kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Veda

Het oudste deel van de Indische letterkunde, dat de grondslag vormt van het religieus-wijsgerig denken van de Indiërs. Veda, uitgesproken als weda, is het Sanskriet woord voor weten of ‘kennis', door de zieners van de oertijd geschouwd en overgeleverd. In taal en inhoud zich onderscheidend van de latere Sanskrietliteratuur.

De Veda's zijn hoofdzakelijk op schrift gesteld door de grote wijze Srila Vyasadeva, 5.000 jaar geleden.

De Vedische periode (1500 vC - 500 vC) heeft haar naam te danken aan de verzameling boeken die gevonden zijn, genaamd Veda. De Veda is een verzameling boeken die vergeleken kan worden met de bijbel, alleen dan zes keer zo groot. Bijna alle kennis die de mensheid van deze periode weet, komt uit deze boeken.

De Veda's zijn de boeken van de oude priesters. Zij schreven hierin welke benodigdheden voor religieuze plechtigheden er nodig waren. Materiaal zoals hymnes, formules en spreuken. Aangezien er in die tijd bij iedere offerhandeling vier priesters moesten zijn, zijn er ook vier boeken. Een boek voor de roeper, de zanger, de celebrant (geestelijke die de mis opdraagt) en de opperpriester.

In engere zin worden deze boeken de ‘drievoudige kennis' genoemd:
. de Rigveda (prijsliederen aan de goden),
. de Samaveda (rituele gezangteksten),
. de Yajoerveda (offerspreuken),
. waarbij later ook de Atharvaveda het weten omtrent de magische formules werd gevoegd.

Elke Veda bestaat uit:
- de Samhita's of mantra's, het oudste deel (hymnes, gewijde teksten, lofzangen, rituele spreuken en formules)

- de brahmana's, die de riten interpreteren en motiveren, waarbij een groot aantal legenden verhaald wordt en werden aanwijzingen gegeven voor het juiste gebruik van de formules bij gebeden en dergelijken.

- de bij de brahmana's behorende 'woudteksten' (Aranyaka's), waarin de betekenis van esoterische riten uiteengezet wordt.

- de upanishads met vnl. wijsgerige teksten over fundamentele levensvragen.

- de sutra's, een stelselmatig geheel van voorschriften voor de rituele praktijk.

Vele eeuwen voor Christus woonden de Ariërs als herders- en landbouwersvolk ten noorden van het Himalaja-gebergte. Door drie grote volksverhuizingen verbreidden zij zich over een groot deel van Azië en Europa. Een gedeelte ging naar het Westen en werd de voorvaderen van de Perzen; anderen trokken naar het Zuiden, door de passen van Afghanistan naar Indonesië. In dit land vestigde de immigrerende bevolking der Ariërs zich vrij ongestoord, terwijl in de landen van het voormalige Voor-Indië ook andere rassen kwamen, die met de Ariërs samensmolten.

Een buitengewoon rijke literatuur in de oude Ariase taal (het Sanskriet) geeft roemrijke getuigenissen van het hoogbeschaafde 'Indië', welke nieuwe bewoners minder naar uiterlijke glans en naar machtsvergroting streefden dan naar innerlijke groei en vreedzame ontwikkeling. Hier openbaarde zich reeds vroeg een eigenaardig cultuurleven.

Bij de oud-Ariërs bestond geen voorgeschreven verering van de goden. Zij brachten hun hulde door lofliederen en gebeden, door geschenken van voedsel en drank. In die dagen waren er ook mannen, die beter dan anderen de wil der goden begrepen en hun kennis aan anderen overbrachten. Zij schreven de gezangen van de Vedische boeken (Veda's).

Agni (de vuurgod), Indra (de regengod) en Surya (de zonnegod) werden langzamerhand de hoofdgoden van de oude bevolking van Indonesië. Toch lag in de Vedische godsdienst reeds een zoeken naar één hoogste macht. Uit de oorspronkelijke godsdienst der oude Indiërs heeft zich daarna het Brahmanisme ontwikkeld, waarin de Veda's waren opgenomen.

De eerste tekenen van filosoferen vinden we in het oudste boek van de Veda's, de Rigveda, waarin de verzen en hymnen geschreven staan. Vooral hymnen en lofprijzingen aan goden zijn hier te vinden. Aan de goden worden zaken als goede oogsten, uitbreiding van de kudde en een lang leven gevraagd. In dit boek zien we de volgende vragen voorkomen: 'Is de hele wereld uit een dergelijke oergrond ontstaan? Ligt achter de veelheid van goden misschien een laatste wereldoorzaak verborgen?'

Deze vragen laten duidelijk zien dat men in die tijd, zo tussen 1500 en 1000 vC, al nadacht over hoe de wereld ontstaan was. Ook een scheppingshymne in de Rigveda staat vol met vragen als 'Hoe is de wereld ontstaan?', 'Wie waakte er destijds over de wereld?ën 'Wat was er voor de tijd van de goden?'.

Het begin is er, maar het wijsgerig denken is nog niet echt op gang gekomen. Rond 1000 vC ontstaat het kastenstelsel, waarin steeds nauwkeuriger splitsingen tussen bevolkingsgroepen gemaakt worden. Alleen de priesters (Brahmanen) weten hoe de goden gediend moeten worden, vandaar ook dat zij de hoogste rang in het kastenstelsel krijgen. Het echte wijsgerig denken komt pas in de tijd van de Oepanisjaden, zo tussen 750 en 500 vC.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 2028.