kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 31-12-2015 voor het laatst bewerkt.

anti-design

Anti-Design

Een beweging die opgang maakte in Italië in navolging van Ettore Sottsass's meubeltentoonstelling in Milaan in 1966. Sottsass was de voorloper van verschillende kleinere individuele groeperingen die in 1980 in de memphis beweging samensmolten.

Anti-Design, ook wel 'contra-design' genoemd, verwerpt de rationele grondregels van het Modernisme en stimuleert de individuele creatieve expressie binnen design. Het surrealisme was een van de eerste bewuste voorbeelden van Anti-Design en beïnvloedde de Turijnse barokstijl van anti-rationalistische vormgevers als Carlo Mollino. Anti-Design werd echter pas een avant-garde groep toen er aan het eind van de jaren '60 in Italië verschillende Radical-Design groepen werden gevormd.

Sottsass
Vanaf eind jaren zestig tot en met begin jaren tachtig behoorde Sottsass met zijn definitieve afwijzing van het modernisme tot die avantgarde. Sottsass hield zich in deze periode bezig met antropologie, psychologie, poëzie, literatuur, kunst, schrijven, maken van tekeningen, fotografie en eindeloze debatten. Tijdens de jaren '60 ontwierp Ettore Sottsass verschillende Anti-Design producten voor Poltronova. Het antidesign van Sottsass manifesteerde zich later in initiatieven zoals de Studio Alchymia (1979), Memphis (1981) en zijn eigen studio: Sottsass Associati (1981). Na deze periode heeft hij, naast vele design projecten, de architectuur omarmt en vele spraakmakende woonhuizen en gebouwen ontworpen.

Radical-Design
Rond Ettore Sottsass verzamelden zich in de opstandige jaren zestig alternatieve ontwerpers en jonge zoekers die in Sottsass hun voorloper herkenden. Zo ontstond in Florence, Milaan, Turijn en Rome de 'Architettura Radicale'. De ontwerpers van deze stroming lieten in zorgeloze, chaotische, soms bizarre happenings hun jeugdige fantasie de vrije loop. Onbekommerd gebruikten ze beelden uit de populaire cultuur, met opzet zondigend tegen de zogenaamde Goede Smaak. Hiermee probeerden ze hun protest tegen de steriele, zakelijke en daarom doodse design-praktijk, die toch alleen maar functioneerde als instrument om winst te maken, kracht bij te zetten.
Deze Anti-Design groep verwierp de formalistische waarden van de neo-moderne designbeweging en poogde om de culturele en politieke rol van het design te vernieuwen, in de overtuiging dat het originele doel van het modernisme was verwaterd tot niet meer dan een marketing-instrument.
De beweging was gegrond op het geloof in het belang van de sociale en culturele waarde van het object evenals zijn esthetische functie. Al de design-waarden die door het modernisme waren verworpen, werden nu toegepast. Zo werd er hulde gebracht aan waarden als kortstondigheid, ironie, kitsch, hevige kleuren en schaalvervormingen met de bedoeling de zuiver functionele waarden van een object te ondermijnen en de opvattingen over smaak en “good design” in vraag te stellen.

Zoals anti-design streefde radical design ernaar om te breken met de leer van “good design”. Radical Design was echter theoretischer, politieker en experimenteler dan Anti-Design en probeerde het algemene beeld van het Modernisme te veranderen door utopieën en ideeën. Anti-design had een sterkere politieke wil om de ideologische structuren van de heersende strekkingen aan te vallen. Zo propageerden de volgelingen utopische voorstellen en manifesten welke zowel architectuur, planning en design omvatten bedoeld om het menselijk gedrag aan te passen bij het vormgeven van zijn omgeving. Dikwijls lag de nadruk op de tussenkomst van de gebruiker om het object te wijzigen volgens zijn specifieke behoeften. De vernietiging van de dominante visuele design-taal werd als noodzakelijk beschouwd, met de bedoeling om de visuele codes van het heersende kapitalisme te ondermijnen. In de jaren '70 verloor deze strekking zijn kracht omwille van de economische depressie, toen duidelijk werd dat de doelstellingen toch niet gerealiseerd konden worden. Zij vormden niettemin een belangrijke ondergrond voor de nieuwe design-richtingen van 1980.

De belangrijkste vertegenwoordigers van Radical Design waren de ontwerp- en architectuurgroepen Superstudio, Archizoom, UFO (opgericht in 1967 in Florence), Gruppo Strum, Gruppo 9999 (opgericht in 1967 in Florence), Cavart (opgericht in 1973 in Padua) en Libidarch (opgericht in 1971 in Turijn). Deze groepen vielen begrippen als 'goede smaak' aan en organiseerden happenings die de waarde van rationalisme, technologie en vooral consumentisme verkenden. Bouwkundige plannen, zoals Il Monumento Continuo (1969) van Superstudio, speculeerden over de idee van "architectuur als politiek instrument", terwijl ontwerpen als de Dorische tempel (1972) van UFO en de Superonda (1966) van Archizoom zich vaak kenmerkten door hun potentiele interactie met de gebruiker. Poëtische en tevens irrationele ontwerpen als deze belichaamden de tegencultuur van eind jaren '60 en trachtten de hegemonie van de visuele taal van het Modernisme te doorbreken.

Mendini wil aanknopen bij de vormentaal van de doorsnee-consument en maakt de meubels sensueler door de versiering. Het utiliteitsprincipe (de functie bepaalt de vorm) wordt door de beeldende kunst verzacht terwijl de consument eindelijk lijkt te krijgen waar hij om vraagt. In 1973 kwamen de leden van de diverse groepen bijeen in het gebouw van het tijdschrift Casabella, waarover Alessandro Mendini de scepter zwaaide. De ontmoeting leidde tot de oprichting van Global Tools in 1974, maar een jaar later werd deze school van radicale architectuur ontbonden en was de discussie korte tijd minder heftig.

Uit de activiteiten van de Italiaanse anti-design-beweging ontstond het anti-modernisme dat eind jaren zestig uitgroeide tot een internationaal concept daar meer en meer designers de formalistische waarden van het modernisme gingen verwerpen.

Door de zeer gevestigde grondregels van het design in twijfel te trekken, legden mensen als Andrea Branzi, Riccardo Dalisi en Lapo Binazzi (1943) de theoretische fundamenten waaruit eind jaren 70 begin jaren 80 het postmodernisme ontstond.

Studio Alchimia (1979) is het antwoord van een aantal radicale, linkse ontwerpers op de crisis in het design. Ze verzetten zich tegen het functionalisme dat allang niet meer de idealistische stroming was, die goede en voor iedereen betaalbare meubelen wilde maken. Het functionalisme is volgens hen de stijl geworden waarmee de heersende klasse zich ging identificeren en die opgedrongen werd aan de arbeidende klassen.
Omdat het functionalisme niet beantwoordde aan behoeften die in de ogen van Studio Alchimía fundamenteel menselijk zijn (decoratie, sensualiteit en humor), kochten en kopen de onderdrukte klassen gebruiksvoorwerpen die wél versierd en sensueel zijn. De heersende smaak (zogenaamde Goede Smaak) doet deze producten echter af als kitsch. Tegen deze praktijk ageert Studio Alchimía.

In 1981 verliet Sottsass Alchymia en begon samen met een aantal vrienden een nieuwe groep: Memphis. Memphis moest niet alleen lak hebben aan functionaliteit, maar ook aan de industrie die de macht naar zich had toegetrokken. Die industrie hield maar met twee dingen rekening: de behoefte van de consument en rendement. De meubels van Memphis waren dan ook niet bedoeld voor massaproductie. Ze ontsnapten aan de mechanische alledaagsheid van de meeste producten. Toch werd de industrie ook weer niet buiten de deur gezet. De industriële technologie bleek uitstekend samen te gaan met het handwerk; de toepassing van zoiets industrieels als laminaat zou nooit hebben gewerkt als een fabriek zich niet in het neocommerciële avontuur had gestort.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 243.

Tweets by kunstbus