kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 22 10 2016 11:08 voor het laatst bewerkt.

René Descartes

René Descartes (La Haye en Touraine, 31 maart 1596 – Stockholm, 11 februari 1650) was een Franse filosoof en wiskundige wiens benadering van de kennis en de aard van de menselijke geest een belangrijke rol speelde in de ontwikkeling van de moderne filosofie. Hij is met name bekend om zijn uitspraak "Cogito ergo sum" (Ik denk, dus ik ben/besta).

Descartes verwierp de filosofie van Aristoteles, brak met de scholastiek en legde de basis voor de 17e-eeuwse filosofische stroming van het rationalisme. Ook was hij een van de centrale figuren van de wetenschappelijke revolutie.

Descartes woonde en werkte 20 jaar in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, waar hij zijn belangrijkste publicaties schreef. In de wiskunde legde hij de basis voor de analytische meetkunde en leverde hij bijdragen aan de natuurkunde en fysiologie, maar zijn filosofische boek Verhandeling over de methode (1637), met daarin zijn bekende citaat in het Frans: 'Je pense, donc je suis,' behoort tot zijn invloedrijkste werk. Descartes' beroemde stelling komt ook voor in zijn Principia Philosophiae uit 1646 in het eerste deel: "Ego cogito, ergo sum." In de tweede Meditatie (artikel 3) in zijn Meditaties (1641) zegt hij: "Ego sum, ergo existo".

Descartes' methode van en visie op onderzoek kreeg navolging in heel Europa. Er vonden hevige discussies plaats tussen voor- en tegenstanders en in veel gevallen werd het refereren aan het werk van Descartes verboden. Volgens de tegenstanders zou het toepassen van het dualisme van Descartes leiden tot atheïsme. Benoemingen aan de universiteiten waren afhankelijk van het al of niet cartesiaan zijn. Rond 1700 was de aandacht voor de cartesiaanse filosofie voorbij en verschoven naar de dan modernere filosofische systemen.

Beïnvloed door de vooruitgang in de natuur- en sterrenkunde en voorgangers als Johannes Kepler, Nicolaas Copernicus en Galileo Galilei was hij de eerste die een verband legde tussen de fysiologie en de wiskunde en ook zijn notie van wetmatigheden in de natuur (de mechanistische natuurfilosofie) was nieuw. Hij meende alle natuurverschijnselen te kunnen verklaren door ze te beschouwen als bewegingen van een uniforme materie die overal aanwezig is. De bewegingen zelf vonden plaats onder invloed van druk of stoot, en ook de waarneming ervan zag Descartes als een mechanisch proces. Zo zette hij de ontwikkeling van het mechanistisch wereldbeeld in gang en was hij een grote inspiratiebron voor Isaac Newton, die het mechanistische paradigma van Descartes definitief zou uitwerken.

Stoïcisme
Descartes wordt vaak genoemd als een aanhanger van de Stoa. Dit op grond van een passage uit zijn Discours de la Méthode waar hij over zijn tijdelijke moraal spreekt. In begin van het Discours evenwel zegt Descartes dat hij de oude levensfilosofie wel mooi vond, maar op zand gebouwd. Maar ook de eerste zin van zijn Traité des passions de l'âme, waar hij zegt dat vrijwel al hetgeen op het gebied der emoties in de oudheid naar voren is gebracht zo mager en onwaarschijnlijk is, dat hij helemaal opnieuw moet beginnen. Men kan stellen dat het individu Descartes een zekere sympathie had voor de stoïsche levensfilosofie, maar dat de filosoof Descartes er afwijzend tegenover stond.

Cogito ergo sum
Descartes is vooral bekend geworden door de methodische twijfel, een manier om te zoeken naar waarheid door systematisch aan alles te twijfelen. Net als de wiskunde zou de filosofie moeten uitgaan van bepaalde vaste beginselen, om op grond hiervan door deductie tot nieuwe kennis te komen. Door eerst alle uitspraken en vormen van kennis te elimineren waaraan op enige manier getwijfeld kan worden, hoopte Descartes dus enige onbetwijfelbare waarheden te vinden. Kennis is vooral gebaseerd op zintuiglijke waarneming, maar de zintuigen zijn te onbetrouwbaar om waarnemingen te doen die leiden tot absolute waarheden. Na het verwerpen van de waarneming via de zintuigen in zijn Eerste Meditatie, beargumenteerde Descartes in zijn Tweede Meditatie: "Als ik mij ervan overtuigd heb dat er absoluut niets bestaat in de wereld, besta ik dan ook niet?" Het antwoord daarop is dat hij moet bestaan, want als hij zich ergens van overtuigt, bestaat hij. Ik denk, dus ik besta/Ik denk, dus ik ben, bekender geworden in de Latijnse variant Cogito ergo sum. Dit was dus de eerste waarheid die de test van de methodische twijfel doorstond.

Met de stelling Cogito ergo sum neemt Descartes een dualistisch standpunt in: hij scheidt de geest van het lichaam. Via allerlei gedachte-experimenten komt hij immers tot de conclusie dat hij er niet zeker van kan zijn dat hij een lichaam heeft, maar wel dat hij een geest heeft. Hij stelt dat men aan letterlijk alles moet twijfelen. Echter moet het, zelfs in al deze twijfel, voor een ieder duidelijk zijn dat men twijfelt en dus dat men denkt; zo kwam Descartes uiteindelijk bij de stelling: "Cogito ergo sum"; men weet niet waar de geest zich bevindt, maar wel dát die zich ergens bevindt en dus dat de geest bestaat. Deze redenering is echter geen conclusie - Descartes gaat niet van denken naar zijn - maar een explicatie van wat er al was. Het 'ergo' of 'dus' geeft blijk van het feit dat zijn in denken besloten ligt of wordt verondersteld.

In zijn filosofische onderzoekingen stuitte Descartes op de subjectiviteit van de menselijke waarneming. Wat is werkelijkheid, en wat is illusie? De menselijke waarneming bleek zo onbetrouwbaar te zijn dat aan de werkelijkheid, zoals de mens die waarneemt, kan worden getwijfeld. Wat betwijfeld kan worden, moet worden afgewezen, want bewijsvoering moet plaatsvinden op basis van onbetwijfelbare argumenten. Waaraan volgens Descartes echter niet getwijfeld kon worden, was het feit dát hij twijfelde. "Cogito ergo sum" is volgens hem een vaststelling waarover geen discussie mogelijk is. Vanuit deze grondslag bouwde Descartes God en het wereldbeeld op basis van in zijn ogen onbetwijfelbare argumenten opnieuw op. Of hij in dat laatste slaagde, gaf aanleiding tot eeuwenlange filosofische discussies.

invloed
De meest directe invloed had hij als grondlegger van het rationalisme, dat stelde dat kennis gebaseerd kan zijn op het denken alleen, en doorwerkte bij denkers zoals Baruch de Spinoza, Gottfried Leibniz en later bij Nicolas Malebranche en Christian Wolff. Soms spreekt men ook wel van cartesianisme om de specifieke groep filosofen aan de duiden die Descartes' filosofie aanhingen.
Deze stroming zorgde er ook voor dat er in Groot-Brittannië een tegenbeweging gevormd werd, namelijk het empirisme, dat niet het denken als uitgangspunt nam, maar de ervaring als grond van alle kennis zag. Vertegenwoordigers van deze stroming waren John Locke, George Berkeley en David Hume.
Deze impasse in de door Descartes aangevangen zoektocht naar een rationele verklaring van de menselijke kennis, zij het door het denken dan wel door de ervaring, zette Immanuel Kant ertoe aan in zijn Kritik der reinen Vernunft (1781) een oplossing voor dit probleem te zoeken. Hierin bewandelde Kant een middenweg waarin hij Descartes gelijk gaf dat kennis zonder denken en concepten 'blind' is, maar tevens stelde dat de empiristen ook een punt hadden in hun stelling dat de inhoud van het denken uit de ervaring moet komen.

In bredere zin kan men het rationeel denken van Descartes zien als een van de fundamenten voor de latere Verlichting.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 1020.