kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 16-07-2008 voor het laatst bewerkt.

PTT

PTT is een voormalig staatsbedrijf dat in Nederland de Posterijen, Telegrafie en Telefonie beheerde.

De PTT (nu TNT Post B.V.) bestaat sinds 1799. De verschillende onderdelen van de voormalige PTT zijn inmiddels zelfstandige bedrijven:
. Postbank (Vanaf 2009 ING Bank): De Rijkspostspaarbank en de Postcheque- en Girodienst werden in 1986 afgesplitst en geprivatiseerd onder de naam Postbank (inmiddels onderdeel van de ING Groep) en gaat in 2009 verder als één bank onder de naam ING Bank.
. KPN: Na de privatisering van de PTT in 1989 en de beursgang werd het bedrijf koninklijk en kreeg als naam Koninklijke PTT Nederland (KPN), met de onderdelen PTT Post en PTT Telecom, later KPN Telecom. In 1998 werden deze onderdelen zelfstandig. KPN Telecom werd KPN, voluit Koninklijke KPN NV, waarbij KPN een betekenisloze afkorting is.
. TNT Post (was TPG Post): Het postbedrijf ging aanvankelijk verder onder de naam PTT Post, maar de naam PTT verdween in 2002, toen het de naam TPG Post kreeg. TPG Post (nu: TNT Post) is een onderdeel van de beursgenoteerde onderneming TNT NV. Op 5 januari 2005 maakte TPG Post bekend dat het bedrijf met ingang van 16 oktober 2006 onder de naam Koninklijke TNT Post haar activiteiten voort zou zetten.

TNT Post is in de eerste plaats actief op het gebied van post: collectie, sortering, transport en de distributie van brieven en pakketten. Daarnaast is TNT Post gespecialiseerd in data- en documentmanagement, direct mail, e-commerce en internationale post. TNT Post heeft wereldwijd meer dan 80.000 mensen in dienst. De omzet in 2005 bedroeg 3.900 miljoen euro.
Dagelijks verwerken zij 18 miljoen poststukken voor meer dan 7 miljoen afgiftepunten in Nederland. TNT Post verbreedt haar internationale activiteiten door middel van acquisities in Europa en Azië. Van toenemend belang zijn diensten die elektronische data omzetten in fysieke post.

Design
De verschillende designs, logo's en vormgevingen die de PTT in de loop der jaren heeft gevoerd illustreren de ontwikkeling van de Nederlandse vormgevingstraditie. - (Historie
1799 - Staatsbedrijf der Posterijen Telegrafie en Telefonie
15 januari 1799 worden de posterijen naar Frans voorbeeld omgevormd tot een nationale onderneming. Politici uit die tijd waren van mening dat slechts de staat over alle middelen beschikte die nodig waren voor een goede inrichting van wat men noemde 'de openbare vervoering van brieven'. Voor 1799 werden ook brieven verzameld, vervoerd en gedistribueerd, onder andere door de eerste georganiseerde postservice in dit gebied: de Romeinse cursus publicus. In de eeuwen daarna waren uiteenlopende organisaties en personen betrokken bij de postbezorging. In de Franse tijd (1795 - 1815) profiteerde het Hollandse postsysteem van de kennis en kunde van de goed ontwikkelde Franse posterijen.

1807 - De postwet
In 1807 werden de posterijen ondergebracht bij het departement van Financiën. De eerste Postwet regelde het staatsmonopolie op het verzamelen, vervoeren en uitreiken van brieven. Bovendien golden in het hele land nu dezelfde tarieven, gebaseerd op gewicht en afstand. Doordat de postdienst een flinke bijdrage moest leveren aan de schatkist, kreeg het meer het karakter van een belastinginstituut dan van een verkeersdienst voor iedereen. Maar langzaam veranderde de houding van de overheid. Zo bleek uit de Postwet van 1850 dat het algemene belang van het postwezen voorop stond. Het postmonopolie werd gedefinieerd en de tarievenstructuur vereenvoudigd.

1844 - Postvervoer per trein
In 1844 sloten de spoorwegen een contract met PTT voor het vervoer van post per trein. Dankzij een flinke uitbreiding van het spoorwegennet in de loop van de negentiende eeuw nam de distributie van post per trein in die periode sterk toe. In 1913 werd per dag over een afstand van 60.000 kilometer post op deze wijze vervoerd. Datzelfde jaar werd de auto meer gebruikt voor postvervoer in de regio.
Op dat moment reed al de eerste nachttrein door Nederland op het traject Amsterdam - Den Haag - Rotterdam. In 1930 werd dit uitgebreid tot een volledig nachtnet voor de post. Een belangrijke vooruitgang, want het publiek kon nu later op de dag brieven posten, die de volgende dag in alle provinciesteden bij de eerste bestelling konden worden bezorgd. In 1947 kwamen er twee vervoersdiensten per trein: een dag- en nachtdienst. Op 20 mei 1997 reed de laatste posttrein door Nederland. Sindsdien verzorgen vrachtauto's het vervoer van post tussen de sorteercentra.

1848 - Algemeen belang centraal
Tot het begin van de negentiende eeuw zag men post als een belangrijke bron van inkomsten. Geleidelijk aan werd het een 'sociaal instituut'. De overheid streefde naar een evenwicht tussen een veilig, vlug en voordelig postvervoer voor de burgers enerzijds en voldoende opbrengsten voor de staat anderzijds. De revolutie van 1848 en het totstandkomen van de Grondwet in dat zelfde jaar, had een mentaliteitsverandering tot gevolg ten aanzien van de post. Voortaan zou het algemeen belang een centrale plaats innemen. Dit kwam onder meer tot uitdrukking in de tarieven die met een derde omlaag gingen.

1852 - De eerste postzegel
Op 1 januari 1852 deed de postzegel zijn intrede in ons land, tot 1877 is het gebruik ervan echter nog vrijwillig.

Na kort tijd bij de uitgeverij Martinus Nijhoff te 's-Gravenhage werkzaam te zijn geweest trad Jean François van Royen op 16 mei 1904 in dienst bij het toenmalig hoofdbestuur der Posterijen en Telegrafie (de tegenwoordige Centrale Directie PTT). Binnen de destijds wat strakke en stroeve hiërarchie van de dienst maakte hij een bliksemcarrière. In 1918 werd hij administrateur en een der naaste adviseurs van de directeur-generaal der P en T. Bij Koninklijk Besluit van 28 mei 1920 kreeg hij met ingang van 1 januari 1918 de titel van algemeen secretaris, waardoor zijn invloed op de beleidvoering sterk toenam. Veel van zijn adviezen werden bij de noodzakelijke reorganisatie van het staatsbedrijf na de Eerste Wereldoorlog overgenomen. Verzet ontmoette hij in 1925 met het voorstel de kort tevoren tot stand gekomen éénhoofdige leiding van M.H. Damme door een triumviraat - waarvan naast Damme en de hoofdinspecteur der Posterijen A.P.F. Duynstee ook hijzelf deel zou uitmaken - te vervangen. Deze 'paleisrevolutie' mislukte, maar remde zijn verdere carrière niet.
Van Royen had geen hoge dunk van het Rijks drukwerk. Zijn visie op het drukwerk stond in een artikel over 'De typografie van 's Rijks drukwerk' in De Witte Mier 1 (1912) 10-16. Daarin komt de later veel geciteerde zin voor: 'Want laten wij het in drie woorden zeggen: het Rijkdsdrukwerk is leelijk, leelijk, leelijk, d.i. driewerf leelijk in lettervorm, in zetwerk en in papier (...).' Hij gebruikte zijn invloed om deze typografie te verbeteren en zocht daartoe zelf contact met toonaangevende kunstenaars. Zo ging hij bijv. 'De Bazel postzegels' ontwerpen. Van Royen was ook buitengewoon geïnteresseerd in de drukkunst. Deze belangstelling bezorgde hem de bijnaam: 'meester-drukker'. Hij zag als wezen van de boekdrukkunst de vereniging van het zuiver esthetische en het stoffelijke der materiebewerking. Steeds moest de eenheid van geest en materie tot stand gebracht worden. Dit gezichtspunt is te vinden in zijn beginselverklaring, die hij voor De Witte Mier 3 (1913) 56-60 geschreven had.

In zijn rol als algemeen secretaris van het Hoofdbestuur weet Van Royen binnen de PTT vernieuwingen op esthetisch gebied door te voeren. De vernieuwing in de vormgeving en typografie van de PTT onder Van Royen komt voort uit het streven naar verheffing van de esthetische kwaliteit van het dagelijkse gebruiksvoorwerp en daarmee van het geestelijk welzijn van de gebruikers.

In 1906 gaf Post voor de eerste maal een postzegel uit met een 'bijzonder, filantropisch doel'. De verkoopprijs was het dubbele van de frankeerwaarde en de toeslag kwam ten goede aan de Amsterdamsche Vereeniging tot Bestrijding der Tuberculose. Deze zegel is ontworpen door monumentaal kunstenaar Antoon Derkinderen en vertoont een sterk verlangen naar versiering.

Hoewel de zegel van Derkinderen zeer bijzonder is, gaat er wat betreft het vormgevingsbeleid van de PTT pas echt iets veranderen wanneer Van Royen architect K.P.C. de Bazel uitnodigt voor het ontwerpen van de Jubileumzegels in 1913. De vormgeving van de zegel van De Bazel betekent het begin van een nieuw tijdperk voor de representatie van de PTT. Onder het toeziend oog van Van Royen veranderen naast het uiterlijk van de postzegels ook de formulieren, jaarverslagen, reclame, belettering van gebouwen en auto's, brievenbussen, uithangborden en het interieur van de kantoren en de gebouwen zelf.
Nu Van Royen een zo belangrijke functie bij de PTT heeft ingenomen, wordt zijn invloed steeds duidelijker zichtbaar. In 1922 wordt Van Royen tevens voorzitter van de Nederlandse Vereniging Voor Ambachts- en Nijverheids Kunst (VANK). Dit betekent dat hij vanuit zijn positie bij de PTT veel voor de kunstenaars in Nederland kan doen.
Vanaf 1921 krijgt men de behoefte het emissiebeleid te veranderen en de oude, nog in voorraad zijnde, permanente zegels te vervangen door nieuwe permanente emissies. Kunstenaars als Willem van Konijnenburg, Jan Toorop, Jan Veth, P.A.H. Hofman, C.A. Lion Cachet, Anton Molkenboer en Chris Lebeau maken ontwerpen op klassieke wijze en in De Stijl van de Nieuwe Kunst.
De stilering begint aan het eind van de jaren twintig te verdwijnen en het meer illustratieve komt ervoor in de plaats, zoals in de zegels van Kamerlingh Onnes, Fokko Mees, Van der Vossen en Jan Sluyters is te zien.
Meubilair, brievenbussen en informatieborden bij postkantoren worden vernieuwd. Van Royen zorgt voor een sfeer die herkenbaar is, een soort 'corporate identity'. Het typografisch strakke werk van Nicolaas de Koo levert hieraan een grote bijdrage.
Nog tijdens zijn functie als algemeen secretaris van de P en T bleek dat Van Royens belangstelling voor kunstnijverheid en toegepaste kunsten verder reikte dan typografie en bibliofiele uitgave. Toen in de jaren 1920 en 1923 de nieuwe hoofdbestuursgebouwen aan de Haagse Kortenaerkade betrokken werden, was hij het die voor interieurontwerpen de kunstenaars Willem Penaat en C. de Koo verzocht hun medewerking te verlenen aan de inrichting. Met hen werd vervolgens het hele bedrijf in al zijn geledingen onder de loep genomen: brievenbussen, postauto's etc. Een eigen huisstijl deed zijn intrede.

Architectuur
De hoofd- en stationspostkantoren werden sinds het einde van de 19de eeuw ontworpen door de architecten van de Landsgebouwen, (de voorloper van) de Rijksgebouwendienst. Dat was een grote ‘post’, waarin de rijksbouwmeesters Cornelis Peters (1847-1932), Joop Crouwel, J. de Bruin (1902) zich vooral gespecialiseerd hadden. Deze architecten hadden daarbij ook de leiding over de decoratieschema's.
Peters die in 1895 het Amsterdamse hoofdpostkantoor ontwierp, liet Emil Bourgonjon het gebouw decoreren met leeuwtjes en hoofden van diverse volkstypen.
Veel postkantoren, zoals de door Marinus Granpré Moliere gebouwde hoofdpostkantoor van Maastricht (1916-1919) werden meestal nog spaarzaam verfraaid met beelden van Joop van Lunteren en Simon Tempelman (1875-1963).
Voor het Rotterdamse hoofdpostkantoor (1916) ontwierp Van Lunteren, in opdracht van de rijksbouwmeesters Kees Bremer en Henry Teeuwisse, symbolische voorstellingen die met de PTT te maken hebben. Bremer zat in de Commissie voor Kunsttoepassingen (1938), samen met bevriende beeldhouwers als Hildo Krop en Mari Andriessen. Krop was verantwoordelijk voor de beeldhouwwerken voor ‘zijn’ markante stationspostkantoor van Den Haag (1939).
Een ander vroeg voorbeeld van PTT-gebouwen met kunst is het hoofdpostkantoor aan de Neude in Utrecht (1918-1924) van architect en rijksbouwmeester J. Crouwel, een gematigd aanhanger van de Amsterdamse School. Zes levensgrote beelden van Hendrik van den Eijnde en een glas-in-loodvenster van Rik Roland Holst dragen bij aan het representatieve karakter van het gebouw. Van den Eijnde ontwierp ook beeldhouwwerken voor andere postkantoren van Crouwel zoals voor het Haarlemse (1920) en voor het –verwoeste- Arnhemse postkantoor (1919-1923).
In 1938 stelde het hoofdbestuur van de PTT een regeling in om 1,5 tot 2 procent van de bouwkosten te besteden aan kunstopdrachten voor representatieve PTT-gebouwen. De Rijksgebouwendienst hield tegen de zin in van de PTT, de beslissingsbevoegdheid voor de kunstenaarskeuze in handen, terwijl ze zelf pas in 1951 een percentageregeling liet invoeren.
Mr Jean François van Royen, die van 1904 tot 1942 bij de PTT werkte, fungeerde als de grote motor. Als begaafd grafisch ontwerper bepaalde hij vooral de PTT-ontwerpen voor postzegels, affiches etc. Buiten de PTT bekleedde Van Royen ook nog belangrijke posities in diverse kunstenaarsverenigingen. Hij liet zich adviseren door een van zijn medewerkers die na de oorlog veel voor de monumentale kunst zou betekenen, de bekende kunstcriticus Bram Hammacher. Slechts een enkele kunstopdracht werd tussen 1938 en 1940 verleend. In 1939 kreeg de kunstenaar Leo Gestel de opdracht van rijksarchitect Franz Röntgen om de wand te beschilderen in het Hilversumse postkantoor aan de Kerkbrink. Door het overlijden van de kunstenaar moest Charles Roelofsz het ontwerp uitvoeren. John Rädecker ontving in de eerste oorlogsjaren zijn eerste rijksopdracht voor de PTT, een bronzen beeld en een reliëf voor het PTT-gebouw aan de Haagse Torenstraat van rijksbouwmeester Hayo Hoekstra (1881-1960).

Bij al deze artistieke hervormingen sinds de jaren '20 bleef de postzegel als 'visitekaartje' en overig P en T-drukwerk nog steeds een zeer voorname plaats bij 'meester-drukker' Van Royen innemen. Al spoedig onderkende hij hier, evenals bij zijn particuliere bibliofiele uitgaven, de veelzijdige mogelijkheden van rasterdiepdruk en offsetdruk -de laatste werd in 1924 voor het eerst toegepast. Hij had het vermogen kundige medewerkers als bijv. De Roos en Jan van Krimpen aan te trekken. Later waren dat bijzondere 'bewerkers van het kleine vlak' als Kuno Brinks en A. van der Vossen. Dezen waren zowel ontwerper als graveur, waardoor Van Royen zijn lang gekoesterde wens vorm, idee en uitvoering bij plaatdruk in één hand te leggen kon verwezenlijken.

1920-1930 - Van vier naar drie postbezorgingen per dag
In de jaren twintig bracht Post, onder protest van het bedrijfsleven, het aantal postbezorgingen per dag terug van vier naar drie. In 1932 verviel buiten de grote steden ook de derde bezorging. Na de oorlog kon, dankzij de snellere distributie, in heel Nederland worden volstaan met twee bezorgingen per dag. Eind jaren zestig ging PTT geleidelijk van twee naar één bezorging. In 1969 kreeg 20% van de huishoudens zijn post nog maar eenmaal per dag. De verwachte kritiek op deze beslissing bleef uit.

In 1928 werd de officiële naam: Staatsbedrijf der Posterijen, Telegrafie en Telefonie (PTT).

De gestileerde en illustratieve versieringen op het drukwerk van de PTT gaan tegen het eind van de jaren twintig voor een korte periode over in een meer zakelijke vormgeving. De zakelijkheid in de architectuur en het 'spirituele' constructivisme in de beeldende kunst (De Stijl) werden door Van Royen rond 1930 bij de PTT ingevoerd. Een van de vertegenwoordigers van deze nieuwe richting is de typograaf en architect Piet Zwart, wiens werk de invloed van de Russische avant-garde toont. Zwart en andere gelijkgestemde ontwerpers als Gerard Kiljan en Paul Schuitema krijgen opdrachten voor het maken van postzegels die in 1931 en 1932 verschijnen. Voor het eerst in de geschiedenis van de postzegel wordt fotografie toegepast in het ontwerp.

1931 - Eerste sorteermachine
In de jaren dertig had ook PTT te kampen met de economische neergang. De tarieven moesten omlaag en bezuinigen werden noodzakelijk. Mechanisatie bleek een goed middel om de kosten te drukken. In 1931 werd de zogeheten "Transorma van Marchand" ontwikkeld. Dit was een sorteermachine die de post in vierhonderd bestemmingen verdeelde. De "transormist" moet dan wel eerst een codegetal intoetsen.
De postbezorging ging steeds sneller, ook omdat het vervoer efficiënter geregeld was. Voor zes uur 's avonds gepost, betekende de volgende ochtend bezorgd. In de jaren dertig werd het bedrijf commerciëler en ontwikkelde het (voor die tijd) grote reclamecampagnes.

Gaandeweg keert Van Royen terug naar zijn eigen klassieke smaak en krijgen de zegels na 1932 weer een illustratief en abmbachtelijk-serieus karakter. Zo zien we op de postzegels afbeeldingen van kinderen met bloemen of sterren, Oranje-portretten of belangrijke Nederlanders. De graveur van drukkerij Enschede is in feite de kunstenaar, bijgestaan door een typograaf, meestal Jan van Krimpen.

1940-1945 - Post in de oorlog
Tijdens de Tweede Wereldoorlog daalde het postvervoer aanzienlijk. Toch bracht PTT jaarlijks meer dan één miljard brieven rond. Vanwege schaarste aan brandstof namen 'oude' vervoermiddelen weer de taken over: de lopende bode en paard en wagen. Het vervoer liep door de moeilijke omstandigheden grote vertragingen op: in februari 1945 was een brief van Groningen naar Den Haag een maand onderweg.

De PTT kwam in 1940 vrijwel direct onder verantwoordelijkheid van de Duitse autoriteiten te staan. Na 10 oktober van dat jaar mogen de pas verschenen koninginnezegels niet meer worden verkocht. Toen in 1942 de PTT als directeur-generaal de NSB'er W.L.Z. van der Vegte opgedrongen kreeg, werkte Van Royen enige tijd zonder controverses met deze indringer samen.
Van Royen werd in maart 1942 door de Duitsers gearresteerd, omdat de Sicherheitspolizei hem als drijvende kracht beschouwde achter een protestschrijven tegen de Kultuurkamer - een actie die Van Royen de initiatiefnemers overigens had ontraden. Op 10 juni 1942 overleed hij in het concentratiekamp Amersfoort aan fysieke uitputting, terwijl net besloten was tot zijn vrijlating. Een Duits-gezinde PTT-directeur-generaal laat na het wegvallen van J.F. van Royen diens zorgvuldig opgebouwde vormgevingsbeleid ter ziele gaan.

Na de bevrijding komen de bevrijdingszegels in omloop die in 1944 in Engeland zijn ontworpen. Ook komt er direct een 'herrijzend Nederland'-zegel op de markt, die in het laatste oorlogsjaar is ontworpen.
Als hommage aan Van Royen wordt de 'Dienst voor Aesthetische Vormgeving' (DAV, later DEV) opgericht, die zijn vormgevingswerk bij PTT voortzet.

De vormgeving in Nederland kent in de jaren van wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog twee richtingen. Er zijn vormgevers die de draad van de vooroorlogse avant-garde oppakken en andere vormgevers zetten de illustratieve en artistieke lijn voort. F.S. Spanjaard, PTT's eerste esthetisch adviseur en W.F. Gouwe, esthetisch adviseur van 1946 tot 1952 geven plaats aan de klassieke typografie. Chris de Moor, esthetisch adviseur van 1952 tot 1963, zet de weinig opwindende en vooral illustratieve lijn voort.
In de tweede helft van de jaren veertig trekt de DAV ontwerpers aan van voor de oorlog en laat hen ontwerpen maken met een klassiek typografisch karakter.
Ook de ontwerpers van de series zomerzegels K. Brinks en E. Reitsma-Valenca worden teruggevraagd en maken de zomerzegels voor 1947 met daarin het portret van Van Royen.
Het illustratieve zien we bij de kinderzegels van Andre van der Vossen en in de zomerzegels van 1949 van Paul Citroen, eerst een vurig Bauhausaanhanger, later illustrator en portrettekenaar.
Een meer functionele richting komt van fotografen als Eva Besnvo (kinderzegels 1947 met typografie van W. Brusse), die tot de vooroorlogse groep van antifascistische 'nieuwe fotografen' behoorde, evenals Cas Oorthuys die de kinderzegels van 1951 ontwerpt.
Chris de Moor is naast esthetisch adviseur ook schilder en maakt verschillende ontwerpen voor postzegels. De Moor tracht het beeld van de Nederlandse postzegel te beheersen door strenge regels voor het ontwerpen op te stellen, de 'twaalf geboden voor de postzegelontwerper', en door een 'postzegelopleiding' met een 'college' van twaalf heren die de ontwerpen van de studenten beoordelen.

1950 - Positief exploitatiesaldo
In het begin van deze eeuw had het Staatsbedrijf der PTT moeite om de exploitatie rond te krijgen. Tot in de jaren twintig werd verlies geleden. In de jaren dertig maakte PTT daarentegen per jaar gemiddeld drie miljoen gulden winst. Na de oorlog nam de bedrijfsleiding maatregelen om de doelmatigheid te vergroten: een nieuw bestelsysteem en verbeterd postvervoer. Dit had als resultaat dat er begin jaren vijftig een positief exploitatiesaldo werd bereikt. Maar al snel zakte men weer onder de rode lijn en moest de overheid, tot aan de verzelfstandiging in 1988, geld bijleggen.

1970-1980 - Commercieel beleid
In de jaren zeventig veranderde de visie op het postwezen: van overheidsdienst 'ten algemenen nutte' zag men het steeds meer als een bedrijf met winstoogmerk. Eind jaren zeventig is TPG Post een commercieel beleid gaan voeren, met producten en diensten op maat voor haar klanten. Zo werd onderscheid gemaakt tussen een particuliere en zakelijke markt. Naar alle waarschijnlijkheid zou het herstel van de winstgevendheid van de post in de tweede helft van de jaren tachtig onmogelijk zijn geweest als er geen commercieel beleid was gevoerd.

1977 - Introductie van de postcode
De introductie door PTT in 1977 van de postcode maakte het mogelijk zowel op plaatsnaam als op wijk automatisch te gaan sorteren. Tegenwoordig zijn de sorteermachines zo geavanceerd, dat ook op huisnummer gesorteerd wordt.

1989 - Verzelfstandiging
Op 1 januari 1989 is het Staatsbedrijf der PTT omgezet in de NV Koninklijke PTT Nederland (KPN), met als belangrijkste werkmaatschappijen TPG Post BV en PTT Telecom BV. Aan KPN werd bij wet een tweetal exclusieve concessies verleend. Een daarvan betrof de post. De concessie legde haar de verplichting op brieven en andere geadresseerde zendingen met een maximaal gewicht van tien kilogram in het binnenland en van en naar het buitenland te vervoeren. TPG Post BV diende zich wel aan de richtlijnen van het ministerie van Verkeer en Waterstaat te houden. Daartegenover stond het alleenrecht voor het vervoer van brieven tot en met honderd gram, het recht om brievenbussen langs de openbare weg te plaatsen en postzegels met de afbeelding van de Koning(in) en/of vermelding 'Nederland' uit te geven.

1993 - Verzelfstandiging Postkantoren
Al in de vorige eeuw groeide het postkantoor uit tot een belangrijk 'loket' voor verschillende overheidsdiensten. Postkantoren werden zogenaamde 'centra voor algemene dienstverlening'. Omdat het postkantoor moest inspelen op de veranderende behoeften en wensen van klanten, besloot TPG Post in de jaren tachtig tot een grondige modernisering, die tot op de dag van vandaag wordt voortgezet.
In 1993 werd het bedrijfsonderdeel 'Postkantoren' van TPG Post omgezet in een zelfstandige onderneming: Postkantoren BV, een joint venture van TPG Post en Postbank NV. Het postkantoor biedt momenteel diensten en producten van TPG Post, Postbank en andere zakelijke partners.
Door alle elektronische alternatieven komen steeds minder mensen op het Postkantoor. Hierdoor heeft TPG Post er voor gekozen om de producten en diensten meer vanuit bestaande winkels aan te bieden. Dit betekent dat een aantal Postkantoren sluit. Daar tegenover staat dat er 1.400 nieuwe dienstverleningspunten bij komen.

1996 - Splitsing post en telecom
In december 1996 nam Koninklijke PTT Nederland (KPN) het Australische bedrijf 'Thomas Nationwide Transport' (TNT) over en voegde dit toe aan haar werkmaatschappij PTT Post. In juni 1998 werden PTT Post en PTT Telecom gesplitst. Samen met TNT werd PTT Post onderdeel van TNT Post Groep (TPG). PTT Telecom ging zelfstandig verder en werd Koninklijke KPN NV.

2002 - PTT Post wordt TPG Post
Op 1 mei 2002 veranderde PTT Post haar naam in TPG Post. Met name vanwege de internationale ambities was er behoefte aan een naam waarmee de organisatie zich op buitenlandse markten goed kon positioneren. Koninklijke TPG Post (in het buitenland Royal TPG Post) bood daarbij betere mogelijkheden. De afkorting PTT bracht in veel landen nog historische associaties met zich mee (staatsbedrijf, bureaucratisch etc.) die niet passen bij het moderne en innovatieve postbedrijf, dat TPG Post vandaag is en dat geldt als hét voorbeeld in haar bedrijfstak.

2006 – TPG Post wordt TNT Post
Op 16 oktober 2006 verandert TPG Post haar naam in TNT Post. Achterliggende reden is de toenemende concurrentie in binnen- en buitenland. Er is daarom gekozen voor één krachtig wereldwijd merk. Dat zal de positie op de lange termijn – zowel in het binnen- als buitenland - versterken. De naamswijziging wordt in een periode van meerdere jaren gefaseerd ingevoerd. Dat betekent dat de nieuwe huisstijl ingevoerd wordt op basis van vervanging. Met de nieuwe bedrijfsnaam wordt de bedrijfskleur voor geheel TNT oranje. In februari 2006 is de eerste oranje brievenbus geplaatst. De laatste rode zal in 2010 worden vervangen door een oranje exemplaar.

Websites: www.iconenvandepost.nl en www.inghist.nl


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 60.