kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 21 10 2016 12:38 voor het laatst bewerkt.

Republiek der Nederlanden

In 1609 zorgde het Twaalfjarige Bestand voor een tijdelijke onderbreking van de oorlog tegen Spanje die in 1568 met de militaire invallen van Willem van Oranje was begonnen. Speciaal voor de gelegenheid produceerde Claes Janszoon Visscher een kaart van de Nederlanden in de vorm van een leeuw, de Leo Belgicus. Daarop werden de zeventien Nederlanden nog eenmaal als een geheel afgebeeld, vreedzaam naast elkaar levend dankzij het verstommen van het wapengekletter, gesymboliseerd door de slapende god Mars rechtsonder. In werkelijkheid echter waren de Nederlanden door de Opstand en de daaruit voortvloeiende oorlog uiteengevallen in twee nieuwe staten: de zuidelijke Spaanse Nederlanden en de noordelijke Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Die laatste beleefde met het Bestand een belangrijk diplomatiek succes, al zou zij pas in 1648 met de Vrede van Munster internationaal erkend worden als soevereine staat.

Een republiek was een uitzondering in het vroegmoderne Europa waarin de toon werd gezet door vorsten. Niemand van de opstandelingen had dan ook bewust naar een republiek gestreefd: men had slechts de ‘goede oude tijden’ willen herstellen waarin de vorst de vrijheden en privileges van zijn steden, gewesten en onderdanen garandeerde. Zo’n vorst was na de afzwering van Filips II wel gezocht, maar niet gevonden. Daarom waren de zeven overgebleven opstandige gewesten vanaf 1588 maar als republiek doorgegaan.

Dat leverde een merkwaardig staatsbestel op, waarin elk gewest in theorie een even belangrijke stem in de gemeenschappelijke vergadering van de Staten-Generaal had. Leden hadden recht op ruggespraak. Dat betekende dat afgevaardigden terug naar hun gewest mochten voor overleg. Zo kon het lang duren voor er een besluit werd genomen. In de praktijk viel dat wel mee. Omdat het rijke Holland verreweg het meeste geld inbracht, had het ook het meest te vertellen. De hoogste ambtenaar van Holland, de raadpensionaris, functioneerde als een soort minister-president, minister van financiën en minister van buitenlandse zaken tegelijk. Daarnaast was er meestal nog een Oranje die het ambt van stadhouder bekleedde. Letterlijk betekent dat ‘plaatsvervanger’, maar dat was niet meer dan een verwijzing naar vroeger: er was immers geen landsheer meer die vervangen moest worden. Als hoog edelman uit het huis van Oranje-Nassau (en dus een afstammeling van Willem van Oranje) en opperbevelhebber over de strijdkrachten stak de stadhouder ver uit boven alle andere bestuurders en ambtenaren. Waar die hun tijd vooral doorbrachten met vergaderingen, daar behaalden stadhouders als Maurits en Frederik Hendrik klinkende militaire overwinningen op de Spanjaarden. Zij hadden wel iets van een vorst, al waren zij formeel gewoon dienaren van de gewestelijke Staten.

Stadhouder en raadpensionaris konden gemakkelijk met elkaar in conflict komen. Tijdens het Twaalfjarig Bestand gebeurde dat voor de eerste maal, met dramatische uitkomst. Na een hooglopend politiek en religieus conflict liet stadhouder Maurits Johan van Oldenbarnevelt arresteren, op beschuldiging van landverraad. Hij werd op 13 mei 1619 onthoofd.

Bron: Engeland. De financiële sector groeide weliswaar, maar die kon de grote werkloosheid niet oplossen. In de internationale politiek telde de Republiek ook nauwelijks meer mee. Dat werd pijnlijk duidelijk in de Vierde Engelse Oorlog (1780-1784), waarin de Republiek geen partij meer bleek voor Engeland.
In de crisis kwam een nieuwe politieke groep naar voren, de burgers, die tot dan toe nauwelijks een stem hadden gehad in het lands- en stadsbestuur. Zij zagen in stadhouder Willem V een soort dictator, en in sommige regenten zijn stromannen. Ze hielden de stadhouder verantwoordelijk voor de crisis waarin het land was beland. Deze kritische burgers noemden zich ‘patriotten’. Sommige regenten kozen hun kant.

Op 26 september 1781 verscheen er een illegaal anoniem patriottisch pamflet, ‘Aan het volk van Nederland’, dat de politieke discussie pas goed deed ontbranden. Er vormden zich twee partijen. Aan de ene kant de aanhangers van de stadhouder Willem V, aan de andere kant de patriotten. Beide kanten maakten volop gebruik van het politieke pamflet. Een lawine van tijdschriften - zoals de invloedrijke De Kruyer - losse blaadjes, spotprenten rolde over het land. Daarin werd geanalyseerd hoe de Republiek in elkaar zat en waarom die in verval was geraakt, en werden oplossingen aangedragen. Langzamerhand kwamen ook nieuwe elementen in de discussie naar voren. Zo begon het nationaal gevoel, een gevoel van trots op het land, steeds meer een rol te spelen. Mensen voelden zich niet alleen meer inwoner van een stad of streek, maar ook burger van het vaderland, dat zich volgens de patriotten dan ook als politieke eenheid zou moeten organiseren. Een twistpunt daarbij vormde de vraag hoe burgers in de politiek vertegenwoordigd moesten worden.

Patriotse burgers organiseerden zich in ‘vrijkorpsen’, een soort verenigingen van gewapende burgers, om de macht over te nemen. Stadhouder Willem V voelde zich niet meer veilig in het patriotse Den Haag en trok zich terug in Nijmegen, totdat de koning van Pruisen in 1787 troepen stuurde om de orde te herstellen. Deze deed dat op verzoek van zijn zus Wilhelmina, de vrouw van de stadhouder. De vrijkorpsen van de patriotten waren geen partij voor de goed getrainde Pruisische soldaten. Acht jaar later (1795) kwam er alsnog een einde aan de Republiek, toen de revolutionaire Fransen de (ondergrondse) patriotten te hulp kwamen om het oude regime ten val te brengen.

Bron: Canon Nederlandse Geschiedenis


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 910.