kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Socialisme

1 wijze van samenleving gericht op afschaffing van privé kapitaalbezit, socialisatie van de productiemiddelen en gemeenschappelijke voorziening in de behoeften van haar leden
2 [pol.] beweging die streeft naar een dergelijke maatschappij
socialisme, als term de samenvatting van al die vormen van maatschappelijk streven die op de opheffing van een klassemaatschappij gericht zijn en in de afschaffing of beperking van de particuliere eigendom van de productiemiddelen een min of meer vergaande regeling van of controle op het productieproces en de verdeling van de opbrengst daarvan door de gemeenschap het doeltreffendste middel zien tot een rechtvaardiger samenleving.

Naar hun beginsel van organisatie kan men binnen het socialisme verschillende stromingen onderscheiden: het collectivisme, het anarchisme, het syndicalisme, het communisme en het democratisch socialisme.

Het socialisme als ideologie is niet geworteld in de moderne arbeidersbeweging, maar in christelijke voorstellingen getransponeerd in het wereldlijke, en in elementen van de filosofie van de oudheid (Plato's Staat bevat socialistische denkbeelden). In onze tijd raakt het socialisme, op wereldschaal bezien, weer meer vervreemd van zijn tientallen jaren onlosmakelijk schijnende band met de arbeidersklasse in marxistische zin.

De nieuwe Socialistische Internationale, die in 1951 werd opgericht, was het forum waar de heroriëntering van de Europese sociaaldemocratie gestalte kreeg. Aanvankelijk stond deze sterk onder invloed van het voorbeeld van het streven van de Scandinavische en Britse partijen: het succesvol opbouwen van een verzorgingsstaat. In de internationale politiek toonden de socialistische partijen zich duidelijk anti-totalitair en anti-communistisch. Het onderscheid tussen ‘sociaal-democratie' (het verzorgingsstaatsocialisme van de partijen in Noordwest-Europa) en ‘socialisme' (geïdentificeerd met de Zuid-Europese partijen) verdween langzamerhand, de termen bleven om bijv. historische of propagandistische redenen nog wel gehandhaafd.

Sedert de jaren zestig deden zich in vele socialistische partijen onder invloed van het wegebben van de Koude Oorlog, de oorlog in Vietnam (zie Indo-Chinese Oorlogen) en het verdwijnen van de Amerikaanse hegemonie, ingrijpende veranderingen voor. Zo radicaliseerde de PvdA in de jaren zestig, Labour aan het eind van de jaren zeventig. In Frankrijk slaagde François Mitterrand erin de vermolmde SFIO om te bouwen tot de Parti Socialiste (PS), en deze partij aan de regering te brengen, terwijl na de val van de Griekse, Spaanse en Portugese dictaturen krachtige socialistische partijen opkwamen. De SPD ging vanaf het midden van de jaren zestig andermaal de ruggengraat van de Socialistische Internationale vormen.

Buiten Europa zijn na de dekolonisatie in tal van landen socialistische partijen ontstaan, die m.n. vanaf de late jaren zestig banden zijn aangegaan met de Internationale.

De ineenstorting van het communisme in de Sovjet-Unie en Oost-Europa werkte vanaf 1989 negatief in op zowel de sociaal-democratische partijen in West-Europa als op de regimes in Afrika en Azië die zich als socialistische hadden geafficheerd.

Zie ook karl marx.

Socialisme


1 wijze van samenleving gericht op afschaffing van privé kapitaalbezit, socialisatie van de productiemiddelen en gemeenschappelijke voorziening in de behoeften van haar leden
2 [pol.] beweging die streeft naar een dergelijke maatschappij

socialisme, als term de samenvatting van al die vormen van maatschappelijk streven die op de opheffing van een klassemaatschappij gericht zijn en in de afschaffing of beperking van de particuliere eigendom van de productiemiddelen een min of meer vergaande regeling van of controle op het productieproces en de verdeling van de opbrengst daarvan door de gemeenschap het doeltreffendste middel zien tot een rechtvaardiger samenleving.

Naar hun beginsel van organisatie kan men binnen het socialisme verschillende stromingen onderscheiden: het collectivisme, het anarchisme, het syndicalisme, het communisme en het democratisch socialisme.

Het socialisme als ideologie is niet geworteld in de moderne arbeidersbeweging, maar in christelijke voorstellingen getransponeerd in het wereldlijke, en in elementen van de filosofie van de oudheid (Plato's Staat bevat socialistische denkbeelden). In onze tijd raakt het socialisme, op wereldschaal bezien, weer meer vervreemd van zijn tientallen jaren onlosmakelijk schijnende band met de arbeidersklasse in marxistische zin.

De nieuwe Socialistische Internationale, die in 1951 werd opgericht, was het forum waar de heroriëntering van de Europese sociaaldemocratie gestalte kreeg. Aanvankelijk stond deze sterk onder invloed van het voorbeeld van het streven van de Scandinavische en Britse partijen: het succesvol opbouwen van een verzorgingsstaat. In de internationale politiek toonden de socialistische partijen zich duidelijk anti-totalitair en anti-communistisch. Het onderscheid tussen ‘sociaal-democratie' (het verzorgingsstaatsocialisme van de partijen in Noordwest-Europa) en ‘socialisme' (geïdentificeerd met de Zuid-Europese partijen) verdween langzamerhand, de termen bleven om bijv. historische of propagandistische redenen nog wel gehandhaafd.

Sedert de jaren zestig deden zich in vele socialistische partijen onder invloed van het wegebben van de Koude Oorlog, de oorlog in Vietnam (zie Indo-Chinese Oorlogen) en het verdwijnen van de Amerikaanse hegemonie, ingrijpende veranderingen voor. Zo radicaliseerde de PvdA in de jaren zestig, Labour aan het eind van de jaren zeventig. In Frankrijk slaagde François Mitterrand erin de vermolmde SFIO om te bouwen tot de Parti Socialiste (PS), en deze partij aan de regering te brengen, terwijl na de val van de Griekse, Spaanse en Portugese dictaturen krachtige socialistische partijen opkwamen. De SPD ging vanaf het midden van de jaren zestig andermaal de ruggengraat van de Socialistische Internationale vormen.

Buiten Europa zijn na de dekolonisatie in tal van landen socialistische partijen ontstaan, die m.n. vanaf de late jaren zestig banden zijn aangegaan met de Internationale.

De ineenstorting van het communisme in de Sovjet-Unie en Oost-Europa werkte vanaf 1989 negatief in op zowel de sociaal-democratische partijen in West-Europa als op de regimes in Afrika en Azië die zich als socialistische hadden geafficheerd.

Zie ook bron: http://www.politiekejongeren.nl/stromingen/


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 36.