kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 13-06-2011 voor het laatst bewerkt.

Benno Premsela

Benno Premsela (1920-1997)

3 korte youtube bijdragen vormen samen een indruk van de opening van de Benno Premsela tentoonstelling in de Bazel het nieuwe huis van Amsterdam Stadsarchief (deel 1 Nederlands vormgever en binnenhuisarchitect, geboren 4 mei 1920 Amsterdam - overleden 23 maart 1997 Amsterdam.

Premsela ontwierp interieurs, tentoonstellingen en revolutionaire tapijten voor o.a. Van Besouw. Zijn etalages voor de Bijenkorf zijn legendarisch, en aan een aantal producten is nadrukkelijk de naam Benno Premsela verbonden: waaronder de spiegel 'Spectrum' uit 1958, de lamp 'Lotek' uit 1981 en de vazen van Cor Unum uit 1995.

Hij speelde een rol in talrijke organisaties voor kunst en vormgeving, zoals de Raad voor de Kunst, de Raad voor Industriële Vormgeving, de Kröller Müller-Stichting en de Stichting Fonds voor Beeldende Kunsten, Vormgeving en Bouwkunst. Daarenboven was hij naast centraal figuur in de naoorlogse Nederlandse kunstwereld, voorvechter van homo-emancipatie.

Premsela's collectie toegepaste kunst bevindt zich in het Centraal Museum in Utrecht, terwijl het Amsterdams Gemeentearchief een groot deel van zijn persoonlijk archief beheert: foto's, bestuursstukken met aantekeningen, correspondentie en schetsen. De omvang van het archief bedraagt 14 meter.

Levensloop
Benno Premsela werd op 4 mei 1920 geboren als jongste in het gezin van Bernard en Rosalie Premsela, een vrijzinnig joods, socialistisch gezin. Bernard Premsela was seksuoloog en opende in 1931 het eerste Nederlandse consultatiebureau voor seksuele problemen en geboortebeperking. Ook kreeg hij in die jaren bekendheid met een serie causerieën voor de Vara-radio. Benno's moeder Rosalie (Ro) de Boers was een dochter van diamantair Isaac de Boers. Haar zuster Annie was getrouwd met de schrijver Arthur van Schendel. Benno had een oudere broer, Robert (Boet), en een oudere zus, Elly. Tussen 1937 en 1941 bezocht hij net als zijn zus Elly de Nieuwe Kunstschool, met als specialisatie interieurontwerp, gedoceerd door Alexander Bodon.

Kort na de februaristaking wisten de beide broers Premsela onder te duiken. Tijdens zijn onderduik maakte Benno leren damestassen. Behalve tassen maken viel er weinig anders te doen dan schrijven om zijn handschrift te verbeteren, bridgen en lezen. Een bekende foto van Otto Treumann toont Premsela, gebogen over het boek Circles-: International Survey of Constructive Art. Deze foto werd overigens na zijn onderduikperiode genomen. Otto Treumann gebruikte deze foto voor het affiche van de boekenweek 1961.

Naast zijn werk als ontwerper hield Premsela zich ook als binnenhuisarchitect bezig met ruimtelijke vormgeving. Bekend is de boekhandel van zijn broer Robert Premsela, door Benno Premsela in 1945 ontworpen.

Na de oorlog ging Premsela op de meubelafdeling van de Bijenkorf werken die hij samen met Martin Visser een nieuwe impuls gaf door toonaangevende ontwerpen uit binnen- en buitenland te introduceren, exposities te organiseren en samenwerkingen met kunstenaarrs aan te gaan. Collega Martin Visser vertelde aan Keso Dekker: 'Maar om nou die boel, wat je ook binnenbracht, goed neer te zetten, om dat allemaal te begrijpen en goed te plaatsen, stoffen, meubelen, soms hele mooie, goede meubelen, daar was Benno goed in. Hij begreep 't, het was of hij daar al lang mee geleefd had.' (Bertheux, Will en Keso Dekker, 'Benno Premsela Onder Anderen'; interview Keso Dekker met Martin Visser)

Premsela genoot een grote bekendheid als voorvechter van homo-emancipatie. In 1947 werd hij lid van het COC. In tegenstelling tot wat toen gebruikelijk was, gebruikte hij geen schuilnaam maar zijn echte naam. 'Na de oorlog was ik 25. Ik stond er ineens voor om vorm te geven aan mijn leven. Ik voelde, dat er voor mij als homofiel geen plaats was. Ik dacht: die moet er dan maar komen.'(Len van den Berg (e.a.), 'Benno Premsela: een vlucht naar voren', p. 46)

In 1951 vertrok Premsela voor een aantal jaren naar Italië, waar hij textiel ontwierp voor Eva Kann en voor Bueno de Mesquita. Hij bracht met Cas Oorthuys een fotoboek over Florence uit en ontwierp samen met Jan Versnel en Jan Vonk van 1953 tot 1967 de catalogi van meubelfabriek Pastoe.

In 1956 trad hij opnieuw in dienst van de Bijenkorf, ditmaal als hoofd van de etalage-afdeling. Met Anni Apol was hij eindverantwoordelijk voor de inrichting van de etalages van de Bijenkorf in Amsterdam. Het dagblad De Tijd schreef destijds: 'Op het Damrak in Amsterdam, bij de Bijenkorf, betreedt men zijn expositiezaal. In de gevel staat zijn werk: etalages. Altijd trekt hij veel publiek, dat kijkt met de bewonderende aandacht van een tentoonstellingsbezoeker. Sedert vele jaren zijn de etalages van de Bijenkorf befaamd en het schijnt dat hun karakter in de wereld nauwelijks zijn weerga vindt.' (GAA, collectie Persdocumentatie, krantenknipsel De Tijd, 20 mei 1961).

Nadat zijn arbeidscontract bij de Bijenkorf was afgelopen in 1963, richtte hij samen met Jan Vonk het Bureau Premsela Vonk op. Premsela Vonk werkte jarenlang voor tapijtfabriek Van Besouw, Vescom wandbekledingen en Gerns+Gahler, een Duitse producent van meubelstoffen.

Tussen 1963 en 1969 richtte hij tentoonstellingen in voor het Centrum voor Industriële Vormgeving.

Premsela was onder meer bestuurslid en voorzitter van het COC. In 1964 was hij de eerste die openlijk in een televisieprogramma voor zijn homoseksuele geaardheid uitkwam. Rob Tielman, grondlegger van de studierichting Homostudies, signaleerde dat Premsela homoseksuelen stimuleerde voor hun geaardheid uit te komen. (Bertheux, Will en Keso Dekker, 'Benno Premsela Onder Anderen'; interview Keso Dekker met Rob Tielman).

In 1967 kreeg 'Premsela Vonk' de verantwoordelijkheid voor de productontwikkeling van de tapijtfabriek Van Besouw te Goirle.

In 1972 werd hij voor de vormgeving en de productontwikkeling van de wandbekleding van Vescom te Deurne gevraagd.

In 1973 werd de maatschap met Jan Vonk omgezet in Bureau Premsela Vonk BV. De opdracht van Van Besouw leidde tot de oprichting van een textielstudio binnen Premsela Vonk. Het bureau ontwierp niet alleen textiel, maar ook de huisstijl van bedrijven en organisaties, interieurs en tentoonstellingsstands.

In de jaren zeventig werd hij benaderd voor de herinrichting van het cruiseschip 'Statendam' van de Holland-Amerika Lijn. Ook adviseerde hij bij de kunsttoepassing van het Koninklijk Conservatorium te Den Haag.

Ook als bestuurder van organisaties op het gebied van kunst en cultuur was Premsela bekend. In tijdschriftartikelen werd hij aangeduid als 'cultuurpaus'. Al in de jaren zestig werd hij benaderd door Ritsaert ten Cate van de stichting theaterworkshop Mickery. Halverwege de jaren zeventig werd hij bestuurslid van het museum Kröller-Müller en besliste in die functie mede over het aankoopbeleid. 'Hij heeft een buitengewoon fijne neus voor kwaliteit, ook als het slechts om een klein onderdeel van een werk gaat. Hij is weliswaar bescheiden, maar hij gaat nooit de verantwoordelijkheid voor wat hij vindt uit de weg, ook niet als dat publiciteit met zich meebrengt'. (Len van den Berg (e.a.), 'Benno Premsela: een vlucht naar voren', p. 91) Niet lang daarna werd hij bestuurslid van de stichting Rietveld-Schröderhuis.

Begin jaren tachtig werd hij onder meer gevraagd als voorzitter van het Amsterdamse Kunstraad. In een interview met P. Jaarsma zei Premsela in 1980: 'Ik ben iemand voor wie de kwaliteit altijd punt één is. Als men dat niet wil, moet men mij onmiddellijk de kunstraad maar weer uitsmijten. Cultuur en cultuurbeleid kunnen alleen maar functioneren wanneer zij van een kwalitatief hoog gehalte zijn. Cultuur is een continu proces van productvernieuwing, zonder vernieuwing is er geen cultuur.'(Len van den Berg (e.a.), 'Benno Premsela: een vlucht naar voren', p. 99)
Ongeveer in dezelfde tijd nam hij zitting in de aanwinstencommissie van het Stedelijk Museum. Deze commissie hield zich bezig met voorgenomen aankopen die de 200.000 gulden te boven gingen.

Lotek

"Ik vind dat producten je zowel economisch als mentaal voldoening moeten schenken: dat het product het lang uithoudt, maar dat je het ook lang kunt verdragen." Zijn streven naar tijdloze vormgeving kwam ook tot uiting in producten als de lamp Lotek (1982), een eenvoudige, Japans-aandoende en minimalistische schemerlamp die door de verschillende hoogtes bruikbaar was als schemer- of leeslamp.

In 1985 werd Premsela gevraagd om voorzitter te worden van het bestuur van het Nederlands Balletorkest. Marian Sarstädt: 'Het orkest is overeind gebleven in de politieke discussie over het orkestenbestel in Nederland. Natuurlijk heeft zakelijk leider Rob Tijsen daarbij veel steun gehad aan Benno, die aanwezig was bij de belangrijkste onderhandelingen met subsidieverstrekkers. Op dat terrein speelde Benno altijd poot aan.'(Len van den Berg (e.a.), 'Benno Premsela: een vlucht naar voren', pp. 106-107)

In 1987 fuseerde Bureau Premsela Vonk met het grafisch ontwerpbedrijf BRS tot BRS Premsela Vonk. Dit bedrijf ontwierp ondermeer het belastingbiljet.

Na zijn pensionering bleef Premsela gedurende een aantal jaren als binnenhuisarchitect actief, onder meer voor Jan Houwert en Mary Six en voor de Amsterdamse Gemeentelijke Geneeskundige en Gezondheidsdienst. Voor de GG&GD realiseerde hij de herinrichting van de oude directeurskamer en ontwierp hij het interieur van de methadonbus.
Benno Premsela bleef contact houden met het COC en ondersteunde verschillende initiatieven vanuit de homobeweging, ondermeer het International Gay and Lesbian Filmfestival en de Stichting Hellen Zelluf. Hij was nooit bang om zich als bekende homo uit te spreken over zaken die volgens hem alle homoseksuelen aangingen. Zo schreef hij in 1980 onder andere een adres aan de ambassadeur van de Verenigde Staten, waarin hij de Amerikaanse regering opriep om homo's de toegang tot het land niet te ontzeggen. En in 1994 weigerde hij mee te werken aan een programma over vormgeving van de Evangelische Omroep in verband met de visie van deze omroep ten aanzien van homoseksualiteit.

In de loop van zijn werkzame leven maakte Premsela deel uit van vele besturen en commissies. 'Van zijn bestuurswerk gaat een sterke stimulans uit en tegelijk is hij een perfectionist die het de mensen op een heilzame manier lastig kan maken.' (Staatscourant, 21 juni 1995)

Over zijn vele bestuurslidmaatschappen zei Hedy d'Ancona: 'Met alle functies die Benno Premsela in besturen en commissies vervult, is hij nooit iemand geweest die zich daarop laat voorstaan. Hij loopt er niet mee te showen en hij heeft ook geen discipelen om zich heen. Wat mij opvalt is dat hij wel altijd veel jongere mensen om zich heen heeft, niet omdat hij hun iets wil leren, maar eerder omdat hij iets van hun ideeën wil opsteken.' (Len van den Berg (e.a.), 'Benno Premsela: een vlucht naar voren, p. 112)

Benno Premsela overleed op 23 maart 1997. Voor een uitgebreid overzicht van Premsela's leven en werk, zie Len van den Berg (e.a.), 'Benno Premsela: een vlucht naar voren', Utrecht, 1996, waaraan ook in deze inleiding veel citaten zijn ontleend. Voor de betekenis van Premsela voor de textielfabrikant Van Besouw, zie Virginie Mes, 'Van Besouw — de ontknoping: geschiedenis van een Goirles textielbedrijf', Tilburg 2005

Archief en ordening
In 2003 werd het archief van Benno Premsela door Friso Broeksma overgedragen aan het Gemeentearchief Amsterdam. De omvang van het archief bedraagt na schoning ongeveer 14 meter.
Het archief bevat veel bestuursstukken die door Premsela in zijn hoedanigheid als bestuurslid van maatschappelijke organisaties werden bewaard, opgeslagen in hangmappen. Het archief bevat een omvangrijke hoeveelheid correspondentie, waarvan zoveel mogelijk de afzender is achterhaald. Verder veel publicaties waarin opgenomen interviews met Benno Premsela of beschouwingen over zijn werk. Dit zijn kranten en tijdschriften, maar ook videobanden. Ook bevat het archief een grote hoeveelheid foto's, soms bewaard of verzameld in de context van het dossier waarop de foto's betrekking hebben. Het grootste deel van de foto's werd bewaard in een vijftal hangmappen, zonder duidelijke systematiek. Met de hulp van Premsela's levenspartner Friso Broeksma werd zoveel mogelijk de context bepaald, zodat de foto's in de desbetreffende rubriek konden worden opgenomen.
Premsela heeft over een periode van ongeveer twintig jaar een grote hoeveelheid dia's gemaakt, die werden bewaard in een drietal hangmappenkarretjes. Deze dia's zijn niet als afzonderlijke collectie beschreven, maar verdeeld over de rubrieken waarop ze betrekking hadden.
De nalatenschap van Benno Premsela omvatte naast het archief nog verschillende collecties. De collectie textiele beeldende kunst (inclusief de documentatie hierover) is geschonken aan het Centraal Museum in Utrecht. Enkele driedimensionale objecten en schilderijen zijn geschonken aan het Amsterdams Historisch Museum. De keramiekcollectie (inclusief documentatie) wordt momenteel beheerd door Friso Broeksma.
Archivalia van en over Premsela kunnen behalve in het Gemeentearchief Amsterdam worden aangetroffen in verschillende andere archieven. Het bedrijfsarchief Van Besouw, gedeponeerd in het Regionaal Historisch Centrum Tilburg, bevat archivalia over de periode waarin Premsela hoofd productontwikkeling was. Archivalia van het ontwerpbureau BRS Premsela Vonk en rechtsvoorgangers bevinden zich in het archief van Eden Design & Communication te Amsterdam. Archivalia die betrekking hebben op Premsela's lidmaatschap en voorzitterschap van NVIH COC bevinden zich in het archief van NVIH COC, dat is gedeponeerd bij het Nationaal Archief te Den Haag. Het Gemeentearchief Amsterdam beheert ook het archief van N.V. Koninklijke Bijenkorf Beheer en rechtsvoorgangers. In de bibliotheek en de collectie Persdocumentatie van het Gemeentearchief Amsterdam zijn publicaties over Benno Premsela en over zijn vader Bernard Premsela te vinden.

filmdocumentaire Benno Premsela
Carrie de Swaan heeft een documentaire gemaakt over het werk en leven van Benno Premsela. Een trailer van de film Benno Premsela, Vormgever en voorvechter is te downloaden op de website van Carrie de Swaan documentaire ‘Benno Premsela’ geeft een beeld van zijn werk en leven. In archieffragmenten getuigt Premsela van zijn ideeën over maatschappelijke en seksuele vrijheid. Zijn manier van kijken is te zien in de dia's, die hij overal ter wereld maakte. Zijn visie op eigentijdse kunst en de manier waarop kunstenaars hem zagen, spreken uit zijn kunstcollectie. Martin Visser, Hans van Manen en anderen die Premsela als vriend, collega en kenner en promotor van de kunst hebben meegemaakt, vertellen over hem.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 489.