kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 25-06-2008 voor het laatst bewerkt.

Stichting Bio-Kinderrevalidatie

21 maart 1927 richt de toenmalige Nederlandse Bioscoopbond, op initiatief van bioscoopexploitant Abraham Tuschinski en diens zwager Gerschtanowitz, de Stichting Bio-Vakantieoord op, “voor alle gezindten”. Het doel was het opzetten van een vakantieoord in de buitenlucht voor stedelijke bleekneusjes wiens ouders het niet zo breed hadden.

Mede dankzij de filmpjes in het voorprogramma, die aan de collectes voor deze stichting in de bioscopen voorafgingen, verwierf Bio en ook de beroemde kraai, snel landelijke bekendheid. De filmpjes die voorafgingen aan het collecteren zijn inmiddels legendarisch. Vooral oudere mensen zullen zich de Bio kraai nog herinneren: “Hé, dat gaat zo maar niet?! Dat kost duiten! Veel duiten!”. In de laatste jaren dat Bio nog in de bioscopen collecteerde keerde de kraai na lange tijd afwezig te zijn geweest terug op het witte doek. Aan de tekst “Dat kost duiten!” werd toen een extra tekstje toegevoegd: “UW duiten!” en daarbij wees de kraai richting het publiek. Het meest bekende filmpje is wel met die jongen in het zwembad die zegt: “En weet je nou wat ik het leukste vind? Dat mijn ouders niet kunnen zwemmen, en ik wel!”.
Tegenwoordig wordt er in de bioscopen niet meer gecollecteerd. Er worden nu speciale voorstellingen georganiseerd waarbij de opbrengst naar de Stichting Bio-Kinderrevalidatie gaat of bioscoop-exploitanten organiseren een Bio dag waarbij een bepaald bedrag van elk verkocht kaartje naar de stichting gaat.

Zo'n vier jaar na de oprichting, op 5 januari 1931, werd het landhuis Russenduin in Bergen aan Zee door de stichting aangekocht en werd de naam “Bio-Vacantieoord” een feit. De opening van Russenduin vond 1 juli 1933 plaats.

In de jaren vijftig werd Bio door de overheid gevraagd onderzoek te doen naar de haalbaarheid van een plaats waar poliopatiëntjes konden worden behandeld. De stichting kocht een stuk grond in Arnhem aan, waar architect J.P. Oud het Bio-Herstellingsoord voor ontwierp. De eerste Steen werd 2 oktober 1958 gelegd. In 1959 werd het oord in gebruik genomen voor kinderrevalidatie, omdat de noodzaak voor een opvangplaats voor poliopatiëntjes minder noodzakelijk was geworden.

Tot 1967 exploiteerde Bio twee tehuizen, het Bio-Vacantieoord in Bergen aan Zee en Bio-Kinderrevalidatie in Arnhem. Sindsdien is Bio-Kinderrevalidatie in Arnhem doorgegaan, ook al leeft de naam Bio-Vacantieoord bij velen nog voort.

In de jaren '80 was het niet gebruikelijk vormgevers te betrekken bij het ontwerpen van hulpmiddelen voor mensen met een handicap. In 1986 is er dan toch een samenwerkingsovereenkomst gesloten tussen de vakgroep Vormgeving van de TU Delft en de Stichting Bio-Arnhem. Als doel van deze samenwerkingsovereenkomst is omschreven: verbetering van aanpassingen en hulpmiddelen ten behoeve van lichamelijk gehandicapten, met nadruk op het lichamelijk gehandicapte kind en bevordering van de technische ontwikkeling op het gebied in ruime zin. De producten van Bio die sindsdien zijn ontwikkeld, proberen betere ontplooiingsmogelijkheden te bieden en tegelijkertijd aan te sluiten bij de wereld van het kind. Zowel Stichting Bio als de ontwerpers vinden dat nieuwe apparatuur niet bij voorbaat een kille medische uitstraling hoeft te krijgen.

Dit laatste komt uitstekend naar voren bij de Biocar die in twee varianten, Rolo en Solo, werd ontworpen door Daan van Eijk. Wie de speelse en vriendelijke uitvoering van deze beweeg- en spelhulpstukken ziet, vergeet haast dat deze ontworpen zijn voor verlamde kinderen. In een medische traditie van roestvrijstalen verstelbare buizen en leren riempjes luidt de Biocar een nieuwe generatie mobiliteitshulpmiddelen in. De liggende versie (Rolo) is bedoeld voor spel op vloerniveau waarbij het kind zich zelfstandig kan voortbewegen. De zittende variant (Solo) biedt het kind een groter gezichtsveld en tevens visueel contact met andere kinderen. Verschillende varianten op deze mobiele hulpstukken luidden een hele familie en zelfs nieuwe generaties producten in, die variëren van nieuwe sportieve rolstoelen tot speelgoed voor in het water en die blijkbaar zo goed voldoen dat ook valide kinderen ze graag gebruiken.

"De ontwerpen zijn geen saaie, functionele hulpmiddelen, maar vaak juist kleurijke en spannende apparaten met namen als Snater en Rolo en Solo", vertelt ir. Mathieu Gielen, die de samenwerking vanuit Delft coördineert. "Studenten blijken het Arnhemse project leuk te vinden. In twintig jaar hebben we al 28 projecten gedaan. Vier studenten zijn nog met hun project bezig."
De twee ontwerpen van de Biocar waren in de jaren '80 de aanzet voor een ommezwaai in het denken over de ontwikkeling van hulpmiddelen. Men werd zich ervan bewust dat een speelse vorm belangrijk is voor acceptatie van een hulpmiddel door het kind en de omgeving.
Een opvallend buitenspelobject is de zeer goed toegankelijke en uitdagende Swing-adoor, zo meent coördinator ir. Mathieu Gielen. Het object bestaat uit metalen palen waaraan grote kunststof deuren hangen. Door de deuren te draaien, creëren kinderen zelf hun omgeving; een doolhof, een parcours of een aantal huisjes afgesloten als forten of juist uitnodigend open. In de deuren zijn kijkgaten op verschillenden hoogten aangebracht, zodat kinderen zowel staand als zittend in een rolstoel kunnen zien wat er achter de deuren gebeurt. Swinga-door is ook perfect voor kinderen met een beperkte loopfunctie. Eenmaal in het speeltoestel kunnen de kinderen zichzelf afschermen en verstoppen, deuren openen en anderen ontmoeten. Allemaal handelingen die uitnodigen tot samenspel, ook tussen kinderen met en zonder handicap.
Gielen: „We proberen producten te maken die aansluiten op de behoefte van de kinderen. Een van de laatste nieuwe ontwerpen is een outdoorrolstoel uitgevoerd in groen en oranje. Een uitermate wendbaar voertuig met drie wielen, zeer geschikt voor wild terrein. Het ding ziet er prachtig uit. Wij hopen dat niet lichamelijk gehandicapte jongeren daar ook zo over denken, want wanneer zij zeggen 'joh, mag ik ook even', dan is een project dubbel geslaagd.”
Volgens de coördinator zijn de getoonde ontwerpen absoluut geen saaie, functionele hulpmiddelen, maar juist vaak kleurrijke en spannende apparaten met flitsende namen als Mystery-land en Play-along. De 'Snater' is weer een topper op het gebied van waterspeelgoed. Een prima stuk speelgoed voor kinderen die in het water moeten worden vastgehouden. In de Snater kunnen zij zelfstandig zitten en daardoor ontspannen op het water spelen.

Zie ook harmonie en met respect voor het historische karakter van het prachtige natuurterrein en de monumentale status van de gebouwen.

De stichting ging ook een samenwerkingsverband aan met het WKZ (Wilhelmina Kinderziekenhuis in Utrecht). Het doel hiervan is om gezamenlijk en grotendeels op het BIO-terrein onderzoek te verrichten naar nieuwe behandelmethodes gericht op herstel van hersenfuncties bij kinderen met een aangeboren of verworven hersenbeschadiging.

Website: www.bio-kinderrevalidatie.nl


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 337.