kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 16-04-2008 voor het laatst bewerkt.

Pastor

De pastor (m.), ~es/~s == Kerkelijk ambtsdrager, belast met de zielzorg => herder, zielenherder, zielzorger

Een pastor is iemand die binnen een kerkgemeenschap zorg draagt voor de gelovigen. Het Latijnse woord pastor betekent herder.

Katholieke kerk
De titel van pastor is strikt genomen in de rooms-katholieke kerk voorbehouden aan priesters en wordt vooral gebruikt om de functie van priesters in ziekenhuizen en verpleeg- en verzorgingshuizen aan te duiden die geen parochieverantwoordelijkheid dragen.

(In de Rooms-katholieke Kerk is een priester een man die, na een opleiding van 6 à 7 jaar aan een seminarie of ander vormingsinstituut, van een bisschop de priesterwijding heeft ontvangen. Door deze sacramentele wijding krijgt hij de bevoegdheid om te preken en de sacramenten toe te dienen. Een belangrijke functie is de offerhandeling, het Misoffer in de katholieke theologie. Het woord priester staat in het Nederlands dan ook vaak gelijk aan "offeraar aan God of goden".
Uitdrukkelijk vindt men de functies van de priester binnen het christendom terug in de aloude (Latijnse) riten die de bisschop over de zojuist gewijde priester uitspreekt: Gewaardig u, Heer, om deze handen te wijden en te heiligen door deze zalving en onze zegening. Dat al hetgeen zij mogen zegenen gezegend zij, and al hetgeen zij toewijden toegewijd en geheiligd moge zijn, in de naam van Onze Heer Jezus-Christus. (...) Ontvang de macht aan God het Offer op te dragen en de Mis te vieren zowel voor de levenden als de doden, in de Naam des Heren.
Vroeger behoorde de priesterwijding in de Katholieke Kerk tot de Hogere Wijdingen, waarvan zij de hoogste trap was.)

In de katholieke kerk in Nederland en Vlaanderen, alsmede in de VS en Engeland, kwam het woord pastor in zwang na het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965). Het woord werd tevoren enkel door protestanten gebruikt, omdat katholieken de uitgang -or langer uitspraken (pastoor). Pastor werd volgens sommigen als minder clericaal aangevoeld en zou volgens hen ook het onderscheid tussen protestantse en katholieke geestelijken moeten verminderen.

Door het afnemend aantal priesterroepingen worden leken meer en meer ingeschakeld in het pastoraat en de verschillende taken binnen de parochies en verzorgingsinstellingen. Sommigen gebruiken de term pastor voor zowel clerici als leken die al of niet beroepshalve de pastorale zorg voor een bepaalde groep mensen behartigen (bv. "jeugdpastor") of die de pastoor bijstaan in de pastorale zorg voor een parochie. Volgens de Katholieke Kerk mogen leken en diakens echter geen pastor genoemd worden.

Inmiddels wordt de term pastor weer vaker vervangen door het traditionele pastoor.

Oecumenische gedachte
Een andere context waarin het woord 'pastor' gebruikt wordt is in oecumenische gemeenten. Het is namelijk een woord dat zowel voor een priester als een dominee gebruikt kan worden, en is dus zeer geschikt voor bijvoorbeeld een studentengemeenschap met zowel katholieke als protestantse pastores. Bovendien is in Engelstalige landen het woord pastor duidelijk protestants.

pastoraal (bn.)
1 betr. hebbend op de pastor of zijn ambt => herderlijk
2 betr. hebbend op herders en het landleven => idyllisch

Het pastoraat, -raten)
1 pastorale zorg => zielzorg
2 het ambt van pastor

De pastorale, ~n/~s
1 herdersdicht
2 muziekstuk waarin het landleven wordt verheerlijkt
3 dicht- of prozastuk over het herdersleven => herdersroman

De pastorie (v.), ~ën
1 dienstwoning van een pastoor of van een predikant => pastorij

De pastorij (v.), ~en
1 [Belg., niet alg.] pastorie


Copyright, This article is licensed under the GNU Free Documentation License. It uses material from the Wikipedia article http://nl.wikipedia.org/wiki/Pastor
Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 2048.