kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 30-12-2015 voor het laatst bewerkt.

Allgemeine Elektrizitats Gesellschaft

AEG Allgemeine Elektrizitäts Gesellschaft

De Allgemeine Elektricitäts Gesellschaft (algemene elektriciteitsmaatschappij) was een groot Duits, designgericht bedrijf dat voornamelijk bekend staat om zijn huishoudelijke apparaten en elektrische producten. Na overname door Electrolux verkoopt Electrolux haar producten onder denaam Sinds 2005 verkoopt Electrolux haar apparaten onder de naam AEG-Electrolux.

Geschiedenis
Het begon allemaal met de gloeilamp. In 1883 richtte Emil Rathenau (1838-1915), de vader van de latere politicus Walter Rathenau, de Deutsche Edison Gesellschaft op, beter bekend als DEG. Dit bedrijf werd later omgedoopt tot het Allgemeine Elektrizitäts Gesellschaft. In 1881 had hij al, nadat hij in Parijs op de 'Exposition Internationale d'Electricité' Thomas Edisons gloeilamp had gezien, het duitse octrooi daarop verworven. In 1884 begon hij met de productie van gloeilampen, gevolgd door andere elektronica. In 1887 kreeg zijn bedrijf de naam ‘Allgemeine Electricitäts-Gesellschaft’.

Van 1883 tot 1889 werd de van München afkomstige ingenieur en fabriekspionier Oskar von Miller (en latere grondlegger van het Deutsches Museum) mededirecteur. Emil Rathenau zelf haalde in 1887 Michail Doliwo-Dobrowolski zijn onderneming binnen, waarna deze als hoofdingenieur van de draaistroomtechniek door praktisch onderzoek de eerste functioneel werkende draaistroommotor uitvindt.

In 1889 stelde dit bedrijf zich in Berlijn aan het publiek voor op de wereldtentoonstelling met een expositie van de eerste elektrische verwarmingsapparaten. Tentoongesteld werden apparaten zoals krultangen, sigaaraanstekers, strijkijzers en theeketels. In de AEG-catalogus uit 1896 stonden al 80 verschillende producten, zoals kookplaten, koffiezetapparaten en eierkokers.

In 1891 demonstreerden Miller en Dobrowolski tijdens de Internationale Elektrotechnische Tentoonstelling in Frankfurt am Main voor het eerst het transport van draaistroom over een grote afstand. Bij een waterkrachtcentrale in Lauffen am Neckar werd stroom opgewekt die daarna over een afstand van 175 kilometer naar Franfurt werd getransporteerd, waar deze op het tentoonstellingsterrein 1000 gloeilampen voedde en een kunstmatige waterval aandreef. Dit succes was het begin van de algemene elektrificatie van wisselstroom in Duitsland en zorgde ervoor dat AEG economisch uitgroeide tot een belangrijke speler op gebied van elektriciteit.

In 1900 werd de jugendstilontwerper Otto Eckmann aangesteld om de catalogus te ontwerpen voor de 'Exposition Universelle' in Parijs.

In 1907 werd architect en vormgever Peter Behrens tot artistiek directeur benoemd. Hij creëerde de eerste geheel geïntegreerde bedrijfsidentiteit voor het Berlijnse bedrijf. Om dit te bereiken veranderde Behrens niet alleen het logo van de AEG, maar ontwierp ook een serie elektrische apparaten, zoals fluitketels, klokken en ventilatoren, evenals de fabrieken waar deze geproduceerd zouden worden.

In 1909 ontwierp hij de Turbinenhalle van AEG in Berlijn-Moabit en liet hierin voor het eerst zien dat de moderne architectuurstijl heel geschikt is voor industriële gebouwen, en dat dergelijke gebouwen ook mooi kunnen zijn. Enorme ramen geven veel licht en door metalen staanders en dakconstructies ontstaat een brede overspanning. Er werden geen ornamenten aangebracht, de structuur is zelf elegant genoeg. Deze montagehal is vandaag nog steeds te bezichtigen in het stadsdeel Berlin-Wedding.

Dit gebouw heeft bij zijn tijdgenoten levendige reacties opgeroepen. Door een groot publiek werd het begrepen als hét voorbeeld voor een modern fabrieksgebouw, dat aan de ene kant een functionele en gezonde werkomgeving voor de arbeiders kon bieden - door optimale toetreding van daglicht en een ruim en functioneel interieur - en dat aan de andere kant als symbool voor de nieuwe economische en daarmee ook politieke status van grote industrieële bedrijven kon functioneren, door z'n ambitieuze vorm en het gebruik van nieuwe materialen.

De Turbinenhalle spiegelt de optimistische houding t.o.v. industrie als de wezenlijke motor van vooruitgang, een attitude die voor de eerste wereldoorlog in heel Europa heerste en die Behrens volkomen deelde. Het scheppen van voor zijn tijd adequate gebouwtypen werd door Behrens als zijn maatschappelijke opgave ervaren. En toch is de Turbinenhalle een goed voorbeeld daarvoor, dat het streven naar types bij Behrens nooit tot een zuiver functionalistische benadering heeft geleid (wat bij zijn leerling Mies van der Rohe in een veel sterkere mate het geval was).
K. Wilhelm observeert, dat de Turbinenhalle in feite drie verschillende kanten heeft: aan de oostkant is de constructie van het gebouw op indrukwekkende wijze zichtbaar gemaakt, door het stalen frame over de hele lengte van het gebouw onbekleed te laten en de gewrichten, die de spanten van het stalen frame verbinden met het betonnen fundament, op ooghoogte van de voorbijlopende voetganger te exposeren. Aan de westkant daarentegen ontbreken in de gevel van de kleinere nevenhal alle visuele extra's, deze zijde wordt zuiver door functionaliteit bepaald. Haaks hierop staat de zuidgevel van de hoofdhal, die met zijn gigantische betonnen hoekpijlers en tympaanachtige boog het gebouw visueel domineert. Zeer tegen de verwachting in hebben deze schijnbaar massieve onderdelen echter geen enige dragende functie. Ze zijn zuiver producten van het "Kunstwollen" van de architect, op zoek naar een vorm, die als symbool voor de cultuur van zijn tijd kon functioneren. - (AEG's machinebouwer Michael von Doliv-Dobrowolsky besefte dat de sleutel tot de geslaagde massaproductie van kwaliteitsgoederen in de standaardisatie van uitwisselbare onderdelen lag, waardoor ze voor meerdere producten gebruikt konden worden. Deze productiestandaard en de moderne productiemethoden van AEG brachten de idealen van de Deutscher Werkbund tot uiting, die Behrens in 1907 met anderen had opgericht.

1910 het eerste elektrische fornuis wordt tijdens een grootschalig experiment in Berlijn getest

AEG bouwde van 1910 tot 1918 ook een serie vliegtuigen.

In 1922 werd de directeur Walther Rathenau, zoon van Emil, tevens minister van Buitenlandse Zaken, vermoord door rechtse extremisten.

1922 oprichting van de AEG fabrieken in Nürnberg

In 1935 ontwikkelde AEG de eerste bandrecorder voor hoogwaardige geluidsopnamen, de Magnetophon.

1950 start van de productie van koeltoestellen
1951 eerste productie van de standaard wasautomaat
1952 de eerste inbouwkoelkast komt op de markt
1958 de eerste volautomatische wasmachine van AEG „Lavamat“
1963 eerste inbouwdiepvriezer
1964 eerste was/droger

In 1967 ging het bedrijf met Telefunken samenwerken. Twee jaar later, in 1969 ging het ook betrekkingen aan met Siemens.

1977 eerste volledig elektrisch fornuis

In 1985 kocht Daimler-Benz AEG.

1987 eerste inductiekookvelden

In 1994 werd de divisie huishoudelijke apparatuur (AEG Hausgeräte AG) overgenomen door het Zweedse Electrolux. De productie van rollend materieel bleef over.
In 1996 fuseerde AEG met ABB tot Adtranz. De merknamen van AEG kwamen in het bezit van een dochteronderneming van DaimlerChrysler, tot ze in 2004 aan Electrolux werden verkocht.

2003 grootschalige herlancering van AEG: met de nieuwe slogan „Perfekt in Form and Funktion“ .

Sinds 2005 verkoopt Electrolux haar apparaten onder de naam AEG-Electrolux.

Tot op vandaag staat het merk AEG voor tijdloos en gebruikersvriendelijk design, dat regelmatig belangrijke design onderscheidingen krijgt, zoals de 'reddot', of de 'iF-Design-Award'.

Websites: www.duitslandweb.nl


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 1079.