kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 22-02-2009 voor het laatst bewerkt.

Saint-Gobain

Saint-Gobain is een gemeente in het Franse departement Aisne (regio Picardië) en telt 2343 inwoners (2004). De plaats maakt deel uit van het arrondissement Laon. De oppervlakte van Saint-Gobain bedraagt 29,8 km², de bevolkingsdichtheid is 78,6 inwoners per km².

Net als het bos draagt het dorp St-Gobain de naam van de Ierse monnik Goban (ook Gobain of Gobin), die in 670 in het bos werd onthoofd. Dat gebeurde bij de Roches de l'Hermitage, even ten Oosten van Saint-Gobain.

Ten tijde van Clovis, toen cholera en pest de bevolking decimeerde, bouwde de Ierse monnik Goban zijn klooster in de bossen van Compiègne. Hij maakte samen met zijn leermeester, de abt Fursy (ook Fursa, Fursaeus, Furseus, Fursey of Furza) van Lagny (ook van Péronne) de trip naar het Franse vasteland om de plaatselijke bevolking te bekeren. Samen met hem verbleef hij enige tijd te Burgh-Castle, Engeland en vergezelde hem in de eenzaamheid van de uitgestrekte bossen van de Oise om het leven van een kluizenaar te leiden. Vele jaren trok hij predikend rond tot hij door Noord-Duitse plunderaars werd vermoord op de plek waar nu het plaatsje S.-Gobain te vinden is. Volgens de overlevering worden hem talrijke mirakels toegeschreven. Hij werd dan ook al snel heilig verklaard en zijn klooster werd een bedevaartsoord.

Door de toeloop van bedevaarders groeide al snel een dorpje rond het klooster. En zoals dat in de Middeleeuwen gebruikelijk was, moesten de dorpen zich verdedigen tegen roversbendes. Vandaar dat in de 10e eeuw een kasteel gebouwd werd en het dorpje meteen ook zijn naam Saint-Gobain kreeg. (feest 20 juni) - (ruïnes van het kasteel de fundamenten voor de firma 'La Manufacture Royale des Glaces', in 1665 opgericht door Colbert in Parijs. De ligging van de ruïnes temidden van uitgestrekte bossen, bood meteen de nodige brandstof om de ovens te voeden. De nabijheid van de rivier de l'Oise vergemakkelijkte het transport van het glas.

Manufacture royale de glaces de miroirs
De slecht bewoonbare kastelen hadden geleidelijk plaats gemaakt voor paleizen en landhuizen waarvan de vensters waren voorzien van glas, zodat deze gebouwen ook behoorlijk verwarmd konden worden. Het comfort nam toe en er ontstond behoefte aan verfraaiing van het interieur en dus ook aan spiegels. Nu werden er in Venetië al sinds 1317 kleine spiegels, de zogenaamde 'lustri' vervaardigd. In de zestiende eeuw slaagden de Venetiërs erin spiegels te maken van glas, dat geblazen was volgens de cilindermethode. Daardoor konden de afmetingen van de spiegels worden vergroot tot circa 100 x 80 cm. - (Franse betalingsbalans dat Colbert, minister onder Lodewijk XIV, een spiegelpolitiek opzet. Hij belast de import, steekt veel staatsgelden in een aantal spiegelfabrieken, schrijft prijswedstrijden uit voor wie een beter idee heeft en beschermt met het verstrekken van langdurige privileges de meestbelovende spiegelfabrikanten.

Gesteund door zijn minister Jean Baptiste Colbert richtte Lodewijk XIV een eigen glasfabriek op onder de naam 'La Manufacture Royal des Glaces'. Deze fabriek startte in oktober 1665 haar activiteiten in Tourlaville met twintig Venetiaanse glasblazers. Het bedrijf produceerde glas op een industriële basis en drukte uiteindelijk de Venetiaanse glasblazers uit de markt. De spiegels werden in deze fabriek gemaakt van glas dat, net als vensterglas, werd geblazen in cilinders. Daar het glas na het blazen moest worden geslepen en gepolijst, moest het aanzienlijk dikker zijn dan het gangbare vensterglas.

Hoe de spiegels uit de fabriek van Lodewijk XIV er toen uitzagen, is ook nu nog te nog zien in de bekende Spiegelzaal van het Paleis van Versailles, die in 1682 werd voltooid. In 1665 maakten de meesterspiegelmakers bij hun aankomst de plechtige belofte aan Colbert dat ze spoedig spiegels ‘van 1 meter 85 tot 2 meter 15’ zouden maken. De werkelijkheid die in november 1682 werd onthuld, kwam daar bij lange na niet in de buurt. Elk van de zeventien spiegelpanelen bestond uit eenentwintig platen glas: bovenaan drie ronde, vervolgens drie kleine rechthoekige, en daaronder nog eens vijftien platen van elk circa vijfenzestig bij vijfentachtig centimeter, in totaal driehonderdzevenenvijftig aparte glasplaten. Met andere woorden: de Spiegelhal pronkt met spiegels die nauwelijks groter zijn dan die uit 1650, voor de Frans-Venetiaanse spiegel werd uitgebracht.
Frankrijk had de Venetianen niet verslagen juist omdat ze op dezelfde manier spiegels maakten als de Venetianen, van glas dat werd geblazen en daarna vlak gemaakt en gesneden. Op deze manier konden er geen spiegels worden gemaakt die groter waren dan circa negentig bij honderd centimeter, en zelfs dit formaat werd meestal niet gehaald. Om te beginnen beschikten maar weinig glasblazers over de vereiste longcapaciteit. En wat belangrijker was: geblazen glas van dit formaat was ongelijkmatig en op sommige plaatsen zo dun dat het niet bestand was tegen het aanbrengen van de folie. Om het mislukken van Colberts droom te verdoezelen, leidde Lodewijk de Veertiende zijn bezoekers uit alle hoeken van de wereld af met opvallende raambekleding. - (des Glaces een paar jaar later tot stand was gebracht, zou het een prachtig bewijs zijn geweest voor het feit dat onder Franse leiding het moderne tijdperk van de spiegel was aangebroken. Colbert, die 6 september 1683 stierf, zou dit echter niet meer meemaken.

Spiegelglas
Vrijwel zodra de relatie tussen Frankrijk en de spiegel was ontstaan, werd Bernard Perrot (Pierrot), een door Lodewijk de Veertiende tot Fransman genaturaliseerde Italiaan, bekend als een van de beste beoefenaars van het vak. Al in de jaren zeventig van de zeventiende eeuw ging het gerucht dat Perrot aan een nieuwe techniek werkte. Het eerste openlijke bewijs van zijn doorbraak kwam begin 1687, slechts drie jaar na de voltooiing van de Spiegelhal. In maart 1687 meldde Donneau de Visé opgewonden aan zijn lezers dat Perrot niet langer glas blies, maar het ‘uitgoot over metalen platen van willekeurig formaat’. Aan het slot van de bijeenkomst van de Koninklijke Academie van Wetenschap op 2 april, waar Perrot zijn vinding officieel presenteerde, ‘verleende de Academie hem een certificaat’.
Van alle uitvinders in deze bijzonder vruchtbare tijd, was Perrot de enige zonder ondernemersinstinct: hij nam trots het certificaat, een pure formaliteit die zijn uitvinding op geen enkele manier beschermde, in ontvangst en ging terug naar zijn experimenten. In feite was Perrot zo laks met het vestigen van een octrooi op zijn uitvinding dat hij er de zeggenschap over kwijtraakte.

Behalve de vraag naar spiegels ontstond er ook vraag naar blank glas van een betere kwaliteit voor toepassing in bijvoorbeeld rijtuigen. De bestaande methode om het glas eerst in een cilinder te blazen had grote nadelen, waarvan de beperkte afmetingen de belangrijkste was. Dit nadeel kon worden weggewerkt als het vloeibare glas zou kunnen worden uitgegoten op een vlakke tafel waarna het zou kunnen worden uitgewalst om vervolgens geleidelijk af te koelen. Het glas dat op deze wijze vervaardigd werd was uiteraard niet transparant, maar met de gangbare hulpmiddelen kon het worden geslepen en gepolijst. Het grootste voordeel was dat de platen nu in een veel grotere afmetingen konden worden vervaardigd. In eerste instantie was die afmeting ongeveer 2 x 1 m, maar al gauw werden de afmetingen aanzienlijk groter.
Het op bovengenoemde wijze vervaardigde product werd spiegelglas genoemd. Het was een kostbaar product want het productieproces was zeer arbeidsintensief. Allereerst duurde het tien dagen voordat het gegoten glas voldoende was doorgehard om verder bewerkt te kunnen worden. Vervolgens waren twee glasslijpers een maand lang bezig om een glasplaat van 2 x 1 m aan beide zijden te slijpen en tenslotte kostte het twee polijsters nog twaalf dagen om dezelfde glasplaat te polijsten. Zo was er, naast het vensterglas, een nieuwe, weliswaar kostbare glassoort ontstaan: een glassoort van een aanzienlijk betere kwaliteit en leverbaar in grote afmetingen.

De Fransen waren dus de eersten die in 1688 op deze manier spiegelglas maakten. Spiegelglas dankt zijn naam aan het feit, dat het vroeger hoofdzakelijk voor het vervaardigen van spiegels werd gebruikt, terwijl het goedkopere vensterglas bestemd was voor beglazing. Bij spiegelglas ontbreken de vaak hinderlijke trekstrepen van het vensterglas. De reden daarvan is de fabricagemethode. De grondstoffen, waaruit spiegelglas wordt vervaardigd, zijn dezelfde als die voor vensterglas, zelfs de samenstelling van het gemeng van beide glassoorten is vrijwel gelijk. Bij de spiegelglasfabricage wordt echter nog extra aandacht besteed aan de zuiverheid van de grondstoffen. Ook de smeltovens voor spiegelglas bevatten een smeltzone, een zuiveringszone en een zone van waaruit het glas wordt verwerkt.

December 1688 werd aan Abraham Thévart, die optrad namens een aantal Fransen 'van aanzien', een patentbrief verstrekt, die hem het monopolie gaf om volgens het gietprocédé glas te produceren.

In 1691 schonk weer een andere beoefenaar van de 'nieuwe' gietkunst, Louis de Nehou, de koning vier spiegels die waarschijnlijk de eerste waren waarbij met succes de door Perrot bedachte methode was toegepast. Vanaf dat moment ging het alleen nog maar voorwaarts. De Koninklijke Fabriek nam Nehou vanaf 1692 in dienst. De fabriek die haar productie in 1688 in Parijs was begonnen verhuisde in 1692 naar het dorpje Saint Gobain in Picardië van waaruit zij de wereldmarkt veroverden. Perrot sleepte de koninklijke onderneming nog wel voor de rechter, maar ontving slechts een kleine jaarlijke toelage van vijfhonderd livre, nog geen vijfentwintigduizend dollar – een zakcentje bij zo’n grote inzet.

De Fransman Lucas de Nehou werkte het idee van Perrot verder uit tot een bruikbaar systeem. Het glas werd gesmolten in grote open potten, van waaruit het vloeibare glas op een stalen tafel werd uitgegoten. Door middel van een grote stalen rol werd het glas dan uitgewalst. Vervolgens werden de glasplaten geleidelijk afgekoeld in een zogenaamde koeloven. Dit glas had een ruw, ondoorzichtig oppervlak, dat nog geslepen en gepolijst moest worden. Dit gebeurde in die tijd handmatig. Aan deze fabricagemethode is in feite niets veranderd tot de tweede helft van de negentiende eeuw. De uitvinding van de stoommachine werd toen ook in de glasindustrie gebruikt door het glas te slijpen en te polijsten op grote, door stoommachines aangedreven draaibare ronde tafels van circa tien meter diameter. De glasplaten werden met gips op de tafel vastgekit en door middel van gietijzeren slijpschijven en zand met water afgeslepen, waarbij het zand in de loop van het slijpproces in een steeds fijnere korrel werd toegevoegd.
De ruiten waren dan fijn mat geslepen en werden vervolgens met behulp van viltschijven en 'polijstrood' glanzend gepolijst. Daarna werden de glasplaten omgekeerd en op dezelfde manier weer geslepen en gepolijst. Dit 'Nehou-systeem' had als nadeel, dat de giettafels als gevolg van de grote hitte van het gesmolten glas gingen werken, waardoor het glas nogal veel onregelmatigheden vertoonde. Daardoor moest er soms wel 25% van een glasplaat worden weggeslepen, terwijl geen dunner glas dan 10 mm gegoten kon worden. Spiegelglas van bijvoorbeeld 4 mm dikte moest dus uit een glasplaat van 10 mm dik geslepen worden.

De fabriek in Saint-Gobain slaagde er in grote glazen platen zonder al te veel verkleuringen, luchtbellen of onregelmatigheden te fabriceren. Zij goten hun glas uit in een tafelbak en voorzagen die van een dun laagje laminaat. Saint-Gobain kreeg patent op het maken van grote, gegoten spiegels en in 1693 het recht het koninklijke wapen te voeren. In 1695 associeerde de fabriek zich met Pierre de Bagneux en maakten zij alle mogelijke soorten gegoten en geblazen spiegels.
Omdat het werken met het hete glas en het giftig dampende kwikzilver dat inmiddels voor dat lamineren werd gebruikt een hel was, werd de fabriek van Saint-Gobain algauw ook een van de vroege voorbeelden van een onderneming met een gespecialiseerde productie en een sociale politiek.
Anderhalve eeuw na oprichting, tweede kwart negentiende eeuw, is het dezelfde fabriek die het procédé zozeer weet te vereenvoudigen dat de spiegel voor iedereen bereikbaar wordt. Nu is de onderneming de grootste glasproducent ter wereld en één van de honderd grootste industriële ondernemingen, wereldwijd. - (glas direct tussen twee walsen door op beweegbare tafels werd gegoten. De onderste wals en de tafel waren voorzien van loodrecht op elkaar staande ribbels, waardoor het glas maar weinig contact maakte en zodoende ook weinig vervormde.

Vanaf het jaar 1688 bestonden er dus twee soorten blank glas: vensterglas en spiegelglas. Deze situatie zou ongeveer 300 jaar duren en er kwam pas een eind door de vervanging van beide soorten door het floatglas (uitgevonden in 1959).

Nu is Saint-Gobain actief in meer dan 50 landen, heeft meer dan 200.000 medewerkers in dienst en is Europees marktleider inzake glas. Het enige verschil met de 17e eeuw is dat de productie niet meer gebeurt op de site in Saint-Gobain. De fabriek op de kasteelruïnes heeft plaats moeten ruimen voor modernere fabrieken overal in Europa.
Het logo van Saint-Gobain omvat ook een brug. Die valt te verklaren in de fusie met Pont-à-Mousson - fabrikant van buizen in gietijzer – in 1970. Het logo van deze firma representeerde de brug van het oude stadje. Deze brug werd – gerestyled – in het logo van Saint-Gobain zoals we het vandaag kennen opgenomen.
De fusie met Pont-à-Mousson bracht de strategie van diversifiëring binnen Saint-Gobain op gang. Deze heeft tot gevolg dat Saint-Gobain uitgegroeid is tot een wereldleider wat betreft vlak glas, isolatie en andere bouwmaterialen.

Websites:
. www.steinfort.nl
. http://prinsvandenemarken.blogspot.com/


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 692.