kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 07 12 2016 16:22 voor het laatst bewerkt.

psychologie

Psychologie is de wetenschap van het innerlijk leven (denken, kennen, voelen en streven) en het gedrag en handelen van de mens: wie we zijn en waarom wij bepaalde beslissingen wel of niet nemen.

Vaak lijkt menselijk gedrag voorspelbaar. Bij nader inzien blijkt het echter minder vanzelfsprekend dan gedacht. Is gedrag wel te begrijpen? En hoe is het - waar nodig - te beïnvloeden? Dit zijn vragen die aan bod komen in de psychologie. Niet alleen de algemene kenmerken van menselijk gedrag staan centraal, maar juist ook de onderlinge verschillen in gedrag.

Vragen die aan bod kunnen komen zijn bijvoorbeeld: Hoe reageren mensen op stress? Presteren sporters beter door een mentale training? Wat is verliefdheid eigenlijk? Waarom levert de ene persoon op school betere prestaties dan de ander? Hoe komt het dat de ene persoon vriendelijk en ontspannen is, terwijl een ander vaak gespannen overkomt? Hoe komt het dat kinderen makkelijker een taal leren dan volwassenen? Waarom reageren we anders als lid van een groep? Wat is de relatie tussen belasting, prestatie en gezondheid? Hoe verwerken we traumatische gebeurtenissen? Wat zijn de gevolgen van hersenletsel?

De psycholoog is geïnteresseerd in wat mensen drijft, in hun vaardigheden, emoties, ontwikkeling en in de manier waarop ze met elkaar omgaan. Om inzicht te verschaffen in menselijke gedragingen is het belangrijk om op een wetenschappelijke manier gegevens te verzamelen over mensen, dus systematisch, kritisch en zonder vooroordelen. Statistiek is dan ook een belangrijk onderdeel van de psychologie.

Zich uitsluitend beperken tot het uiterlijk waarneembare en meetbare gedrag is uit strikt wetenschappelijk oogpunt te verkiezen, maar heel veel van de psychologie voltrekt zich in het verborgene van het brein van individuele mensen, en wie het gedrag van mensen verklaren en begrijpen wil kan niet zonder theorieën over de werking van al die niet objectief waarneembare processen in de hersenen.

De psychologie wil het gedrag van mensen beschrijven, begrijpen en van daaruit liefst ook kunnen voorspellen. Dat laatste lukt voor groepen van mensen (bijvoorbeeld: "de meerderheid zal zich zus en zo gaan gedragen") vrij aardig, maar op het niveau van het individu ("zij zal zich zus of zo gaan gedragen") is de voorspellende kracht van de psychologie nog heel zwak, en het is de vraag of daar ooit verbetering in zal komen.

Met de opkomst van het behaviorisme, een tak binnen de wetenschapsfilosofie die zich uitspreekt over het onderzoeksdomein en de onderzoeksmethoden van de psychologie, in het begin van de 20ste eeuw werd het object van de psychologie versmald tot het uiterlijk waarneembare en meetbare gedrag van de mens (of dier), omdat het innerlijk leven zich niet objectief door wetenschappelijke waarneming zou laten registreren, maar alleen subjectief door introspectie en verstehen (begrijpen). Onder meer Carl Gustav Jung sprak in zijn essay "Das Grundproblem der gegenwärtigen Psychologie"  uit 1931 in dit verband over een "Psychologie ohne Seele" (psychologie zonder ziel). Volgens het behaviorisme zou spreken over al of niet mentale oorzaken van psychische stoornissen niet wetenschappelijk en niet zinvol zijn. Het belangrijkste zou zijn om stimuli en gedragsresponsen vast te stellen en slechts daarmee te werken. Men is van deze beperking teruggekomen, o.a. door de zogenaamde 'cognitieve revolutie' in de psychologie, door het grote maatschappelijke belang van de psychotherapie en door de aansluiting bij wat er in het alledaagse taalgebruik onder het woord psychologie wordt verstaan. Daarbij denkt men toch in de eerste plaats aan de motieven, emoties en gedachten die een mens tot bepaalde handelingen brengen, waarbij die motieven ook nog eens volkomen onbewust kunnen zijn. Na de 'cognitieve revolutie' in de psychologie in de jaren zeventig van de 20e eeuw, kwamen op het behaviorisme gebaseerde gedragstherapie en cognitieve therapie nader tot elkaar. Daarom spreekt men ook wel over cognitieve gedragstherapie.

Wetenschappelijke en alledaagse of intuïtieve psychologie
Veel van wat in het dagelijks leven 'psychologie' genoemd wordt heeft geen wetenschappelijke pretenties. Ieder nadenkend mens denkt ook na over wat mensen beweegt en probeert het gedrag van zichzelf en anderen te begrijpen vanuit zijn of haar verleden, zijn of haar karakter, zijn of haar positie in de samenleving. Wie zo nadenkt is psychologisch bezig maar pretendeert daarmee geen wetenschap te bedrijven Daarom maken we onderscheid tussen 'wetenschappelijke' en 'intuïtieve' psychologie. Er zijn natuurlijk grensgevallen. Zo zal de een vinden dat de grafologie tot de wetenschappelijke psychologie gerekend moet worden en de ander zal dat bestrijden. Zo ook met de parapsychologie. Ook zijn er tal van vormen van psychotherapie die niet berusten op, of gesteund worden door, wetenschappelijk onderzoek. We rekenen een gebied of praktijk tot de wetenschappelijke psychologie als daarin onderwijs wordt gegeven aan een of meer universiteiten. Alle overige gebieden of praktijken classificeren we als 'alledaagse of intuïtieve psychologie'.

Wetenschappelijke psychologie
De wetenschappelijke psychologie wordt ingedeeld bij de gedragswetenschappen (in Vlaanderen gebruikelijk) of bij de sociale wetenschappen (meer in Nederland gebruikelijk) omdat mensen (en dieren) altijd samenleven met soortgenoten en als kind door hen worden verzorgd en grootgebracht. Hoe mensen zich in groepen gedragen is object van de sociale psychologie. Mensen verschillen van elkaar in tal van opzichten. Die verschillen zijn object van de persoonlijkheidsleer (of differentiële psychologie). Mensen worden als baby geboren en ontwikkelen zich mettertijd in gedrag, waarnemen, denken en beleven. Wat vroeger kinderpsychologie heette wordt tegenwoordig ontwikkelingspsychologie genoemd. De psychogerontologie of de psychologie van de mens op leeftijd, wordt ook daartoe gerekend. Het waarnemen, leren, denken, spreken, onthouden en vergeten is object van de cognitieve psychologie (of functieleer), de leerpsychologie en de neuropsychologie. Specifiek voor de taal is er de psycholinguistiek. Stoornissen in het gedrag, denken en beleven van mensen zijn object van de klinische psychologie, de psychopathologie, neuropsychologie en psychotherapie. Eén van de vele soorten psychotherapie is de psychoanalyse, oorspronkelijk ontwikkeld door de Weense psychiater Sigmund Freud. De wetenschappelijke status van de psychoanalyse is omstreden. Mensen werken met elkaar samen. Hoe zij dat doen en wat daaraan verbeterd kan worden is het object van de arbeids- en organisatiepsychologie. Onderdeel daarvan is de sportpsychologie.

Verschillen in gedrag, denken en beleven tussen bevolkingsgroepen en tussen volkeren met verschillende culturen zijn object van de cultuurpsychologie. Hier overlapt de psychologie sterk met de antropologie of etnologie, en de sociologie. Zo heeft de psychologie ook veel gemeen met de biologie, vooral op het punt van erfelijke aanleg van gedrag en gedragsstoornissen (zie biologische psychologie), de criminologie, de pedagogiek of opvoedkunde, de geneeskunde, de statistische data analyse. Op het gebied van het denken over ethische vragen en dilemma’s, het zelfbewustzijn, het ontstaan en de werking van het geweten raakt de psychologie aan de filosofie, waaruit zij oorspronkelijk ook is voortgekomen.

Vakgebieden waarin onderwijs gegeven wordt aan de Nederlandse en Vlaamse Universiteiten:

. De Arbeids- en organisatiepsychologie bestudeert de mens in relatie tot zijn werk. In feite is het een vereniging van twee soorten psychologie: arbeidspsychologie en organisatiepsychologie (die weer veel ontleent aan de sociale psychologie).

. De Biologische psychologie bestudeert de biologische basis van het gedrag en psychologische functies van mensen. Er kunnen hier in principe drie verschillende invalshoeken worden onderscheiden. Zo kan men primair geïnteresseerd zijn in de invloeden van cognitieve taakmanipuaties op menselijk gedrag en fysiologische processen. Ook kan het doel zijn individuele verschillen in gedrag en hieraan ten grondslag liggende genetische kenmerken en hersenfuncties in kaart te brengen. Tenslotte kan de biologisch psycholoog gericht zijn op onderzoek naar verandering van gedrag en fysiologische functies tijdens de menselijk levensloop.

Fysiologische psychologie kan beschouwd worden als een onderdeel van de biologische psychologie, een discipline die de biologische basis onderzoekt van menselijk gedrag. In Nederland wordt eigenlijk geen wezenlijk onderscheid meer gemaakt tussen termen als fysiologische psychologie, biopsychologie en psychofysiologie. In de Angelsaksische literatuur verstaat men echter onder Physiological Psychology een discipline die de hersenen van lagere en hogere diersoorten onderzoekt vanuit een evolutionair perspectief. Het idee hierachter is dat vergelijking van de anatomie en functie van dieren- en mensenhersenen informatie kan verschaffen over de wijze waarop de hersenen zich in de loop van de evolutie hebben ontwikkeld. Andere benamingen hiervoor zijn ook wel evolutionary neurobiology en comparative neuroscience. Ook werd de term fysiologische psychologie in het verleden wel gebruikt als aanduiding van een wetenschappelijke benadering waarbij men de invloed onderzoekt van manipulaties van fysiologische systemen, zoals de hersenen, op menselijk gedrag en mentale functies. Een voorbeeld van het laatste is onderzoek naar de invloed van psychofarmaka op reactiesnelheid en aandachtsfuncties.

. De Culturele psychologie (ook wel cross-culturele psychologie genoemd) is de psychologie die zoekt naar verbanden en/of verschillen tussen bepaalde culturen in de wereld. In deze tak wordt het menselijke gedrag bestudeerd zoals dat direct beïnvloed wordt door de culturele omgeving waarin de mens leeft. Cultuur wordt hier beschouwd als een samenspel van materiële en immateriële zaken die door een groep mensen in een gemeenschap worden gedeeld en als beweeglijk in de tijd.

. De Functieleer is het terrein binnen de psychologie dat zich bezighoudt met onderzoek naar menselijke psychologische functies. Bijvoorbeeld onderzoek naar het gehoor, het zien, de tastzin, het geheugen, de emoties, de aandacht, de taalverwerving en het taalgebruik, het denken etc. Aanvankelijk heette dit terrein van onderzoek Experimentele psychologie, zoals ook tegenwoordig (2006) nog in het Engels 'Experimental psychology'. De benaming 'Functieleer' is door de Amsterdamse hoogleraar Duijker ingevoerd, omdat men inmiddels ook in andere takken van de psychologie 'experimenten' was gaan doen en hij dit verwarrend vond. De leerpsychologie kan gezien worden als tak van de functieleer maar krijgt hieronder toch een aparte behandeling.

. Geschiedenis van de psychologie. De studie van gedachten en belevingen is al oud. Griekse filosofen waren aan de hand van de realiteit en het menselijk handelen al veel aan het debatteren over wat zich in het brein afspeelde. Het gestructureerd wetenschappelijk bedrijf 'psychologie' is pas eind 19e eeuw ontstaan. Begin 20e eeuw werd de psychologie ook publiekelijk bekender door haar praktische toepassingsvorm: de testpsychologie. Na de Tweede Wereldoorlog is aan de universiteiten de psychologie los gekomen van de filosofie en is een afzonderlijke studierichting geworden die veel studenten aantrekt.

. Klinische psychologie is de toepassing van psychologie in een klinische (gezondheids-; Grieks klinè = bed) setting. De verschillende vormen van klinische psychologie worden ingezet ter verlichting van psychische spanningen en depressies en in het algemeen ter bevordering van de geestelijke gezondheid.

. De leerpsychologie houdt zich bezig met de studie van hoe mensen (en dieren) leren van hun ervaringen, hoe leerprocessen efficiënter verlopen kunnen en hoe de leerresultaten langer stand kunnen houden. De studie van de werking van het geheugen is hierbij essentieel.

. De Neuropsychologie is de psychologie die zich primair bezig houdt met stoornissen en beschadiging van hersenfuncties, en de invloed hiervan op menselijk gedrag. Onderzoek van mensen met hersenschade en hieraan gerelateerde gedragsstoornissen kan daarbij belangrijke kennis opleveren wat betreft functionele specialisatie van bepaalde hersengebieden.

. De Onderwijspsychologie is gericht op het optimaliseren van onderwijs- en leerprocessen in scholen, opleidingen en cursussen. Zij maakt daarbij gebruik van de leerpsychologie, de sociale psychologie en de ontwikkelingspsychologie.

. De ontwikkelingspsychologie bestudeert gedrag, denken en beleven van mensen in de verschillende levensfasen, vanaf de geboorte tot aan het einde van het leven. Aanvankelijk richtte men zich alleen op de ontwikkeling van baby tot volwassene, de periode van grootste ontwikkeling en verandering. Toen noemde men het nog 'kinderpsychologie' en 'puberteitspsychologie'. Maar omdat in deze termen het aspect van de voortdurende ontwikkeling en verandering van gedrag, denken en beleven, onvoldoende tot uiting kwam, en men juist geïnteresseerd was in de oorzaken en gevolgen van die ontwikkelingen, is men de term 'ontwikkelingspsychologie' gaan verkiezen.

. De Persoonlijkheidsleer bestudeert de verschillen en overeenkomsten in persoonlijkheid, temperament en karakter tussen mensen. Belangrijke aspecten van de persoonlijkheid zijn: hoe iemand zich gewoonlijk gedraagt ten opzichte van andere mensen, hoe hard iemand gewoonlijk wil werken, hoe nadenkend en intelligent iemand is, hoe vrolijk of somber gestemd, hoe kalm of opvliegend, enzovoorts. Men zoekt daarbij naar de belangrijkste typen of soorten waarin mensen te onderscheiden zijn. Dit om het gedrag van die bepaalde typen beter te kunnen verklaren en voorzien.

. Sociale psychologie is de wetenschap van het gedrag van mensen in groepen en organisaties, maar ook van de beïnvloeding van het gedrag van individuen door groepsverwachtingen (onder andere rolgedrag) en door denkprocessen waarbij mensen zich met elkaar vergelijken. Er is overlap met de arbeids- en organisatiepsychologie en sociologie.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 1508.