kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 02-01-2016 voor het laatst bewerkt.

barnsteen

(Fr.: ambre jaune; Du.: Bernstein)

Barnsteen is de verzamelnaam voor een reeks fossiele harsen van prehistorische naaldbomen, Pinus succinifera. Deze hars is miljoenen jaren geleden uit de bomen gedropen en daarna versteend. Barnsteen stamt dus uit het Paleozoïcum tot aan het Quartair.

Barnsteen is warmgeel tot donkerrood van kleur; de rode kleur ontstaat in de loop der tijden door oxidatie. Doorzichtige barnsteen wordt algemeen het mooist gevonden en is het kostbaarst.

Mineralogisch bezien heeft barnsteen een amorfe structuur. Het is vrij zacht, de hardheid bedraagt 2-2,5.

Voor de versieringskunst en -industrie is het zgn. Baltische barnsteen van belang.

Barnsteen wordt gesneden en gepolijst als ivoor en wordt gebruikt voor kleine sculpturen.

In de renaissance en de barok werd het materiaal vooral in Duitsland gebruikt voor vazen, schalen en als versiering van kabinetten.

Etymologie
Het woord barnsteen - in het Duits Bernstein - is afkomstig van het Nedersaksische woord börnen dat branden betekent. Inderdaad is deze halfedelsteen brandbaar. Barnsteen heet in het Engels amber. In het Nederlands wordt met amber meestal de kleur amber bedoeld. Ook een substantie uit de darmen van de potvis wordt amber genoemd. Deze substantie geurt sterk en wordt in parfums gebruikt.

Het feit dat veel insecten in barnsteen worden aangetroffen ontging ook de Romeinen niet. Zij verklaarden dit (correct) door aan te nemen dat barnsteen vloeibaar was toen het de insecten bedekte. Derhalve noemden zij de steen succinum ofwel gum-steen. De naam komt nu nog voor in succinic acid (barnsteenzuur) en ook in succinite, een naam die door James Dwight Dana werd gegeven aan een bepaald type barnsteen dat uit het Oostzeegebied afkomstig is.

Een algemene groep landslakken zijn de Barnsteenslakken. Zij zijn zo genoemd vanwege de barnsteengele kleur van het slakkenhuis. De wetenschappelijke naam van een barnsteenslakkensoort luidt Succinea.

Het Griekse woord voor barnsteen is elektron (Latijn: electrum) waarvan de term elektriciteit afgeleid is.

Ontstaan
Zoals ook nog bij de tegenwoordige dennen het geval is, loopt er uit kleine beschadigingen van de schors hars uit de boom. Deze hars beschermt de boom tegen insecten en schimmels. In vroegere tijden zijn door de bomen in het Oostzeegebied grote hoeveelheden hars geproduceerd. Na de ijstijd is het barnsteen uit de grond gespoeld en in zee terecht gekomen. Jongere, niet gefossiliseerde barnsteen heet 'kopal'. Het voelt vettig aan.

Chemische samenstelling
Barnsteen bestaat voornamelijk uit koolwaterstoffen. Ze bestaan uit koolwaterstoffen omdat ze uit organisch materiaal zijn ontstaan; dit bestaat voornamelijk uit koolhydraten. Tijdens de "verstening" van de hars zijn de koolhydraten alle zuurstof atomen kwijt geraakt. De koolwaterstoffen kunnen zeer lange ketens vormen. (macromolecuul) Doordat het barnsteen uit koolwaterstoffen bestaat is het niet vreemd dat barnsteen redelijk brandbaar is.

Fossielen in barnsteen
Soms komt er een insect in de hars terecht. Dit fossiel blijft in de versteende barnsteen zichtbaar. Door de ouderdom verdwijnen de kleuren van het insect en wordt het zwart. In tegenstelling tot wat in de film Jurassic Park wordt gesuggereerd, is het niet mogelijk om DNA van dieren zoals dinosauriërs uit door fossiele insecten opgezogen bloed te halen[3].

Vindplaatsen
De voornaamste vindplaats van barnsteen is het Oostzeegebied. Het schiereiland Samland in het Russische gebied Kaliningrad is goed voor 90% van de wereldproductie. Barnsteen wordt echter ook gevonden op het strand. Vooral in Denemarken spoelt het nog aan, maar ook bijvoorbeeld op de Nederlandse waddeneilanden. Vroeger bestond Denemarken uit zee met eilandjes erin. Daarom wordt in Denemarken ook op het land barnsteen gevonden. Men vindt ook kleine hoeveelheden in Syrië, Libanon, Thailand, Vietnam, Canada, de VS en Duitsland. Blauwe amber vindt men in de Dominicaanse Republiek.

Gebruik van barnsteen
Uit alle perioden van de prehistorie is het gebruik van barnsteen als kralen, hangers en knopen bekend. De rendierjagers van de Hamburgcultuur, die omstreeks 11000 v.Chr., aan het eind van de laatste ijstijd rondtrokken gebruikten barnsteen. Barnsteen is in hun kampen in Nederland opgegraven bij Ureterp en Vledder. Klei en veen zijn gunstig voor de conservering van barnsteen. In de zandgronden verweert het echter snel en neemt het een zandkleur aan. Waarschijnlijk is het daarom vrij weinig gevonden in mesolithische nederzettingen op de Nederlandse zandgronden. In een skeletgraf bij Swifterbant uit 4000 v.Chr., werd op het voorhoofd van een dode man een snoer van vijf grote barnstenen kralen gevonden. Ook werd barnsteen aangetroffen in enkele hunebedden. Ook in het Kralensnoer van Exloo is barnsteen verwerkt.

Barnsteen wordt tegenwoordig (2003) nog steeds als edelsteen gebruikt. Het is een van de weinige edelstenen van organische oorsprong. Andere voorbeelden zijn parels en bloedkoraal.

Barnsteen in de mythologie
In de Griekse mythologie liet de god Helios op een dag zijn zoon Phaeton de zonnewagen besturen. Maar Phaeton kon de paarden niet in toom houden, waardoor de zon hemel en aarde verschroeide. Zo kregen de mensen in Ethiopië hun donkere kleur. Om de aarde te redden gooit Zeus zijn bliksemschicht naar Phaeton waardoor deze dood ter aarde valt. De zusters van Phaeton, de Heliaden, bewenen hem. Hun tranen druppelen neer en stollen tot barnsteen.

De Griekse mythologische figuur Elektra wordt vereenzelvigd met barnsteen. Het Griekse woord voor barnsteen is "elektron" (ηλεκτρον) waarvan ons woord "elektriciteit" afkomt, omdat een stuk barnsteen dat met een dierlijke vacht wordt gewreven statisch geladen wordt.

Barnsteenroutes
In de oudheid werd barnsteen met veel winst verhandeld. Verscheidene karavaanswegen hebben enkele eeuwen voor Christus de vindplaatsen aan de Oostzee (Estland) en Noordzee (Denemarken) verbonden met de afnemers in het Middellandse Zeegebied via verschillende barnsteenroutes.

Barnsteenroute
Een barnsteenroute is een handelsweg uit de oudheid, waarlangs het barnsteen van de vindplaatsen aan de Oostzee en Noordzee (Denemarken) naar afnemers in het Middellandse Zeegebied werd getransporteerd.
Alleen de route in Oostenrijk, de Alpenroute en de weg ten zuiden van de Alpen zijn echt goed gedocumenteerd. De handelaars namen met de kostbare vracht steeds de veiligste weg, die van tijd tot tijd veranderde. Bij gelijkwaardige keuzes geeft men echter een voorkeur voor een rivierdal of veilige pleisterplaatsen voor de overnachtingen.

De hoofdroutes worden ingedeeld aan de hand van de doorsteek van grote rivieren door gebergtes:
In het westen de Maasvallei (doorsteek door de Ardennen), en het Rijndal (doorsteek door de Hondsrug bij de Lorelei),
in het midden de Altmühl en de Elbe (doorsteek bij Dresden),
in het oosten volgt de weg gedeeltelijk de Oder en de Weichsel.

Zeeroute
Ook in Engeland werd barnsteen gewonnen. De meest westelijke vindplaats bevond zich bij het kustplaatsje Cromer in het noordwesten van het graafschap Norfolk. Vandaar werd het barnsteen via een zeeroute uitgevoerd naar de kapitaalkrachtige afnemers aan de Middellandse Zee.

Opbrengstcijfers der barnsteenwinning
De hoogste productiecijfers van de barnsteenwinning aan de Oostzeekust voor de Tweede Wereldoorlog bedroegen in het jaar 1926 meer dan 499 ton barnsteen. Rond 1860 heeft de mijnbouwkundige Runge, berekend dat in de loop van de afgelopen 3000 jaar ongeveer 1200 ton barnsteen door jutten en zeven aan het strand moet zijn verzameld. Alleen al bij het kustplaatsje Rauschen in het noordelijke Samland werden binnen twee stormachtige dagen van het jaar 1931 meer dan 750 kilogram barnsteen aan het strand gevonden (Bronvermelding: Karl Jülicher in het tijdschrift Pan, uitgave april 1982).


Copyright, This article is licensed under the GNU Free Documentation License. It uses material from the Wikipedia article http://nl.wikipedia.org/wiki/Barnsteen
Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 1846.