kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 05-08-2008 voor het laatst bewerkt.

Rath-&-Doodeheefver

Nederlandse fabriek van behangsel alsmede papier- en kartonwaren.

Rath & Doodeheefver
Op het behang van Rath & Doodeheefver
staan de figuren die gij hebt gekend:
een hart, een hand, een boomtak bloesemend
en kinderschommels die naar voren zweven.

De randen, door de ratten aangevreten,
krullen aan de vier hoeken overend.
Oud en verschoten, in zichzelf frequent,
raakt het motief tegen de muur vergeten.

Maar deze beelden stonden in uw ogen
en deze ogen zijn uiteen gegaan.
Hoe hoog en ver werden de schommelbogen.
Het hart kreeg alle ruimte om te slaan.
De hand wees mij de wegen naar het leven.
De wereld bloeit. De dood is opgeheven.

G. Achterberg/Uit: Sneeuwwitje (1949)
- (Historie
Rath & Doodeheefver werd in 1860 opgericht als stoffeerderij.

Hendrik Petrus Doodeheefver (geboren 1 Augustus te 1889 Amsterdam) werd in januari 1914 directeur der N.V. Rath & Doodeheefver te Amsterdam, opgericht als groothandel in januari 1889 op zeer bescheiden voet, door zijn vader Johannes Christoffel Doodeheefver. Allengs is het bedrijf uitgegroeid tot een bedrijf waar anno 1939 gewerkt wordt met ruim 500 man personeel en heeft de firma voorraadmagazijnen en toonzalen in tal van plaatsen in Nederland.

Tot 1924 bepaalde de firma zich uitsluitend tot import uit het buitenland. De groei van het bedrijf werd in hoofdzaak gesteund door pioniersarbeid, die op smaak, buitengewone verzorging van staalboeken en goede organisatie, alsmede op een uitgebreide propaganda gebaseerd was. De omzet werd opgevoerd tot vele millioenen per jaar.

In 1925 werd een fabriek opgericht te Schiebroek bij Rotterdam, die de concurrentie met het buitenland op dusdanige wijze het hoofd heeft geboden, dat de productie gestadig opgevoerd kon worden.

De collectie kunstenaarsbehangsels, waarvoor onder meer Jaap Gidding, Anton Hamaker, Albert Lejeune, Jac. Jongert, Corn. van der Sluys en L. Zwiers ontwierpen, maakte slechts een klein percentage van de totale omzet uit, maar had grote promotionele waarde.

Het bedrijf streefde naar goed ontworpen en voor iedereen betaalbaar behang. Behalve bij Jaap Gidding en Zwiers hadden de ontwerpers echter weinig ervaring met het ontwerpen van behang. De veel toegepaste expressionistische dessins waren hierdoor vaak veel te groot en vooral te felgekleurd voor de kleine woningen waarin de meeste mensen woonden.

In 1925 werd in samenwerking met textieldrukkerij P. Fentener van Vlissingen & Co in Helmond het project 'Het Behang en het Gordijn' opgezet. Zij wilden d.m.v. bij elkaar passende stoffen en behangsels meer eenheid in het Nederlandse interieur brengen. Achttien kunstenaars, onder wie Theo Nieuwenhuis, C.A. Lion Cachet en H.P. Berlage, werkten mee aan dit project. De resultaten werden in 1927 tentoonn gesteld in het Stedelijk Museum in Amsterdam.

In 1931 kwam vanwege de hoge prijs en geringe verkoop voorlopig de laatste collectie behang in samenwerking met een kunstenaar op de markt. Onder invloed van het Bauhaus was men in deze periode meer gecharmeerd van behang met een sober design in lichte (pastel)tinten.

In 1933 kon een zeer moderne fabriek aan de Duivendrechtsche kade te Amsterdam gebouwd worden. Deze fabriek, welke met de modernste machines op het gebied van de behangselpapierfabricage is uitgerust en die als een der best geoutilleerde in Europa geldt, wordt in 1939 nogmaals belangrijk uitgebreid, zoodat zij in het voorjaar een capaciteit zal hebben van ruim twintig miljoen rollen per jaar. De fabriek werkt voornamelijk voor Nederland, hoewel ook de export een zeer belangrijke rol speelt. De onderneming heeft een eigen bedrijf te Brussel en agentschappen in de voornaamste cultuurlanden der Wereld en verheugt zich in een steeds grotere omzet.
Op de Chemische afdeling van de fabriek is een uitvinding gedaan op het gebied van kleur en vastheid. Hierop is patent verleend. Zij wordt in den handel gebracht onder den naam 'fixacolor'.

Rond 1946-1947 kreeg ontwerpster Marie Kuyken, die ook voor de oorlog al werkzaam was geweest voor R&D, eerst op freelance basis opdrachten. Van 1947 tot 1953 was ze in vaste dienst om met een apart atelier handgedrukt behang voor speciale projecten te realiseren en daarnaast ontwerpen voor de machinale productie te maken.

In de jaren vijftig kregen enkele ontwerpers uit de kringen van de Stichting Goed Wonen opdracht tot het ontwerpen van behang.

In 1980 wordt concurrent Goudsmit-Hoff in Gilze-Rijen overgenomen door Rath en Doodeheefver. Naar ontwerp en uitvoering van aannemingsbedrijf J. Gillis en Zn uit Rijen wordt in 1983 aan de oostelijke achterzijde van dit bedrijf de Flexo-hal aan het bedrijf nog toegevoegd. In 1998 gaat de behangselpapierfabriek Rath en Doodeheefver echter failliet en komen alle activiteiten stil te liggen. Rath & Doodeheefver sluit de fabriek in Helmond. Dat kost vijftig banen. De productie gaat naar Oost-Europa.

Tegenwoordig is het in Deventer gevestigde bedrijf uitsluitend een sales- en marketingorganisatie.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 42.