kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 25-06-2008 voor het laatst bewerkt.

't-Binnenhuis

't Binnenhuis

De coöperatieve Firma 't Binnenhuis was een Meubelatelier en verkooplokaal voor kunstnijverheid in de Raadhuisstraat 46-50 Amsterdam opgericht in 1900 en beëindigd in 1929.

Het initiatief tot de oprichting kwam van H.P. Berlage, meubelontwerper Jac. van den Bosch, Gerling en Willem Hoeker, zilversmid en eigenaar van aardewerkfabriek Amstelhoek. Als financier trad Carel Henny op, directeur van de verzekeringsmaatschappij De Nederlanden van 1845, aan welk bedrijf Berlage min of meer als huisarchitect was verbonden. Zij wilden met Het Binnenhuis het niveau van de kunstnijverheid op een hoger plan te brengen en goed ontworpen gebruiksvoorwerpen voor grotere groepen mensen beschikbaar te maken. Hoewel 't Binnenhuis deze laatste doelstelling niet heeft kunnen waarmaken, heeft het bedrijf wel een groot aandeel gehad in de nieuwe richting die de vormgeving aan het begin van de 20ste eeuw is ingeslagen.

'Laten wij het grote publiek duidelijk doen worden dat zij door bazaarwaren en prullen omringd zijn. Wij moeten de blijdschap over het schone ook brengen tot de brede schare.'

De winkel voor interieurkunst werd in 1900 opgericht om tegenwicht te bieden aan de door Arts and Crafts gepropageerde kunst, die in de ogen van Berlage volkomen fout was. In 1898 liet Berlage zich dan ook als volgt uit over de producten van Arts and Crafts: 'Als men pretentie heeft architectuur te willen maken, dan kan worden geëist kennis van de meest elementaire constructiewijze, hoe b.v. een boog moet worden samengesteld, hoe twee stukken hout aan elkaar moeten worden gemaakt. Men moet weten dat de poten van een stoel niet moeten worden gebogen, zoals is geschied. Voeg hierbij dat aan de meubels allerlei onnutte stukken hout in de meest smakeloze lijncombinaties zijn aangehangen of opgezet, dat de meubels zelf zijn van een onmogelijke vorm, geheel doelloos, scheef, schuin, gebogen, en zo dat ze het allerlaatst geschikt zijn voor het doel, nl. kunstvoorwerpen goed te doen zien, d.w.z. niet de aandacht van deze af te leiden, dan zal worden toegegeven dat wat meer architecturale kennis, en wat meer smaak voor dit doel niet overbodig ware; de gedachte aan den schoenmaker komt onwillekeurig op'. Met dit citaat is in feite ook het credo van Berlage ten aanzien van goede vormgeving gegeven. Een gebruiksvoorwerp vond in zijn ogen alleen dan genade als de vorm voortkwam uit de constructie en de versiering daarmee in overeenstemming was. Deze gedachte werd in zijn werk en dat van andere met 't Binnenhuis verbonden kunstenaars zo ver doorgevoerd dat bij veel voorwerpen de constructieve delen middels decoratieve accenten werden benadrukt.

Historie
In 1900 openden de hierboven genoemde personen op het Rokin 120 Meubelatelier 't Binnenhuis, voluit 'NV tot het ontwerpen, vervaardigen en verkoopen van huisraad Het Binnenhuis', waar zij meubels, gebruiksvoorwerpen en ‘artikelen ter versiering van het woonhuis’ verkochten, die door jonge kunstenaars op verschillend gebied waren ontworpen en/of uitgevoerd.

“In Amsterdam is een magazijn geopend voor kunstnijverheid, met eene artistieke strekking in bepaalde richting. In hare diepste betekenis, beoogt de nieuwe beweging de kunst uit haar Zondagsfeer te brengen in ons dagelijks leven. Het streven van de kunstenaars, wier kunstaspiraties hen in deze richting drijven, is er vooral op gericht, in de stoffering onzer huizen, in de voorwerpen van dagelijksch gebruik, te breken met het valsche, redelooze in de versiering, met constructies, die in strijd zijn met de aard van het materiaal en het doel der voorwerpen, met den stijllooze, meest zoetelijke vormen van het machinale werk, dat den stempel draagt van bij duizenden stuks tegelijk te worden verveelvuldigd en elk persoonlijk karakter mist, geen snit heeft, zoo min als de gemaakte kleeren uit onze confectiemagazijnen.” (Rotterdamse Courant, 29 september 1900.)

Al snel kon 't Binnenhuis de belangrijkste kunstenaars en ontwerpers die volgens de rationele beginselen van de Nieuwe Kunst werkten tot zijn medewerkers rekenen. Onder hen bevonden zich onder meer K.P.C. de Bazel, W.C. Brouwer, Jan Eisenloeffel, Chris Lebeau en Lambertus Zijl. Een verschil in zakelijk inzicht leidde er echter toe dat zij even gezwind al in 1902 't Binnenhuis en masse de rug toekeerden om onder de naam De Woning een verkooplokaal op te richten dat dezelfde doelstellingen nastreefde. Vanaf dat moment zouden de ontwerpactiviteiten in hoofdzaak in handen zijn van Berlage en Van den Bosch, welke laatste vanaf 1916 tot de sluiting in 1929 't Binnenhuis als eigenaar/directeur zou leiden. Incidenteel is ook werk van Gerrit de Blanken verkocht.

't Binnenhuis kreeg al snel internationale erkenning en de inzending, een interieur ontworpen door Berlage, aangevuld met stoelen, lampen en gebruiksvoorwerpen van Van den Bosch werd in 1902 bekroond met een gouden medaille op de eerste internationale kunstnijverheidstentoonstelling in Turijn.

Een geslaagd voorbeeld van een goed ontworpen en voor velen bereikbaar product is de zogenaamde 'boerenstoel' van Willem Penaat (1875-1957). Deze stoel uit 1905 is zodanig ontworpen dat hij machinaal kon worden vervaardigd. De stijlen en poten werden glad gedraaid, met slechts aan de uiteinden een versieringsmotief; de sporten werden voorzien van een drietal kralen; de rug had een holle kap, smalle middenregel en drie stijlen, terwijl de zitting was vervaardigd van biezen. Met en zonder leuning vond dit basisontwerp in verschillende uitvoeringen en in een oplage van honderden exemplaren zijn weg naar de consument.

In 1907 verhuisde ’t Binnenhuis naar het prestigieuze pand aan de Raadhuisstraat. Het pand werd tussen 1904 en 1907 gebouwd in opdracht van het sinds 1900 bestaande meubelatelier de N.V. 't Binnenhuis, voor wie de winkelruimte bestemd was, en de Levensverzekeringmaatschappij De Utrecht. De nog jonge architecten waren Alexander Kropholler (22) en Jan Staal (25), in nauwe samenwerking met Hendrik Berlage en Jac. P. van den Bosch.

Jac. van den Bosch ontwierp in de beginperiode van 't Binnenhuis meubelen in dezelfde stijl als die van Hendrik Petrus Berlage. De eigen ontwerpen van Van den Bosch worden gekenmerkt door dezelfde strikte principes als waarmee het mede door hun opgerichte 't Binnenhuis zijn doelstellingen wilde realiseren: eerlijk materiaalgebruik en een zuivere samenstelling en versiering die door de constructie werd bepaald. Een aantal jaren na het vertrek van Berlage in 1913 bij 't Binnenhuis nam Van den Bosch aarzelend - mede ingegeven door economische motieven - elementen van de Amsterdamse School over in zijn ontwerpen, een invloed die rond 1920 manifest werd. In de geest van de Amsterdamse School ontwierp Van den Bosch in de jaren twintig meubelen die kunnen wedijveren met die van Piet Kramer (1881-1961) en Michel de Klerk (1884-1923). Hij bleef echter, voor zover mogelijk, trouw aan zijn constructieve principes en hang naar eerlijk materiaalgebruik.

Hoewel een sociaal verlichte maatschappijvisie richtinggevend was voor het functioneren van 't Binnenhuis bestond de cliëntèle van het bedrijf in hoofdzaak uit de sociaal-culturele elite die ook op materiaal gebied de boventoon voerde. De producten van 't Binnenhuis werden immers in kleine series vervaardigd en waren daarom van een zodanig prijsniveau dat zij alleen voor de financieel meer draagkrachtigen bereikbaar waren. Toch is het juist aan deze bovenlaag te danken dat de nieuwe ideeën over vormgeving ook daadwerkelijk konden worden uitgevoerd. Dankzij publicaties als recensies en beschouwende artikelen waarin de producten van 't Binnenhuis werden besproken, drongen de nieuwe geluiden in een meer brede kring door om uiteindelijk ook bij de arbeidende klasse terecht te komen. Een voorbeeld hiervan is de prijsvraag die de vereniging Kunst aan het Volk in 1916 uitschreef voor het ontwerp van een arbeidersinterieur. Deze prijsvraag werd beantwoord met in totaal zeven inzendingen, waarvan die van kunstnijveraar en tekenaar Hendrik van Dorp (1873-1936) tot de beste twee werd gerekend. De door hem ingezonden, eenvoudige meubels waren geheel volgens de rationele beginselen van 't Binnenhuis vormgegeven.

Door diverse tegenslagen werd in 1929 besloten tot liquidatie. Na 't Binnenhuis werd Metz & Co. in de Leidsestraat toonaangevend in Nederland op het gebied van meubels en moderne vormgeving. Een van de medewerkers van 't Binnenhuis, meubelontwerper Willem Penaat, werd daar in 1928 hoofd van de afdeling 'Moderne Huisinrichting'.

Websites: www.winkelstories.com


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 101.