kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 05-08-2008 voor het laatst bewerkt.

Atelier Schouten

Atelier van Gebrand Glas 't Prinsenhof (1891-1951)

Historie
De Delftse ingenieur en glazenier Johannes Lourens 'Jan' Schouten (1852-Delft 4 augustus 1937) heeft sinds 1891 een atelier voor gebrandschilderd glas aan de Schoolstraat 7. Hij is dan oprichter van het 'Atelier van Gebrand Glas 't Prinsenhof' genoemd naar het huis in Het Prinsenhof waarnaast het lag, n.l. het huis waar Willem van Oranje in Delft werd vermoord. Jan Schouten heeft het glasbranden, nadat zijn interesse hiervoor door zijn vriend en leermeester Adolf le Comte hiervoor was gewekt, onder andere geleerd in het atelier van Champigneuil in Parijs.

Jan Schouten richtte de werkplaats op met als doel de fabricage van kleine ruiten met voorstellingen naar schilderijen, heraldische wapens en vensterdecoraties in verschillende stijlen. Tussen 1894 en 1914 vervaardigde 't Prinsenhof vooral niet-religieus, decoratief glas voor fabriekspanden, openbare gebouwen en particuliere woningen. Veel werk van Schouten is de zien in de Inktpot te Utrecht van architect George Willem van Heukelom.

Regelmatig werd er deelgenomen aan tentoonstellingen en op de jubileumtentoonstelling in 1891 van Architectura et Amicitiae te Amsterdam ontvingen de ramen naar ontwerp van Schouten een 'Diploma van Verdienste'.

Adolf le Comte was vanaf het begin werkzaam bij 't Prinsenhof, waarin hij vanaf 1901 werd bijgestaan door hoofdontwerper Herman Veldhuis.

Museum Lambert van Meerten
Samen met Adolf le Comte heeft Schouten een belangrijke rol gespeeld bij de totstandkoming van dit museum. Enkele Jugendstilelementen zijn in het (neo)renaissance ontwerp geslopen, met name in sommige glas-in-loodramen ontworpen door Le Comte en uitgevoerd door het glas atelier 't Prinsenhof van Jan Schouten (Schoolstraat 7) die doen denken aan het werk van de Amerikaan Tiffany. In de studeerkamer staat een terracotta borstbeeld van Jan Schouten door Arend Odé.
In de negentiende eeuw zoeken Europese architecten inspiratie uit het verleden. Bijna alle Europese stijlen passeren opnieuw de revue. In Nederland is vanaf 1870 de Hollandse renaissance geliefd (Gouden Eeuw). Tijdens de bouw van Huis Oud Holland (Museum Lambert van Meerten) worden oude bouwfragmenten verwerkt. Het geheel (de Hollandse (neo)renaissance en de antieke bouwfragmenten) dient om bezoekers en/of studenten van de Polytechnische School een indruk te geven van de renaissance. Het idee en de financiering komt van Lambert van Meerten. Zijn vrienden, Adolf Le Comte (1850-1921) en Jan Schouten zorgen voor de uitvoering.
Jan Schouten zorgt voor de plattegronden, constructie en de algemene uitvoering. Le Comte ontwerpt de gevel en de binnenbouw. Leonard Couvée (1864-1912) tekent voor de, plafonds, eetkamer, studeerkamer, slaapvertrekken, dienstvertrekken, daken, de binnenplaats en de tuinmuur. Een vierde architect, G. van de Berg (?), ontwerpt de lambrisering in de hal en tuinkamer, de terrazzovloer en delen van de schouwen.
- (Jan Schouten, Adolf Le Comte als Lambert van Meerten zijn lid van het kamermuziekgezelschap Musis. In de winter komt dit gezelschap regelmatig bijeen. Het ontwerp van Oud Holland is zeker besproken in dit gezelschap. Bij de bouw wordt rekening gehouden met ruimte voor muziekuitvoeringen. Pas een jaar na de oplevering van huis Oud Holland worden de ramen afgeleverd en geplaatst (1894). - (restauratie van de meer dan zestig gebrandschilderde glas-in-loodramen van de Sint Janskerk in Gouda waar hij van 1901 tot 1936 aan werkt (Hollandse tegels. In 1920 is zijn verzameling toegevoegd aan de collectie van het Museum Lambert van Meerten. - (Jan Schouten in 1937 werd het glasatelier tot de sluiting in 1951 voortgezet door zijn weduwe.

Het atelier, sinds 1954 het 'Jan Schoutenhuis' genoemd, maakt nu deel uit van Stedelijk Museum Het Prinsenhof.



De Van der Vormkapel in Gouda
. De Sint-Janskerk in Gouda is beroemd vanwege het grote aantal prachtige zestiende-eeuwse gebrandschilderde ramen. De meeste van die glazen zijn ontworpen door glazenier Dirck Crabeth (ca. 1505-1574).
. Achter het koor van de Sint-Janskerk bevindt zich een plantsoentje, de Willem Vroesentuin. Willem Vroesen was de stichter van het nabijgelegen Oudemannenhuis. In dit parkje staat een kleine kapel uit 1934, die door een overdekte gang met de kerk is verbonden. In eerste instantie lijkt er geen relatie te bestaan tussen de uit de veertiende eeuw stammende laat-gothische kerk en de kapel uit de twintigste eeuw, bij nadere beschouwing is die er wel: de kapel bevat de zeven gebrandschilderde glazen die Crabeth maakte voor het Regulierenklooster in Stein. Dat de glazen uit het klooster in de buurt van Haastrecht in de kapel achter de Sint-Janskerk terechtkwamen is te danken aan het mecenaat van Willem van der Vorm.
Het klooster Stein van het Generaal Kapittel der Reguliere kanunniken werd op 16 juli 1549 door een felle brand onherstelbaar beschadigd. Uit veiligheidsoverwegingen besloten de kanunniken om te zien naar een onderkomen binnen de stadsmuren van Gouda. Ze vonden dat in het leegstaande klooster van de zusters Brigitten. Het klooster was vervallen en moest bewoonbaar worden gemaakt. Voor de kapel moesten er ‘elf schone glasvensters’ komen. De glazen werden tussen 1556 en 1559 vervaardigd in het atelier van Crabeth. Daar was het toen erg druk want in diezelfde tijd leverde het bedrijf ook vier grote glazen aan de Sint-Janskerk. Hierbij was het bijna twintig meter hoge Koningsglas, een geschenk van de landsheer Filips II (1527-1598).
. Toen Gouda zich in 1572 aan de zijde van Willem van Oranje (1533-1584) schaarde kregen sommige kloostergebouwen in de stad een andere bestemming en andere werden gesloopt. Dat laatste overkwam ook het Regulierenklooster. De sloper van de kapel mocht alle materialen behouden, behalve de vloer en de glazen. Die werden op bevel van het stadsbestuur naar de Sint-Janskerk gebracht. Daar kregen ze in 1580 een plaats in twee nog met blank glas gevulde ramen in het koor. De reden dat het inmiddels protestantse stadsbestuur van Gouda de Reguliersglazen beschermde, is waarschijnlijk dat het onderwerp van deze glazen precies aansloot bij dat van de ramen in het koor van de kerk. Daarin werd het leven van Johannes de Doper uitgebeeld. Het onderwerp van de kloosterglazen (Passie, Opstanding, Hemelvaart en Pinksteren) is iconografisch gezien incompleet. Tussen de glazen waarin de Kruisdraging en de Opstanding zijn afgebeeld ontbreken traditionele voorstellingen als Kruisiging, Kruisafname en Graflegging. Van de oorspronkelijke elf glazen zijn er misschien vier verloren gegaan in de turbulente tijd rond 1572. Het klooster werd na de Opstand geplunderd en in de kerk was tijdelijk een scheepstimmerbedrijf gevestigd. De ontbrekende voorstellingen zouden op de verloren gegane glazen hebben kunnen staan. Er zijn echter zeven cartons (ontwerptekeningen) bewaard gebleven en dat pleit tegen deze veronderstelling.
. De Sint-Janskerk verkeerde aan het eind van de negentiende eeuw in verwaarloosde staat. Toen in 1898, met financiële steun van Rijk, Provincie en Gemeente, begonnen werd met de restauratie, bleken de gebrandschilderde ramen eveneens onderhoud nodig te hebben. Restauratieatelier `t Prinsenhof te Del
Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 622.