kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 25-03-2009 voor het laatst bewerkt.

Alberto Alessi

Italiaans 'designhuis' opgericht in 1921.

“Alessi is geen gewone fabriek, het is eerder een onderzoekslaboratorium op het gebied van toegepaste kunst” - Alberto Alessi, directeur sinds 1970.

Het bedrijf vervaardigde in de beginjaren vooral huishoudelijke artikelen uit koper en zilver. Daarna ontwikkelde Alessi zich steeds meer tot fabrikant van moderne gebruiksartikelen. Tot nu toe werkte het bedrijf met meer dan 200 ontwerpers samen. Designfabriek Alessi past in het rijtje van het Secessionisme, de Wiener Werkstatte, het Bauhaus en de Arts and Crafts beweging. Want het bedrijf beschouwt zich niet als een industrieel productiebedrijf, maar als een ontwerperscollectief, een designfabriek, een broeikas van creatieve ideeën.

Giovanni Alessi Anghini
In 1921 werd FAO (Fratelli Alessi Omegna) door Giovanni Alessi, de grootvader van Alberto, opgericht in Omegna in de Stronavallei, een smalle bergvallei in de buurt van het Lago d'Orta in de Italiaanse Alpen, vlakbij Zwitserland. Giovanni Alessi had tot dan als draaier in de metaalindustrie had gewerkt. Hij kon een stuk grond kopen in Omegna en begon hier met de vervaardiging van huishoudelijke artikelen en tafelgerei van messing, koper en nikkel, nieuwzilver bestemd voor de horeca. Later konden dankzij een nieuwe galvanisatiemethode voor verchromen, die samen met het vernikkelen en verzilveren tot de moderne technieken behoorden, ook verchroomde, vernikkelde en verzilverde voorwerpen gemaakt worden. Hierdoor werden de producten duurzamer en van betere kwaliteit.
Tot 1925 werd er op bestelling gewerkt, toen de eerste catalogus met eigen produkten werd gedrukt, was dit het begin van de directe verkoop aan de klanten.

In 1928 verhuisde het bedrijf naar Crusinallo, waar het nog steeds gevestigd is.

Er was ook een andere tak van de familie Alessi die zich met de productie van keukengerei bezighield: Alfonso Bialetti (Alberto’s grootvader van moederskant) maakte het inmiddels wereldberoemde achthoekige espressoapparaat, de ‘Bialetti Moka Express’. Hoewel de artikelen voor dezelfde doelgroep bestemd waren kon de tegenstelling tussen de twee bedrijven niet groter zijn. Het ene produceerde slechts één product in massaproductie, het andere heel diverse artikelen op ambachtelijke wijze.

Carlo Alessi
Rond 1932 ging diens oudste zoon Carlo (1916) voor het bedrijf ontwerpen. Carlo had een opleiding tot industrieel ontwerper had gevolgd en ontwikkelde FAO van een ambachtelijk bedrijf tot een industrieel bedrijf.

Tijdens de oorlog vervaardigde Alessi voornamelijk insignes voor uniformen en onderdelen voor vliegtuigmotoren, terwijl de productie van huishoudelijke artikelen bijna geheel stil kwam te liggen. Dit werd voornamelijk veroorzaakt door de schaarste aan grondstoffen.

In 1945, het jaar waarin Carlo Alessi Anghini zijn koffieservies Bombé ontwierp, werd hij bedrijfsleider.

Vlak na de oorlog blijkt er vooral vanuit het Amerikaanse leger een enorme vraag te zijn naar lepels. Carlo springt hierop in door het aantal gereedschappen te verdubbelen en begint met massaproductie. Het bedrijf groeit en breidt gestaag uit tot de grote internationale onderneming van nu.

Omdat er na de oorlog een tekort aan nikkelzilver en koper ontstond, ging Alessi over op roestvrijstaal, een materiaal waarvan men grote verwachtingen had. Uit 1949 dateert een koffie- en theeservies van roestvrij staal.

Ettore Alessi
Ettore, de jongste zoon van Giovanni, kwam in 1945 in het bedrijf. Onder zijn leiding ontwikkelde Alessi de technische kennis waarmee het bedrijf wereldberoemd is geworden. Het aantal landen waarnaar werd geëxporteerd, breidde zich langzamerhand uit naar ongeveer 70.

In 1947 ontstond het handelsmerk Alfra (Alessi Fratelli) met de adelaar, dat tot 1967 in gebruik bleef.

In de jaren '50 werd Carlo algemeen directeur en stopte volledig met het ontwerpen.

In deze periode werd roestvrij staal steeds meer de vervanger voor eerder gebruikte materialen. De productie van verchroomde en verzilverde koperen voorwerpen werd stopgezet. Het bedrijf kreeg steeds meer een industriële structuur en vanaf 1955 begon Ettore Alessi, ontwerpers van buitenaf aan te trekken: Carlo Mazzeri, Luigi Massoni en Anselmo Vitale. In samenwerking met hen is een enorme serie gebruiksvoorwerpen voor hotels ontworpen. Het bekendste daarvan was de set bestaande uit een koffiekan, een theekan, een melkkan en een suikerpot, die vanaf 1956 werd ontworpen. Deze set is het meest verkocht in de hele geschiedenis van het bedrijf. Ook uit de jaren '50 is de serie fruitmanden van staaldraad, een regelrechte bestseller!

In 1957 werden de 'shaker', de kan voor ijsblokjes en de ijstang uit programma 4 uitgekozen voor de elfde Triënnale van Milaan. Voor de eerste keer werden producten van Alessi op een tentoonstelling van industriële ontwerpen getoond.

De fabriek in Crusinallo werd uitgebreid volgens een ontwerp van Carlo Mazzeri. In deze periode was Alessi steeds vaker aanwezig op allerlei Europese tentoonstellingen. Het bedrijf nam een reclamebureau in de arm en in 1968 werden de eerste televisiespots uitgezonden waarin het handelsmerk Ceselleria Alessi werd gebruikt.

Vanaf 1971 werd het nieuwe logo 'ALESSI' gebruikt. Bekend uit de jaren '70 was Programma 8, aan de ontwikkeling daarvan werd 5 jaar gewerkt met Franco Sargiani en Eija Helander als ontwerpers. Het basisprincipe van deze serie was dat alle voorwerpen uit vierkante of rechthoekige vormen samengesteld werden, iets dat zeer moeilijk uit te voeren is in roestvrij staal.

Alberto Alessi
Alberto Alessi, de oudste zoon van Carlo, begon in 1970 aan een opleiding binnen het bedrijf, hij werd halverwege de jaren '80 algemeen directeur. Het werd een grote uitdaging voor Alberto om de bedrijven van zijn beide grootvaders en hun manier van werken samen te voegen: vakmanschap en massaproductie in één. Onder zijn leiding werd gewerkt aan werkelijk kunstzinnige producten die van goede kwaliteit waren, maar toch betaalbaar bleven voor het grote publiek.

Alberto Alessi, als jurist afgestudeerd aan de Katholieke Universiteit van Milaan, is een grappige, geestige, dynamische en charmante persoonlijkheid waaraan Alessi veel van zijn succes te danken heeft.

Tijdens Alberto's jeugd groeide hij op tussen de ambachtelijke traditie van het maken van houten en metalen voorwerpen die kenmerkend zijn voor de Stronavallei. Grootvader Alfonso Bialetti hield zich in de vijftiger jaren bezig met het jaarlijks produceren van 4 miljoen achthoekige, door hemzelf ontworpen, espressoapparaten. Daarentegen produceerde zijn andere grootvader Giovanni Alessi duizenden verschillende producten. Bialetti produceerde aan de lopende band, Alessi maakte handwerk met behulp van machines terwijl beide grootvaders dezelfde passie voor het vak hadden. Als kind vond Alberto dit allemaal zeer verwarrend.
Ongeveer hetzelfde geldt voor de betekenis van het woord ‘design'. Er is geen universele betekenis of definitie die door iedereen geaccepteerd wordt. Zowel de uitdrukking ‘Less is more' van Mies van der Rohe, als de tegenovergestelde uitdrukking ‘Less is not more' van Robert Venturi spreken tot Alberto's verbeelding. Een belangrijk en waardevol uitgangspunt is zijn geloof dat de industrie in het algemeen nog geen definitief ontwikkelingsstadium heeft bereikt, waarin verdere aanpassingen onmogelijk zijn in de manier waarop gedacht, gedaan en georganiseerd wordt. Bij Alberto heerst de overtuiging dat er in de toekomst juist enorme verbeteringen kunnen worden gerealiseerd in de wijze waarop producten bedacht en op de markt worden aangeboden, in de wijze waarop mensen werken en communiceren. Dat is tot nu toe niet gebeurd.
Ook zijn klassieke en filosofische opleiding overtuigde hem dat de consumptiemaatschappij niet het laatste stadium van de ‘welzijnsmaatschappij' is, maar het progressiefste stadium waarin de mensheid zich ooit heeft bevonden, dat zich alleen maar kan ontwikkelen tot een manier van leven waarbij producten minder belangrijk zijn en de mens des te meer. 'Toen ik in 1970 bij Alessi ging werken, was ik misschien een beetje te utopisch ingesteld.'
Tijdens zijn loopbaan komt Alberto erachter dat mensen de koffiezetters en ketels van Alessi niet zozeer kopen omdat ze koffie of thee willen zetten. In de hedendaagse maatschappij worden voorwerpen als symbolen van haar waarden beschouwd, omdat een grote sociale betekenis aan de vrije keuze van voorwerpen verbonden wordt. Het bezit van voorwerpen is een uitwisseling van culturele en sociale boodschappen; een middel om anderen informatie te geven over waarden, status en persoonlijkheid.
Maar mensen gebruiken voorwerpen ook om een verborgen en fundamentele behoefte aan ‘kunst en poëzie' te bevredigen, wat niet meer exclusief op de traditionele manieren, zoals musea en dichtbundels, gebeurd. Deze door massaproducenten niet begrepen behoefte is duidelijk in de maatschappij aanwezig.
Het is niet de bedoeling een te beperkte en te exclusieve markt aan te spreken met producten die steeds moeilijker te begrijpen zijn voor gewone mensen; producten voor liefhebbers van design. Het doel van Alessi is alle mensen een beetje gelukkiger te maken.

In 1975 kwam Michele, de jongere broer van Alberto, bij het bedrijf, hij hield zich vooral bezig met de organisatie en financiën. Ook in deze tijd kwam de eerste Europese reclamecampagne op gang.

In de jaren '70 ging het bedrijf in beperkte oplagen gesigneerde collecties van beroemde vormgevers en architecten als Ettore Sottsass en Richard Sapper produceren.

Ettore Sottsass kwam in 1972 naar Crusinallo. Hij stond bekend als de "goeroe" van het radicale design. Zijn eerste ontwerpen waren dienbladen met brede randen, maar al snel ging hij zich bezig houden met de vormgeving van olie- en azijnstelletjes en peper- en zoutvaatjes. Deze serie 5070 ontwierp hij samen met zijn assistent, de Fin Ulla Salovaara, in 1978. Dit is een van de beste en succesvolste ontwerpen geweest, dat doorlopend goed verkocht is en wordt. Ettore Sottsass is de ontwerper van wie de meeste ontwerpen in de catalogus staan. Het is zijn wens om ooit voor Alessi een complete collectie gebruiksvoorwerpen voor de tafel en de keuken te ontwerpen, net zoals Josef Hoffmann dat voor de Wiener Werkstätte heeft gedaan.

In 1978 startte op aanbeveling van Sottsass de samenwerking met ontwerper Richard Sapper. Hij was verantwoordelijk voor het ontwerpen van het eerste keukenapparaat van Alessi, de 9090 Caffettierra uit 1979. Ook van zijn hand is de fluitketel uit 1983 met de melodieuze, messing fluit waarin twee stemfluitjes zitten, de "e" en de "h". Deze worden normaliter gebruikt voor het stemmen van muziekinstrumenten; zij worden exclusief voor Alessi geproduceerd door een handwerker uit het Zwarte Woud.

Vanaf 1979 werd Alessandro Mendini algemeen directeur. Uit 1979 stamt Alessandro Mendini's idee om aan architecten een klassieke design opgave toe te vertrouwen, het thee- en koffieservies (Tea & Coffee Piazza). Ieder exemplaar werd 99 keer geproduceerd en de 11 zilveren serviezen (Programma 6) werden in 1983 tentoongesteld in de kerk San Carpoforo in Milaan.

In 1980 kwam Alessio, de zoon van Carlo, bij het bedrijf en begon de samenwerking met Achille Castiglioni.

Achille Castiglione's samenwerking met Alessi begon met het ontwerp voor de twee tentoonstellingen in het Design Forum in Linz (1980) en het International Design Centre in Berlijn (1981). Castiglione was een legendarische figuur voor het Italiaanse design. Hij maakte als eerste een ontwerp voor een bestekserie uit de nobelsmidse Dry (1981-'84) dat zeer succesvol werd.

Officina Alessi
In 1983 werd er een nieuw handelsmerk opgericht, Alessi Officina, voor producten met een experimentele vormgeving. De Alessi-producten zouden voortaan in twee groepen uiteen vallen: "Alessi' voor de grootschalige productieseries van algemene voorwerpen van staal, en 'Officina Alessi' voor voorwerpen van verschillende materialen die soms in beperkte oplagen geproduceerd werden. Zo begon Alberto Alessi in 1983 het project Tea and Coffee Piazza, waarbij elf architecten, onder wie Michael Graves, Robert Venturi, Aldo Rossi, Hans Hollein en Richard Meier, servie­zen in beperkte oplage ontwierpen. Deze commerciële 'miniatuur-architec­tuur' leverde Alessi internationale erkenning op en verzekerde het bedrijf van een plaats onder de belangrijkste vertegenwoordigers van het Post­modernisme van de jaren '80.

1983 - Thee- en koffieservies Piazza, Hans Hollein
1984 - Koffiekan La Conica, Aldo Rossi
1986 - Waterketel Il Conico, Aldo Rossi
1989 - Espressomachine La Cupola, Aldo Rossi

In 1984 kwam Stefano, de oudste zoon van Ettore, bij het bedrijf en hij ging samenwerken met Michael Graves, die zich met de grootschalige productie bezighield.

In 1986 begon de samenwerking met Philippe Starck, waarvan de eerste producten in 1990 verschenen. Zijn Juicy Salif citruspers uit 1989 veroverde de wereld.

In 1987 begon de grote diversificatie van typologieën en materialen; de eerste horloge-catalogus kwam uit, gevolgd door de serie houten voorwerpen (1988) onder de naam Twergi, de eerste catalogus van kleine meubels (1989) en de eerste catalogus van keramiek onder de naam Tendentse (1990).

In januari 1990 werd Centro Studi Alessi in Milaan geopend. Deze studio heeft als doel het ontwikkelen van bijdragen aan de theorieën over design en thematische objecten evenals het coördineren en stimuleren van het werk van jonge ontwerpers.

1992 - De suikerpot van Michael Graves, (ook verantwoordelijk voor het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport in Den Haag).

1994 - Kurkentrekker Anna G, Alessandro Mendini
Allessandro Mendini – altijd provocerend en anarchistisch – ontwierp de immens populaire kurkentrekker Anna G in 1994. Anna lijkt op een dametje die een kleurige jurk draagt en vrolijk lachend haar armen heft, als een wijnfles wordt geopend.

Later worden ook kunststof voorwerpen in de collectie opgenomen, zoals de ontwerpen van Stefano Giovannoni. Deze designer is dol op kunststof en heeft een voorliefde voor objecten die er als speelgoed uitzien. Het zijn stuk voor stuk grappige voorwerpen die je vooral met een glimlach moet bekijken. Zoals de koektrommel Mary Biscuit uit 1995 die de vorm van een kussen heeft.

1996 - Knoflookpers Nonno di Antonio, Guido Venturini
1996 - Toasthouder Girotondo, King Kong

Fameus zijn ook de ontwerpen van het ontwerpduo ‘King Kong’, Stefano Giovannoni en Guido Venturini, twee Florentijnse architecten. De ontwerpen uit de serie Girotondo zijn van hun hand. Vanaf 1990 tekenen zij voor het design van verschillende huishoudelijke artikelen, zoals een schaal, olie- en azijnstel, toastrekje en fruitschaal. Geïnspireerd door kinderen die poppetjes uit gevouwen papier knippen, werd dit figuurtje het uitgangspunt van hun concept. Girotondo is overigens een Italiaans kinderliedje, vergelijkbaar met de Nederlandse versie ‘Jan Huygen in de ton’. Dit is zeer herkenbaar op de rand van deze schaal, het allereerste ontwerp uit 1990. “Toen we begin negentig voor het eerst in kunststof gingen produceren, werd ons dat door critici niet bepaald in dank afgenomen. Zij vonden dat we onze goede naam te grabbel gooiden. Ik zie dat anders, het vloeit voort uit onze doelstelling om onszelf steeds verder te ontwikkelen”, zegt Albert Alessi. “Voor ons is het belangrijkste dat we het oorspronkelijke gedachtegoed van grootvader Giovanni trouw blijven: onorthodoxe, bijzondere en met vakmanschap ontworpen consumentenproducten maken. Dat blijft onze uitdaging.”.

1997 - Het broodmandje van Enzo Mari

Hoewel het Italiaanse designhuis niets met auto's heeft, vroeg Fiat in 2006 de ontwerpers van Alessi ‘zich eens te buigen’ over de Fiat-Panda. Het bijzondere resultaat: witte dakrails, witte antenne, een twee-kleurige carrosserie en de bijzondere wieldoppen. In het interieur zijn andere materialen gebruikt, de wijzerplaten zijn licht gewijzigd en de bekleding heeft een opvallende kleur. Nieuw (en vooral anders) zijn ook de middentunnel en versnellingspook. Meest opvallend zijn de zonnekleppen die ook functioneren als een soort van 'whiteboard'.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 15.