of het christelijke Pasen gevierd moest blijven worden op dezelfde dag als het Joodse Pesach. Dat viel samen met de volle maan en kon op iedere dag van de week vallen. Joodse christenen pleitten ervoor om Pesach en Pasen op dezelfde dag te vieren. Het Concilie besloot van niet: Pasen moest, zo oordeelden de concilievaders, altijd op een Zondag vallen, de dag van de verrijzenis van Christus. Vooral niet-Joodse christenen hadden hier voor gepleit.

Oost en West
Paus Gregorius XIII hervormde in 1582 de kalender. De oosterse, orthodoxe kerken weigerden de nieuwe, zogeheten ‘Gregoriaanse’ kalender te aanvaarden. Zij bleven bij de oude ofwel Juliaanse kalender. Hierdoor gingen de paasdata in de westerse en oosterse kerken uiteenlopen. Pogingen om de verrijzenis van de Heer op dezelfde zondag te vieren, zijn tot nu toe vruchteloos gebleven.

Paaszaterdag
Paaszaterdag, ook wel Stille Zaterdag genoemd, is een dag van bezinning waarop wordt teruggekeken op Christus' lijden en sterven. In aanloop naar Pasen groeit het besef dat Jezus, die is 'nedergedaald ter helle', werkelijk gestorven is, maar tevens door zijn dood Duivel en dood voor eens en voor altijd heeft overwonnen.

Paaswake
Paaszaterdag mondt uit in de Paaswake. De Paaswake is de viering waarin lijden, dood en verrijzenis samenkomen. Het is het brandpunt van het Driedaagse Paasfeest, het zogenoemde Paastriduüm, en één van de oudste onderdelen ervan. De Paaswake vormt de overgang van de lijdensweek naar de vreugde van de Paastijd.
Al in de vroege christelijke Kerk brachten gelovigen de paasnacht wakend door ter ere van de Heer. Met hun wake gaven zij, en geven christenen ook nu nog, gehoor aan een Bijbelse oproep. In het evangelie van Lucas spoort Jezus zijn volgelingen namelijk aan om, tijdens zijn afwezigheid, de lampen brandend te houden en te zijn als mensen die wachten op de terugkomst van hun Heer. Degenen die de Heer bij zijn komst wakend aan tafel vindt, zal hij aan zijn tafel uitnodigen. (Luc. 12, 35 ev.).

De Paaswake bestaat uit vier onderdelen: de lichtritus, de dienst van het woord, de viering van het doopsel en de eucharistieviering. De Liturgische kleur bij de wake is wit. Wit is de kleur van het licht en zuiverheid, die gebruikt wordt voor alle feesten en gedachtenissen van Christus die niet in het teken van zijn lijden staan.

Tijdens de Paaswake worden de gelovigen in donkere nacht ingeleid in het feest van de verrijzenis. Het licht dat de verrezen Jezus opnieuw in de wereld brengt wordt verbeeld door de plechtige intocht van de Paaskaars in de duistere kerk; Pasen vangt aan.
Het meest indrukwekkende onderdeel van de Paaswake is voor velen het moment waarop het verduisterde kerkgebouw wordt gevuld met het Licht van Christus. Dit gebeurt met behulp van de Paaskaars. Die kaars wordt aangestoken aan een paasvuur, dat zo mogelijk buiten de kerk is gelegen. De Paaskaars wordt vervolgens de kerk binnengedragen door de Priester of een Diaken. Vervolgens steken alle aanwezigen een eigen kaars aan de Paaskaars aan - soms direct, soms via andere kaarsen – waardoor de ruimte langzaam maar zeker steeds sterker wordt verlicht.

Wanneer de Kerk geheel met kaarsen is verlicht, zet de diaken de paasjubelzang, het Exsultet, in. Triomfantelijk en dankbaar klinkt het dan door de kerk: Laat juichen heel het hemelkoor van eng’len, laat juichen om die grote Koning, juichen om de overwinning! Laat de trompetten klinken in het rond!

In de lezingen die op het Exsultet volgen wordt het verband benadrukt tussen de bevrijding van het volk Israël uit Egypte en de bevrijding van zonden door Christus’ dood en verrijzenis. Daarbij ontbreekt nooit de lezing van Exodus 14, waarin wordt beschreven hoe God het volk Israël door het water van de Rode Zee leidt, en de Egyptische achtervolgers laat verdrinken.

De doorgang van het volk Israël door de Rode Zee wordt tijdens de Dienst van het Woord vastgeknoopt aan de viering van het doopsel die volgen gaat. "Want wat gij eens met machtige hand hebt gedaan om één volk te bevrijden uit de greep van de Farao, doet gij nu voor het heil van alle volkeren door het water van de wedergeboorte", zo klinkt het in het gebed na de lezing uit Exodus. De belangrijke rol van water tijdens het Paasfeest wordt in de liturgie onderstreept door de zegening van het water tijdens de viering van het Doopsel.

Door het sacrament van het Doopsel begint een mens een nieuw leven ‘in Christus', mogelijk gemaakt door diens overwinning op de dood. Door het doopsel - en door de Doopcatechese die eraan vooraf gaat – worden nieuwe leden opgenomen in de Kerk en bekeert de Kerk als geheel zich opnieuw tot God. Dit laatste komt in de Paaswake onder meer tot uiting in het hernieuwen van de doopbeloften door alle gelovigen. De algehele hernieuwing van de doopbeloften vindt plaats na het eigenlijke dopen van degenen die Katholiek worden. Na de hernieuwing van de beloften besprenkelt de priester met behulp van een wijwaterkwast alle aanwezigen met gezegend water.

Na de viering van het doopsel wordt tijdens de Paaswake voor het eerst sinds de avondmis van Witte Donderdag de eucharistie weer gevierd. De pasgedoopten worden daarbij genodigd om met hun ouders, Peetouders en katechisten te communiceren onder twee gedaanten: brood én wijn. Het is bovendien gangbaar dat het brood en de wijn door de pasgedoopten naar het altaar worden gebracht. De communietekst brengt de woorden van Paulus in herinnering: U moet zijn als ongezuurde broden, want ook ons Paaslam is geslacht: Christus. Wij moeten ons feest vieren, niet met de oude zuurdesem, de zuurdesem van slechtheid en boosheid, maar met het ongezuurde brood van reinheid en waarheid (1 Kor. 5, 7-8).

Paaszondag
Na de eucharistie breekt Paaszondag aan, de dag die volledig in het teken staat van de verrijzenis, de hoogste waarheid van het christelijk geloof. De Kerk viert dat de verrijzenis van Jezus Christus ook heeft geleid tot de verrijzenis van alle gelovigen, "van nu af door de rechtvaardiging van onze ziel, later door het ten leven wekken van ons lichaam" (KKK 658). De apostelen verwoorden het als volgt: En wij brengen u de goede boodschap dat God de belofte aan de vaderen voor hun kinderen, voor ons, in vervulling heeft laten gaan door Jezus te laten opstaan (Hand. 13, 32-33).

Het lege graf en de verrijzenis
De gebeurtenissen van Paaszondag worden niet door alle evangeliën exact gelijk verhaald. In grote lijnen komen de verschillende verslagen op het volgende neer. Enkele vrouwen, onder wie Maria van Magdala, gaan op de derde dag na Jezus’ dood (de vrijdag en de zondag meegerekend) in alle vroegte naar zijn graf. Tot hun verbazing treffen zij een open graf aan. Twee mannen in blinkend witte kleding vertellen dat Jezus is verrezen en dat zij het goede nieuws aan zijn leerlingen moeten overbrengen. Op weg om dit te gaan doen, komen zij Jezus zelf tegen.

Diezelfde dag nog verschijnt Christus, de verrezen Heer, ook aan zijn leerlingen. Het duurt geruime tijd voordat zij hun ogen durven geloven. Het relaas van Maria van Magdala over het lege graf had hen ook al niet overtuigd, net zo min als een verhaal over een ontmoeting met de verrezen Heer door de Emmaüs-gangers. Pas wanneer Christus zelf zijn doorboorde handen en voeten toont en uitlegt dat wat hem is overgekomen al in de Schrift werd voorspeld, begrijpen en geloven zij.

De Kerk leert dat de Verrijzenis van Jezus een eenmalig feit is, een machtig ingrijpen van God waardoor Jezus als Zoon Gods openbaar is geworden. De verrijzenis markeert het begin van een geheel nieuwe wereld, waarin de dood in beginsel overwonnen is. De Kerk viert met Pasen dat de verrijzenis van Jezus Christus ook heeft geleid tot de verrijzenis van alle gelovigen, "van nu af door de rechtvaardiging van onze ziel, later door het ten leven wekken van ons lichaam" (KKK 658).

De dagmis op Paaszondag is minder uitgebreid dan die van de Paaswake . Alles staat nu in het teken van de verrijzenis, zoals de openingstekst al aangeeft: De Heer is werkelijk verrezen. Alleluia. Aan hem zij alle macht en glorie, nu en in eeuwigheid. Nogmaals wordt de eucharistie gevierd, in het besef dat de Kerk door dit offer, telkens opnieuw, wordt herboren en gevoed.

Paastijd
Met de viering van Paaszondag begint de vijftigdaagse Paastijd. Het is een blijde tijd, waarin de vreugde om de verrijzenis door blijft klinken. Via het feest van de Hemelvaart van de Heer, mondt de Paastijd na zeven weken uit in Pinksteren, het feest van de Heilige Geest.

Paashaas
Waar komt de volkstraditie van de paashaas met de eieren vandaan? In het voor-christelijke volksgeloof werd de haas beschouwd als vruchtbaarheidssymbool. Zo kon de haas ook gezien worden als symbool voor de Verrijzenis. In de christelijke traditie stond de opgejaagde haas ook voor de vervolgde kerk. Dat de haas tot Paashaas werd komt door een vertaalfoutje. Psalm 104 vers 18 is vaak vertaald als 'in de rotsen verbergen zich de hazen', terwijl de Hebreeuwse Bijbel eigenlijk een heel ander diertje bedoelt, de klipdas...

Bron: www.katholieknederland.nl


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 13.