kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 23 01 2017 17:02 voor het laatst bewerkt.

Unesco

UNESCO

De afkorting UNESCO staat voor United Nations Educational, Scientific and Cultural Organization. De organisatie werd op 16 november 1945 opgericht. Het doel van UNESCO is het verwezenlijken van vrede en duurzame ontwikkeling door middel van onderwijs, wetenschap, cultuur en communicatie. Momenteel zijn er ruim 190 landen lid van UNESCO. Het hoofdkantoor bevindt zich in Parijs.

UNESCO is de enige instelling binnen het VN-systeem die beschikt over een uitgebreid netwerk van Nationale Commissies. Deze vormen de schakel tussen UNESCO-Parijs en de individuele lidstaten. Dat doen ze onder meer door contact te onderhouden met hun eigen nationale overheid en de belangrijkste nationale instellingen werkzaam op de UNESCO-werkterreinen.

Ook de Nederlandse Nationale UNESCO Commissie, die sinds 1946 bestaat, vervult een dergelijke schakelfunctie. Ze onderhoudt contact met de Nederlandse overheid en met het professionele veld. Op die manier hoopt de Commissie de Nederlandse deelname aan UNESCO-programma's te bevorderen en het UNESCO-gedachtegoed in Nederland uit te dragen. Ook werkt de Commissie regelmatig samen met UNESCO-Parijs en met Nationale UNESCO Commissies in andere landen.

De Commissie bestaat uit deskundigen op een of meer van de werkterreinen van de UNESCO. Bovendien kan de Commissie, via de door haar ingestelde werkgroepen, een beroep doen op een wijdvertakt netwerk van personen en instellingen.

De Commissie heeft drie hoofdfuncties: liaison, advisering en voorlichting. Uit die hoofdfuncties vloeit een groot aantal vaste taken en activiteiten voort. Een deel daarvan heeft een cyclisch karakter dat samenhangt met de spreiding over de kalender van de tweejaarlijkse Algemene Conferenties en de bijeenkomsten van de Uitvoerende Raad van UNESCO. Ter ondersteuning van haar vaste taken voert de commissie verschillende activiteiten uit op de vijf werkterreinen van UNESCO: onderwijs, natuurwetenschappen, sociale wetenschappen, cultuur, en communicatie en informatie.

Naast de werkzaamheden die uit de vaste taken voortvloeien, voert de Commissie ondersteunende activiteiten uit die aansluiten bij de sectoren van UNESCO. Deze ondersteunende projecten zijn in meerdere of mindere mate bij drie thema's ondergebracht die UNESCO-Parijs centraal wil stellen in de komende periode. Die thema's zijn de ontwikkeling van universele principes en normen, het bevorderen van pluralisme door het erkennen en beschermen van diversiteit en het bevorderen van deelname aan de zich ontwikkelende kennissamenleving.

Sector Cultuur
Het programma van UNESCO-Parijs heeft bij de sector Cultuur één hoofdprioriteit en verschillende subprioriteiten. Hoofdprioriteit is het stimuleren van culturele diversiteit, met speciale aandacht voor het materiële en immateriële erfgoed. Subprioriteiten zijn cultuurpolitiek, de dialoog tussen culturen & geloven en culturele industrieën & artistieke uitdrukkingen.

De activiteiten van UNESCO in de sector cultuur concentreren zich in belangrijke mate op de rol en de mogelijkheden tot behoud van culturele diversiteit.

De lidstaten van UNESCO beschouwen sociale en culturele diversiteit als een niet minder groot goed dan biodiversiteit. In een recente verklaring over culturele diversiteit, aangenomen door de Algemene Conferentie in 2001, wordt het belang onderstreept van culturele diversiteit als ankerpunt voor de identeit van groepen en personen en als ontwikkelingsbasis voor creativiteit, samen met het recht dat groepen en personen hebben op het handhaven van hun culturele identiteit. UNESCO is in 1972 een programma gestart ter bescherming van het materiële erfgoed van de mensheid; dat programma kent veel succes en heeft onder andere geleid tot de wereldbefaamde lijst met UNESCO-monumenten. De aandacht voor immaterieel erfgoed bleef daarbij achter. Eén van de redenen daarvoor is dat beschermen en definiëren in het geval van immaterieel erfgoed ingewikkelder ligt dan bij het harde erfgoed; een andere redenen reden was dat westerse landen in eerste instantie vooral hechtten aan de instandhouding van hun eigen harde erfgoed. Tegenwoordig besteedt UNESCO ook veel aandacht aan het immateriële erfgoed. De omslag in het denken en handelen van UNESCO is onder meer te verklaren vanuit het inzicht dat duurzame ontwikkeling vanuit eigen culturele en sociale opvattingen aangestuurd dient te worden. Minstens zo belangrijk is de volgroeide mondigheid in UNESCO van zuidelijke landen, waar uiteenlopende soorten van immaterieel erfgoed vaak een belangrijke rol wordt toegekend, terwijl diezelfde landen door de bank genomen relatief karig bedeeld zijn met het hardere erfgoed.

Bij materieel erfgoed gaat het om, bijvoorbeeld, gebouwen, historische tuinen en cultuurlandschappen, en bij immaterieel erfgoed gaat het om zaken als talen en talige uitingen, tradities en rituelen, en muziek, theater en andere uitvoerende kunsten.

Materieel erfgoed en immaterieel erfgoed gaan overigens vaak hand in hand; kerken, pagoden of sacrale plaatsen kunnen niet los worden gezien van de rituelen die er worden of werden verricht en de sociale verbanden waarbinnen ze functioneren of gefunctioneerd hebben. Een belangrijk onderscheid is dat het bij immaterieel erfgoed om levende praktijken en voorstellingen gaat, die van generatie op generatie worden overgedragen en die voor hun voortbestaan en
herschepping allereerst afhankelijk zijn van mensen. Bij het materiële erfgoed gaat het vaak om oudere monumenten waarvan de oorspronkelijke functies veelal in onbruik zijn geraakt, terwijl er vaak een hernieuwd belang gevonden is vanuit toeristische en/of ideologische oogmerken.

Het meest bekende UNESCO-programma op het gebied van erfgoed is Werelderfgoed, ontstaan in 1972 toen in Parijs de Conventie voor het behoud van 's werelds cultureel en natuurlijk erfgoed werd ondertekend. Dit programma heeft veel bijgedragen aan het beeldmerk van UNESCO.

Werelderfgoed
De UNESCO stelt onder andere een lijst van het Werelderfgoed (World Heritage) en een register met belangrijke documenten betreffende de Wereldgeschiedenis (Memory of the World) op.

Onder werelderfgoed wordt cultureel en natuurlijk erfgoed verstaan dat behouden dient te worden voor de mensheid vanwege unieke universele waarde. Het gaat hier om monumenten, gebouwencomplexen en landschappen. Een plek waar een werelderfgoed staat wordt door UNESCO ook wel aangeduid als een 'site'.

Er zijn nu bijna Europa en Amerika, en in mindere mate in de overige delen van de wereld. Dat komt niet alleen omdat daar minder werelderfgoed zou zijn, maar omdat in veel landen die pas midden de 20ste eeuw zijn ontstaan niet altijd voldoende expertise aanwezig is om het erfgoed in kaart te brengen en voor te dragen als werelderfgoed. In de landen van het zuiden wordt speciale aandacht gevraagd voor immaterieel erfgoed. Het Werelderfgoedprogramma is zo succesvol gebleken dat voor de organisatie en planning ervan een apart hoofdkantoor in het leven is geroepen, het Wereld Erfgoed Centrum (WHC). Dit Centrum is ondergebracht bij UNESCO in Parijs. Hier bevindt zich niet alleen de organisatie maar ook het documentatiecentrum op het gebied van werelderfgoed en daar zetelt ook de redactie van bijvoorbeeld het blad World Heritage Review.

Het Nederlandse Werelderfgoed: De Werelderfgoedconventie is pas in 1992 door het Nederlandse parlement geratificeerd. Daarna volgden er voordrachten vanuit Nederland voor nominaties van Nederlands werelderfgoed. De Minister voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen doet de voordracht bij het WHC. Hierbij laat het Ministerie zich adviseren door twee van haar rijksdiensten, de Rijksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB) en de Rijksdienst voor Monumentenzorg (RDMZ).
Beide diensten hebben voor het ministerie een lijst opgesteld van mogelijk Nederlands Werelderfgoed. Van die lijst zijn ondertussen een aantal items als werelderfgoed erkend: Schokland, de molens van Kinderdijk-Elshout, de Stelling van Amsterdam, de droogmakerij De Beemster, het Wouda Gemaal, en het Rietveld Schröder huis dat wordt beheerd door het Centraal Museum in Utrecht. Ook de binnenstad van Willemstad op Curaçao is door Nederland succesvol voorgedragen. Op de verlanglijst van Nederland staan nog meerdere sites ter voordracht aan het WHC, waaronder de binnenstad van Amsterdam en de Van Nellefabriek.

De Nederlandse Werelderfgoedsites zijn verenigd in de stichting Platform Werelderfgoed Nederland.

Bedreigd Werelderfgoed: Duurzaam onderhoud van sites levert vaak problemen op wanneer landen over minder financiële middelen en deskundigheid beschikken dan Nederland. Onder duurzaam onderhoud valt ook de bescherming tegen ontvreemding. Ontvreemding vindt meestal plaats door middel van illegale schatgraverij, zoals bekend uit het westelijk deel van de
Sahara, of het oerwoud van Guatemala en Cambodja. In sommige gevallen worden zelfs musea leeggeroofd, zoals in Nigeria of Afghanistan. Om dit aan de kaak te stellen heeft UNESCO een zwarte lijst in het leven geroepen van bedreigd Werelderfgoed.

Project Werelderfgoed van de Nationale UNESCO Commissie: Doel van het project is het verbreden van het draagvlak van de Nederlandse positie met betrekking tot het werelderfgoed. Nederland is in 2003 voor vier jaar verkozen als lid van het Werelderfgoedcomité, dat beslist over plaatsing van monumenten op de werelderfgoedlijst. De Nationale Commissie heeft zitting in de Projectgroep Werelderfgoed, die de Nederlandse vertegenwoordiging in het Werelderfgoedcomité ondersteunt. Daarnaast is werelderfgoed een belangrijk element in de voorlichtingstaak van de Commissie.

Websites: www.unesco.nl, Unesco op nl.wikipedia.org, www.werelderfgoed.nl, werelderfgoed op nl.wikipedia.org


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 45.