kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 31-12-2015 voor het laatst bewerkt.

Ahrend

In 1896, op 18-jarige leeftijd, begon Jacobus Ahrend, op naam van zijn moeder een kantoorboekhandel, genaamd de N.V. Wed. J. Ahrend en Zoon op de Singel 24 te Amsterdam.

Zie ook Ahrend breidt zich snel uit en omvat al gauw tekentafels, tekenbenodigdheden, lichtdrukmachines en waterpasinstrumenten. In de jaren '20 voegt Ahrend daar in toenemende mate kantoormeubelen aan toe. Eerst van hout, daarna ook in stalen uitvoering.

Ahrend maakt haar meubels grotendeels zelf. Daartoe heeft zij in Nederland twee productiebedrijven. Ahrend Produktiebedrijf Sint-Oedenrode (APS) is gespecialiseerd in tafel-, bureau- en opbergsystemen, terwijl Ahrend Produktiebedrijf Zwanenburg (APZ) stoelen, tafels (o.a. schoolmeubilair), scheidingswanden en volkernbladen (onder andere frezen en fineren van tafel- en bureaubladen) produceert. Naast de twee Ahrend produktiebedrijven heeft Ahrend in Praag een assemblage/productiebedrijf Techo.

Historie
Het geslacht Ahrend was oorspronkelijk een Oostfries geslacht van molenaars in Uppum. Tijdens de napoleontische tijd trok Johann Ahrend Arjes naar Dithmarschen om de dienstplicht te ontlopen. Veel van zijn kinderen werden zeeman, waaronder de grootvader van Jacobus Ahrend, die naar Nederland uitweek, en diens zoon Jacobus Ahrend sr. (1845-1891) die in Den Helder woonachtig was. De weduwe van deze Jacobus was Gerardina Ahrend-Makelaar, de weduwe in de bedrijfsnaam 'N.V. Wed. J. Ahrend en Zoon'. Zij was de moeder van Jacobus Ahrend, de stichter van het bedrijf, en van Dirk Ahrend, die ook een rol bij de oprichting speelde.

Jacobus Ahrend
Jacobus werkte eerst in een manufacturenwinkel en later in een boekhandel, waar veel marinemensen kwamen. In 1894 begon hij als jongste bediende in de zeevaartkundige boekhandel Stemler. In 1895 verhuisde het gezin naar Amsterdam, waar in de huiskamer aan de Haarlemmerweg in 1896 het eerste kantoor van genoemde firma zou verrijzen. Het was een agentuur in schilders- en teekenbehoeften. Het ging hierbij onder meer om tekentafels en Nestler rekenlinealen. Jacobus' broer Dirk speelde een rol bij de oprichting, maar ging in 1898 weer varen. Toen Dirk in 1897 tijdelijk naar Zuid-Afrika vertrok nam Jacobus Ahrend de leiding over. Omdat hij nog minderjarig was kwam de naam van zijn moeder in de firmanaam. In 1897 verwierf Ahrend de agentuur voor Richter passerdozen. Een bakfiets was zijn eerste transportmiddel. Tekentafels van Schäuffele en blauwdrukken werden eveneens geleverd. Einde 1897 verhuisde het kantoor naar een zolder op Gebouw Mercurius aan de Prins Hendrikkade te Amsterdam.

Omstreeks 1900 ontplooide Jacobus een veelvoud aan activiteiten, waaronder een technische boekhandel en een fabriek van technische papieren, alsmede een overzeesche afdeeling, gericht op de koloniën. Tot het assortiment behoorden nautische instrumenten en zelfs een 'typewriter' van het merk Odell. De reproductie-inrichting verkreeg in 1904 het grootste apparaat heir te lande voor blauwdrukken, die zelfs elektrisch belicht werden, waar dit voorheen met zonlicht geschiedde. In 1906 kwam er een elektrische steendrukkerij, ofwel een inrichting tot graphotypie. In 1909 werd verhuisd naar een groter pand aan de Singel. In 1910 werd een uitgeverij opgericht, nadat al sinds 1904 enkele technische werken waren verschenen.

Kantoorinrichting
De groeiende onderneming richtte vanaf 1913 ook filialen buiten Amsterdam op, het eerst in 's-Gravenhage. In 1923 volgde Rotterdam. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd een fabriek voor lichtdrukpapier opgezet, maar die werd in 1918 afgestoten. In 1921 opende Ahrend echter een fabriek te Hilversum, die allerlei drukkerij- en lichtdrukactiviteiten in zich verenigde. Dit werd de Fabriek en Drukkerij 'De Globe'.

Ondertussen werd het assortiment steeds meer uitgebreid, onder meer met meteorologische en optische instrumenten, zoals een astro-photografische camera en de Fits-U glaspince-nez. Daarnaast leverde men mechanische rekenapparaten zoals de Kuli optel en vermenigvuldig machine. Ook de wonderlijke Lambert schrijfmachine met cirkelvormig toetsenbord kon worden geleverd. Daarnaast verkocht men de Klino tekentafel die, naar een Nederlands patent, in alle standen instelbaar was. Via de door Ahrend uitgegeven serie: Weten en Kunnen, was men onder meer in staat om een photographietoestel te vervaardigen. Vanaf 1924 werden ook radiotoestellen verkocht.

De Globe
Afgezien van de reeds ver voordien leverbare tekeningkasten verschenen pas in 1926 de eerste (houten) kantoormeubelen in het assortiment die via 'De Globe' werden aangeboden. Een ergonomische stoel, de Tan Sad 'Doe Meer' stoel, werd uit Engeland geïmporteerd.
Hoewel aan de stap naar kantoorinrichting slechts risicospreiding ten grondslag lag, bleek dit een goede greep, daar zich op dit gebied een omwenteling aan het voltrekken was. Deze bestond uit technische vernieuwingen en de invoering van kunstlicht, alsmede de toepassing van ergonomische inzichten. Ook kon door de invoering van functionele systemen de doelmatigheid van de kantoorarbeid worden vergroot.

Met de Super “Doe Meer” stoel voor ‘den werkenden mensch’. Beperking van de vermoeienis, verhoging van de productiviteit onder het motto van ‘Doe Meer’ legde Ahrend in de jaren '30 de eerste basis voor ergonomie.

Daarnaast werd meer aandacht aan vormgeving besteed, waarvan Gispen een exponent was op het gebied van stalen stoelen. Stalen meubelen zouden pas in de jaren '30 van de 20e eeuw, mede onder invloed van de nieuwe zakelijkheid, ingang doen. Ook de introductie van de centrale verwarming droeg bij tot het ontwikkelen van vakmanschap op het gebied van het verwerken van stalen buizen. Naast Gispen begon ook de verwarmingsinstallateur Jan Schröfer met de productie van stalen buismeubelen onder de naam De Cirkel. Daarnaast was ODA een opkomende fabrikant van stalen kantoormeubelen, zoals kasten.

N.V. ODA (nu Ahrend Produktiebedrijf Sint-Oedenrode BV (APS))
In het crisisjaar 1929 zoekt Ahrend contact met het bedrijf van H.J. van de Kamp dat zich steeds meer heeft toegelegd op de fabricage van plaatstalen meubelen. Dit bedrijf werd in 1905 in Sint-Oedenrode als kleine dorpssmidse opgericht door H.J. v.d. Kamp. In 1914 kregen ze een opdracht van de N.V. Philips voor het leveren van stalen apparatenkasten. Blijkbaar bevalt de samenwerking zo goed dat Philips tot op de dag van vandaag een trouwe klant is gebleven. De eerste opdracht voor kantoormeubilair kwam ook van Philips. Het betreft de levering van staalplaten Schuifdeurkasten, in 1929.

Ahrend en Van der Kamp verzorgen samen o.a. de kantoorinstallatie van 'De Arbeiderspers' in Amsterdam. De inrichting van de Arbeiderspers leidde in 1930 tot de oprichting van de afdeling Stalen Meubelen bij Ahrend. Catalogi werden in eigen beheer gemaakt, door Jacobus Ahrend zelf, later door een eigen afdeling Publiciteit, onder leiding van Toon Bogers.

De contacten tussen de familie Van de Kamp en J. Ahrend van de 'N.V. Wed. J. Ahrend en Zn' uit Amsterdam worden geïntensiveerd in een verdere samenwerking, waardoor in 1931 'N.V. ODA staalwerk v.h. H.J. v.d. Kamp' wordt opgericht.
('N.V. ODA' is steeds gevestigd gebleven in Sint-Oedenrode waar het bedrijf ook op sociaal gebied steeds een belangrijke rol heeft gespeeld. Zo heeft het met hulp van Ahrend actief bijgedragen aan de woningbouw in het dorp. Als de naam ODA in 1994 verdwijnt en vervangen wordt door 'Ahrend Productiebedrijf Sint-Oedenrode B.V.', is de integratie in de Ahrend-gemeenschap volledig.)

N.V. De Cirkel 1934-1967 Amsterdam (nu Ahrend Produktiebedrijf Zwanenburg BV (APZ))
Naast plaatstalen meubelen was Ahrend ook geïnteresseerd in eigen meubelen uit stalen buis. Ahrend werd geattendeerd op de activiteiten van de heer Jan Schröfer. Die zich naast zijn beroepsmatige bezigheden, zoals het aanleggen van centrale verwarming, ook interesseerde voor moderne houten en stalen meubelen. Schröfer haalde zijn inspiratie van bijvoorbeeld Bauhaus, zoals de buisstoelen van Mart Stam en Marcel Breuer. Zo ontwikkelde hij meubelen uit het materiaal waarmee hij gewend was te werken uit de C.V. techniek.
In 1934 werd door J. Ahrend en J. Schröfer de 'N.V. de Cirkel' opgericht, geïnspireerd door de ronde doorsnede van de stalen buis en de bochten.
Vanaf het begin richtte De Cirkel zich uitsluitend op het produceren van meubels voor het Ahrend-concern. De productie van stoelen begon in de binnenstad van Amsterdam.

Ahrend importeerde vanaf het einde der jaren '20 van de 20e eeuw de Engelse stoel Tan Sad, maar begon al snel ook de Zitnorm A stoel van 'De Cirkel' te verkopen, een ergonomische kantoorstoel die tot zitten noodt. Ook Oda meubelen werden door Ahrend verkocht. Na 1930 raakte Ahrend ook financieel steeds meer verweven met de toeleverende bedrijven Oda en De Cirkel. Terwijl Oda het vooral van vakkennis op het gebied van plaatwerk moest hebben, was 'De Cirkel' sterk op ontwerp gericht, waarbij elementen van Bauhaus en De Stijl niet ontbraken.
Daarnaast was er Ahrend's eigen bedrijf 'De Globe', dat zich onder meer bezig ging houden met kaartsystemen, opbergmappen en dergelijke. In 1937 ging dat bedrijf Ahrend-Globe heten.
Vernieuwingen op lichtdrukgebied werden gestimuleerd door samenwerking met Van der Grinten's Océ doch deze samenwerking was niet bijzonder intens. In de jaren '30 kwam Ahrend met de Rectophot, een voorloper van de kopieermachine. Hierna volgde de stencilmachine.

Door de specialisatie op kantoorinrichting kreeg Ahrend te maken met concurrenten als Gispen (kantoormeubelen) en Blikman & Sartorius (kantoorartikelen). Gispen kwam van productie tot verkoop, Ahrend zocht het in achterwaartse integratie, door zich nauwer met de productie te verbinden, met name met Oda en De Cirkel.

Zowel vóór als tijdens de Tweede Wereldoorlog waren het moeilijke tijden voor Ahrend. Zo dreigde er een verbod op de productie van stalen meubelen, konden grondstoffen niet meer worden gedistribueerd en werden vele medewerkers tewerkgesteld in Duitsland.
Hoewel Engeland en de koloniën wegvielen en de Rotterdamse vestiging in 1940 was weggebombardeerd, werd er veel voor de Duitsers gewerkt. Gezegd moet worden dat als er geen productie zou zijn, de arbeiders in Duitsland moesten gaan werken. Na 1943 namen de Duitse orders af en begon materiaalschaarste een rol te spelen. Nadat Zuid-Nederland in september 1944 was bevrijd viel ook die afzetmarkt weg.
Eind 1944 hield ook de elektriciteitsvoorziening op en maakte men noodkacheltjes, waarbij de excenterpersen met de hand werden rondgedraaid. Aan het eind van de oorlog werkten er nog zeven mensen.

Wederopbouw
Na de Tweede Wereldoorlog werden de activiteiten van Ahrend door de zuiveringsraad beoordeeld. In het algemeen was er geen sprake van collaboratie, maar vaak wel van opportunistisch en ruggegraatloos gedrag. In 1946 overleed de Oda-oprichter Harry van de Kamp, waarop Ahrend de strijd begon om meer grip op Oda te krijgen. In 1948 werd Ahrend geherstructureerd en veranderde van naam in Wed. J. Ahrend & Zoon's Industrie en Handelsvereniging, waarbij de Amsterdamse Handelsvereniging als houdstermaatschappij optrad, die in 1947 door Jacobus Ahrend was opgericht. Er werd een netwerk van filialen geopend in Nederland. De vraag naar producten was groot, maar de aanvulling van de voorraden baarde zorg.

Na de oorlog ontstond bij De Cirkel de 'Doe Meer' stoelen-serie waarbij onderdelen werden gebruikt van geperst staalplaat. Naast het buigen van stalen buis kreeg het verwerken van staalplaat een steeds grotere plaats in het productieproces.
Het bedrijf begon goed te groeien en probeerde allerlei pandjes in de omgeving te huren. De groei van het bedrijf noopte tot verhuizing van de productie naar Zwanenburg in 1948, naar een stuk onvruchtbare landbouwgrond. Het fabrieksgebouw werd onder leiding van de heer Kunst als architect in eigen beheer door De Cirkel gebouwd door eigen personeel. Er werd gebruik gemaakt van lichtgewicht Sheddaken, omdat staal vlak na de Tweede Wereldoorlog moeilijk te verkrijgen was.

Vanaf de jaren '50 tot de jaren '70 breidde 'De Cirkel' voortdurend uit. Al in 1952 werd een eerste opdracht verkregen voor de productie van bureaustoelen voor het Amerikaanse leger in Europa. Friso Kramer, al vanaf 1947 in dienst bij De Cirkel als tekenaar, werd gevraagd een stoel te maken die niet zo snel gekopieerd kon worden als een stalen buisstoel. Daarvoor leek het staalplaat het meest aangewezen materiaal en Kramer ontwierp de Revolt-stoel met een stalen onderstel. Het totale proces om de stoel productierijp te maken duurde maar liefst van 1952 tot 1955, maar de Revolt werd een groot succes. Hierna ontwierp Kramer nog samen met Wim rietveld de Result-stoel (1958), de Repose-fauteuil, de Reply-tekentafel, alle gemaakt met een plaatstalen frame. Verscheidene ontwerpen van hen werden bekroond met onder meer de signe d'Or. Kramer vertrok bij de Cirkel in 1963, maar bleef wel voor De Cirkel ontwerpen.

In 1953 kreeg Ahrend een aandeel in 'De Atlas', een fabriek van lichtdrukpapier en lichtdrukmachines die eigendom was geweest van IG Farben. Hierdoor kon de concurrentie met Océ worden aangegaan.
In 1954 nam Ahrend deel in de NV Pavada, die laboratoriummeubelen vervaardigde.
De Royal McBee schrijfmachine was minder succesvol. Het Amerikaanse bedrijf bouwde in Nederland een fabriek voor deze machines, die echter al snel de bijnaam boemerang kregen, daar vele exemplaren werden teruggezonden vanwege fabricagefouten.
In 1956 werd deelgenomen in Kiels Fijnmechanische Industrie ofwel Ankerslot te Hengelo, dat daarna onder de naam Ahrend-Anker verder ging. Hier werden cilindersloten vervaardigd. Ook werd een fijnmechanische werkplaats opgezet.

In de jaren '60-'65 is de bedrijfsdrukte bij De Cirkel groot en uitbreiding van de gebouwen noodzakelijk. De Cirkel maakte onder andere archief-, magazijn- en bibliotheekrekken, banken, (teken)tafels, schoolmeubilair, stoelen, fauteuils, maar ook lichtdrukmachines, huishoudtrappen, grafische meetapparatuur, etcetera. Verder werd er in 1966 een nieuw, relatief dun, maar ijzersterk materiaal ontwikkeld voor tafel- en bureaubladen: Ciranol. (Cirkel + het ingrediënt fenolhars = Ciranol).

In 1962 kocht Ahrend de aandelen van instrumentmakerij De Koningh te Arnhem, waar geodetische instrumenten werden vervaardigd.
In 1965 werd de firma Hans van Gogh overgenomen, welke medische instrumenten vervaardigde.

Het L-vormig bureau deed zijn intrede. Open plan kantoren en kantoortuinen verdrongen (tijdelijk) het klassieke cellenkantoor. Het Ahrend Facet bureau bleek hiervoor een geschikte oplossing.

Fusie Ahrend, ODA en De Cirkel
Na het overlijden van Jacobus Ahrend in 1956 brak er een langdurige en soms onverkwikkelijke strijd uit tussen Oda en Ahrend. In 1960 worden de gezamenlijke belangen ondergebracht in een Holding. Pas in 1967 ontstaat de 'Ahrend Groep B.V.' waarin naast de 'Wed. J. Ahrend en Zn', de 'N.V. ODA' ook de 'N.V. Cirkel' opgaat. In 1971 werd ook nog het bedrijf Bomefa te Kampen overgenomen, dat bibliotheekinventarissen maakte. De bedrijven bleven onder eigen naam opereren. Pas onder leiding van de heer Koenders werd alles ondergebracht onder de naam Ahrend.

In 1971 moest de heer Schröfer zijn taak als Algemeen Directeur tegen zijn zin neerleggen, wegens het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. Bij dit afscheid werd hij mede wegens zijn vele verdiensten op sociaal en maatschappelijk gebied benoemd tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau en werd hij ereburger van de Gemeente Haarlemmermeer.

Bij Ahrend vertaalde de belangstelling voor ergonomie zich in de AKD-stoel (Ahrend Kramer Design). Aan het ontwerp van deze stoel werkten Friso Kramer en Henk Verkerke.

De Ahrend Groep richt zich ook steeds meer op buitenlandse markten. Deze exportactiviteiten worden zelfstandig door de productiebedrijven uitgevoerd. In deze periode zien we ook een andere ontwikkeling in het bedrijf. Ahrend gaat samenwerken met vooraanstaande industrieel ontwerpers. Kantoormeubels worden naast functioneel en kwalitatief zeer goed ook mooi.

De concurrentie was ondertussen beperkt tot een paar ondernemingen. Op het terrein van kantoorinrichting bestonden nog Gispen en Aspa-Samas, en stoelen werden nog geleverd door Gispen en Artifort. Vooral Samas expandeerde vrij snel. Ahrend kwam met het Mehes-systeemmeubilair (mobility, efficiency, humanisation, environment, standardisation), ontworpen door Friso Kramer. Het Sociaal Fonds Bouwnijverheid was de eerste klant die een kantoortuin aanlegde. In de jaren zeventig bloeiden overal kantoortuinen. Het Mehes systeemmeubilair van Ahrend sloot goed aan bij dit concept. Ook het Electriciteitsbedrijf voor Groningen en Drenthe koos voor Mehes kantooromgeving. Bas Pruijser, sinds 1974 lid van het design team, paste Mehes later aan.

In 1973 kwam de AKD-stoel, een aan ergonomische standaards aangepaste kantoorstoel, ontworpen door Friso Kramer en Henk Verkerke.

Na de fusie in 1971 steeg wel de omzet, maar niet de winst. Er waren hoge reorganisatiekosten. Het personeelsbestand nam af van 3000 in 1970 tot 2300 in 1979. Uitgeverij Kosmos werd afgestoten. Ook in 1979 werd nog verlies gemaakt. De slechte winstresultaten noopten tot samenwerking met andere handelsmaatschappijen, hetgeen in 1972 leidde tot gesprekken met Ogem en Bührmann-Tetterode. De besprekingen tot verkoop van Ahrend aan deze maatschappijen verliepen teleurstellend, en in 1974 kwam hier een eind aan. Daarna volgden hoopvolle besprekingen met het Engelse Spicers Ltd., een onderdeel van Reed International. Ook deze liepen uiteindelijk op niets uit. Ondertussen verergerde de situatie en werd op het vermogen ingeteerd, met als rampjaar 1979.

Na 1979 raakte de Nederlandse economie in een depressie en ontstond massale werkloosheid, waardoor ook investeringen in kantoorinrichtingen uitbleven. In dezelfde tijd begon de kantoorautomatisering zich aan te kondigen. Systeemmeubelen werden belangrijk. Ook werden er saneringen doorgevoerd.

De concurrenten Gispen en Samas kwamen met nieuwe meubellijnen en ook bij Ahrend werd in toenemende mate nadruk op vormgeving gelegd. De lijnen Athos en Ahrend 100 werden ontwikkeld, en Mehos werd vernieuwd tot Mehos Plus. Ahrend Libra was het antwoord op de behoefte aan privacy in grote kantoortuinen en Ahrend Synta bood systeemmeubilair voor een lage prijs. Design: Wijtse Rodenburg

Na 1983 kwam Ahrend weer in de zwarte cijfers. Eind jaren '80 van de 20e eeuw brak de PC door op het kantoor. Ook werd de export nu bevorderd. Ahrend bereikte internationale erkenning door inrichting met het Mehes systeem van het hoofdkantoor van de Hong Kong Shanghai Banking Corporation (HSBC), een gebouw van architect Sir Norman Foster.

Met de Aura stoel introduceerde Ahrend in 1984 het bewegend zitten.

Uiteindelijk ontwikkelde Ahrend zich van een houdstermaatschappij in 1985 tot een internationale handelsonderneming in kantoorinrichting met eigen fabrieken in 1995. Gedurende deze tijd trachtte Bührmann-Tetterode een meerderheid van de aandelen te verwerven, maar in 1994 kon Ahrend zich hiervan los maken.

In 1994 krijgt de Revolt-stoel van Friso Kramer die hij in 1952-1955 voor De Cirkel ontwierp een nieuw jasje. ook wordt het eerste Ecodesignproduct geïntroduceerd: de Ahrend 220 bureaustoel ontworpen door Henk Verkerke. De best verkochte bureaustoel van Nederland met zijn kenmerkende ‘brievenbus’.

Op 25 maart 1996 viert Ahrend haar 100-jarig bestaan en ontvangt het bedrijf dat op dat moment door directeur J.C. Koenders wordt geleid het predicaat ‘koninklijk’. Ahrend voegt een kroontje toe aan het logo en mag vanaf dan Koninklijke Ahrend N.V. worden genoemd. Naar aanleiding van dit 'heuglijke'feit ontwerpt Frans de la Haye de Centennial-stoel.

De belangrijkste vestigingen van Koninklijke Ahrend N.V. in Nederland zijn tegenwoordig:
. Nieuwegein: Ahrend Repro en distributiecentrum
. Sint-Oedenrode: Fabriek voor meubelen, het voormalige Oda
. Zwanenburg: Fabriek voor stoelen, het voormalige De Cirkel

Bronnen: www.ahrend.com

Zie ook vintage Ahrend meubelen op de website van Galerie Kunstbus


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 1894.