kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 16-05-2008 voor het laatst bewerkt.

Socialistisch-Realisme

Socialistisch realisme

Begrip, dat door de ideologisch gemotiveerde literatuurtheoretici van de socialistisch-communistische landen geïntroduceerd werd, om in deze staten invloed te verkrijgen op de schrijvers en hun werk.

Het begrip is afkomstig van Maxim Gorki, die op het eerste Sovjet-schrijverscongres in 1934 een nieuw realisme voor alle socialistische schrijvers tot bindende doctrine verklaarde. Aan de ene kant keerde hij zich daarmee tegen de door het Westen beïnvloede stijl van de Russische avant-garde (Vladimir Majakovski, Chlebnikov) en pleitte voor een terugkeer naar de realistische vertelkunst van de 19e eeuw. Aan de andere kant wordt met de bepaling socialistisch bedoeld, dat het oude realisme door de oplossing van de sociale problemen op een nieuw niveau terechtkomt en dat hiertoe ook een overeenkomstige kritiek behoort, die de heersende maatschappelijke ordening niet in twijfel trekt, maar die juist tot de consolidering ervan bijdraagt.

Deze affirmatieve betekenis van het realisme had zwaarwegende gevolgen voor de kunst, want het leverde voor Stalin en zijn opvolgers de basis voor de onderdrukking van elke vorm van literatuur die niet binnen dit machtsconforme raster viel. Wie geen saamhorigheid met het volk vertoonde, niet de sociale vooruitgang vierde en geen positieve helden kon laten zien, waaraan de lezer een voorbeeld kon nemen, werd verdacht een tegenstander van het regime te zijn. Hij werd met behulp van leuzen ( formalisme, defaitisme, nihilisme) aangevallen en raakte niet zelden in levensgevaar. De lijst van schrijvers, die aan de hand van deze doctrine in hun werk gehinderd werden of zelfs fysiek ten onder gingen, is lang - vooral in de Sovjet-Unie, zoals de lotgevallen van Isaak Babel, Michaïl Boelgakov, Boris Leonidovitsj Pasternak, Anna Achmatova en Joseph Brodski bewijzen.

De noodlottige invloed van deze doctrine begon in de laatste fase van het communistische regime, in de jaren zeventig en tachtig, te verwateren. Oorzaak hiervoor was aan de ene kant de versoepeling van de heersende cultuurpolitiek, die niet op de laatste plaats door de onthullingen over stalinistische misdrijven in o.a. de toespraak van Nikita Chroesjtsjov tot het twintigste partijcongres van de CPSU teweeggebracht was en ertoe leidde, dat de esthetische dogma's aan geloofwaardigheid inboetten en dat men ook aan andere stijlen en vormen realisme toekende. En aan de andere kant, was er een opening door de Westerse literatuur van de moderne tijd ( James joyce, marcel proust en Franz Kafka), waardoor de schrijvers en lezers in de betrokken landen met een breed repertoire aan literaire stijlen vertrouwd raakten, wat niet zonder uitwerking was op de waarneming en weergave van de werkelijkheid in de eigen omgeving.

Het socialistische realisme bleef nog zwakjes overeind tot 1989, en dit ondanks het feit dat er niet één werk van niveau bestaat, dat aan de met dit begrip verbonden programmatiek recht doet. Een bewijs hiervoor is de, tot het ineenstorten van socialistische staten bestaande, censuur. Zij toont aan dat, ondanks alle veranderingen, de esthetische vraag een machtsvraag was. Dit heeft de dichter Jurek becker treffend omschreven, toen hij met een blik op de even onnozele als egocentrische geborneerdheid van de heersende cultuurwachters in de DDR, zei, dat het socialistische realisme een lof op de heersende klasse was, die zelfs deze klasse kon begrijpen.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 39.