kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Rosa-Spierhuis

Rosa Spierhuis

Voor kunstenaars en wetenschappers is het kunnen blijven uitoefenen van het eigen vak een voorwaarde om op een gelukkige en evenwichtige manier oud te worden. Het Rosa Spier Huis biedt daartoe de mogelijkheid. Het Rosa Spierhuis heeft de officiële status van een verzorgingshuis, met een bijzondere functie. Er is een scala aan faciliteiten en ruimten die in een gewoon verzorgingshuis niet aanwezig zijn. Ateliers, muziekstudio's, werkkamers, ontmoetingsruimten, bibliotheken, een concertzaal en een tentoonstellingsruimte bieden extra mogelijkheden aan de bewoners. De oudere kunstenaars en wetenschappers kunnen hun werk in een inspirerend leefmilieu voortzetten. De architectuur en de inrichting van het Huis waarborgen een cultureel klimaat waarin privacy, individuele vrijheid en zelfstandigheid voorop staan.

Rosa Spier
Rosa Spier (Den Haag, 1891–1967) studeerde harp op het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Zij gaf haar eerste recital al op 13-jarige leeftijd. Na verdere studies bij Otto Müller, soloharpist van de Berliner Philharmoniker, kreeg zij een aanstelling bij het Residentie Orkest. Van 1925 tot 1935 was zij zelfstandig werkzaam als soliste en muziekdocente. In 1932 werd zij benoemd tot soloharpiste bij het Concertgebouw Orkest. Na de bevrijding was zij verbonden aan het Radio Philharmonisch Orkest.

Het idee van een ‘veilige haven voor oudere kunstenaars' werd rond 1960 geopperd door de vermaarde harpiste Rosa Spier. Zij gaf tot op hoge leeftijd nog concerten in het hele land. Toen ze ouder werd, merkte ze dat de persoonlijke verzorging energie kostte die ze liever in de uitoefening van haar beroep stak. Ook wilde ze in contact blijven met andere kunstenaars en intellectuelen. Daardoor zou ze met meer energie en geïnspireerder kunnen blijven werken.
Na gesprekken met Rosa Spier heeft haar vriendin Henriëtte Polak-Schwarz op 22 februari 1963 de Rosa Spier Stiching opgericht. Door haar tomeloze energie en enthousiasme wist Henriëtte Polak medewerking en financiële steun te verkrijgen. Dankzij haar inspanningen werd het Rosa Spier Huis op 11 oktober 1969 geopend. De officiële opening werd verricht door mevrouw Polak en de toenmalige minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk werk, mevrouw dr. M.A.M.Klompé.

Henriëtte Polak-Schwarz
De legendarische uitgever Johan Polak (1928–1992), neef van Henriëtte Polak-Schwarz, schreef in een herinnering hoe zijn tante er met veel liefde voor zorgde dat het Rosa Spier Huis tot stand kwam: Henriëtte Schwarz moet als meisje al van velerlei idealen bezield zijn geweest. Geboren op het uiterste einde van de negentiende eeuw in een verlicht industrieel gezin beleefde zij in haar jonge jaren de opkomst van het socialisme, de maatschappelijke stroming die de besten onder de Europese mensheid in haar ban zou slaan. Herman Gorter, Henriëtte Roland Holst, Ferdinand Domela Nieuwenhuis, Henri Polak, wie kende hen niet, wie genoot niet van hun verzen, geschriften en soms opruiende pamfletten? Alles stond in het teken van vooruitgang en pas de eerste wereldoorlog maakte een wreed einde aan de, naar later is gebleken, al te optimistische toekomstverwachtingen. Wij, gewend, helaas, aan zo grote hoeveelheden onrecht, geweld en vernietigingsdrang, kunnen dit schone vooruitgangsoptimisme niet langer delen. Maar had de gave om hoop te blijven koesteren ons voorgoed verlaten? Niet in elk geval Henriëtte Schwarz, inmiddels getrouwd met Leo Polak, de rechtsgeleerde en filosoof, later hoogleraar wijsbegeerte in Groningen.
Wie had in de jaren twintig kunnen voorzien dat een crisis op komst was, die mede aanzien zou geven aan een verschrikkelijk monster, toegejuicht door het merendeel van de bevolking van zijn land en van harte gedoogd door kerken en universiteiten: de democratie bleek niet langer weerbaar, de mensheid boog voor de tiran en een tweede wereldoorlog brak uit.
Het bloeiende gezin van Henriëtte Polak-Schwarz werd zwaar beproefd. Arrestatie, kort na het begin van de Duitse bezetting, van Leo Polak, daarna van de middelste dochter Jetteke. Beiden zijn verdwenen in de stoet der naamlozen. Was dat één van de motieven voor Henriëtte Polak-Schwarz, die zo had geleden onder alles wat de maatschappij haar had aangedaan, om diezelfde maatschappij te tonen hoe het ook kon: liefde in plaats van haat, vrijgevigheid in plaats van bruut egoïsme, persoonlijke inzet in plaats van botte onverschilligheid?
De schone kunsten hebben steeds haar grote liefde gehad. Wat kon zij beter doen dan door haar inspanningen het Rosa Spier Huis, toevluchtsoord voor bejaarde intellectuelen en kunstenaars, van wie zovelen haar naaste vrienden waren, mede mogelijk maken.

Vanaf het moment dat Jozef Israëls in 1870 Laren bezocht, heeft het dorp een intieme band met de schilderkunst. Laren als plaats voor het Rosa Spier Huis is dan ook niet voor niets gekozen. De weldadige tuinen in de lommerrijke omgeving van het Huis zijn ontworpen door de meest vooraanstaande tuinarchitecte van de twintigste eeuw: Mien Ruys. De inspirerende en rustgevende omgeving nodigt uit tot wandelen, lezen, schilderen, schrijven, componeren of nostalgie die regelrecht tot poëzie leidt.

Beeldende Kunst
De culturele geschiedenis van het Rosa Spier Huis wordt vooral door beeldende kunst getekend. De lange gangen, de trappenhuizen en de gemeenschappelijke ruimten lenen zich uitstekend voor een permanente tentoonstelling van schilderijen, tekeningen en grafiek. In de lichte hal, die kan wedijveren met de lobby van een landelijk hotel, zijn wisselende exposities te zien. Het streven is om een evenwichtige afwisseling te tonen van bekende kunstenaars ‘al dan niet bewoners' en jonge talenten. In de ruim dertigjarige geschiedenis is ook een aantal opvallende tentoonstellingen te zien geweest van toegepaste kunst en van kunsthistorische aard: de grondleggers van het Nederlandse cabaret, gefotografeerde beeldhouwersportretten van Louise van der Veen, architectuur van H.P.Berlage en glaskunst uit Leerdam. Een keuze uit de verzameling van bewoners heeft ook aantrekkelijke exposities opgeleverd. En vanzelfsprekend zijn de groepstentoonstellingen met werken van bewoners van het Rosa Spier Huis een regelmatig terugkerend gegeven.

Muziek
Een van de meest gehoorde zinnen in de wandelgangen van het Rosa Spier Huis is: ‘Mag ik uw oor even lenen?' Veel bewoners hebben beroepshalve een rijk muzikaal leven achter de rug en beoefenen de muziek nog steeds van harte. In het huis zijn studio's waar gemusiceerd kan worden en die men ook gebruikt voor muzieklessen. De kleine, professioneel ingerichte concertzaal is één van de paradepaardjes van het Huis. Dit podium geeft niet alleen bewoners de kans om een concert te geven, het is er ook voor jonge musici die podiumroutine op willen doen ten overstaan van een begripvol en ervaren publiek. Er zijn ook concerten van buitengewoon getalenteerde musici van internationale bekendheid. Te gast waren onder anderen de zangeres Miranda van Kralingen, de violiste Vera Beths en de pianist Ronald Brautigam.

Tot de bewoners in Laren beho(o)r(d)en bijvoorbeeld Marten Toonder, Eva Besnyö, M.C Escher, Rie Cramer, Bert Haanstra, Rudolf Bonnet, Leo Rikmenspoel, Elbertus Majoor, Theo Swagemakers, Joop Sjollema, An Rutgers van der Loeff, Cola Debrot, Adrianus Johannus Zwart, Willem Ravelli, Otto B. de Kat, Clara Eggink, Carol Voges, Willem van Nieuwenhoven, Annie Romein-Verschoor, Jef Last, Bert Majoor ... ...


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 42.