kunstbus
Dit artikel is 07-01-2016 voor het laatst bewerkt.

camp

De kitsch (m.)
1 schijnkunst die van een vals sentiment getuigt

Kitscherig (bn.)
1 van de aard van kitsch => camp

Camp (bn.; alleen pred.)
1 kitscherig

Een kenmerk van het postmodernisme is het hoge kitsch en camp-gehalte ervan.

Camp is een sensibiliteit die traditioneel begrip van goed en slecht negeert. Het bekijkt dingen die bekend staan als slechte smaak met een knipoog. Clichéobjecten worden uit hun context geplaatst. Hierbij kan ook gedacht worden aan een spel met de traditionele begrippen 'hoge' en 'lage' cultuur. Door middel van overdrijving wordt de serieusheid onttroond. De campobjecten zelf worden echter niet belachelijk gemaakt: zij worden juist met respect behandeld.

Kitsch
Camp is een sensibiliteit die niet langer kan hebben bestaan dan sinds eind achttiende eeuw, de tijd dat het begrip kitsch zijn intrede doet. De term 'kitsch' is afgeleid van het Duitse werkwoord 'verkitschen' (goedkoper maken). Kitsch is een belangrijke speler in het spel van de camp. Kitsch is ontstaan toen in de achttiende eeuw de welvaart steeds meer toenam. Het resultaat was dat de middenklasse zich steeds meer kon ontwikkelen. De middenklasse wilde ook kunst bezitten. De toegenomen technische mogelijkheden maakten het mogelijk om op een effectieve en commerciële manier kunstvoorwerpen op grote schaal te reproduceren. Kitsch was geboren. Kitsch is kunst, ontdaan van kenmerken als uniciteit en originaliteit. Het kan nooit avant-garde zijn. Het moet mensen tevreden stellen, men moet zich erbij thuis voelen. Het moet niet shockeren, maar esthetische bevrediging bewerkstelligen. Het is, met andere woorden, nepkunst. Een nepkunst die volgens Calinescu wel tot onze hele maatschappij is doorgedrongen.

De Duitse filosoof Fritz Karpfen beschreef als een van de eersten het onderwerp 'Kitsch' in zijn publicatie 'Der Kitsch' uit 1925.
Nadat de Amerikaanse kunstcriticus Clement Greenberg in 1939 'Kitsch and the Avantgarde' schreef omvatte de term ook elementen uit de hedendaagse massacultuur, zoals commerciële reclame en goedkope lectuur.
Aangemoedigd door de consumptiemaatschappij bereikte het kitschontwerp in de jaren '50 zijn hoogtepunt door de productie van goedkope en 'smakeloze' producten. Dit fenomeen kan beschouwd worden als een reactie op de promotie van Good Design door overheid en instellingen.

Kitsch, Camp of Kunst?
In de jaren '60 werd de term kitsch nog steeds geringschattend gebruikt, maar in de jaren '70 werden kitschvoorwerpen ironisch gebruikt en gewaardeerd om de slechte smaak. Met de opkomst van het Postmodernisme in de jaren '80 werd kitsch geprezen om zijn culturele eerlijkheid en neiging naar subversie. Door te spotten met de 'goede smaak' heeft de kitsch ten slotte ook zijn plaats gevonden in de Avant-Garde.

Camp
Je zou kunnen zeggen dat er zo veel kitsch is, dat men zich niet eens meer realiseert dat het zo is. Camp realiseert het zich wel, het speelt er juist mee.

De herkomst van het woord 'camp' wordt wel teruggevoerd op het Franse 'se camper', dat o.a. 'poseren', 'een houding aannemen' en “overdrijven” betekent, een connotatie die het woord camp ook vandaag behouden heeft. Maar wat zegt een traditioneel Engels vertaalwoordenboek over de betekenis van “camp”?: “verwijfd, nichterig, homoseksueel, gemaakt, overdreven en kitscherig.”

Ofschoon het van het franse 'se camper' afgeleide 'camp' eerst met de in 1952 gepubliceerde roman 'The World in the Evening van Christopher Isherwood' een bredere bekendheid verwierf, laten aspecten van het verschijnsel camp zich al veel eerder traceren, bijvoorbeeld in het negentiende-eeuwse estheticisme en in het leven en werk van auteurs als Oscar Wilde en Jean Cocteau. Het begrip werd aanvankelijk gebruikt om een specifieke homoseksuele levensstijl aan te duiden. Volgens Philip Core, auteur van het encyclopedische Camp. The Lie that tells the Truth - de ondertitel is ontleend aan een uitspraak van Cocteau - wordt deze levensstijl gekenmerkt door "camouflage, bravoure, morele anarchie, een hysterie van wanhoop, viering van de frustratie, frivoliteit en wraak". Tegen deze achtergrond kunnen we de voor camp kenmerkende flirt met de kitsch begrijpen. In een samenleving waar homoseksualiteit krachtig wordt onderdrukt, is de cultivering van een 'goede smaak voor slechte smaak' zowel een daad van verzet tegen de morele en esthetische voorkeuren van de burgerlijke samenleving, als een uitdrukking van de homoseksuele identiteit, die de onderlinge herkenning en saamhorigheid bevordert.

Belangrijk is dat camp een tegencultuur is. Het is een sensibiliteit die alles heeft te maken met het vaste begrip van wat mooi en lelijk is en de waardeoordelen die daar aan zijn verbonden. De kernbegrippen in de hoge cultuur zijn traditioneel 'Waarheid', 'Schoonheid' en 'Serieusheid'. Camp zet zich af tegen een elite die bepaalt wat hoge en wat lage kunst en cultuur is. Sterker nog, camp richt zich op dingen die voorheen vooral als lelijk, goedkoop en kitsch werden beschouwd. Niet natuurlijkheid, maar juist kunstmatigheid wordt als een goede eigenschap beschouwd.

Een belangrijke eigenschap van camp is overdrevenheid. Een ander aspect van kunstmatigheid is travestie. Dit kan concrete travestie zijn (wat in de praktijk vaak samen gaat met overdrijving), of meer symbolische travestie, een spel met de seksen. Weer een andere vorm van kunstmatigheid is de liefde voor clichés. Clichés worden door de goede verstaander direct doorzien. Liefhebbers van camp zijn doorgaans goede verstaanders.

Plezier beleven aan en gnuiverig houden van iets dat eigenlijk slecht en minderwaardig is, dat is camp. Kitsch kent die toegevoegde waarde van het “houden van” niet. Je zou het een milde vorm van ironie kunnen noemen. Genieten van iets wat eigenlijk ontzettend fout en “not done” is, dat weten en het desalniettemin tóch doen. Je koopt een tuinkabouter die je trots aan smaakvolle bezoekers toont. En als je overtuigingskracht hebt, gaan zij het plotseling ook mooi vinden: het rose reuzevarken van Jeffrey Koons. Camp is dus blijkbaar eerder een mentaliteit dan een voorwerp, en misschien is zo'n mentaliteit wel moeilijk te begrijpen als je ze niet in je hebt...

Cruciaal voor camp is de ironie: ook de waardering van kitsch geschiedt steeds vanuit een zekere distantie. Dit verleent camp zijn dubbelzinnigheid. Camp is mooi van lelijkheid.
Volgens Susan Sontag, die in 1964 haar 'Notes on Camp' publiceerde, vereist camp om die reden een nauwluisterende sensibiliteit. Of iets kitsch of camp is, hangt primair af van de houding die men er tegenover inneemt; het subtiele verschil ligt in 'the eye of the beholder'. Wie een reproduktie van het befaamde huilende zigeunerjongetje aan de muur hangt omdat hij of zij getroffen wordt door de afgebeelde emotie, is een kitsch-mens. Wie dezelfde reproduktie ophangt om te koketteren met zijn goede smaak voor wansmaak is camp.

Campobjecten zijn vaak te vinden in bepaalde soorten kunst. Vooral zijn dat visuele vormen. Beeldhouwkunst, schilderijen, maar vooral ook interieurs. Bepaalde kunstvormen komen minder makkelijk in aanmerking camp te zijn, zoals opera. Operette daarentegen komt weer sterk in de richting. Vaak wordt ouderwetse kitsch door campliefhebbers gewaardeerd. Iets dat vroeger banaal en afgezaagd was, kan in een andere context een andere waarde krijgen, met een knipoog. De sensibiliteit voor camp zal eerder getroffen worden door het decoratieve en het kunstmatige van bijvoorbeeld Rococo-meubels of Jugendstil-schilderijen dan door het functionele en natuurlijke van Rietveld-meubels of de schilderijen van Mondriaan. Evenzo is camp gevoeliger voor sensuele vormgeving en overdrijving dan voor inhoud en ingetogenheid. Kunstvormen die van nature worden gekenmerkt door een zekere kunstmatigheid, sensualiteit en overdrijving, zoals de theaterkunsten ballet, toneel en opera, hebben om die reden een hoger campgehalte dan kunstvormen waarin dat niet het geval is. Hoewel de zojuist gegeven voorbeelden duidelijk maken dat ook hogere kunsten tot camp kunnen worden, vormt de omvangrijke wereld van de kitsch zonder twijfel de rijkste voedingsbron voor camp. Vooral de kitsch uit het verleden leent zich ervoor met ironische distantie tegemoet getreden te worden. Dat verklaart bijvoorbeeld waarom in de jaren vijftig melodramatische 'tearjerkers' uit de voorafgaande decennia een cultstatus kregen en tot camp werden verheven. En ook in de camp-rage van de jaren '90 is het vooral de kitsch van gisteren, zoals bijvoorbeeld het oeuvre van de Zangeres zonder Naam en de Glitterrock uit de jaren zeventig, die tot camp wordt uitgeroepen.

Camp probeert de serieusheid onderuit te halen. Volgens Sontag is de relatie tussen camp en verveling niet te overschatten. Camp is overduidelijk een begrip dat verbonden is met overdaad en weelde. In arme landen komt het begrip niet voor.

Het is belangrijk een onderscheid te maken tussen twee vormen van camp. Wij noemen het hier eerstegraads en tweedegraads camp. Eerstegraads camp is iets dat als camp wordt vervaardigd, speciaal voor de campliefhebber. Tweedegraads camp is iets dat serieus bedoeld is, maar door campliefhebbers tot camp wordt gemaakt. Belangrijk is hierbij op te merken dat of iets camp is niet zozeer perse wordt bepaald door de gene die het maakt, als wel door degene die het gebruikt. Het onderscheid tussen beide vormen van camp is simpel uit te leggen aan de hand van het voorbeeld ABBA. ABBA was in de jaren zeventig een serieus bedoelde groep, die nu door campliefhebbers als camp kan worden beschouwd, want de elementen zijn aanwezig: overdrijving (glamour, glitter), enigszins clichématige teksten, kunstmatigheid (ABBA als hitmachine), en ABBA is uiteraard onderdeel van een lagere cultuur, de popcultuur (en daarbinnen de meest ‘lage' vorm, de hitgerichte popmuziek). ABBA is hiermee tweedegraads camp; niet als camp bedoeld.

In de jaren negentig vormde zich een band, genaamd Bjorn Again, die de wereld rondtrekken als ABBA-imitators. Ze overdrijven de zojuist genoemde aspecten van ABBA nog eens, en leveren een flinke knipoog aan een campgericht publiek; een goed voorbeeld van eerstegraads camp. Die knipoog is voor zo'n groep de sleutel tot het succes. Anders dan bijvoorbeeld in de jazzwereld of de klassieke wereld is het coveren van anderen taboe. Een coverband staat onderaan in de hiërarchie. Een band als Bjorn Again speelt met die wetenschap door alles te overdrijven en helemaal op de originelen te gaan lijken.

Het is belangrijk te constateren dat een campkunstenaar altijd buitengewoon goed op de hoogte moet zijn van de waarden die bepaalde dingen hebben voor het publiek waar hij zijn camp voor maakt. Daarmee kan hij vervolgens radicaal breken, een karikatuur maken, het tegenovergestelde doen. Maar hij kan ook heel subtiel en geraffineerd de slechte smaak binnen smokkelen, eventueel verhuld of gepresenteerd als goede smaak.

In het voorjaar van 1994 presenteerde Paul de Leeuw het Europese Songfestival voor de Nederlandse televisie. Volgens het 'glossy magazine' Man, dat kort daarvoor een Special aan het fenomeen camp wijdde, bezegelde dit feit de definitieve 'vercamping' van de Nederlandse samenleving. Werd camp aanvankelijk vooral geassocieerd met de homoseksuele subcultuur, inmiddels lijkt camp - de emancipatie van het valse sentiment en de wansmaak tot het summum van verfijnd genoegen - overal te zijn doorgedrongen. De televisie bedient iedere doelgroep: scholieren gniffelen om de wanstaltige acteerprestaties in Goede tijden slechte tijden, de 'boppers' zappen op prime-time naar De schreeuw van De Leeuw, en ook de elitaire VPRO-kijker werd - voorbereid door de creaties van Wim T. Schippers - vlot over de streep getrokken met Kreatief met kurk. Dat het laatstgenoemde programma bovendien het Stedelijk Museum haalde, waar niet veel eerder het kunstminnende publiek in de rij stond om Jeff Koons' porseleinen porno en roestvrijstalen kitsch te bewonderen, maakte duidelijk dat camp niet beperkt blijft tot de massacultuur, maar ook in de wereld van de Kunst definitief is doorgebroken. Maar ook andere aspecten van de samenleving zijn niet aan de 'vercamping' ontkomen. Met Gerard Reve's openlijke liefdesverklaring aan Maria is ook het katholicisme, dat overigens altijd al een rijke bron voor liefhebbers van vals sentiment is geweest, een campfenomeen geworden. De NCRV droeg op haar beurt met Klazien uut Zalk bij aan de 'vercamping' van de gezondheidszorg. En met de begrafenis van discotheek-eigenaar Manfred Langer is camp zelfs in de uitvaartindustrie doorgedrongen.

Websites:
. Analyses
. Homepage Jos de Mul



Je kunt ook zelf een opinie of encyclopedisch artikel op Kunstbus of Muziekbus plaatsen!

lexicon opinie

Pageviews vandaag: 812.